
Sla niet in paniek bij het woord ‘gehakt’ in de titel! Het gaat om seitangehakt, dus deze bladerdeeghapjes zijn 100% veggievriendelijk. De seitanvulling is zacht en mals, de uienjam zorgt voor een vleugje pit.
voor ca. 16 broodjes
Ingrediënten
• 1 rol kant-en-klaar (plantaardig) bladerdeeg
• 250 g seitan
• 2 el vers broodkruim
• 1 el gedroogde tijm
• 2 el sojasaus (shoyu)
• ca. 8 tl uienjam
Zo maak je het
Verwarm de oven voor op 220° Celsius.
Doe de seitan in een blender en mix fijn. Meng er het broodkruim, de tijm en de sojasaus door. Breng op smaak met peper en zout.
Rol het bladerdeeg open. Heb je een ronde lap, snijd de randjes er dan af zodat je een rechthoek krijgt. Snijd die rechthoek overlangs doormidden. Beleg de helft van elke strook in de lengte met seitangehakt. Verdeel de uienjam over het gehakt. Vouw telkens de lege helft van het bladerdeeg over de vulling. Druk de randjes goed aan; dat gaat het makkelijkst met een vork.
Je hebt nu twee lange ‘worsten’. Snijd elke worst in ca. 8 schijfjes. Leg die op een met bakpapier beklede bakplaat en bak de gehaktbroodjes 10 à 15 minuten in de oven op 220° Celsius.
Dien de gehaktbroodjes warm op.

De ui is voor velen wellicht zowat de meest ordinaire groente die er is, maar wanneer je de robijnen glans van een rode ui ziet, dan dicht je de bolletjes toch onmiddellijk meer klasse toe. In deze uienjam – met Midden-Oosterse allures – krijgt de ui alle eer die ze verdient. Dadels en granaatappelstroop zorgen voor een mooi evenwicht van zoet en zuur.
Voor granaatappelstroop kun je in Turkse winkels terecht. Vind je de stroop niet, gebruik dan balsamicostroop of een mengeling van balsamicoazijn en honing (of agavestroop).
voor 2 kleine jampotjes
Ingrediënten
• 500 g rode uien, gepeld en gesnipperd
• 2 el olijfolie
• 1 dl granaatappelstroop
• 4 el honing (of agavestroop)
• ca. 10 dadels, ontpit en in stukjes gehakt
• 1 tl kaneel
• peper en zout naar smaak
Zo maak je het
Stoof de uien in de olijfolie op een zacht vuurtje, tot ze glazig zijn. Voeg de andere ingrediënten toe en laat pruttelen tot de uien helemaal zacht zijn en de jam is ingedikt. Dit duurt ongeveer een uur.
Spoel twee schone jampotjes en de deksels met heet water. Vul ze met de hete uienjam en sluit onmiddellijk af.
Deze uienjam is lekker bij krokant gebakken seitanlapjes (bijv. tussen een broodje) of bij gegrilde haloumi. Je kunt er ook deze bladerdeeghapjes mee maken.

