de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


70 groene smoothies (in één boek)

70groenesmoothiesMeer groene groenten eten, nam ik me bij het begin van het nieuwe jaar voor. Niet dat ik nooit groene groenten eet, hoor. Ze verschijnen geregeld op mijn menu. Maar omdat groene bladgroenten tjokvol vitaminen en mineralen zitten, kan een beetje extra beslist geen kwaad. Niets zo gemakkelijk als een groene smoothie drinken om meteen een flinke dosis gezond groen binnen te krijgen.

Zo nu en dan maakte ik al weleens een groene smoothie. Mijn great green smoothie is trouwens nog altijd een geliefd receptje. Maar toegegeven: ik kon wel wat extra motivatie en inspiratie gebruiken. Als ik aan groene smoothies dacht, kwam ik toch altijd een beetje bij dezelfde ingrediënten uit en na een paar keer dapper mixen, begon ik steevast op te zien tegen het afwassen van de blender.

Het boek 70 groene smoothies van Marjolijn van der Velde kwam dus als geroepen! Marjolijn presenteert in dit boek niet alleen een mooie verzameling recepten, ze geeft ook uitvoerig informatie over de voordelen van groene smoothies, ze gaat enthousiast in op het ‘wat’ en ‘hoe’ en geeft tal van tips om gemotiveerd te blijven blenden. Zo is er bijvoorbeeld een hoofdstukje over ‘groene smoothies in de winter’ met ideetjes om smoothies in de winter wat verwarmender te maken. Door gember of kaneel toe te voegen associeer je de drankjes al meteen een stuk minder met zonovergoten dagen.

Dat Marjolijn een pleidooi houdt voor biologische, seizoensgebonden en lokale groenten kan ik alleen maar toejuichen, ook al duiken er in de recepten geregeld mango’s, bananen en ananassen op …

Wat minder enthousiast ben ik over het hoofdstukje ‘superfoods’. Ook in mijn keuken vind je weleens wat gojibessen of chiazaad (vooral uit nieuwsgierigheid), maar ik blijf toch wat mijn bedenkingen hebben bij al die ‘wonderingrediënten’. Het gaat bijna altijd om exotische producten met een flinke ecologische voetafdruk en ik vraag me af of ze écht zo’n groot effect hebben op je gezondheid. Een overvloed aan ‘gewone’ groenten en vruchten lijkt me nog altijd het voornaamste.

Marjolijn raadt aan om elke dag groene smoothies te drinken en bij voorkeur zelfs tot 1,5 liter per dag. Maar dat vind ik persoonlijk net wat te veel van het goede. Vooral omdat de schrijfster erbij vertelt dat je maaltijden gerust door groene smoothies kunt vervangen als je wilt afvallen. Ik vind groene smoothies een leuke aanvulling zo nu en dan, maar geloof er toch in dat veel groenten éten, aangevuld met gezonde vetten en eiwitten, prioritair is. We hebben tanden om te kauwen, toch? En pas bij het kauwen komt er voldoende speeksel vrij dat helpt bij de vertering.

Hoe dan ook, 70 groene smoothies is een mooi boek, dat dankzij een frisse vormgeving aanstekelijk werkt. Een pluimpje ook voor de fotografen (groene smoothies fotograferen is geen sinecure, weet ik uit ervaring), want zelfs de ietwat bruinachtige brijtjes zien er smakelijk uit.

Sinds ik het boek in huis heb, maakte ik al enthousiast verschillende groene smoothies, ook al waren het eigen improvisaties. Maar dat maakt niet uit. Ik gebruik 70 groene smoothies zoals ik al mijn kookboeken gebruik: als een inspirerende, motiverende leidraad om zelf te experimenteren. En in dat opzicht zal ik dit boek zeker nog vaak ter hand nemen. Nu alleen nog hopen dat ik het afwassen van de blender niet te snel beu word …

(70 groene smoothies is een uitgave van uitgeverij Lannoo.)

Boekweit-banaanpannenkoekjes

boekweit-banaanpannenkoekjes ©Groene Prinses
We hebben allemaal af en toe nood aan comfort food, toch? Eind januari-begin februari ben ik de donkere winterdagen doorgaans meer dan beu, ook al moet ‘het ergste’ dan vaak nog komen. Geen betere remedie tegen winterdipjes dan op een luie zondagochtend lekker decadent ontbijten. Laat het buiten maar koud en donker zijn; binnen geurt het naar kaneel en is de thee behaaglijk warm.

