de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Charlie’s: een nieuw lekker adresje in Antwerpen

charlies ©Groene Prinses
Lekker laat ontbijten, smakelijk lunchen of genieten van een bijzonder kopje koffie of chocolademelk met huisgemaakt gebak erbij: bij Charlie’s kan het allemaal.

Ik beland samen met mijn zus en mijn Geliefde in dit relatief nieuwe adresje op het Antwerpse Zuid en proef er een panino met mozzarella, zongedroogde tomaatjes en rucola, vergezeld van een slaatje. Naast panini vind je op de lunchkaart ook nog quiche en verse soep met brood. De gerechtjes zijn eenvoudig, maar lekker. Meer moet dat niet zijn!

De drankenkaart biedt een stuk meer keuze. Van zelfgemaakte limonades, over cocktails, tot een zeer ruim assortiment warme dranken: biologische thee, allerlei koffievariaties en yummie chocolademelk! Ik drink een heerlijke kop donkere chocolade-amandelmelk en steel een paar hapjes taart bij Geliefde en zus. (Yep, ik ben zo’n vervelend iemand die bijna nooit zelf dessert neemt, maar dan wel wil proeven van wat haar tafelgenoten nemen ;-) )

Mijn zus vertelt dat ze ook al lekker ontbeten heeft bij Charlie’s en dat lijkt me zeer geloofwaardig wanneer ik de kaart bestudeer. Geen standaardontbijtjes met eieren en spek, maar formules waarvan ook een vegetariër gaat watertanden: groentetapenades, vijf soorten zelfgemaakte choco … Ik wil snel een keertje terugkomen voor zo’n ontbijt!

Charlie’s is gezellig, maar niet heel groot, dus als je zeker wilt zijn van een plekje kun je maar beter reserveren. Super dat er weer een nieuwe Antwerpse stek is waar het zo goed toeven is!

Gratin van pasta, andijvie en tempé

andijvie ©Groene Prinses
Andijvie ziet er een beetje uit als een krop sla, maar is eigenlijk verwant met witlof. Net als witlof heeft andijvie dan ook een wat bittere smaak. Die bitterheid verdwijnt echter grotendeels als je andijvie stooft, en al helemaal wanneer je de groente verwerkt in deze pastagratin.

Ik moet toegeven dat ik andijvie tot nog toe maar heel zelden heb gebruikt in mijn keuken, maar sinds ik deze bladgroente in mijn groentetas vond en deze ovenschotel bedacht (die ook bij mijn Geliefde een groot succes was), kijk ik ernaar uit om er nog meer mee te experimenteren. Laat die volgende krop maar komen!

gratin van pasta en andijvie ©Groene Prinses
voor 2 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 1 krop andijvie
• 250 g pasta (penne, macaroni of schelpjes)
• 100 g gerookte tempé
• 1 el tamari (of shoyu)
• 1 teen look, gepeld en fijngehakt
• peper en zout

voor de kaassaus:
• 2 el olijfolie (of boter)
• 2 el bloem
• 3,5 dl melk
• nootmuskaat
• 70 g gemalen kaas
• peper en zout

Zo maak je het
Verwarm de oven voor tot 180° Celsius.

Verkruimel de tempé in een kommetje en roer de tamari of shoyu erdoor. Laat even marineren.

Breng een pan met water aan de kook. Voeg een snuifje zout toe en kook de pasta beetgaar. Giet hem af.

Snijd de voet van de andijvie en was de bladeren grondig. Snijd de bladeren vervolgens in reepjes.

Verhit 1 eetlepel olijfolie in een pan of wok en voeg de look toe. Roerbak tot de look begint te geuren. Voeg de andijviesnippers toe en roerbak enkele minuten, tot ze slinken en gaar zijn, maar nog wel wat beet hebben. Breng op smaak met peper en zout.

Verhit in een andere pan nog een eetlepel olijfolie en bak hierin de tempékruimels krokant.

Roer de pasta, de andijvie en de tempé door elkaar en doe dit mengsel in een ovenschaal.

Verwarm voor de saus de olijfolie (of boter) in een steelpan. Roer de bloem erdoor en laat dit mengsel even ‘drogen’ op een zacht vuurtje. Roer nu beetje bij beetje de melk erdoor en blijf voortdurend goed roeren, zodat je een gladde saus krijgt. Laat de saus op een zacht vuurtje wat indikken.

Rasp flink wat nootmuskaat in de saus en breng verder op smaak met peper en zout.

Roer de helft van de gemalen kaas door de saus. Schenk de saus over de pasta. Bestrooi met de rest van de kaas en gratineer 10 tot 15 minuten in de oven, tot de bovenkant mooi goudbruin kleurt.

Dien onmiddellijk op.

