de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Salade met broccoli, kapucijners en tempé vegan

salade met kapucijners en tempe
Een succesvolle moestuinier zal ik allicht nooit worden. Succesvol in de zin van: tonnen groenten uit je tuin halen zodat je amper wat hoeft te kopen in de winkel. Als ik succes mag vertalen naar ‘juichend toekijken hoe alles groeit op mijn terras’ of ‘volop genieten van elk groen blaadje dat ik pluk’, dan ben ik wél succesvol ;-)

Sinds we in februari verhuisden, hebben we een terras en dat vulde ik gretig met een rijtje potten. Vanuit de keuken het terras op stappen en hier en daar wat plukken om mijn gerechten op te fleuren: ik zou het al niet meer kunnen missen. Ik hield het vooral bij kruiden en (eetbare) bloemen en blaadjes, maar als enorme peulvruchtenfan wilde ik toch ook een grotere uitdaging. Ik zou in twee potten kapucijnererwten zaaien. Want die dingen vind je amper in de winkel. Dat er op mijn terrasje veel te weinig zon komt voor ‘echte’ groenten negeerde ik dapper.

En gelukkig maar. Want ik was door het dolle heen toen het eerste groen de kop op stak. En op het moment dat de prachtige paarse bloemen tevoorschijn kwamen, was mijn experiment al geslaagd. De bloemen werden peulen en de peulen werden almaar dikker. Vorige week oogstte ik mijn eigen kapucijnererwten! Een handjevol gedopte erwten, meer niet. Maar ze smaakten onweerstaanbaar goed.

kapucijners Groene Prinses
Ik combineerde ze met broccoli, radijsjes, gebakken tempéstukjes en een mosterddressing. Met nog wat focaccia met tomaatjes en asperges erbij was ons feestmaal compleet.

voor 2 personen

Ingrediënten
• 1 broccoli, in roosjes
• 1 bosje radijsjes
• een flinke handvol vers gedopte kapucijners of erwten

• 100 g gerookte tempé
• een mespunt gerookt paprikapoeder
• 2 el tamari
• 1 tl ahornsiroop
• olijfolie

voor de dressing:
• 1 tl mosterd
• 1 tl honing (of rijststroop voor veganisten)
• 1,5 el appelazijn
• 3 el olijfolie
• peper en zout

Zo maak je het
Verkruimel de tempé in een kommetje. Klop de tamari, de ahornsiroop en het paprikapoeder door elkaar en schenk het over de tempé. Roer goed en laat een poosje marineren.

Breng twee kookpannen met water aan de kook. Voeg wat zout toe als het water kookt. Blancheer de broccoliroosjes in de ene kookpan beetgaar (ca. 5 minuten). Blancheer de erwten of kapucijners in de andere pan tot ze net gaar zijn (3 à 5 minuten). Giet beide groenten af en laat ze schrikken onder de koude kraan. Laat de groenten goed uitlekken.

Snijd de radijsjes in plakjes. Schik al de groenten in een slakom.

Klop de ingrediënten voor de dressing krachtig door elkaar. Breng op smaak met peper en zout en schenk ze over de groenten.

Verwarm wat olijfolie in een koekenpan en bak de tempékruimels al roerende krokant. Strooi ze over de salade en dien meteen op.

Panzanella met gekaramelliseerde venkel vegan

panzanella met venkel Groene Prinses

In de zomer dirigeert eenvoud mijn keuken. Mooie, zongerijpte groenten hebben niet veel nodig om heerlijk te smaken. Sappige tomaten, wat uitmuntende olijfolie, verse blaadjes basilicum en een vleugje fleur de sel: dé smaak van de zomer, wat mij betreft.

Een wat rijkere versie van zo’n simpele tomatensalade is panzanella. Jaren geleden, toen mijn blog nog in zijn kinderschoenen stond, postte ik daarvoor al eens een recept. Het leuke aan panzanella is dat je naar hartenlust kunt variëren. Mijn oorspronkelijke recept is nog altijd de basis waarvan ik vertrek, maar soms voeg ik een ‘extraatje’ toe. Onlangs maakte ik een versie met zachte, lichtjes gekaramelliseerde venkel erbij. En ik ben helemaal verkocht!

Om de dressing wat meer diepte te geven, voeg ik een scheutje ahornisroop toe. Niet-veganisten kunnen ook voor kruidige honing kiezen. Vind je dat extra zoet niet nodig? Laat het dan gewoon weg. Je panzanella zal nog altijd een zomerse smaakbom zijn.