Thuis werd er vooral gekookt door mijn moeder, maar enkele gerechten waren steevast mijn vaders werk. Sushi bijvoorbeeld. Mijn vader maakt al sushi van zolang ik me kan herinneren. Als kleine uk at ik al rolletjes rijst, gevuld met groenten en omhuld door nori. Omdat mijn vader zo behendig is in het rollen van sushi, waagde ik me er nooit eerder aan en wachtte ik altijd geduldig af tot hij ze serveerde.
Enkele jaren geleden at ik in het Londense restaurant Saf sushi die 100 procent ‘rauw’ was. Geen grammetje rijst kwam er aan te pas; de basis bestond uit fijngehakte, smaakvol gemarineerde pastinaak. Wat een verrassing!
Gek genoeg kwam ik pas enkele weken geleden op het idee om zelf te experimenteren met pastinaaksushi. Ook al heb ik nog lang niet de rolbehendigheid van mijn vader, en ook al kunnen mijn hapjes nog niet tippen aan de smaakbommetjes van Saf, ik was meer dan tevreden met het resultaat! Zelfs mijn vader at op kerstavond met plezier van mijn alternatieve sushi… ;-)
voor 2 sushirollen
Ingrediënten
voor de ‘rijst’:
• 300 g pastinaak, geschild en in blokken gesneden
• 1 umeboshipruim (Japanse gezouten pruim), fijngehakt
• 2 el rijstazijn
• 1 el shoyu
• 1 el sesamolie
• 1 tl tahin
• 2 geroosterde vellen nori
• 1/2 avocado, geschild en in reepjes gesneden
• een paar druppels citroensap
• zout
• een paar plukjes tuinkers
• enkele plakjes ingelegde gember
Zo maak je het
Doe de pastinaakblokjes in een blender en pulseer tot je kleinere pastinaakstukjes hebt.
Voeg nu de umeboshi, rijstazijn, shoyu, sesamolie en tahin toe en mix tot de pastinaak enigszins de textuur van rijst vertoont. Als het goed is, heb je een behoorlijk smeuïg mengsel dat smeerbaar is. Mix zeker niet zo lang dat je pastinaakpuree hebt!
Besprenkel de reepjes avocado met wat citroensap om verkleuring tegen te gaan. Breng op smaak met zout.
Neem een vel nori en leg het op een sushimatje. Bestrijk ruim de helft van het norivel in de breedte met de helft van het pastinaakmengsel, maar laat aan de onderkant een randje vrij. Zorg ervoor dat je de pastinaakrijst gelijkmatig verdeelt. Maak in het midden een ‘gootje’ door de pastinaakrijst lichtjes in te drukken met een vork. Leg in dit gootje reepjes avocado. Verdeel er wat tuinkers en ingelegde gemberplakjes over.
Rol nu – met behulp van je matje – de sushi voorzichtig op, door de nori met de pastinaakrijst over de vulling heen te ‘vouwen’. Doe dat zo strak mogelijk. Wikkel de sushi in plasticfolie en leg tot gebruik in de koelkast (maximaal enkele uren).
Herhaal dezelfde stappen met het tweede norivel.
Snijd de sushi vlak voor het serveren met een scherp mes in schijfjes. Serveer met sojasaus en wasabi.

Voor het kerstavonddiner, dat gewoonlijk plaatsvindt bij mijn ouders thuis, worden de keukentaken meestal netjes verdeeld: iemand buigt zich over de hapjes, een ander tovert een voorgerecht op tafel, een koppel neemt het hoofdgerecht voor zijn rekening, en nog iemand anders creëert een dessert. Een prima regeling, vind ik, want op die manier krijgt niemand te kampen met een dag vol keukenstress en kan iedereen zich laten verrassen door de creaties van de anderen.
Dit jaar waren de hapjes mijn terrein. In de loop van de komende week geef ik beetje bij beetje de recepten prijs. Wie weet belanden ze dan nog wel in jouw nieuwjaarsmenu?
Deze kleine bruschetta met tapenade waren de eenvoudigste hapjes die op tafel verschenen, en toch vielen ze het meest in de smaak.
Ingrediënten
• 175 g ontpitte zwarte olijven
• 1 flinke el gedroogde kersen
• 2 el gezouten kappertjes (goed gespoeld en uitgelekt)
• 1 el gedroogde rozemarijn
• 1 el olijfolie
• 1 teentje look, gepeld en gehakt
• zwarte peper
• eventueel wat zout
• stokbrood of ciabatta
Zo maak je het
Doe alle ingrediënten, behalve peper en zout, in een blender en mix tot een grove puree. Breng op smaak met peper en proef of er wat zout bij moet. Aangezien de kappertjes erg zout zijn, is er wellicht geen extra zout nodig.
Rooster schijfjes stokbrood of ciabatta, die je hebt ingestreken met wat olijfolie, in de oven tot ze goudbruin zijn en besmeer ze met de tapenade. Serveer onmiddellijk.