Gefermenteerde koolrabi + een super broodje! vegan

gefermenteerde koolrabi ©Groene Prinses
Groenten inmaken is weer helemaal terug van nooit echt weggeweest. Maar zoals ik al eerder schreef, ben ik meestal nogal laat met hypes. Terwijl iedereen allang stond te steriliseren, wecken en pekelen, dacht ik: ach ja … Maar sinds een aantal weken vind je ook op mijn aanrecht groenterijke bokalen. Er is namelijk één inmaaktechniek die echt niemand aan zich voorbij zou mogen laten gaan. Hij is super gemakkelijk, zorgt voor spannende smaken en is bovenal donders gezond. Welkom in de wereld van de fermentatie!

Bij de meeste inmaaktechnieken eindig je met groenten die een stuk minder voedingswaarde hebben dan het verse product, maar bij fermenteren is dat niet het geval. In tegendeel. Bepaalde vitaminen en mineralen zouden tijdens het proces toenemen. Bovendien ontstaat er tijdens het fermentatieproces melkzuur, een goedje dat bijzonder goed is voor je spijsvertering.

Ik raakte meteen gemotiveerd toen ik op Stonesoup, Jules Clancy’s blog, een post over gefermenteerde wortelen las. Wat zag dat er simpel uit! Ik vulde een bokaal en at een paar dagen later al heerlijk knapperige, lichtzure wortelstaafjes. Intussen experimenteerde ik met andere groenten, die ik op smaak bracht met allerlei specerijen, en ik presenteer hier graag mijn recept voor gefermenteerde koolrabi. Alle lof gaat naar Jules Clancy, want ik volgde grotendeels haar recept (al klinkt ‘recept’ als een veel te ingewikkeld woord voor zo’n eenvoudig proces).

Nog één opmerking: Jules Clancy gebruikt in haar recept behoorlijk wat zout, waardoor je groenten ook een erg zoute smaak krijgen. Dat zout heb je sowieso nodig om het fermentatieproces op gang te brengen, maar ik probeerde een kleinere hoeveelheid uit. Dat gaat prima, al is mijn ervaring (net als die van Jules) dat je groenten knapperiger blijven bij een grotere hoeveelheid zout. Je zult dus zelf een beetje moeten uitzoeken wat jouw voorkeur geniet …

gefermenteerde koolrabi2 ©Groene Prinses
voor 1 bokaal van 500 à 750 ml

Ingrediënten
• 0,5 l water
• 15 g zout (Jules gebruikt 25 g zout; je kunt ook iets tussen de twee in kiezen of experimenteren met nóg minder)
• 1 tl mosterdzaad
• 1 tl korianderzaad
• 3 cm verse gember, geschild en in plakjes
• 1-2 koolrabi’s, geschild en in staafjes

Zo maak je het
Als je geen flessenwater gebruikt, kook je water dan en laat het helemaal afkoelen. Los het zout op in het water door goed te roeren.

Spoel een schone glazen bokaal uit met heet water en zet hem omgekeerd op een schone keukenhanddoek.

Doe de gember en de zaadjes in een vijzel en kneus ze enigszins.

Leg dit kruidenmengsel op de bodem van je bokaal. Schik daarna de koolrabistaafjes in de bokaal en doe dat zo compact mogelijk, zodat de groenten ‘vast’ zitten. Zorg ervoor dat je bovenaan ongeveer 2 cm vrij houdt.

Schenk de zoutoplossing over de koolrabi en laat een rand van 1 cm vrij. Als het goed is komt het water ongeveer 1 cm boven de koolrabi uit en blijven je groenten ‘vast’ zitten. Je hebt allicht niet al het water nodig.

Het is belangrijk dat je groenten onder het vocht zitten, zodat je zeker geen rotting krijgt. Maar je moet je ook niet te druk maken als de groenten of kruiden toch wat beginnen te drijven. Toen ik de eerste keer wortelen fermenteerde, dreven er een paar stukjes aan het oppervlak. Ik duwde ze gewoon elke dag onder en na een poosje ‘zonken’ ze vanzelf weer.

Sluit de bokaal goed af en laat hem op je aanrecht staan (niet in direct zonlicht). Open hem één keer per dag zodat het koolzuurgas kan ontsnappen. Het is leuk om te zien hoe het vocht in je bokaal begint te bruisen.

Vanaf de derde dag begin je te proeven. Beslis zelf hoe ‘zuur’ je je groenten wilt. Vind je ze zuur genoeg? Zet de bokaal dan in de koelkast; daar vertraagt het fermentatieproces en blijven je groenten nog een hele tijd goed.

Is het risico op rotting niet te groot?
Nee hoor, naar verluidt is er nog nooit iemand gestorven van het eten van gefermenteerde groenten. Van zodra je melkzuurgisting op gang is, hoef je eigenlijk helemaal niet ongerust te zijn, want de melkzuurbacteriën doden de andere (schadelijke) bacteriën. Gaat het toch een keertje mis, doordat je groenten op een of andere manier met zuurstof in aanraking komen, dan zul je dat wel ruiken. Gefermenteerde groenten ruiken zurig, maar nooit rot!

O ja, je gebruikt beter geen metalen deksels, want het zuur kan het metaal aantasten. Een glazen bokaal met een glazen deksel en rubberen sluitring is ideaal!

