
Deze doperwtenpannenkoekjes zijn een variant op de ricottapannenkoekjes met olijf, die ik al eerder op dit blog postte. Ik combineer ze met een frisse couscoussalade waarin radijsjes de hoofdrol spelen en met een dressing van gojibessen. Gojibessen zijn duur spul, maar naar verluidt zijn ze super gezond omwille van een hoog gehalte aan vitamines en antioxidanten. In ieder geval vind ik het wel leuk om er nu en dan mee te experimenteren: ze hebben een friszure smaak en ze geven kleur aan je gerechten.
voor 2 personen (of voor 4 personen als voorgerecht)
Ingrediënten
voor de pannenkoekjes:
• 125 g ricotta
• 50 g zelfrijzend bakmeel
• 1/2 dl melk
• 1 ei, dooier en eiwit gescheiden
• peper en zout
• 50 g doperwten (geblancheerd indien vers, ontdooid indien diepvries)
• 10-tal muntblaadjes, in stukjes gescheurd
voor de couscous:
• 100 g fijne couscous
• 1,5 dl water (op kamertemperatuur)
• het sap van 1/2 citroen
• 3 el olijfolie
• ca. 15 radijsjes, in schijfjes gesneden
• flink wat verse munt en bieslook, fijngehakt
• peper en zout
voor de gojibessendressing:
• 2 el gedroogde gojibessen
• het sap van 1/2 sinaasappel
• 2 el neutrale olie (bijv. zonnebloemolie)
• peper en zout
Zo maak je het
Laat de gojibessen minstens 1 uur weken in het sinaasappelsap.
Voeg alle ingrediënten voor de couscous samen, behalve de radijsjes. Laat het mengsel minstens 30 minuten rusten, tot de couscous al het vocht heeft opgeslorpt. Voeg er pas vlak voor het serveren de radijsjes aan toe.
Pureer voor de dressing de gojibessen met het sinaasappelsap, de olie, en peper en zout tot een gladde saus.
Meng voor de pannenkoekjes de ricotta, melk en eierdooier in een kom. Voeg bloem, munt, erwten, en peper en zout toe en meng tot een glad beslag. Klop het eiwit stijf en spatel dit door het beslag.
Verhit wat olie in een koekenpan en schep per pannenkoekje 1 volle eetlepel beslag in de pan. Keer de pannenkoekjes om wanneer de onderkant goudbruin kleurt en bak nog enkele minuten aan de andere kant. Bak zo alle pannenkoekjes. Houd ze warm in de oven.
Schik voor het serveren een paar pannenkoekjes op een bord, schep er enkele lepels radijsjescouscous naast en druppel er wat gojibessendressing omheen.
Op deze twee geweldige posters van Leen’s vind je een recept en ideetjes van mijn hand. Leen’s maakt leuke illustraties die onder andere wonderwel passen bij recepten. Het vertaalde recept staat hieronder.
Citroensiroop kun je gemakkelijk zelf maken en hij blijft geruime tijd goed. Voeg water en eventueel een extra smaakmaker toe en je hebt een heerlijke drank voor zonnige dagen. Ik gebruik het liefst donkere rietsuiker, omwille van de smaak. Je krijgt dan wel een bruine citroensiroop. Heb je dat liever niet, gebruik dan lichte suiker.
Ingrediënten voor ca. 250 ml citroensiroop
• 300 ml citroensap (= het sap van 6 à 8 citroenen)
• 250 g (riet)suiker
Zo maak je het
Doe het citroensap en de suiker in een steelpannetje en breng het mengsel aan de kook. Laat 15 à 20 minuten borrelen tot de vloeistof indikt. Giet de siroop in een gesteriliseerd glazen flesje en sluit onmiddellijk af, terwijl de siroop nog heet is.
Voor een glas limonade meng je een bodempje siroop met koud (sprankelend) water.
Fleur je limonade op!
• Voeg een paar verse muntblaadjes toe.
• Rasp was verse gember in je glas.
• Voeg enkele druppels oranjebloesemwater toe.