Er zijn weken dat ik haast niet uit mijn keuken ben weg te slaan: ik hak, bak, schil, schaaf, pulseer en proef me te pletter. Ik probeer onverwachte smaakcombinaties uit – die weleens minder succesvol zijn, maar dat risico neem ik graag – en ik heb het geduld om minutenlang te staan roeren.
Helaas zijn er ook momenten dat al die keukenbedrijvigheid me koud laat. Koken moet snel gaan en de afwas moet tot een minimum beperkt blijven: dát zijn op zulke dagen de prioriteiten, waardoor avontuur en smaak in de verdrukking raken. Ik vrees dat ik me al een poosje in zo’n periode bevind. Alsof de donkere en kouder wordende dagen een rem zetten op mijn keukencreativiteit.
Gelukkig is er iets waarin ik zelfs op zulke momenten steevast tóch zin heb, iets dat het kleinste restje experimenteerdrang in me aanwakkert. Soep!
Welk seizoen het ook is, welke groenten er ook in huis zijn, hoe weinig fut of zin je ook hebt om aan het fornuis te staan… met soep kun je in een mum van tijd iets verrassends doen.
Deze soep van raapjes en kerrie is een pittige opkikker.
voor 2 tot 3 personen
Ingrediënten
• 1 el (olijf)olie
• 1 aardappel, geschild en in blokjes
• 1 kleine ui, gesnipperd
• 1 wortel, geschild en in blokjes
• 250 g raapjes, geschild en in blokjes
• 1 à 2 tl kerriepoeder
• 600 ml hete groentebouillon
• 3 el (soja)room
• peper en zout
voor de garnering:
• 2 el zonnebloempitten
Zo maak je het
Doe de olie in een kookpan. Stoof de ui tot hij glazig is. Voeg de aardappel, de wortel en de raapjes toe en laat, met het deksel op de pan, ongeveer 10 minuten stoven.
Voeg het kerriepoeder toe en roer het goed door de groenten. Giet de bouillon over de groenten, breng aan de kook en laat het geheel ca. 20 minuten koken of tot de groenten gaar zijn.
Pureer de soep met een staafmixer. Roer de room erdoor en breng op smaak met peper en zout.
Rooster de zonnebloempitten in een droge koekenpan goudbruin en gebruik ze om de soep te garneren.

Ook al ken ik de Sint niet persoonlijk, ik durf erop te gokken dat hij deze taartjes een warm hart zou toedragen. Voor ingrediënten als mandarijntjes, chocolade en kaneel moet de heilige man wel overstag gaan, toch? Wil je deze minitaartjes nog meer in Sinterklaassfeer onderdompelen, dan kun je de pecannoten vervangen door amandelen. Vergeet niet om een taartje bij je schoen te zetten! ;-)
Ingrediënten
voor het deeg:
• 100 g witte patisseriebloem
• 2 el ruwe rietsuiker
• 1 tl kaneel
• 2 el (olijf)olie
• 2 el sojaroom
• ca. 1 el koud water
voor de vulling:
• 100 g pecannoten
• 3 el agave- of ahornsiroop
• 3 el sap van mandarijntjes
• 1 tl geraspte schil van een (biologisch!) mandarijntje
voor de chocoladeganache
• 100 g pure chocolade, in stukjes
• 4 el (soja)room
voor de garnering:
• 12 halve pecannoten
Zo maak je het
Meng bloem, suiker en kaneel door elkaar. Roer er de olie en de room door en voeg een beetje water toe. Misschien heb je wat minder water nodig of misschien wat meer. Kneed je deeg snel tot een samenhangende bal. Wikkel het deeg in plasticfolie of stop het in een afsluitbare plastic doos en leg het minstens een halfuur in de koelkast.
Maak intussen de vulling. Maal de pecannoten samen met de mandarijntjesschil in een blender tot poeder. Roer er dan siroop en sap door en meng goed.
Verwarm de oven voor op 180° Celsius. Vet een muffinvorm (voor 12 muffins) in met wat olie.
Rol het deeg op een met bloem bestrooid werkvlak uit tot een dunne lap en steek er met een glas 12 cirkeltjes uit. Druk de deegcirkels in de muffinvormpjes, zodat je kleine taartbodempjes krijgt. Verdeel de pecannotenvulling over de bodempjes en strijk de vulling glad.
Bak de taartjes ca. 10 minuten in de oven op 180° Celsius, tot de taartbodempjes heel lichtjes bruin kleuren.
Haal de taartjes uit de vorm en laat ze op een taartrooster afkoelen.
Smelt voor de ganache de chocolade au bain-marie. Roer de room krachtig door de gesmolten chocolade. Verdeel de ganache over de taartjes. Druk een halve pecannoot in ieder taartje en laat de ganache opstijven.