En wat doe je nu eigenlijk met die gefermenteerde groenten?
Opeten natuurlijk! In salades bijvoorbeeld, of gewoon als ‘klein’ bijgerechtje bij een stevige hoofdmaaltijd die wat fris contrast kan gebruiken. Ik smikkel meestal een paar groentestaafjes op bij de lunch. Of ik stop ze tussen dit super lekkere broodje, vol gefermenteerd lekkers.

broodje koolrabi tempe ©Groene Prinses
Zo maak je een super broodje
Marineer een paar plakjes tempé (gefermenteerde! sojabonen) met tamari (gefermenteerde! sojasaus ;-)).

Rooster intussen een theelepel sesamzaad in een droge koekenpan. Meng in een kommetje een eetlepel mayonaise (of veganaise) met een scheutje tamari en roer er het sesamzaad door.

Bak de plakjes tempé krokant in wat olijfolie.

Snijd een paar staafjes gefermenteerde koolrabi in dunne plakjes.

Beleg een broodje met de gebakken tempé, de gefermenteerde koolrabi en de sesamdressing. Smakelijk!

Lekker gelinkt: inspiratie voor wereldveggiedag

wereldveggiedag ©Groene Prinses

Vandaag, 1 oktober, is het wereldveggiedag. Dé feestdag voor alle vegetariërs, maar ook een dag om zo veel mogelijk mensen te laten proeven van de vegetarische keuken. Nog last minute inspiratie nodig? Dan bieden de onderstaande links met enkele super lekkere en niet al te moeilijke veggie recepten ongetwijfeld hulp. Lees je deze post te laat, houd hem dan alvast in je achterhoofd voor 4 oktober, want dan is het werelddierendag. Ook een dag waarop we de beestjes maar beter niet op ons bord laten belanden, toch?

• De snelle veggie paella van illyvanilly kost weinig werk en doet nog zo heerlijk aan zomer denken.
• Deze bloemkooltaart van Jonge Sla staat al zo lang op mijn lijstje van ‘nog uit te testen recepten’, maar het kwam er nog nooit van (mijn Geliefde houdt niet zo van bloemkool, dus …). Vooral de pimenton de la vera in het deeg lijkt me heerlijk!
• Een vegetarische lasagne doet het altijd goed, maar Wat maakt Suzette nu maakt hem wel erg bijzonder door een (veganistische!) bechamelsaus te maken van wortelpeterselie.
• Omdat mijn eigen chili sin carne altijd een succes is bij vegetariërs én niet-vegetariërs smokkel ik hem er ook nog even tussen.

Voor wie geen moeite heeft met blogposts in het Engels:
• De taco’s met miso, ahornsiroop en zoete aardappel van Love and Lemons zijn om duimen en vingers bij af te likken!
• Perzik en portobello in plaats van een hamburger? Yep! Het creatieve koppel van Green Kitchen Stories bewijst dat het een heerlijke combinatie is!
• Ik ben weg van reuzebonen én van citroen. Doe er nog wat venkel bij en je hebt dit bijzondere stoofpotje van 101 cookbooks.

Smakelijk!
En, nieuwsgierig als ik ben: wat staat of stond er bij jullie op tafel op wereldveggiedag?

Bonte raapjes uit de wok vegan

bonte raapjes uit de wok ©Groene Prinses
Tot dusver stond er op mijn blog maar één recept waarin raapjes een rol spelen. Dat is te weinig. Raapjes mogen dan geen glansrijke, hippe groente zijn, ze zijn met hun ietwat scherpe en aardse smaak toch best bijzonder. In ieder geval bijzonder genoeg om meer dan één recept te verdienen. Dat recept, raapjessoep met kerrie, is trouwens een van de populairste gerechten op mijn blog. Daaruit leid ik voorzichtig af dat jullie meer recepten met raapjes allicht kunnen waarderen :-)

Ik serveerde deze raapjes uit de wok met gekookte rijst en vegetarische balletjes uit de biowinkel. Maar jullie kunnen vast nog andere lekkere combinaties bedenken?

voor 2 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 3 middelgrote raapjes, geschild en in blokjes van 1,5 bij 1,5 cm
• 250 g prinsessenboontjes, gedopt en in tweeën gebroken
• 1 el gezouten kappertjes
• 4 el halfgedroogde tomaatjes
• 0,5 tl paprikapoeder

voor het sausje:
• 1 tl rijststroop
• 2 el balsamicoazijn
• 4 el warm water

• peper en zout

Zo maak je het
Week de gezouten kappertjes ongeveer een halfuur in lauw water om het teveel aan zout weg te werken. Giet ze af en spoel ze nog even goed na.

Blancheer de boontjes 5 minuten in een pan kokend, gezouten water. Giet ze af en laat ze even schrikken onder de koude kraan.

Verhit de olijfolie in een wok en roerbak de raapjes ongeveer 10 minuten, of tot ze beetgaar zijn. Voeg de boontjes, de kappertjes en de tomaatjes toe en roerbak nog enkele minuten.

Roer alle ingrediënten voor het sausje in een kommetje door elkaar. Giet het in de wok en roer goed.