• Leng aan met ijskoude thee in de plaats van water.
• Meng wat gedroogde rozenknopjes door je limonade.
• Voeg een kaneelstokje toe.
• Leng aan met 1/2 water en 1/2 sinaasappelsap.
• Maak je eigen combinatie uit de bovenstaande suggesties.

Wortelen zijn er het hele jaar door en je kunt er alle kanten mee uit. Ik heb dan ook bijna altijd een zak wortelen in de groentela liggen. Maar in de lente worden wortelen opeens een heel stuk minder alledaags. De primeur worteltjes in bussel duiken dan op: fijn, knapperig, hel oranje en vol van smaak. Ik vind ze heerlijk om zo uit het vuistje te eten, maar beetgaar gestoomd in de oven smaken ze nog intenser. Je hoeft jonge wortelen niet te schillen; schrob ze gewoon goed schoon.
voor 2 à 3 personen
Ingrediënten
• 500 g jonge wortelen, schoon geschrobd en in stukken van ca. 5 cm gesneden
• 2 teentjes look, gepeld en in plakjes gesneden
• 3 dl groentebouillon
• 250 g gare kikkererwten
• ca. 20 halfgedroogde tomaatjes (ook wel ‘sunblushed’ genoemd)
• 2 el balsamicoazijn of rodewijnazijn
• 2 el olijfolie
• 2 el tijm
• peper en zout
Zo maak je het
Verwarm de oven voor op 200° Celsius.
Doe de wortelen met de look, de bouillon en de tijm in een ovenschaal. Roer goed door elkaar, dek af met aluminiumfolie (wie kent hiervoor een milieuvriendelijker alternatief?) en zet 15 minuten in de oven.
Voeg de kikkererwten, de tomaatjes, de azijn, de olie, en peper en zout toe. Dek opnieuw af met de folie en zet 20 minuten in de oven.
Verwijder de folie en zet de schotel nog 10 à 15 minuten onafgedekt in de oven, tot het vocht indikt en de wortelen beetgaar zijn.
Serveer met pasta, rijst of brood.

Het is een drukke periode, wat wil zeggen dat ik meestal laat en moe in mijn keuken beland. Koken moet vooral even snel gaan nu. Toch besef ik dat het net op drukke momenten belangrijk is om tijd te maken voor een evenwichtige maaltijd met alles erop en eraan (vitamientjes en zo, weet je wel…) Dus ga ik op zoek naar de combinatie supergemakkelijk én gezond. Met dit tussendoortje of voorgerecht krijg ik alvast een dosis verse groenten binnen, en de gemberdip maakt iets heel eenvoudigs toch bijzonder. De hoeveelheden gember en citroen zijn slechts richtlijnen; pas gerust aan naar eigen smaak!
Ingrediënten voor 1 portie
• 2 el mayonaise of veganaise
• 2 el (soja)yoghurt
• 1 tl fijngeraspte verse gember
• 1 tl citroenrasp
• 1 el fijngehakte peterselie
• peper en zout
• een assortiment rauwe groenten naar keuze, afhankelijk van het seizoen: wortelen, bloemkool, radijsjes, selder, venkel, komkommer…
Zo maak je het
Roer alle ingrediënten voor de dipsaus door elkaar en serveer met de groenten.

Wanneer het koud is buiten, komen er vooral warme gerechten op de tafel. Maar tegen het einde van de winter ben ik de stevige stoofpotjes vol aardse wintergroenten soms zo beu dat ik snak naar licht lentevoedsel. Het hoeft heus geen zomer te zijn om een smakelijke salade bij elkaar te toveren. Deze lekkere salade zit vol ingrediënten van het seizoen en als ik hem eet, voel ik me instant gezond. Een echte feel-good-salade dus :-) Varieer naar hartenlust! Je kunt in de plaats van spinazie ook voor veldsla kiezen, of mizuna, of een mengeling van de drie. Naast rozijnen kun je ook gedroogde kersen of cranberry’s gebruiken. En houd je niet zo van tempé, dan zijn tofoe of seitan een prima alternatief.