Een decadent ontbijt hoeft trouwens niet synoniem te zijn met ongezond. Vers gebakken brood, een paar groentebelegjesyoghurt met granola en fruit, een groene smoothie … mogelijkheden genoeg om je tafel gezond te vullen. En als zoet extraatje boekweit-banaanpannenkoekjes!

Je maakt deze smakelijke pannenkoekjes met je ogen dicht. Ze zijn niet heel zoet van zichzelf, dus je kunt ze naar smaak bij zoeten. Ik druppel er het liefst kokosbloesemnectar over, maar ahornsiroop, honing of granenstroop kunnen natuurlijk net zo goed.

De speltbloem die ik voor deze pannenkoekjes gebruik, zit een beetje tussen wit en volkoren meel in. Eventueel kun je een beetje wit en volkoren meel mengen om hetzelfde resultaat te krijgen.

voor 2-3 personen

Ingrediënten
• 100 g lichte speltbloem
• 50 g boekweitbloem
• 1 el kokosbloesemsuiker (of iets anders zoets)
• 1 tl bakpoeder
• 1 tl kaneelpoeder
• 1 snuifje zout
• 25 g boter, gesmolten
• 1 ei, geklutst
• 2 bananen, fijngeprakt
• 125 ml amandelmelk
• een beetje extra boter, kokosolie of olijfolie om te bakken

voor de garnering:
• een paar geroosterde pecan- of walnoten
• kokosbloesemnectar, honing, ahornsiroop …

Zo maak je het
Meng alle droge ingrediënten in een grote kom.

Roer in een maatbeker de gesmolten boter, het ei, de amandelmelk en de geprakte bananen goed door elkaar.

Giet dit mengsel bij de droge ingrediënten en roer alles kort en krachtig door elkaar.

Verhit wat olie of boter in een koekenpan en schep per pannenkoekje een flinke eetlepel beslag in de pan. Bak de pannenkoekjes aan beide kanten goudbruin.

Serveer de pannenkoekjes warm met geroosterde noten en wat nectar, honing of siroop.

Gezond genieten bij Kofika

kofika ©Groene PrinsesWe waren al wekenlang nieuwsgierig: er zou een nieuwe zaak komen op de hoek van onze straat … Toen op 6 januari de deuren van Kofika voor het eerst openden, was ik meteen door het dolle heen. Kofika bleek niet alleen een gezellig adresje voor koffie en thee, de lunchkaart was ook nog eens gevuld met uitsluitend biologische en vegetarische gerechten. En dat op slechts enkele meters van onze voordeur!

Intussen hebben we dit nieuwe adresje al uitgebreid getest én goedgekeurd. De koffie en de thee zijn van Cuperus. Prima kwaliteit dus. Het ontbijt, de lunchgerechten en de gebakjes – die allemaal dagvers zijn en voortdurend wisselen – worden gemaakt door Les Odettes. De gerechten zien er kleurrijk en kraakvers uit.

Ik geniet van een boterham met zoete aardappelspread, terwijl mijn tafelgenoten zich te goed doen aan een zwarte bonenburger met pastinaakfrietjes, en een stevige soep van geroosterde groenten. Beslist geen standaard lunchgerechten, maar originele creaties die je ook nog eens een super gezond gevoel geven.

Zelfs de gebakjes passen helemaal bij goede voornemens om minder te snoepen, want ze zitten vol voedzame ingrediënten en zijn lekker ‘alternatief’ gezoet. Ook voor wie raw eet, is er meestal wel iets zoets in de aanbieding.

Een heerlijke nieuwe aanwinst in Antwerpen voor wie gezond vegetarisch wil genieten!

Kofika, Doornelei 2, 2018 Antwerpen

Veel geluk in 2015!

Groene Prinses 2015
Ik wens jullie een jaar vol kook- en eetplezier, warmte, gezelligheid, aangename verrassingen en onverwacht avontuur.