Heb jij een favoriet zomerrecept? Maak je het weleens klaar voor vrienden, familie of buren? Neem dan deel aan de ‘zomerkeuken’ van Velt. Toon jouw zomerse maaltijd op Facebook en gebruik de hashtag #zomerkeuken op andere sociale media. Meer info vind je op de website van Velt.

voor 2 personen

Ingrediënten
• 7 trostomaten (middelgroot)
• 1 flinke venkelknol
• een handjevol zwarte, ontpitte olijven
• 2 tl gezouten kappertjes (goed afgespoeld en uitgelekt)
• 1 teentje look (optioneel)
• 2 dikke sneden stevig brood van minstens een dag oud*
• een handjevol basilicumblaadjes
• olijfolie om in te bakken
• peper en lekker zout

voor de dressing:
• 1 el balsamicoazijn
• 2 el olijfolie van goede kwaliteit
• 1 tl ahornsiroop (of honing)

*Ik gebruikte zelfgebakken bruin speltbrood, maar gebruik wat je in huis hebt. Gebruik je stokbrood of ciabatta, neem dan wat meer sneetjes.

Zo maak je het
Verwijder de kroontjes van de tomaten en snijd ze, afhankelijk van de grootte, in vier of zes stukken. Doe ze in een grote kom.

Doe de olijven en de kappertjes bij de tomaten. Gebruik je een teentje look? Pers het dan uit over het tomatenmengsel.

Klop de ingrediënten voor de dressing krachtig door elkaar en schenk ze over de tomaten. Roer alles door elkaar.

Verwijder de voet en de harde stelen van de venkel en schil de buitenste vezels weg met een dunschiller. Snijd de knol overlangs in dunne plakken. Verwarm wat olijfolie in een koekenpan en bak de venkelplakjes aan beide kanten tot ze goudbruin kleuren, heel zacht zijn en enigszins karamelliseren.

Schep de venkelplakjes op een bord en laat ze een beetje afkoelen.

Snijd de sneden brood in blokjes. Verwarm opnieuw wat olijfolie in de pan en bak de broodblokjes aan beide kanten goudbruin. Houd dit goed in de gaten, want brood verbrandt snel!

Snijd de venkelplakjes in reepjes en hussel ze samen met de broodkorstjes door de tomatensalade. Scheur er de basilicumblaadjes over en bestrooi met versgemalen peper en zout naar smaak. Let op: de kappertjes zijn ook al zout, dus proef voor je er te veel zout aan toevoegt.

Ik eet de salade het liefst lauwwarm of op kamertemperatuur. Serveer je hem te koud, dan komen de smaken niet goed tot hun recht.

Aardbei-rabarbercompote met Roomse kervel vegan

rabarber-aardbeicompote 1 Groene Prinses
Rabarber roept herinneringen op aan de vroegere tuin van mijn ouderlijke huis. Als kind keek ik er ieder jaar naar uit om de stengels te plukken en er ‘moes’ van te maken. Een voortreffelijke combinatie van zuur en zoet.

De tuin hoort intussen al lang andere mensen toe. Geen idee of de rabarber er nog staat. Gelukkig heb ik collega’s die me geregeld wat toeschuiven uit hun tuin. Een van de voordelen van werken voor Velt :-) Van de ene collega kreeg ik wat rabarberstengels, van een andere kreeg ik eerder dit jaar al een mooi plantje Roomse kervel voor mijn terrastuintje.

Samen met aardbeien vonden ze hun weg in deze compote. De Roomse kervel zorgt voor een kruidig tintje en een beetje extra zoetheid, maar hij is niet onontbeerlijk in dit recept. Ik serveer de compote graag met wat vanille-kokosyoghurt, besjes en geroosterde amandelen. Een mooi dessertje of een luxeontbijt.

rabarber-aardbeicompote 2 Groene Prinses
voor 2 personen

Ingrediënten
• 2 grote, dikke rabarberstengels
• 400 g aardbeien
• 2 el (kokosbloesem)suiker
• 2 el fijngehakte blaadjes van Roomse kervel
• 1 tl arrowroot
• 1 el olijfolie

voor de garnering:
• 2 el vanille-kokosyoghurt
• 2 el gehakte geroosterde amandelen
• een paar besjes
• wat extra gesnipperde blaadjes Roomse kervel

Zo maak je het
Was de rabarberstengels en de aardbeien.
Schil oneffenheden van de rabarber weg en verwijder de kroontjes van de aardbeien.
Snijd de rabarber in stukjes en de aardbeien doormidden.

Verwarm de olijfolie zachtjes in een steelpan en voeg de rabarberblokjes toe. Stoof ze een paar minuten aan. Voeg de aardbeien, de Roomse kervel en de suiker toe en laat op een zacht vuurtje ongeveer 20 minuten pruttelen. Het fruit moet zacht zijn en een beetje uit elkaar vallen.

Los het arrowrootpoeder op in een eetlepel koud water. Voeg het toe aan het pruttelende fruit en roer goed. Laat nog eventjes inkoken.