voor 1 persoon
Ingrediënten
• ca. 50 g jonge spinazie (gewassen en droog gezwierd)
• 3 grote plukken alfalfakiemen (of andere kiemen naar keuze)
• 5 zongedroogde tomaatjes op olie, in stukjes gesneden
• 1 el rozijnen
• 1 el sesamzaad
• 1 el zonnebloempitten
• 1 el ongepelde amandelen, gehakt
• 85 g (gerookte) tempé, in dunne plakjes of blokjes
voor de dressing:
• 1 el rijstazijn
• 1 el macadamiaolie (of andere notenolie)
• 1 tl agavestroop of honing
• peper en zout
voor de tempémarinade:
• 1 tl balsamicoazijn
• 1 tl sojasaus
• 1 tl sesamolie
• peper
Zo maak je het
Roer de ingrediënten voor de tempémarinade krachtig door elkaar. Leg de tempéplakjes erin en laat minstens een halfuur marineren.
Rooster het sesamzaad, de zonnebloempitten en de amandelen onder voortdurend roeren in een droge koekenpan tot ze geurig zijn en lichtjes bruin kleuren. Zet ze apart.
Meng de spinazie met de kiemen, de zongedroogde tomaatjes en de rozijnen in een kom. Roer de ingrediënten voor de dressing door elkaar en schenk ze over de salade.
Verhit wat olie in een koekenpan en bak de tempé langs beide kanten goudbruin. Leg de tempé op de salade en strooi de noten en pitten erover.
Serveer deze salade met knapperig vers brood.
Enkele dagen geleden was ik een hele ochtend druk in de weer in mijn keuken. De zon scheen, dus het was hét moment om te koken en foto’s te maken voor dit blog. Maar uiteindelijk bleken zowel het eten als de foto’s niet aan mijn verwachtingen te voldoen. Het enige wat ik aan mijn ochtendje keukengezwoeg overhield was een berg afwas…
Vandaag probeerde ik zomaar wat uit voor mezelf: een supersnel chocolade-ideetje, omdat ik nood had aan iets hartverwarmends. Geheel onverwacht was ik ontzettend gelukkig met het resultaat; een vleugje rozensiroop maakt van chocolademelk een elegante, geraffineerde drank. Less is more?
voor 1 kop
Ingrediënten
• 40 g chocolade (melk of puur, naar eigen smaak)
• 250 ml (soja)melk
• 1 scheut rozensiroop of -water
Zo maak je het
Breek de chocolade in stukjes en doe hem in een kop. Breng de melk in een steelpannetje aan de kook. Als de melk schuimig en heet is, giet je hem over de chocolade. Roer goed. Voeg een scheut rozensiroop toe en roer nog eens goed door, tot de chocolade helemaal is opgelost in de melk. Geniet!
Weinig mensen raken enthousiast bij de gedachte aan verse schorseneren bereiden. Omwille van het schrob- en schilwerk wordt de schorseneer in de volksmond weleens keukenmeidenverdriet genoemd. Ten onrechte, vind ik, want het voorbereidingswerk valt best wel mee. En wat meer is: schorseneren zijn op zich al zo lekker van smaak, dat ze zelfs het meest eenvoudige gerecht tot iets bijzonders maken.
voor 2 personen
Ingrediënten
• 500 g verse schorseneren
• 1 flinke el boter of olie
• geraspte schil van 1 sinaasappel
• 1 tl piment
• peper en zout
• 2 dl (soja)room
• 1 el grof gehakte en geroosterde hazelnoten
• 1 handjevol verse peterselie, grof gehakt
• 250 g verse tagliatelle (veganisten kunnen gedroogde tagliatelle zonder ei gebruiken)
Zo maak je het
Vul een ruime kom met koud water en het sap van een citroen.