Het begin van het nieuwe jaar is echter niet alleen het moment om jullie veel geluk toe te wensen, maar ook om jullie te bedanken voor alle bijzonder leuke reacties en berichten die ik het afgelopen jaar mocht ontvangen. Jullie enthousiasme is de motor achter mijn blog! Ik kijk er al naar uit om jullie in 2015 weer een heleboel recepten en reisverslagjes te presenteren.

Wat ik nog meer wil in 2015? Dat lees je op het lijstje hieronder. Goede voornemens, weet je wel ;-)

voornemen2015 ©Groene Prinses
En wat zijn jouw plannen, dromen, verlangens en voornemens?

 

Witte chocoladetaartjes (raw & vegan!) vegan

witte chocoladetaartjes raw ©Groene Prinses
Op de valreep (of net te laat?) nog een kerstdessert. Voor piekeraars die nog altijd niet weten hoe ze hun kerstdiner moeten afsluiten of voor mensen die vinden dat je een heel jaar door kerst kunt vieren :-) Want natuurlijk doen deze taartje het goed bij elke feestelijke gelegenheid!

Ze zijn helemaal raw, veganistisch en glutenvrij, dus iedereen kan mee smullen!

Omdat deze taartjes behoorlijk machtig zijn, serveer je ze maar beter niet na een zware maaltijd.

Voor sommige ingrediënten, zoals kokosbloesemnectar of rauwe cacaoboter, zul je even naar een (grote) natuurvoedingswinkel moeten. In behoorlijk wat onlinewinkels vind je deze producten ook. Ben je geen veganist, dan kun je in plaats van kokosnectar ook rauwe honing gebruiken.

Geniet allemaal van fijne feestdagen, met gezellig kook- en eetplezier!

voor 6 taartjes

Ingrediënten
voor de bodem:
• 50 g donkere rauwe chocolade, grof gehakt
• 60 g pistachenoten (ongeroosterd en ongezouten!)
• 2,5 el kokosolie
• 2,5 el kokosnectar

voor de witte chocoladevulling:
• 200 g rauwe cashewnoten (een nachtje geweekt in water)
• 8 el kokosnectar (of rauwe honing)
• 1 vanillestokje
• 3 dl amandelmelk
• 100 g rauwe cacaoboter

voor de garnering:
• 2 tl cacaopoeder (rauw)
• 0,5 tl kaneel

Je hebt ook 6 metalen dresseerringen nodig van 6 à 6,5 cm doorsnede. Eventueel kun je ook één grote taart maken in een springvorm.

Zo maak je het
Maal de pistachenoten en de chocolade in een keukenmachine fijn.

Smelt de kokosolie au bain-marie (voor raw fooders is het belangrijk dat de olie niet boven de 40° C wordt verhit).

Roer de kokosolie en de nectar goed door het chocolade-pistachemengsel.

Zet elke metalen ring op een bordje. Verdeel het mengsel over de ringen en druk het goed aan tot je telkens een dunne bodem hebt.

Zet de bordjes in de koelkast en laat de bodems minsten een halfuur opstijven.

Giet de geweekte cashewnoten af. Snijd het vanillestokje doormidden en schraap de zaadjes eruit. Doe de cashewnoten, de nectar, de vanille en de amandelmelk in een keukenmachine en mix tot je een glad mengsel hebt. Hoe gladder, hoe beter.

Smelt de cacaoboter au bain-marie (niet boven de 40°C). Giet de gesmolten cacaoboter bij het cashewmengsel en mix nog even grondig.

Verdeel het mengsel over de opgesteven bodems in de ringen. Zet de bordjes terug in de koelkast en laat de taartjes minstens 8 uur opstijven.

Haal de taartjes voor het serveren uit de koelkast. Haal de ringen eraf. Gaat dit moeilijk? Verwarm de ringen dan even met je handen en trek ze daarna heel voorzichtig naar boven.

Meng het cacaopoeder met het kaneelpoeder. Knip eventueel figuurtjes uit papier en leg die op de taartjes. Bestrooi ze met het cacaomengsel. Haal de papiertjes weg en serveer onmiddellijk!

Kruidige amandelkoekjes voor kerst

amandelkoekjes met kerstkruiden ©Groene Prinses
In de kerstperiode duikt er altijd een vreemd verlangen naar Scandinavië bij me op. Ik geef toe dat ik niet meteen zit te wachten op lange, koude nachten, maar toch… als die duisternis gecompenseerd wordt met veel lichtjes, kraakverse kaneelbroodjes en krokante peperkoek, is ze toch het overwegen waard.