Haal de pan van het vuur en laat de compote afkoelen. Laat hem daarna volledig koud worden in de koelkast.

Schep de compote in kommetjes en garneer met kokosyoghurt, amandelen, bessen en blaadjes Roomse kervel.

Capellini met asperges, doperwten en citroen vegan

pasta met asperges en erwten Groene Prinses
Dit is een all time favourite van me. In het aspergeseizoen mag dit wat mij betreft elke week op het menu staan. Het gerecht is zo eenvoudig dat je wel met topingrediënten moet werken: kraakverse asperges, erwtjes recht uit de dop, geurige basilicum en een kneepje vinnige citroen.

Dit is een vegan versie, maar voor wie dat niet hoeft: wat pecorino of Parmezaanse kaas erbij is niet te versmaden.

voor 2 personen

Ingrediënten
• 250 à 300 g (spelt)capellini of andere pasta
• 500 g groene asperges
• een flinke handvol erwtjes, vers gedopt
• 1 grote teen look
• 2 dl (haver)room
• de geraspte schil van een halve citroen
• een kneepje citroensap
• peper en zout
• olijfolie

om te serveren:
• een handjevol verse basilicumblaadjes
• 2 el pijnboompitten, goudbruin geroosterd
• vegan ‘Parmezaanse kaas’ (een prima recept vind je hier; ik kies echter meestal voor een mix van sesamzaad, cashewnoten en pijnboompitten in plaats van louter cashewnoten)

Zo maak je het
Breng twee kookpannen met water aan de kook: een voor de pasta en een voor de asperges. Voeg als het water kookt een flinke schep zout toe.

Groene asperges hoef je niet te schillen zoals witte asperges. Maar je kunt met een dunschiller wel wat ‘verhoute’ stukjes weg schillen. Breek het vezelige uiteinde telkens af.

Snijd de rest van de asperges in stukjes van ongeveer 3 cm en houd de kopjes apart. Doe de stukjes, zonder de kopjes, in het kokende water en laat ongeveer 5 minuten koken. Doe er daarna de kopjes en de doperwtjes bij en laat nog eens 5 minuten koken.

Kook intussen ook de pasta beetgaar volgens de instructies op de verpakking.

Terwijl de pasta en de groenten koken, maak je de saus. Verwarm een flinke eetlepel olie in een steelpannetje en fruit hierin de uitgeperste teen look. Let goed op dat de look niet aanbrandt! Blus met de haverroom en verwarm zachtjes. Voeg de citroenzeste en een kneepje sap toe. Breng de saus verder op smaak met peper en zout.

Giet de asperges en de doperwten af en roer ze door de saus. Giet de pasta af en houd een beetje van het kookvocht opzij.

Roer de pasta door de saus en voeg, als het geheel niet smeuïg genoeg is, wat van het kookvocht toe. Schenk er ook nog een scheutje kwalitatieve olijfolie bij.

Schep de pasta in warme borden en bestrooi met gescheurde blaadjes basilicum, geroosterde pijnboompitten en vegan ‘Parmezaanse kaas’.

Tajine van boterbonen en warmoes vegan

tajine van boterbonen en warmoes 2 Groene Prinses
De afgelopen week aten we voor het eerst buiten, op het terras van ons nieuwe appartement. Het werd een ontspannen dinertje tussen bloempotten waarin kruiden, bloemen en andere spannende planten beetje bij beetje tot ontwikkeling komen. Terwijl we aten, zoemden bijen en hommels rond de bloemen van de klimhortensia en een merel wipte over de terrasmuur. Wat heerlijk om een terrasje te hebben, midden in de stad!

terras Groene Prinses
Op het menu? Een geurige tajine van boterbonen en warmoes met een zoete toets van rozijnen en halfgedroogde tomaatjes. Daarbij serveerde ik couscous en een wortelsalade. En jawel, de munt in de salade kwam uit eigen ‘tuin’ ;-)

voor 2 personen

Ingrediënten

voor de tajine:
• 2 el olijfolie
• een grote bos warmoes of paksoi
• 250 g gare boterbonen (=reuzenbonen of gigantes) (uit blik of geweekt en gekookt)
• 1 flinke teen look, gepeld.
• 2 tl ras el hanout (een Marokkaanse kruidenmengeling)
• 400 g ‘grove’ tomatenpassata (passata rustica of gebruik in het seizoen verse tomaten)
• 3 dl lichte groentebouillon
• 4 el halfgedroogde tomaatjes (‘sunblushed’)
• 2 el donkere rozijntjes
• 1 tl milde chilivlokken (ik gebruik de Turkse ‘pul biber’)
• peper en zout

voor de wortelsalade:
• 4 middelgrote wortelen
• een handjevol verse korianderblaadjes
• een zestal verse muntblaadjes
• sap van een halve citroen
• 2 el olijfolie
• peper en zout
• 2 el pijnboompitten

tajine van boterbonen en warmoes Groene Prinses
Zo maak je het

Snijd de bladeren van de warmoes of paksoi en leg ze even apart. Was de stengels en snijd ze in stukjes.