Kruimelend deeg dat een smeuïge vulling van witlof omhult: deze rijke pasteitjes zijn een ware traktatie op koude winterdagen. De salade zorgt voor een fris tegenwicht.
Schrik niet van de lange ingrediëntenlijst! Deze pasteitjes zijn best eenvoudig te maken. Heb je een keukenmachine, dan is het een fluitje van een cent om zelf deeg te kneden. Wil je een extra snelle versie, neem dan je toevlucht tot kant-en-klaar kruimeldeeg…
De pasteitjes zijn lekker als voorgerecht, maar met bijvoorbeeld wat gestoomde groenten erbij kun je ze perfect als hoofdgerecht serveren.
voor 6 pasteitjes
Ingrediënten
voor het deeg:
• 100 g koude boter, in blokjes
• 200 g fijne tarwebloem
• een snuifje zout
• ca. 0,5 dl koud water
voor de vulling:
• 3 flinke struikjes witlof
• 1 klontje boter + 1 el olijfolie
• 1 tl ruwe rietsuiker
• 1 el mosterd
• peper en zout
voor de bechamelsaus:
• 1 el boter
• 1 el bloem
• 1,5 dl melk
• peper en zout
• 50 g emmentaler kaas, geraspt
voor de salade:
• 100 g veldsla
• 1 appel, geschild en in blokjes
• 1 kneepje citroensap
• een handjevol walnoten of pecannoten
• 1 el (noten)olie
• een vleugje fleur de sel (of ander zout)
Zo maak je het
Roer het zout door de bloem. Kneed dan de boter door de bloem tot je een kruimelend mengsel hebt. Voeg beetje bij beetje het water toe tot je een samenhangend deeg kunt vormen. Misschien heb je niet al het water nodig of misschien een beetje meer. Kneed je deeg niet te lang. Van zodra je een bal hebt, wikkel je hem in plasticfolie en leg je hem een halfuur in de koelkast.
Snijd de onderkant van de witlofstruikjes en verwijder de buitenste bladeren. Snijd de stronkjes in de lengte doormidden en dan overlangs in schijfjes. Verhit de boter en de olijfolie in een pan en stoof daarin het witlof op hoog vuur. Blijf roeren. Voeg de suiker toe en roer tot het witlof enigszins karameliseert. Zet een deksel op de pan en laat het witlof stoven tot het gaar is. Kruid met peper en zout en roer er de mosterd door.
Maak terwijl het lof gaart de bechamelsaus. Smelt de boter in een steelpan en roer er de bloem door. Blijf roeren terwijl je beetje bij beetje de melk toevoegt. Verhit al roerende op een zacht vuurtje tot de saus flink is ingedikt. Breng op smaak met peper en zout.
Roer de bechamelsaus en de geraspte kaas door het witlofmengsel. Laat het geheel afkoelen.
Verwarm de oven voor op 180° Celsius.
Haal het deeg uit de koelkast en verdeel het in zes gelijke stukken. Rol elk stuk tot een balletje en rol het met de deegroller uit tot een dunne cirkel.
Schep telkens op de helft van elke cirkel een paar lepels van de witlofvulling. Vouw de andere helft van het deeg erover en plooi de randjes om. Prik met een vork in de bovenkant van elk pasteitje. Leg de pasteitjes op een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze ca. 20 minuten in de oven op 180° Celsius, of tot ze goudbruin kleuren.
Was de veldsla en zwier hem droog. Besprenkel de appelblokjes met het citroensap en roer ze door de sla. Sprenkel er de (noten)olie en wat zout over. Rooster de noten in een droge koekenpan en strooi ze over de sla.
Serveer de warme pasteitjes met de salade.