Mijn amandelkoekjes dragen een vleugje van die typisch Scandinavische, kruidige kerst in zich. Ze zijn waanzinnig gemakkelijk te maken en ook nog eens vrij van gluten en geraffineerde suikers, voor wie dat belangrijk vindt.

Geniet ervan bij een kopje kerstthee of een glaasje glühwein.

voor 15 à 20 koekjes

Ingrediënten
• 200 g blanke amandelen, heel fijn gemalen (+ ca. 20 extra)
• 100 g kokosbloesemsuiker
• 1 tl kaneelpoeder
• 0,5 tl kardemompoeder
• 0,5 tl gemberpoeder
• 50 g boter
• 1 ei, geklutst

 Zo maak je het
Verwarm de oven voor tot 175° Celsius.

Roer de amandelen, de kokosbloesemsuiker en de specerijen in een kom door elkaar.

Smelt de boter. Roer de boter en het ei door het amandelmengsel.

Bekleed een bakplaat met bakpapier.

Vorm met koele, enigszins vochtige handen balletjes van het deeg. Leg ze op de bakplaat en duw ze een beetje plat.

Garneer elk koekje met een hele amandel.

Bak de koekjes ca. 15 minuten in de oven.

Laat ze helemaal afkoelen. Als de koekjes uit de oven komen, voelen ze nog zacht aan, maar ze stijven op bij het afkoelen. Als het goed is, zijn de koekjes aan de buitenkant krokant en hebben ze binnenin een rocher-achtige textuur.

Bruschetta met geroosterde biet, za’atar en appel-selderijkruimels vegan

bruchetta met rode biet ©Groene Prinses
Of ik nog eens een recept met rode biet wilde bedenken, vroeg een lezeres van mijn blog me een poosje geleden. Omdat ze het zo lief vroeg én omdat rode biet een razend interessante wintergroente is, ging ik de uitdaging graag aan.

Toch moet ik toegeven dat ik in eerste instantie weleens zucht als ik rode bieten in mijn groentetas aantref. Niet dat ik ze niet lekker vind, maar ze zijn niet bepaald ‘snel-klaar-groenten’ en het duurt dágenlang voor ik al dat rood uit mijn groenteplank krijg geschrobd.

Maar wat is de smaak van langzaam geroosterde bieten in de oven toch heerlijk aards en zoet! Totaal niet te vergelijken met het voorverpakte en plat gekookte spul uit de winkel.

Ik dresseerde mijn geroosterde bietjes op stukken knapperig brood, bestrooid met ‘kruimels’ van selderij en appel, en een vleugje za’atar. Een prima voorgerechtje voor een kerstmenu! Je kunt de bieten gerust een dag op voorhand roosteren, zodat je kerstavond stressvrij tegemoet kunt treden.

rode bietjes ©Groene Prinses
Met de geroosterde bieten kun je echter nog veel meer aanvangen: meng ze met gare linzen, veldsla en walnoten voor een heerlijke salade; pureer ze met look, verse kruiden en walnoten tot een verrassende dipsaus; of voeg ze toe aan risotto. Wie heeft er nog ideeën?

Misschien ten overvloede, maar toch: za’atar is een kruidenmengeling van o.a. oregano, sumak en sesamzaad. Je vindt za’atar kant-en-klaar in de winkel of je kunt het zelf maken. In sommige mengelingen zit grof zeezout; in andere niet. In dat laatste geval, kun je zelf nog wat zout toevoegen.

voor 4 personen

Ingrediënten
voor de bietjes:
• 8 kleine rode bietjes, geschild
• 3 el olijfolie
• 3 el balsamicoazijn
• 1,5 el ahornsiroop
• peper
• zout

• 4 grote sneden ciabattabrood (of 2 kleine ciabattabroodjes, doormidden gesneden)
• 1-2 el olijfolie
• 1 teen look, gepeld en gehalveerd

• een halve appel, geschild
• 2 stengels (bleek)selderij
• een vleugje citroensap
• 2-4 tl za’atar
• grof zeezout (optioneel)
• 4 blaadjes munt, ter garnering

Zo maak je het
Rooster eerst de bietjes. Verwarm daarvoor de oven tot 175° Celsius.