Laat alles nog een drietal minuten sudderen tot de raapjes goed gaar zijn.

Breng op smaak met peper en zout.

5 redenen waarom ik dolblij ben met mijn groentetas

groentetas ©Groene Prinses
Sinds enkele weken hebben we een groentepakket van de Bio-hoeve, daar schreef ik al even over bij mijn recept voor Romige blaadjessoep. Ook al heb ik lang getwijfeld of ik zo’n groentetas of groentepakket wel leuk zou vinden, ik ben nu helemaal om!

Denk je er zelf al een poosje over om zo’n groentetas in huis te halen, maar heb je nog wat twijfels? Dan haal ik je met de volgende vijf argumenten wie weet over de streep.

1. De groenten zijn altijd supervers én van het seizoen
In de biowinkel hebben ze ook een mooi aanbod aan biogroenten, dat is waar (en ik doe er ook nog geregeld een beroep op), maar zo vers als de groenten uit de groentetas zijn die winkelgroenten toch nooit. Of dat is tenminste mijn indruk. Bovendien hoef ik met mijn groentetas niet meer te staan twijfelen in de winkel: is deze groente nu wel van het seizoen?

Waarom ik zo graag seizoensgroenten eet? Omdat die de kleinste ecologische voetafdruk achterlaten én het best smaken! (vergelijk maar eens een tomaat in de zomer met een tomaat in de winter …)

2. Een groentetas zorgt voor variatie en is dus gezond
Er zijn groenten die ik zo lekker vind dat ik ze elke dag zou kunnen eten. En ook al zijn er nauwelijks groenten die ik niet lust, toch zijn er een paar die ik uit eigen beweging zelden zou kopen. Omdat ze wat vreemd zijn of zich wat moeilijker laten verwerken. Zonde. Want elke groente heeft unieke kwaliteiten en unieke gezondheidsvoordelen. Hoe meer variatie je creëert op je bord, hoe gezonder je eet. Met een groentetas varieer je vanzelf. Goed voor je lijf dus!

3. Mijn creativiteit wordt nog meer gestimuleerd
Dit sluit een beetje aan bij het voorgaande. Doordat ik weleens groenten in mijn tas vind die ik vroeger slechts af en toe kocht, moet ik wat meer nadenken over wat ik ermee ga maken. Vroeger had ik vooral de neiging om te experimenteren met mijn favoriete groenten, nu krijg ik wat vaker een culinaire uitdaging. Bijzonder goed voor de creativiteit én voor de variatie op dit blog!

4. We gaan wat minder vaak op restaurant (en dat was nodig)
Mijn Geliefde en ik hadden de neiging om vaak (lees maar: heel vaak) op restaurant te gaan. Dat is gemakkelijk en gezellig en vaak ook lekker, maar soms is te veel ook gewoon te veel. Als je vegetarisch eet, is je restaurantkeuze toch wat beperkter. Bovendien is al wat je buitenhuis eet een stuk duurder en meestal niet zo gezond.

Nu we een groentetas hebben eten we vanzelf meer thuis, want al die verse groenten vragen erom om goed gebruikt te worden. En eerlijk, ik geniet ervan om weer wat meer tijd te besteden aan koken en gezellig thuis te tafelen. Restaurantbezoekjes zijn trouwens ook leuker als ze minder talrijk zijn.

5. We steunen de lokale bioboeren
Boeren die ervoor kiezen om groenten te telen met respect voor de aarde en het milieu kunnen wat mij betreft niet genoeg lof toegezwaaid krijgen. Ik ben er zeker van dat die mensen heel hard werken voor helemaal niet zo veel geld en dus verdienen ze alle steun. Door een groentetas te bestellen zorg je ervoor dat de weg van producent naar consument een stuk korter wordt. De producent krijgt op die manier een eerlijk inkomen. En dat is wel het minste dat hij verdient in ruil voor al die geweldige groenten!

Ongetwijfeld zijn er nog meer redenen die een groentetas geweldig maken. Wat zijn jouw ervaringen?

Spitskoolsalade met appel en pistachenoten vegan

spitskoolsalade met appel en pistache ©Groene Prinses
De lekkerste smaakcombinaties ontstaan vaak per toeval. Als ik bijvoorbeeld een bepaalde specerij niet in huis heb, ga ik tussen de kruidenpotjes op zoek naar een alternatief en doe ik weleens een bijzondere ontdekking. Al kan het ook net zo goed misgaan ;-)

Een paar dagen geleden vroeg ik aan mijn Geliefde om verse basilicum mee te brengen voor in de spaghettisaus. Toen ik de blaadjes begon te scheuren, merkte ik dat hij per ongeluk Thaise basilicum had meegebracht. De anijsachtige smaak van die basilicumsoort deed het toch niet bijster goed in mijn tomatensaus … Maar op het moment dat ik mijn spitskoolsalade creëerde kwam het plantje opeens wel goed van pas. Een vergissing met leuke resultaten dus! Vind je geen Thaise basilicum, dan kun je dragon in de plaats gebruiken.