Verwarm de olijfolie in een tajine of stoofpan. Voeg de warmoesstukjes toe en laat ze ongeveer vijf minuten stoven.

Was intussen de bladeren van de warmoes en zwier ze droog. Snijd de bladeren in reepjes. Voeg ze toe aan de stoofpan en laat ze in een paar minuten slinken.

Pers de look uit over de groenten en voeg de ras el hanout toe. Roer goed en laat weer een paar minuten stoven.

Voeg de passata, de bouillon, de boterbonen en de rozijntjes toe. Meng alles door elkaar. Zet het deksel op de pan of tajine en laat 15 tot 20 minuten stoven tot de warmoes of paksoi lekker zacht is.

Doe de halfgedroogde tomaatjes en de chilivlokken erbij en warm nog een paar minuten goed door. Breng op smaak met peper en zout.

Terwijl de tajine gaart, maak je de wortelsalade. Schil de wortelen en rasp ze. Meng er het citroensap en de olijfolie door. Snipper de kruiden erover en kruid met peper en zout.

Rooster de pijnboompitten in een droge koekenpan tot ze lichtbruin kleuren. Strooi ze over de salade.

Serveer de tajine en de salade met couscous, brood of rijst.

Verrukkelijk voorjaarsbordje vegan

verrukkelijk voorjaarsbordje Groene Prinses 1
Morgen begint de lente! Reden genoeg voor een rondedansje door de keuken. Al moet ik toegeven dat het vorige week meer lente leek dan nu. Maar niet getreurd: de lente op je bord tevoorschijn toveren kan ook onder bewolkte luchten. Mijn verrukkelijk voorjaarsbordje zou eigenlijk ‘couscoussalade met radijsjes, postelein en gekiemde erwten vergezeld van rokerig geroosterde bloemkool en cashew-radijsbladcrème’ moeten heten, maar je begrijpt ongetwijfeld dat die naam niet in mijn titelbalkje past.

Lentekeuken
Dit voorjaarsbordje ontstond naar aanleiding van een vraag van Velt, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren (en bovendien mijn werkgever wat betreft mijn deeltijdse ‘vaste’ job ;-) ). Om het begin van de lente te vieren lanceert Velt de ‘Lentekeuken’. Het concept? Bereid een feestelijke maaltijd met seizoensgroenten voor familie, vrienden of buren en roep online van de daken hoe heerlijk zo’n seizoensmaaltijd smaakt. Als ‘groene’ blogger mag ik samen met een aantal anderen het goede voorbeeld geven ;-) Zin om zelf aan de slag te gaan? Ontdek dan hier meer informatie over de lentekeuken en andere seizoenskeukens.

Het eerste groen
Terug naar mijn voorjaarsbordje nu. Bij het begin van de lente verwacht je misschien een overvloed aan nieuwe groenten? Weg met die winterse knollen en kolen! Eh, nope… In de lente is alles nog maar net aan het ontwaken. Van een rijke oogst is er nog geen sprake. Gooi die wintergroenten dus nog niet meteen overboord. Gelukkig duikt er al wat jong groen op zoals daslook, de eerste spinazie en jonge brandnetelblaadjes. En bloemkool en radijsjes verschijnen ook weer op het toneel.

Kiemkracht
Kiemen kun je natuurlijk een heel jaar door kweken, maar voor mij passen ze bij uitstek bij de lente. Een eenvoudig zaadje nieuw leven inblazen: dat geeft toch het ultieme voorjaarsgevoel? Ik liet voor de couscoussalade groene erwten kiemen (reken op ongeveer vier dagen kiemtijd). Maar andere gekiemde peulvruchten kunnen uiteraard ook. Geen zin om ze zelf te laten kiemen? In de meeste biowinkels vind je een kant-en-klare mix met onder andere gekiemde peulvruchten.

Wat is dat?
Nog een klein beetje extra uitleg bij de ingrediënten die ik gebruikte.

• Ik ging aan de slag met mais-rijstcouscous (te koop in sommige biowinkels) omwille van het mooie gele kleurtje. Eender welke andere couscous smaakt natuurlijk net zo goed.

• Za’atar is een Midden-Oosterse kruidenmengeling die onder andere sesamzaad, tijm, oregano en sumak bevat. Zalig bij de geroosterde bloemkool! Het loont de moeite om eens op zoek te gaan in je (bio)supermarkt of specerijenwinkel, maar geen paniek als je het goedje niet vindt. Gebruik wat tijm en oregano en je bloemkoolroosjes zullen nog altijd voortreffelijk smaken.