Snijd elke bietje in vier tot zes stukken. Leg ze in een braadslee. Sprenkel de olijfolie, de azijn en de siroop erover en hussel alles goed door elkaar. Bestrooi met peper en zout.

Dek de braadslee af met aluminiumfolie en zet ze in de oven. Laat ongeveer 1 uur roosteren.

Haal de folie eraf, roer alles nog eens goed door elkaar en zet opnieuw in de oven. Afhankelijk van de grootte van de stukken, moeten de bietjes nog ongeveer een halfuur roosteren. Het vocht zal nu ook indikken.

Roer regelmatig en test zo nu en dan de gaarheid. De bietjes zijn het lekkerst (vind ik) als ze goed gaar zijn, maar nog wel een stevige beet hebben.

Haal ze uit de oven en laat ze afkoelen.

Haal de vezels van de selderij. Snijd de appel en de selderij in piepkleine blokjes. Zo klein je kunt! Meng ze door elkaar en besprenkel ze met citroensap.

Strijk de sneden brood langs beide kanten in met olijfolie en wrijf er dan krachtig met de look over. Leg het brood op een bakplaat en rooster het in de oven (175° C) tot het lichtjes bruin en krokant is.

Snijd intussen de geroosterde bietjes in blokjes van ca. 1 bij 1 cm.

Leg op elk bord een sneetje geroosterd brood. Leg er wat blokjes rode biet op en besprenkel met wat van het rodebietenvocht. Bestrooi met za’atar (en eventueel grof zeezout). Leg er een eetlepel van de appel-selderijkruimels op en garneer met een blaadje munt.

Dien onmiddellijk op!

Zo maak je zelf yummie yoghurt

yoghurt met amandelen en kaneel ©Groene Prinses
Zelf yoghurt maken: de volgende stap in mijn grote fermenteeravontuur! De eerste keer begon ik eraan met een flinke dosis faalangst. Zou de melk wel echt in yoghurt veranderen? Hadden de bacteriën het warm genoeg? Zou de yoghurt niet zuur worden? Veel zorgen om niets, want totaal onverwacht had ik een fles vol yoghurt met een prachtige zacht-romige consistentie.

Bijna zou ik durven uitroepen dat yoghurt maken kinderspel is, maar dan overdrijf ik toch een ietsepietsie. Er zijn namelijk wel een paar dingen waar je op moet letten. Maar als je dat doet, kan er niet veel misgaan. Begin met een kookthermometer en grote glazen fles in huis te halen en de rest volgt vanzelf!

Ik maakte voor dit recept yoghurt met vanille en een heel klein beetje suiker, maar als je naturel yoghurt wilt, laat je die twee ingrediënten gewoon weg.

De yoghurt op de foto kleedde ik nog aan met geroosterde amandelen, honing en kaneel. Helemaal in kerstsfeer!

voor ca. 1 liter

Ingrediënten
• 1 l volle biomelk
• 4 el volle bioyoghurt (levende yoghurt, zonder smaakmakers en andere toevoegingen!)

• 1 vanillestokje (optioneel)
• 1 el kokosbloesemsuiker of ruwe rietsuiker (optioneel)

Zo maak je het
Laat voor je begint de yoghurt op kamertemperatuur komen. Zet de fles waarin je de yoghurt wilt maken op een warme plaats (bijv. de radiator) of vul ze met warm water. Doe hetzelfde met een klein kommetje.

De bacteriën die de melk in yoghurt omzetten doen dat alleen als ze het lekker warm hebben, dus het is vooral belangrijk om voor de juiste temperatuur te zorgen als je yoghurt wilt maken.

Snijd het vanillestokje doormidden en schraap de zaadjes eruit. Doe ze samen met de suiker bij de melk.

Giet de melk in een grote pan en verwarm hem heel geleidelijk aan tot 82° Celsius. Kijk op je kookthermometer! Laat de melk daarna afkoelen tot 42 à 46° Celsius, dat is de temperatuur die je nodig hebt voor fermentatie.

Vul het kommetje dat je hebt warm gemaakt met ca. 2 dl melk (van 42 à 46° C, dus) en roer de 4 eetlepels yoghurt erdoor.