Deze salade van spitskool, appel en pistachenoten is ongelofelijk gemakkelijk, maar lekker fris in zijn eenvoud. Een prima bijgerechtje of een lichte lunch.
Spitskool smaakt een stuk milder en zoeter dan wittekool. Ik vind de salade het lekkerst met een wat zurige appel, maar als je daar niet van houdt, kun je net zo goed voor een zoete appel kiezen.

voor 2-4 personen (afhankelijk van wat je er nog bij serveert)

Ingrediënten
• 1/2 spitskool (niet al te groot)
• 1 appel
• 10 blaadjes Thaise basilicum
• 2 el fijngehakte pistachenoten

voor de dressing:
• 1,5 el appelazijn
• 2 el olijfolie
• 0,5 tl mosterd
• 1 tl (rauwe) honing (of rijststroop)

Zo maak je het
Snijd de spitskool in fijne reepjes.
Schil de appel, snijd hem in vieren en verwijder het klokhuis. Snijd de partjes in plakjes.
Meng de spitskool en appelplakjes in een kom.

Snijd de basilicum in fijne reepjes en meng ze door de salade.

Klop de ingrediënten voor de dressing krachtig door elkaar. Roer ze door de salade en breng op smaak met peper en zout.

Bestrooi de salade met de gehakte pistachenoten.

No knead bread: mijn simpele zuurdesemversie vegan

no knead zuurdesembrood ©Groene Prinses
Allicht blijft er amper nog een foodblogger over die nog nooit met het no knead bread aan de slag is gegaan. Ik heb – altijd wat traag als het op hypes aankomt – pas enkele weken geleden mijn eerste ‘brood zonder te kneden’ gebakken. Niet dat de hype compleet aan me voorbij was gegaan, maar om een of andere reden had ik er niet veel zin in. Zonde, want no knead bread is echt alles wat het belooft: het is ongelofelijk gemakkelijk en het levert een brood op met een zalige textuur en een perfecte korst.

Het origineel
Voor mijn eerste brood keek ik aandachtig naar het (intussen bijna 8 jaar oude!) filmpje van Mark Bittman en Jim Lahey en ik volgde nauwgezet Lahey’s recept. Het resultaat maakte me dagenlang euforisch, maar ik zou geen groene prinses zijn als ik niet eigenwijs op zoek zou gaan naar mijn eigen versie. Ik experimenteerde met verschillende bloemsoorten en begon meer en meer aan zuurdesem te denken …

De simpele zuurdesemversie
Als ik ooit heel veel goede moed en zin en tijd heb, dan ga ik zelf zuurdesem kweken, hem een naam geven en vertroetelen als een huisdier. Maar voorlopig is dat moment nog niet aangebroken. Bovendien heb ik jullie een símpele zuurdesemversie beloofd.

Wel, simpeler dan dit kan het niet zijn: vervang de gist in het originele recept door gedroogd zuurdesempoeder. Voilà. Ik koop in de natuurvoedingswinkel zakjes zuurdesem (spelt of tarwe) van het merk Priméal, maar ongetwijfeld zijn er (online) ook andere merken te vinden. Is dit even lekker of goed als verse zuurdesem? Allicht niet. Maar het geeft toch die typische zuurdesemsmaak én het is reuze eenvoudig.

Varieer!
In het recept hieronder kun je de graansoorten en de zaden natuurlijk vervangen door meel en zaden naar keuze, maar ik vind dit een lekkere combinatie. Houd er rekening mee dat je meer water nodig hebt, naarmate je meer volkorenmeel gebruikt. En hoe voller je meel, hoe compacter je brood.

Mijn creusetpan (24 cm diameter) is eigenlijk een maatje te groot voor deze hoeveelheid, waardoor mijn brood eerder ‘plat’ uitvalt. De smaak blijft echter even goed. Wil je een mooi bol brood, gebruik dan een iets kleinere pan.

no knead zuurdesembrood 2 ©Groene Prinses
voor 1 brood

Ingrediënten
• 100 g volkoren kamutmeel
• 300 g licht speltmeel
• 20 g sesamzaad
• 20 g zonnebloempitten
• 2/3 el gedroogde (spelt)desem uit een pakje
• 1 tl zout
• 350-400 ml lauw water

• maismeel of tarwezemelen

Zo maak je het
Neem een grote kom en meng daarin het meel, de zaadjes, de desem en het zout door elkaar. Voeg beetje bij beetje het water toe en meng tot je een plakkerig deeg hebt. Misschien lijkt dit veel water, maar het is belangrijk dat je deeg erg vochtig is! Het moet veel meer plakken dan wanneer je een ‘gewoon’ brood zou bakken.

Dek de kom af met plasticfolie of een deksel en laat het deeg op een warme plek minstens 12 uur rijzen.

Bestrooi je aanrecht met bloem en schraap het deeg uit de kom. Duw het deeg plat en vouw het vervolgens naar binnen (hiervoor bekijk je echt het best het filmpje!).