Trek keukenhandschoenen aan; het witte vocht in schorseneren maakt hardnekkige bruine vlekken op je huid die je maar moeilijk krijgt weg gewassen. Schrob onder de kraan het zand van de schorseneren. Schil ze vervolgens met een dunschiller en dompel ze onmiddellijk onder in het citroenwater om te voorkomen dat de schorseneren bruin kleuren.
Breng in een kookpan water met wat zout aan de kook. Snijd de schorseneren in stukken van ongeveer 5 cm, kieper ze in het kokende water en kook ze in ca. 10 minuten beetgaar. Giet de schorseneren af en laat ze goed uitlekken.
Breng water met zout aan de kook voor de tagliatelle.
Verhit de boter in een hapjespan en bak de schorseneren goudbruin. Je kunt ook olie gebruiken, maar je schorseneren zullen dan wellicht een tikje minder mooi bruin kleuren. Haal enkele schorseneren uit de pan voor de garnering. Voeg aan de overige schorseneren de room, de sinaasappelschil, het piment en peper en zout naar smaak toe. Laat de room op een zacht vuurtje wat indikken.
Kook de tagliatelle beetgaar. Giet hem af en roer hem door de schorseneren-roomsaus. Verdeel de pasta over twee borden en garneer met de achtergehouden schorseneren, de hazelnoten en de peterselie.
De etalages van winkels allerhande kleuren alweer enkele weken rood. Pluchen beesten, mokken, pyjama’s, keukenschorten, kussens en ondergoed: je kunt het zo gek niet bedenken of het schreeuwt ‘I love you.’ Met liefde heeft dit commercieel vertoon weinig te maken, en de meeste koppels uit mijn omgeving laten Valentijn dan ook met plezier aan zich voorbijgaan. Maar het kan ook een stuk bescheidener, eenvoudiger en… lekkerder! Of anders gezegd: ik vind elke reden om koekjes te bakken een goede reden.
Je kunt zelf kiezen of je “gevulde” koekjes maakt – zoals op de foto – of “enkele” koekjes die je voor de helft in chocolade doopt. Persoonlijk vind ik de gevulde koekjes een hoger romantisch gehalte hebben, want zeg nu zelf: twee harten die je met chocolade aan elkaar smeedt, het getuigt van een bijzondere symboliek, nietwaar? ;-)
Ps: deze koekjes smaken ook bijzonder goed als je single bent…
voor ca. 25 gevulde koekjes (afhankelijk van de grootte van het vormpje)
Ingrediënten
• 300 g bloem
• 125 g fijne suiker
• 1 ei
• 150 g boter op kamertemperatuur
• 50 g gedroogde kersen, fijngehakt
• snuifje zout
• 125 g pure chocolade van voortreffelijke kwaliteit
Zo maak je het
Meng de boter en de suiker tot een romig mengsel. Roer het ei erdoor en daarna de bloem, de kersen en het snuifje zout. Kneed tot je een stevige, gladde bal hebt. Wikkel de bal in plasticfolie en leg hem minstens 1 uur in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 175° Celsius.
Rol het deeg uit tot een grote lap van ca. 3 mm dik. Steek met een (hartvormig) vormpje koekjes uit en leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat. Bak de koekjes 10 à 15 minuten in de oven op 175° Celsius tot ze heel zachtjes bruin kleuren. Laat de koekjes afkoelen op een rooster.
Smelt de chocolade au bain-marie. Bestrijk de helft van de koekjes met de gesmolten chocolade en druk er telkens een ander koekje op. Laat de chocolade hard worden.
De eerste maandag na Driekoningen is het – vooral in Antwerpen en omstreken – Verloren Maandag. Dan puilen de bakkers uit van de worstenbroden en appelbollen, en in een aantal echte Antwerpse cafés krijg je zo’n worstenbrood of appelbol gratis aangeboden bij een drankje. Ook al laat ik worstenbroden al jarenlang aan mij voorbijgaan, ik blijf Verloren Maandag een gezellige traditie vinden. Een appelbol haal ik gewoon bij de bakker, en mijn “worstenbroodjes” maak ik zelf. Niet met worst (al kun je natuurlijk ook perfect een vegetarisch worstje in bladerdeeg wikkelen), maar wel met een pittige tofoevulling. Met een fris slaatje erbij heb je een snelle, eenvoudige maaltijd.