De ingrediënten voor deze soep heb ik bijna altijd in huis. Dat maakt haar ideaal voor avonden dat ik laat thuiskom en weinig fut heb om nog boodschappen te doen. Meer werk dan wat groenten in blokjes snijden en zo nu en dan roeren, komt er bij de bereiding niet kijken. Terwijl de linzen pruttelen op het vuur en de kruidige geur van kaneel, rozemarijn en pimentón de keuken vult, kom ik met een glaasje van het een of ander en wat luchtige lectuur op adem.
Ik gebruik in dit recept pastaschelpjes van spelt, maar laat me in realiteit meestal leiden door wat er nog aan pasta in mijn voorraadkast ligt. Heb je weinig geduld, kies dan voor rode linzen in de plaats van blonde of groene. De rode zijn veel sneller gaar, maar hebben wel minder beet.
voor 2 personen
Ingrediënten
• 1 el olijfolie
• 1 rode ui, gesnipperd
• 1 teentje look, fijngehakt
• 2 wortelen, geschild en in blokjes
• 1 tl gerookt paprikapoeder (pimentón de la Vera)
• 0,5 tl kaneel
• 1 el fijngehakte rozemarijn
• 75 g blonde of groene linzen
• 1 blik tomaten, in blokjes
• 750 ml groentebouillon
• 100 g pastaschelpjes
• peper en zout
Zo maak je het
Stoof de rode ui in de olijfolie tot hij glazig is. Voeg de wortelblokjes en de knoflook toe en laat nog ca. 5 minuten stoven met het deksel op de pan.
Roer er het paprikapoeder, de kaneel en de rozemarijn door. Voeg de linzen, de tomaten en de bouillon toe en laat ongeveer 40 minuten pruttelen op een gematigd vuur, tot de linzen gaar zijn.
Voeg de pastaschelpjes toe en laat koken volgens de kooktijd op de verpakking.
Breng op smaak met peper en zout.
Serveer deze soep desgewenst met een scheutje (soja)room en met stevig bruin brood.

Ongeveer anderhalf jaar geleden verzon ik dit broodbeleg voor een collega toen ik samen met enkele andere collega’s bij haar op babybezoek ging. Intussen maakte zij dit recept al vaker dan ikzelf, zij het in een ‘verbeterde’ versie. Er moesten volgens haar beslist meer zongedroogde tomaatjes in. En gelijk had ze. De tomatenverdubbeling geeft dit beleg een intensere smaak, die herinneringen oproept aan warme zomerdagen…
Ingrediënten
• 200 g tofoe, in blokjes
• 100 g halfgedroogde tomaatjes op olie (uitgelekt)*
• 3 el pijnboompitten
• 4 el olijfolie (of gebruik de olie van de tomaatjes)
• 3 tl sojasaus
• een grote handvol basilicumblaadjes
• peper en zout
* in de plaats van de tomaatjes kun je ook gemarineerde artisjokhartjes gebruiken
Zo maak je het
Doe alle ingrediënten in een blender of keukenrobot en maal fijn. Breng op smaak met peper en zout.

Wat is het leuk om moestuinierende collega’s te hebben. Regelmatig staat er in de gang op het werk een doos of mand met de oogst van het moment. Vorige week ‘plukte’ ik uit die mand twee kraakverse rode bieten. Samen met oppeppende gember en verzachtende kokos werden ze omgetoverd tot een helroze soep.
voor 2 personen
Ingrediënten
• een scheut olijfolie
• 2 middelgrote rode bieten
• 1 wortel, geschild en in blokjes
• 1 appel, geschild en in blokjes
• een stuk verse gember van ca. 3 cm, geschild en gehakt
• 1 teen look, gepeld en fijngehakt
• 1 tl komijn, gemalen
• 2,5 dl dikke kokosmelk
• 500 ml groentebouillon
• peterselie of koriander voor de garnering
Zo maak je het
Verwarm de oven voor op 180° Celsius.
Schrob de bieten goed schoon onder de kraan, maar let op dat de schil intact blijft. Verpak de bieten in aluminiumfolie en rooster ze ca. 1 uur in de oven.
Stoof de wortelblokjes ca. 5 minuten in de olijfolie. Voeg de appel, de look en de gember toe en stoof nog 5 minuten.
Laat de bieten een beetje afkoelen, schil ze en snijd ze in blokjes. Voeg de biet samen met de komijn en de groentebouillon toe aan de andere groenten. Laat ongeveer een halfuur koken, tot de groenten gaar zijn.
Voeg de kokosmelk toe en warm nog even goed door. Pureer de soep met een staafmixer. Is de soep te dik? Voeg dan wat extra groentebouillon toe.
Kruid met peper en zout naar smaak en garneer met gehakt koriander- of peterselieblad.