• Edelgistvlokken vind je ook in de meeste biowinkels. Ze geven de cashewcrème een licht kazig en ‘hartig’ tintje en bevatten bovendien veel vitaminen, maar echt onmisbaar zijn niet.

voor 2 personen

Ingrediënten
voor de couscoussalade:
• 100 g couscous (mais-rijstcouscous of andere)
• 1 bosje radijsjes (mét blaadjes! die heb je nodig voor de cashewcrème)
• 1 flinke handvol gekiemde erwten (of andere gekiemde peulvruchten)
• 1 sinaasappel
• 1 bosje postelein of 2 handenvol jonge spinazie
• 1 handvol gesnipperde kruiden (daslook, bieslook, munt, peterselie …)
• 4 el olijfolie
• peper en zout

voor de geroosterde bloemkool:
• 1 kleine bloemkool, verdeeld in kleine roosjes
• 2 tl za’atar (of tijm + oregano)
• 1 tl paprikapoeder
• 1/2 tl gerookt paprikapoeder
• 4 el olijfolie
• zwarte peper
• fleur de sel of ander lekker zout

voor de cashewcrème:
• 75 g cashewnoten (ca. 10 uur geweekt in water)
• de bladeren van de radijsjes
• 4 el olijfolie
• 1 el appelazijn
• 1/2 tl mosterd
• 1 tl rijststroop of honing
• 1 tl edelgistvlokken
• peper en zout

Zo maak je het
Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius.

Doe de bloemkoolroosjes in een braadslee. Strooi er de kruiden over en besprenkel ze met de olijfolie. Hussel alles goed door elkaar. Rooster de roosjes 30 tot 40 minuten in de oven, tot ze zacht zijn. Roer alles om de tien minuten goed door elkaar en let erop dat de roosjes niet verbranden.

Maak terwijl de bloemkool roostert de salade. Doe de couscous in een grote schaal en overgiet hem met 200 ml warm water. Laat de couscous wellen en afkoelen.

Was de radijsjes en snijd ze in schijfjes.

Blancheer de erwtenkiemen vijf minuten in gezouten kokend water. Giet ze af en laat ze even schrikken onder de koude kraan.

Snijd de schil van de sinaasappel en snijd hem vervolgens in plakjes. Snijd elke plakje in vieren. Vang zo veel mogelijk sap van de sinaasappel op en giet dat bij de couscous.

Was de postelein of spinazie. Zwier hem droog en hak hem grof. Snipper de kruiden fijn.

Meng de radijsjes, de kiemen, de sinaasappelstukjes, de postelein en de kruiden door de couscous. Roer de olijfolie erdoor en breng op smaak met peper en zout.

Maak tot slot de cashewcrème. Giet de geweekte cashewnoten af. Was het radijsblad goed en zwier het droog. Doe de cashewnoten en het radijsblad samen met de andere ingrediënten in de blender. Mix tot een fijne puree. Voeg nog een à twee eetlepels water toe om er een smeuïge crème van te maken. Breng op smaak met peper en zout.

Haal de bloemkoolroosjes uit de oven en strooi er versgemalen zwarte peper en zoutvlokjes over. Dien ze warm op met de salade en de cashewcrème of laat ze afkoelen.

De lekkerste veggierecepten met kool

kool Groene Prinses1
Het is hier geruime tijd stil geweest. Dat heeft alles te maken met het kopen en verkopen van een appartement, een hele hoop rompslomp en een verhuis. Maar nu is dat allemaal achter de rug. Mijn Geliefde en ik wonen in een nieuw appartement: een beetje ruimer, een beetje lichter én met een terrasje waar ik voorzichtige tuinexperimenten kan uitvoeren.

In mijn keuken moet ik nog een beetje wennen en ontdekken. Onze fantastische Smeg hebben we moeten achterlaten, maar onze nieuwe keuken is dan weer gezelliger en grenst aan het eerder genoemde terras. Ik droom er al van om tijdens het koken verse kruiden te plukken … Op een lichte dag maak ik beslist eens foto’s.

Maar nu wil ik het eigenlijk over iets heel anders hebben. Over kool. Boerenkool, bloemkool, wittekool, spitskool en spruitjes. Waarom? Omdat kolen een stuk veelzijdiger zijn dan veel mensen denken, omdat er in elk seizoen wel van een bepaalde kool  te genieten valt en omdat Broederlijk Delen een heuse koolwedstrijd organiseert om hun vastencampagne in de kijker te zetten. Daarover straks meer. Eerst tijd voor mijn favoriete vegetarische koolrecepten.

kool Groene Prinses3

Boerenkool en savooikool
Deze kolen met donkergroen blad zorgen in de winter en de prille lente voor een flinke dosis vitaminen op je bord. Ze doen het erg goed in ‘stoemp’. Of heb je het liever wat minder klassiek? Maak dan mijn pizza bianca met savooikool en scamorza of speltsoep met boerenkool en miso.