voor 4 tofoebroodjes (of 2 personen)
Ingrediënten
Voor de tofoebroodjes:
• 1 kant-en-klare taartbodem van (veganistisch) bladerdeeg
• 200 g tofoe, geprakt
• 1 el olijfolie
• 2 kleine uien, gesnipperd
• 2 el sojasaus
• 2 el scherpe Dijon-mosterd
• 1 handvol peterselie, grof gehakt
• peper en zout
• 2 tl (soja)room of -melk
Voor het slaatje:
• 1 bakje veldsla, gewassen en droog gezwierd
• 1 el (noten)olie
• 2 el gedroogde cranberries of kersen
• peper en zout
Zo maak je het
Verwarm de oven voor op 200° Celsius.
Verhit de olijfolie in een pan en bak de uisnippers tot ze lichtjes bruin kleuren. Laat ze afkoelen.
Meng de geprakte tofoe met de ui, de sojasaus, de mosterd, de peterselie, en peper en zout naar smaak.
Verdeel de taartbodem in vier gelijke stukken. Schep een vierde van het tofoemengsel op een lapje deeg en rol het op zodat je een gesloten “pakketje” krijgt. Herhaal dit met de rest van de tofoe en het deeg. Bestrijk elk tofoebroodje met wat room of melk. Bak de broodjes ca. 15-20 minuten in de oven op 200° Celsius, of tot ze mooi bruin kleuren.
Meng voor het slaatje de veldsla met de olie en de gedroogde vruchten. Kruid met peper en zout naar smaak.
Als ik fantaseer over wat sultan Sjahriaar en Sheherazade tijdens de vertellingen van Duizend-en-één nacht aten, dan denk ik aan zachte, aromatische spijzen waarin warme specerijen hand in hand gaan met vruchten, noten en bloemenparfums. Dit stoofpotje heeft weinig met de echte Perzische keuken te maken, maar toch geloof ik graag dat de sultan en zijn verhalenvertelster er tussen twee episodes door van genoten zouden hebben. Dit gerecht is heel mild van smaak. Heb je het liever wat pittiger, voeg er dan een snuifje chilipoeder aan toe.
voor 2 personen
Ingrediënten
• 50 g gedroogde (ongezwavelde) abrikozen
• 250 g tofoe
• 2 el sojasaus
• 1 el olie
• 1 ui, gesnipperd
• 1 blik gehakte tomaten (of verse tomaten in het seizoen, ontveld en ontpit)
• 1 tl gemalen koriander
• 1 tl gemalen komijn
• 1 tl piment
• 1/2 tl kurkuma
• peper en zout
• 2 el hele blanke amandelen
• 125 g (soja)yoghurt
• 2 el (soja)room
• 1 scheut rozenwater of rozensiroop (optioneel)
• fijngehakte verse koriander of peterselie
• rijst om te serveren
Zo maak je het
Overgiet de abrikozen met heet water en laat ze minstens een uur wellen. Giet het water af en snijd de abrikozen doormidden.
Snijd de tofoe in dobbelsteentjes en meng met de sojasaus. Laat minstens een halfuur marineren.
Verhit de olie in een kookpan en stoof de ui tot hij glazig is. Voeg de specerijen toe en laat enkele minuten bakken tot het mengsel geurig is. Voeg de tomaten, de abrikozen en de tofoe (+ marinade) toe en kruid met peper en zout. Laat alles – met het deksel op de pan – een halfuur pruttelen op een zacht vuur. Rooster intussen de amandelen in een droge koekenpan of in de oven tot ze lichtjes bruin kleuren.
Roer vlak voor het serveren de yoghurt, de room en het rozenwater door het tofoe-tomatenmengsel. Breng het niet meer aan de kook.
Serveer dit stoofpotje op een bedje van rijst en strooi er de amandelen en de verse kruiden over.