Bestrooi een schone keukenhanddoek gul met maismeel of tarwezemelen. Leg het deeg erop met de naad naar onderen. Bestrooi met meer maismeel of zemelen en vouw de handdoek dicht. Laat nog 2 uur rijzen.

Zet een grote creusetpan met deksel (een pyrexpan of een aardewerken pan kan ook) in de oven. Verwarm de oven met de pan voor tot 260° Celsius. Haal de gloeiend hete pan uit de oven, kieper het deeg erin met de naad naar boven, zet het deksel op de pan en schuif de pan weer in de oven.

Bak het brood 30 minuten op 260° Celsius. Haal dan het deksel van de pan en bak nog 5 tot 15 minuten, tot de korst mooi bruin kleurt.

Laat het brood afkoelen op een taartrooster.

Tip: wees erg voorzichtig met de hete pan!
Tip 2: bekijk het filmpje om de werkwijze goed in beeld te zien.

Met bijzonder veel dank aan Mark Bittman en Jim Lahey!

Verbluffende veggietreintrip Zürich-Milaan

Zurich meer ©Groene Prinses
Het oudste vegetarische restaurant van Europa én het beste. Daarvoor moet je van Zürich naar Milaan. Dat kan met een directe treinverbinding, maar omdat mijn Geliefde een concert zou spelen in Chur en we nog wat wilden genieten van het Zwitserse natuurschoon, maakten we een ‘omweg’ langs de oudste stad van Zwitserland. Het werd een reis vol verbluffende landschappen, frisse Alpenlucht, muziek, lekkernijen, ontspannen terrasjes en zonnige meren.

Buffet zonder grenzen
Zürich, een gemoedelijke stad aan een groot meer, was onze eerste bestemming. We belandden er na een vlotte treinreis via Parijs en beloonden ons nog diezelfde avond met een lekker etentje in Hiltl. Hiltl werd gesticht in 1898 en is daarmee het oudste vegetarische restaurant van Europa. Verwacht je echter niet aan een oud en stoffig etablissement. Hiltl is jong, hip en springlevend. In Londen en Luzern at ik al eerder bij Tibits, Hiltls kleine zusje, en het principe is hetzelfde: je laadt je bord vol aan het buffet en aan de kassa betaal je per gewicht.

hiltl ©Groene Prinses
Het verschil tussen Hiltl en Tibits? Bij Hiltl heb je nóg veel meer keuze: tientallen schalen vol salades, curry’s, pastagerechten, kroketjes, beignets, pakora’s, peulvruchten, spring rolls etc. Hiltl heeft bovendien ook een gewoon restaurantgedeelte waar je à la carte kunt eten. Omdat er zo veel was en je onmogelijk alles kunt proeven in één keer, zijn we de volgende dag stiekem nog een keer teruggegaan … Wie o wie opent er een Hiltl of Tibits in Antwerpen? ;-)

Dat vegetariërs niet overal in Zürich welkom zijn, bewees dit bord bij een restaurant in opbouw ;-)

geen vegetariers ©Groene Prinses
Maar welke vegetariër ligt daarvan wakker als er Hiltl is?

Snoepen in de oudste stad van Zwitserland
Na een flink uur op de trein zitten kwamen we in Chur aan. Dit oude, rustige stadje doet soms eerder aan als een uit de kluiten gewassen dorp, maar het is leuk flaneren door de autovrije straatjes van het oude centrum. Chur is ook een prima uitvalsbasis voor wandelingen in de bergachtige omgeving. Helaas hadden wij daar weinig tijd voor – mijn Geliefde moest immers zijn concert voorbereiden – dus hielden we het bij enkele kleine wandelingen, die toch al snel een mooi zicht op de stad boden.

Chur ©Groene Prinses
Op culinair vlak kun je je in Chur verwachten aan Zwitserse klassiekers enerzijds en de Italiaanse keuken anderzijds. Op een koude avond deden we ons te goed aan kaasfondue; op een zonniger moment smikkelden we pizza. Wij hadden echter de indruk dat ze in Chur vooral van zoetigheden houden. De inwoners eten er gigantische porties ijs, en notentaart en kruidige kersenlikeur (Röteli) behoren tot de specialiteiten van Chur. Een leuk plekje om bij mooi weer te genieten van een taartje is Bühler’s Zuckerbäckerei aan de Obertor.

Chur2 ©Groene Prinses
Dit oude bakkerijtje verkoopt ook de Bündner Pfirsichsteine: amandelbonbons in de vorm van een perziksteen, op smaak gebracht met specerijen en al dan niet in chocolade gehuld.