Wittekool en spitskool
Wittekool kennen we allemaal. Spitskool is een wat zachtere en zoetere variant met, hoe kan het ook anders, een spitse top. In tegenstelling tot wittekool is spitskool eerder een zomergroente. Ruil de spitskool gerust in voor wittekool in mijn recept voor piroshki. Voor wie nog een beetje geduld heeft om te wachten op de zomer, is de spitskoolsalade een aanrader. En in de oppeppende pinda-koolsoep doen beide kolen het uitstekend.

Bloemkool
Bij het begin van de lente duiken de eerste bloemkolen op. Ik eet bloemkool het liefst als bloemkoolcouscous. Je kunt op dit recept trouwens eindeloos variëren. Bloemkool voelt zich ook prima thuis in een zachte curry met kokos en kikkererwten.

kool Groene Prinses2

Vergeet de kleintjes niet
Ook spruitjes zijn kolen, maar dan in miniversie. Spruitjes zijn een beetje ondervertegenwoordigd op mijn blog. Slechts één recept, maar wel een toppertje, al zeg ik het zelf. Super simpel en toch verrassend. Met mijn kerrie-spruitjesbeleg overtuig je volgens mij zelfs tal van grote en kleine ‘spruitjeshaters’!

Hippe kool zoekt creatieve kok
Heb jij ook een favoriet koolrecept waar je trots op bent? Broederlijk Delen lanceert de wedstrijd Hippe kool zoek creatieve kok. Verzin een gerecht met kool en zend dat tussen 1 maart en 15 april in via de website van Broederlijk Delen. Je kunt een etentje voor twee winnen in De Superette.

Elk jaar zet Broederlijk Delen een aspect van haar werking in de kijker tijdens de vasten. Dit jaar roept Broederlijk Delen massaal op om de boeren in Burkina Faso te steunen. Want met een regenseizoen van slechts vier maanden is het voor de boerenfamilies een uitdaging om hun gezin te eten te geven. Ze werken keihard om te overleven. Omdat de kool in Burkina Faso een alledaagse en zelfs hippe groente is, gebruikt Broederlijk Delen de kool om haar campagne in de kijker te zetten. Allemaal aan de slag met hippe kool dus!

Geurige goulash met seitan en bonen vegan

goulash-groene-prinses
Een hele tijd geleden postte ik een gerecht dat ik Tofoe met een Hongaarse twist noemde en ik schreef dat het enigszins gebaseerd was op goulash. Tja. Nu ik in Hongarije ben geweest, weet ik wel beter.

Begrijp me niet verkeerd, mijn tofoe met een Hongaarse twist is absoluut een smakelijk gerecht! Maar het leunt eerder aan bij het Hongaarse gerecht paprikás (al had ik daarvoor uiteraard Hongaars paprikapoeder moeten gebruiken), dan bij goulash. Paprikás is een soort van stoverij waarbij vlees en groenten op smaak worden gebracht met veel paprikapoeder. Goulash kennen we hier ook als een stoverij, maar in Hongarije is het een (stevig gevulde) soep.

Traditionele goulash bevat vlees, al vind je ook in Hongarije varianten met bonen. Mijn versie met seitan én bonen verenigt het beste van twee werelden ;-) Deze soep is behoorlijk stevig; je eet ze dan ook eerder als maaltijd dan als voorgerecht. Serveer er eventueel nog wat knapperig brood bij.

Hongaars paprikapoeder geeft deze soep een voortreffelijke smaak en kleur. Kun je het nergens vinden? Dan kan ander kwalitatief paprikapoeder natuurlijk ook.

Het tomaten- en paprikaseizoen loopt ten einde, maar ik wilde er nog één keer volop van genieten. In de winter kun je verse tomaten vervangen door tomaten uit blik of bokaal. Of je laat ze, net als de paprika’s, gewoon weg. Voeg in de plaats winterse groenten als pastinaak of kool toe. De soep dankt haar rode kleur vooral aan het paprikapoeder, niet aan de rode groenten!

voor 2-4 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 1 ui, gesnipperd
• 3 kleine wortelen
• 2 raapjes
• 2 rode paprika’s
• 1 teen look
• 4 grote of 6 kleine aardappelen
• 250 g gare bonen (ik gebruikte bruine borlotti, maar kies wat je lekker vindt of in huis hebt!)
• 150 g seitan, in blokjes gesneden
• 1 flinke el Hongaars paprikapoeder
• 1 l warme groentebouillon
• 2 laurierblaadjes
• 4 tomaten
• peper en zout
• een bosje verse peterselie, gehakt

Zo maak je het
Verwarm de olie in een ruime kookpan en stoof de snippers ui tot ze glazig zijn.