Roer dit mengsel bij de rest van de melk en giet dit onmiddellijk in je (warme!) fles. Draai de stop erop en zet de fles op een warme plaats.

Het is belangrijk dat je fles met melk gedurende een paar uur de temperatuur van ca. 46° Celsius aanhoudt. Er bestaan yoghurtmakers die die temperatuur heel precies voor je creëren, maar je hoeft zo’n ding niet per se in huis te halen. Je kunt je fles ook in warmwaterbaden zetten die je constant op 46° Celsius probeert te houden of een isoleerkan gebruiken. Of je kunt, zoals ik, heel intuïtief te werk gaan. Ik wikkel mijn fles in een dikke wollen sjaal en zet ze op de radiator (die lekker warm is, maar niet loeiheet). Ik heb geen idee van de temperatuur tijdens het fermentatieproces en misschien heb ik al een paar keer ontzettend veel geluk gehad, maar na vier uur fermenteren had ik wat ik wilde hebben: yoghurt!

De eerste keer was mijn yoghurt lekker dik; de tweede keer fermenteerde ik hem maar drie uur en had ik eerder ‘drinkyoghurt’. Je moet dus een beetje uitzoeken wat je zelf het liefst hebt.

Fermenteer echter niet te lang, want dan kan alles gaan schiften.

Veel experimenteer- en fermenteerplezier!

(veel dank aan Sandor Ellix Katz; zijn boek The art of fermentation bracht me op het juiste yoghurtpad)

9 x supersnel vegan broodbeleg vegan

cashew-tomatenpesto ©Groene Prinses
‘Wat eet jij dan op je boterham?’ Het is de vraag die ik steevast te horen krijg wanneer ik vertel dat ik niet alleen vegetariër ben, maar ook nog eens geen kaas lust (behalve als die kaas gesmolten is of Parmezaanse kaas, maar da’s weer een heel ander verhaal). Ik kan me voorstellen dat veganisten nog vaker geconfronteerd worden met grote ogen en gefronste wenkbrauwen, want voor hen gaan antwoorden als ‘eiersla’ en ‘komkommersla’ ook al niet op.

Meestal heb ik de neiging om te antwoorden met een wedervraag: ‘Eet jij dan alleen kaas of vlees?’ Maar ik vrees dat ik dan een reactie als ‘nee, ook choco en confituur’ mag verwachten en dan is de lol er ook af.

Vanaf nu verwijs ik al wie nog vraagt wat ik op mijn boterham eet lekker door naar deze blogpost. Geen uitgebalanceerde recepten hier, maar gewoon een inspirerend lijstje voor belegjes die je in een handomdraai in elkaar flanst. Oké, toegegeven, dit beleg kost een tikje meer werk dan een pakje kaas uit de koelkast halen, maar langer dan tien minuten zul je er niet mee bezig zijn en de voldoening is zoveel groter!

Heb je wat meer tijd, probeer dan zeker de spreads uit de categorie broodbeleg uit! De tofoe-tomatenspread en de tapenade van zwarte olijf en kers zijn mijn favorieten.

Oosterse avocado
Beleg een boterham met schijfjes avocado of wat geprakte avocado. Besprenkel met tamari of shoyu (of andere sojasaus), wat versgeraspte gember als je die in huis hebt en véél zwarte peper. Gebruik een avocado die mooi rijp is; daarmee staat of valt het succes van deze sandwich.

Gebakken tofoe met tapenade of pesto
Sprenkel wat tamari of shoyu (of andere sojasaus) over een paar plakjes tofoe. Bak de plakjes krokant in een koekenpan. Besmeer een boterham met tapenade (zonder ansjovis!) of pesto (zonder kaas) en leg de plakjes tofoe erop. Leg er een tweede boterham op en verorber onmiddellijk!

Cashew-tomatenpesto (zie foto)
Laat een flinke handvol cashewnoten een nachtje weken. Giet ze af en doe ze met een paar eetlepels halfgedroogde tomaatjes, peper en zout en wat verse kruiden in de keukenmachine. Mix tot een gladde spread.

Kruidige kokosboter
Te simpel voor woorden, maar toch lekker. Besmeer een boterham met een laagje (niet-vloeibare) kokosolie. Bestrooi met een kant-en-klare kruidenmix zoals za’atar (op basis van sesam, sumak en tijm) of dukkah (op basis van noten, koriander en komijn).