Bundner Pfirsichsteine ©Groene Prinses
Wondermooie treinroute

In Chur vertrekt de Bernina Express, een trein die bestaat uit panoramawagons en die dwars door de Zwitserse Alpen tot in het Italiaanse Tirano rijdt. De rit duurt ongeveer vier uur, maar is vaak zo adembenemend mooi dat je je geen seconde verveelt. Het is meer dan begrijpelijk dat een groot deel van het traject UNESCO-werelderfgoed is. Het enige minpuntje: je wagon zou weleens gevuld kunnen zijn met een grote groep luidruchtige toeristen op leeftijd. Gelukkig wordt het voorbijglijdende landschap daar niet minder mooi van.

op de Bernina Express ©Groene Prinseszicht uit de Bernina Express ©Groene Prinses
Mondain relaxen aan het meer

Van Tirano kun je meteen naar Milaan sporen, maar wij keerden nog even terug naar Zwitserland voor enkele zonnige dagen aan het meer van Lugano. Het oude centrum bevat een paar aangename straten, maar verder staat Lugano helaas volgebouwd met lelijke flatgebouwen en grote hotels. Lugano moet het dan ook vooral hebben van haar omgeving: de omliggende bergen en het uitgestrekte meer.

van Gandria naar Lugano ©Groene Prinses
Met de boot vaarden we tot Gandria, een oud dorpje dat tegen een berg ligt gedrukt en bestaat uit een wirwar van smalle straatjes. Een mooie wandeling over ‘het olijvenpad’ langs het meer voerde ons terug naar Lugano, waar we lekker mondain genoten van een aperitief op een terrasje en nog wat peddelden op het water.

Lugano ©Groene Prinses
De keuken in Lugano is op en top Italiaans: pasta, pizza, risotto … Wij aten rustig en lekker in het restaurant in het park: gazpacho van watermeloen met een muntlolly en huisgemaakte farfalle van spelt. De gerechten waren wel zeer Zwitsers geprijsd …

Lugano2 ©Groene Prinses
Vegetarische topklasse

Op naar Milaan! Vanuit Lugano duurt dat met de trein maar een flink uur. Milaan is een lelijke stad, dat is het eerste wat we dachten toen we na aankomst door de straten dwaalden. Overal druk verkeer en niets dan lelijke gebouwen. Maar beetje bij beetje leerden we ook het andere gezicht van de stad kennen. Daar waar sommige Italiaanse oorden je meteen overspoelen met hun schoonheid, moet je er in Milaan naar speuren. Als je maar aandachtig genoeg kijkt, ontdek je toch vleugjes Milanese bellezza: de groene koelte van het Parco Sempione, de dense schuimlaag van een cappuccino, de ontelbare pinakels van de duomo, espresso drinkende mannen in maatpak, de donkere rust van kleine kerkjes, de immense collectie klassieke cd’s van La Bottega Discantica, het romige ijs van Grom. En Joia. Vooral Joia.

Milaan ©Groene Prinses
Ristorante Joia
verdient eigenlijk een blogpost voor zichzelf, maar goed, ik probeer me te beperken tot de essentie. Wie vegetarisch wil eten op topniveau is in Joia aan het goede adres. Joia kreeg dan ook als enige vegetarische restaurant in Europa een Michelinster. Omdat ik nog nooit eerder in een restaurant met een ster had gegeten, was ik best wel een tikje nerveus. Maar al snel bleek dat dat nergens voor nodig was: Joia is qua inrichting beslist niet heel chic en er kwamen ook mensen in T-shirt dineren ;-) We kozen voor een 5-gangenmenu voor 75 euro en dat leverde een ideale ontdekkingstocht op in deze ‘alta cucina naturale‘.

Nog voor we aan onze eerste gang begonnen kregen we een verfijnde carpaccio van watermeloen en parmezaan. De watermeloen was zo voortreffelijk gemarineerd en zo uitermate zacht en ‘vlezig’ van textuur dat het bijna moeilijk was om ons voor te stellen dat we geen vlees aan het eten waren. Een prima start! En al wat nog volgde, stelde ons evenmin teleur: stuk voor stuk kunstig gepresenteerde groentegerechtjes. Bruisend van kleur, licht van textuur, verrassend van smaak. Het meest bijzondere gerecht had als naam ‘Onder een kleurrijk deken’ en dat was exact wat we kregen. Een laagje schuim in verschillende kleuren en smaken verborg allerlei kleine verrassingen die je al struinend met je lepel ontdekte.

Het dessert mochten we zelf uitkiezen. En ik was erg tevreden met mijn keuze voor ‘Vijf minuten’ dat onder andere een intens zuur-zoete terrine van chocolade en frambozen bevatte. Bij de koffie en thee kregen we nog wat extra zoete hapjes zodat we meer dan voldaan de tafel verlieten. Stiekem droom ik al van een volgend bezoekje aan Joia, in de hoop ook eens het 16-gangenmenu te proeven, maar in de eerste plaats geniet ik nog na van alles wat we aten.

Parco Sempione Milaan ©Groene Prinses
Meer Milaan

Onze andere etentjes in Milaan waren een stuk eenvoudiger, maar zelfs na de unieke ervaring in Joia genoten we nog van enkele leuke adresjes. Natuurlijk zijn er ook in Milaan pizza, pasta en risotto in overvloed, maar wie wat anders wil, vindt genoeg alternatieven.

Chiù is een fijne plek om te lunchen. Laat je niet afschrikken door het feit dat je in een kaas- en vleeswinkel terechtkomt, want op de kaart staan verschillende vegetarische en zelfs een paar veganistische gerechten. Ik at bijvoorbeeld een frisse salade van spelt, tomaatjes, rucola en selderij.