Schil intussen de raapjes en de wortelen en snijd ze in blokjes. Ontdoe de paprika’s van de zaadlijsten en de steel, en snijd ze eveneens in blokjes.

Doe de groenten bij de uisnippers. Pers de teen look erboven uit en laat alles, met het deksel op de pan, enkele minuten stoven.

Schil de aardappelen en snijd ze in niet al te kleine blokjes. Doe ze bij de groenten in de pan en voeg ook de seitan, het paprikapoeder, de bouillon en de laurierblaadjes toe.

Zet het deksel op de pan en laat de soep ongeveer 20 minuten zachtjes koken, tot de groenten en aardappelen beetgaar zijn.

Verwijder de zaadjes van de tomaten en snijd ze in stukjes. Voeg ze samen met de bonen bij de soep en laat alles nog 5 tot 10 minuten koken.

Breng de soep op smaak met peper en zout, en roer er de gehakte peterselie door.

Veggie in Boedapest

boedapest
Om een of andere reden, die ik nog niet precies heb kunnen achterhalen, tellen grote steden in voormalige Oostbloklanden opvallend veel vegetarische adresjes. Eerder at ik al heerlijk vegetarisch in Sint-Petersburg, Warschau en Berlijn. Vorige week mocht ik de vegetarische troeven van Boedapest ontdekken.

Helaas was het in de meeste restaurantjes behoorlijk donker en buiten flink bewolkt. Mijn foto’s geven daardoor niet de beste impressie …

Hongaarse smaken, 100% vegan

Laten we meteen beginnen met dé topper. Napfényes Étterem serveert louter plantaardige gerechten, maar doet dat op zo’n verrukkelijke manier dat zelfs menig vleeseter hier duimen en vingers zal aflikken. De keuze in dit restaurant is overweldigend: soepen, salades, pizza, pasta, ‘raw food’-gerechten en – tot mijn grote vreugde – een reeks typisch Hongaarse gerechten.

Als ik op reis ga, probeer ik heel graag lokale specialiteiten uit, maar als vegetariër is dat vaak niet vanzelfsprekend. Wel dus bij Napfényes. Ze maken veganistische versies van Hongaarse klassiekers. Om te beginnen genoot ik van goulash (in Hongarije is dat een soep en dus geen stoverij zoals wij die kennen) en daarna smulde ik van gevulde kool op een bedje van zuurkool, met gebakken seitan en sojaworstjes erbij. Stevige kost die perfect bij het frisse weer paste. Mijn geliefde deed zich te goed aan geroosterde seitan met paprika en aardappelen.

Napfényes heeft twee vestigingen: een gloednieuwe, moderne zaak in het centrum, vlakbij Ferenciek Tere, en een oudere zaak in een kelder aan de Rózsa utca. De nieuwe zaak is ongetwijfeld de grootste aanrader: het interieur oogt een stuk gezelliger en het aanbod is groter. Deze zaak heeft ook een patisserie met een verbluffende keuze aan veganistische gebakjes. Helaas zaten onze buikjes al te vol om ervan te proeven …

pizza-napfenyes-boedapest
Omdat we toevallig in de buurt van de Rózsa utca waren probeerden we ook de andere vestiging uit. Qua interieur misschien wat minder bijzonder, maar op vlak van eten ook weer prima. Ik at er een pizza van speltdeeg met veganistische kaas. Even lekker als het ‘origineel’? Hm, misschien net niet … Maar voor veganisten die kaas missen zijn de pizza’s van Napfényes beslist een aanrader!

Snelle hap

Vega city is wat minder indrukwekkend dan Napfényes, maar toch een fijn adresje voor een snelle veganistische hap. Elke dag staan er andere gerechten op het menu. Je bestelt aan de toog wat je wilt eten en kiest daarna een plekje uit.

Wij proefden van een pasta met geroosterde groenten, gember en tofoe. Best lekker van smaak, maar onze porties waren helaas niet echt warm.

Smeuïge hummus, kraakvers brood

Hummus bar is een keten in Boedapest met een flink aantal vestigingen. Er wordt weliswaar ook wat vlees geserveerd, maar vegetariërs en veganisten komen hier probleemloos aan hun trekken.

hummusbar-boedapest
Het concept? Je bestelt een bord hummus, met toevoegingen naar wens. Mijn geliefde koos voor een versie met falafel, ik voor een met extra gekookte kikkererwten. De hummus was ongelofelijk romig en de falafelballetjes waren perfect gekruid. Daarnaast verorberden we nog een salade van wortel en koriander.