Tempéplakjes met mosterd en zuurkool
Marineer een paar gerookte tempéplakjes in wat tamari of shoyu (of andere sojasaus). Bak ze krokant in een koekenpan. Beleg een broodje met de tempéplakjes, smeer er wat mosterd op en schep er flink wat rauwe zuurkool bij.

Veggiespread met gemarineerde artisjokhartjes
Voor als het echt snel moet gaan, want hiervoor gebruik ik kant-en-klare veggiespread van de winkel. De ‘tartino’ van La vie est belle vind ik bijvoorbeeld lekker. Om deze spread een beetje te ‘pimpen’ leg ik er gemarineerde artisjokhartjes uit bokaal op.

Veganaise met veel tuinkers
Smeer een laagje veganaise (of mayonaise voor de niet-veganisten) op een boterham en leg er flink wat verse tuinkers op.

hazelnoot-ahornchoco ©Groene Prinses
Hazelnoot-ahornchoco (zie foto)

Zoet kan natuurlijk ook. Dit beleg is zelfs mijn ultieme favoriet. Zo ontzettend veel beter dan choco uit een potje! Mix 1 theelepel ongezoet cacaopoeder met 0,5 theelepel kaneelpoeder en 1 flinke theelepel ahornsiroop. Roer hierdoor 1 eetlepel notenpasta. Ik gebruik altijd hazelnoot-amandelpasta, maar ik kan me voorstellen dat pindakaas een lekker ‘snickers-effect’ geeft. Je kunt natuurlijk meer maken; deze hoeveelheden geven alleen maar de verhouding weer.

Pindakaas met banaan en een vleugje cacao
Bestrijk een boterham met pindakaas, leg er schijfjes banaan op en bestrooi met wat cacaopoeder.

En jullie, wat eten jullie op de boterham? Wie heeft er nog lekkere veganistische ideeën?

Snelle maaltijdsoep met ravioli en wortelpeterselie

soep met ravioli en wortelpeterselie ©Groene Prinses
Kant-en-klaarmaaltijden haal ik zo weinig mogelijk in huis. Je weet wel: ze zijn niet gezond, duur voor wat je krijgt en meestal behoorlijk belastend voor de afvalberg. Maar soms zijn ze oh zo gemakkelijk … En er zijn momenten – ik kan het ook niet helpen – dat ik ontzettend veel zin heb in kant-en-klare ravioli. Die bestaat ook in veggie bioversie, dat maakt het al een stuk minder erg, toch? ;-)

Op dagen dat ik echt geen fut of tijd heb om te koken roer ik snel wat kant-en-klare (bio!)pesto door de ravioli, maar als ik meer tijd heb, probeer ik van de ravioli iets te maken dat lijkt op een ‘echte maaltijd’. Met wat bouillon, een handjevol groenten en een restje gare peulvruchten maak je in een mum van tijd een weldadige maaltijdsoep.

Je hoeft natuurlijk niet strikt het onderstaande recept te volgen; gebruik gerust de groenten en peulvruchten die je nog in huis hebt.

voor 2-3 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 1 prei, gewassen en in halve ringen gesneden
• 2 wortelen, geschild en in blokjes
• 3 stuks wortelpeterselie, geschild en in blokjes
• een paar savooikoolbladeren (liefst van de binnenkant), in reepjes
• een restje gare kikkererwten
• 1 liter lekkere groentebouillon
• 1 pakje kant-en-klare vegetarische ravioli
• peper en zout
• eventueel wat verse kruiden zoals basilicum of peterselie, grof gehakt

Zo maak je het
Verwarm de olijfolie in een grote kookpan. Stoof de prei enkele minuten. Voeg de wortel- en wortelpeterselieblokjes toe en stoof nog enkele minuten. Overgiet met de groentebouillon en laat een 5-tal minuten koken.

Voeg de kikkererwten en de savooireepjes toe en laat nog een paar minuten koken tot de groenten beetgaar zijn.

Voeg de ravioli toe en kook volgens de instructies op de verpakking.

Kruid met peper en zout.

Schep de soep in kommen en bestrooi met de gehakte kruiden.