Een van de leukste wijken waar we in Milaan belandden, was de buurt rond de Corso Garibaldi en de autovrije straatjes aan de Via Brera. ‘s Middags zijn alle bars en trattoria’s er flink gevuld met lunchende Milanezen, maar dat zorgt voor een leuke levendige sfeer. Bovendien vind je hier – in tegenstelling tot vele andere plekken in Milaan – nog oude gebouwen, charmante steegjes en rustige pleintjes.

San Simpliciano Milaan ©Groene Prinses
Op de piazza San Simpliciano ligt in de schaduw van de gelijknamige kerk het terras van de California Bakery. Niet typisch Italiaans, want allerlei Amerikaanse klassiekers zoals bagels, muffins en pancakes sieren de kaart. Wel weer een prima adres voor een veggie lunch. Ik twijfelde even over de hartige pannenkoek met gegrilde aubergine, maar koos uiteindelijk voor een smakelijke quinoaburger.

Bij di Viole di Liquirizia in de rustige Via Madonnina hebben ze een ruim assortiment thee van Mariage Frères, goede koffie en lekkere gebakjes. Ga op het terras zitten met een taartje en kijk om de Milanese sfeer op te snuiven naar de shoppende vrouwen die hooggehakt voorbij paraderen.

Ecologisch slapen op twee oren
Tot slot nog een hoteltip! Wij verbleven in het aangename Bio City Hotel, dat er alles aan doet om zo ecologisch mogelijk te werk te gaan zonder in te boeten aan luxe. We hadden een ruime kamer met een uitstekende badkamer en genoten ‘s morgens van een verzorgd bio-ontbijt. Vooral zoetekauwen kunnen ongeremd smullen, want het ontbijtbuffet bevat naast vers fruit, huisgemaakte (vanille)yoghurt, ontbijtgranen, kaas, vlees, allerlei croissants en muffins, maar liefst drie verschillende taarten! Lekkere thee en goede koffie maken het compleet. Het hotel ligt niet in de mooiste wijk van Milaan, maar is niet ver van het Centraal Station en dat maakt het ook weer handig.

Voilà, bij deze heb ik ongetwijfeld een record gehaald: mijn langste blogpost ooit ;-)

PS: in Joia nam ik geen foto’s omdat ik ten volle wilde genieten van het eten. De volgende dag bleek mijn batterij dan weer leeg te zijn. Slechts enkele foto’s van Milaan dus …

Appel-kaneelkoek vegan

appel-kaneelkoek2 © Groene Prinses
Appel en kaneel zijn voor elkaar geboren. In dit gebak (zonder geraffineerde suiker en zonder zuivel!) gaan ze mooi hand in hand. Het kost nauwelijks moeite om het te maken en het biedt instant troost op regenachtige zomer- of herfstdagen. Bovendien is het niet eens ongezond. Kokosbloesemsuiker is een niet-geraffineerde, donkerbruine suiker die nog tal van vitamines en mineralen bevat. Hij heeft een lekkere karamelachtige smaak. Je vindt hem in natuurvoedingswinkels, maar er hangt doorgaans wel een behoorlijk prijskaartje aan vast. Geniet er dus van met mate ;-)

appel-kaneelkoek © Groene Prinses
voor 2-4 personen

Ingrediënten
• 100 g lichte speltbloem
• 50 g blanke amandelen, tot ‘meel’ gemalen
• 50 g kokosbloesemsuiker
• 50 g (ontgeurde) kokosolie
• 4 el amandelmelk
• 1 tl wijnsteenbakpoeder
• 0,5 tl kaneelpoeder
• snuifje zout
• 2 kleine appels
• 2 el abrikozenjam (zonder suiker, bijv. gezoet met appelsap)

Zo maak je het
Verwarm de oven voor tot 175° Celsius.

Meng de speltbloem met de amandelen, de kokosbloesemsuiker, het snuifje zout, het bakpoeder en de kaneel.

Smelt op een zacht vuurtje de kokosolie. Roer de olie en de amandelmelk snel door de droge ingrediënten, tot je een samenhangend maar nog wat plakkerig deeg hebt.

Bekleed een bakplaat met bakpapier en druk het deeg erin uit tot je een cirkel van ca. 1 cm dik hebt. Dit gaat het best met je handen, maar je kunt ook de bolle kant van een lepel gebruiken.

Schil de appels en ontdoe ze van het klokhuis. Snijd elke appel in vieren en dan in plakjes. Schik de plakjes op het deeg.

Bak de appelkoek 20 tot 30 minuten in de oven. Tot het deeg gaar is en de appels zacht.

Laat de appelkoek afkoelen op een taartrooster.

Verwarm de abrikozenjam zachtjes in een steelpannetje tot hij wat lopender wordt. Gebruik een kwastje om de taart met de jam in te strijken. Laat verder afkoelen.

Snijd de taart in punten en serveer met een geurig kopje thee!