Bij de hummus komt overheerlijk ovenvers ‘laffa’ brood om te dippen. Van op mijn plekje keek ik recht op de man die dit brood non-stop stond te bakken. Het brood komt dus echt letterlijk van de oven op je bord terecht. Zalig!

hummusbar-boedapest-2
Hummus bar mag dan wel een druk fast food-sfeertje hebben, de gerechten zijn super vers en bijzonder smakelijk.

Terug naar de belle époque

De Hongaren eten graag en veel gebakjes, denk ik. Want je vindt in Boedapest een groot aantal stijlvolle cafés waar je van decadente taartjes kunt genieten. Een zeer mooie plek om je taartvorkje in een gebakje te prikken is het Bookcafé. Het bevindt zich op de eerste verdieping van de Alexandra boekwinkel in de vroegere Paris Department Store.

bookcafe-boedapest
Dit café flitst je onmiddellijk naar de tijd van de belle époque. Grote spiegels en lusters en een waanzinnig gedecoreerd plafond zorgen ervoor dat je meer naar het interieur kijkt dan naar het taartje op je bord. De taartjes zijn hier trouwens niet geschikt voor veganisten: veel room, crème, eieren … Gewoon een kopje thee drinken en genieten van de omgeving kan natuurlijk ook ;-)

Nog meer mmmm …

Helaas vertoefden we slechts korte tijd in Boedapest, waardoor ik lang niet alle veggie adresjes heb kunnen uittesten. Een reden om nog eens terug te gaan! In Boedapest eet je trouwens, naar onze westerse maatstaven, héél goedkoop. Bijzonder moeilijk om je niet volledig te laten gaan dus ;-)

Tot slot nog twee typisch Hongaarse dingen die mijn foodie-hart sneller doen slaan: in haast elk café of restaurant serveren ze huisgemaakte limonade (meestal niet overdreven zoet en ook weer spotgoedkoop) en het paprikapoeder is om euforisch van te worden.

Zeg niet zomaar paprikapoeder tegen Hongaars paprikapoeder. Dat laatste heeft namelijk een voortreffelijke, robuuste smaak en een betoverende kleur. Van ‘gewoon’ paprikapoeder dat je bij ons in de winkel koopt, was ik nooit echt fan. Maar nu ik een blikje Hongaars paprikapoeder mee naar huis heb, moet ik me inhouden om het niet elke dag te gebruiken.

markt-boedapest
Een leuke plek in Boedapest om dat paprikapoeder te kopen is de Centrale Markthal, een prachtig gebouw dat dateert van 1897. Deze grote overdekte markt herbergt tientallen kraampjes met paprikapoeder, Hongaarse wijnen, verse groenten, ingemaakte groenten, jam en (eerlijk is eerlijk) veel vlees. De markt trekt behoorlijk wat toeristen, maar het blijft leuk om er eens rond te neuzen.

In een volgende blogpost ga ik aan de slag met mijn paprikapoeder! Tot dan! :-)

Geniet lekker herfstig van Wereldveggiedag!

pompoen-groene-prinses

Morgen, 1 oktober, is het Wereldveggiedag. De dag bij uitstek om vlees een keertje links te laten liggen en op ontdekking te gaan als je een vleeseter bent, óf om volop te vieren dat je vegetariër bent.

Nog wat ideeën nodig om morgen iets lekker vegetarisch op tafel te toveren? Ik zorg graag voor inspiratie! Omdat de zomerse najaarsdagen nu stilaan toch plaats lijken te maken voor een vleugje herfst, ging ik op zoek naar mijn meest smakelijke herfstige recepten.

Van start met pompoen

Op dit moment oogst je de beste pompoenen. Start je veggiemenu met een pompoensoepje op Sylter wijze of serveer getoaste broodjes met pompoenhummus.

Geen pompoenfan? Bruschetta met geroosterde biet of piroshki met spitskool en dragon zijn super elegante voorgerechtjes die prima passen bij de prille herfst.

Verrassende groenten in de hoofdrol

Als groenten een centrale rol spelen in gerechten is het fijn om er af en toe flink mee te experimenteren. Een bepaalde groente telkens op dezelfde wijze klaarmaken wordt na verloop van tijd immers enorm saai. Dus zwier die raapjes in de wok, beleg een pizza met savooikool, of serveer bij een kruidige kikkererwtencurry een raita van radijs.

Wie zoet is, krijgt lekkers

Ja goed, desserts zijn natuurlijk bijna altijd vegetarisch. Maar misschien kun je nog een stapje verder gaan en kiezen voor een volledig plantaardig toetje? Appel-kaneelkoek bijvoorbeeld, banketstaaf met sinaas & kaneel, of kardemom-koffietruffels voor wie liever een kleinigheidje snoept. Deze zoetigheden zijn trouwens allemaal vrij van geraffineerde suikers.

Veel smulplezier gewenst op Wereldveggiedag! En natuurlijk ben ik benieuwd naar wat er bij jou op tafel komt :-)