de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Ik ben wild van WILD!

WILD project Antwerpen 1
Een van mijn nieuwe favoriete adresjes in mijn thuisstad Antwerpen is WILD project, een eethuisje dat wordt gerund door twee zussen met Italiaans-Zwitserse roots. Sinds de opening in januari kwam ik er al geregeld over de vloer, maar pas onlangs dacht ik eraan om mijn fototoestel mee te nemen en dit leuke plekje met jullie te delen.

WILD Antwerpen3
Alles op de menukaart van WILD is vegetarisch, en een flink deel ervan is ook geschikt voor veganisten. De gerechten zijn eenvoudig, maar steevast kwalitatief en vol van smaak. De zussen kiezen dan ook bewust voor ambachtelijke, lokale en veelal biologische ingrediënten. En ze bakken zelf overheerlijk kraakvers brood!

WILD Antwerpen2
Mijn favoriet op de kaart? De sandwich met crunchy tofu, spinazie, tomaat, radijs en zadenspread. En ook van de Vegan Burger Sandwich en de Vegan Brunch Plate (zie foto) heb ik al volop genoten. Om maar te zwijgen van de verse sapjes, de rozemarijnthee en de lekkere (grotendeels vegan) gebakjes op de toog …

tulpen WILD2
WILD is niet alleen lekker, maar ook nog eens gezellig. De huiselijke sfeer, de bloemen op de tafels en de vriendelijke bediening maken dit eethuisje tot een rustige oase in de drukte van de stad. Bovendien geeft de internationale uitstraling van WILD me altijd even het gevoel dat ik met vakantie ben.

WILD project, Grote Pieter Potstraat 21, 2000 Antwerpen

Noedelsoep vol lentelust vegan

vegetarische noedelsoep vol lentelust Groene Prinses
De Vietnamese keuken lijkt aan een opmars bezig in onze Westerse contreien. Op blogs die ik volg zie ik al geruime tijd recepten voor allerlei Vietnamees lekkers verschijnen en in mijn eigen stad, Antwerpen, is er na Bún onlangs een tweede Vietnamees street food-restaurant geopend: Pho 61. Ik eet er graag de vegetarische phở, een geurige noedelsoep met verse kruiden.

Het is precies die soep die me inspireerde om aan de slag te gaan in mijn keuken en een heel eigen versie te creëren, mijn persoonlijke vegetarische phở, zeg maar. Hoewel: ik heb geen idee hoe de regels van de Vietnamese kookkunst werken. Qua authenticiteit scoort mijn creatie wellicht niet al te hoog, dus noem ik ze veiligheidshalve maar gewoon ‘noedelsoep’. Vól lentelust, weliswaar. Want ik wilde met mijn soepje een ode brengen aan frisse lentesmaken. Vandaar de radijsjes en de jonge spinazie.

Voor verse doperwtjes is het nog net een tikje te vroeg, dus gebruikte ik er uit de diepvriezer. Maar oh, ik kan niet wachten om het nog eens te maken met de kraakverse broertjes, recht uit de dop. En een handjevol groene aspergestukjes erbij lijkt me ook niet te versmaden … Kom op, lente, laat alles maar flink groeien nu!

vegetarische noedelsoep vol lentelust 2 Groene Prinses
voor 2 personen

Ingrediënten
voor de bouillon:

• 1 el (kokos)olie
• 1 kaneelstokje
• 2 anijssterretjes
• 2 kruidnagels
• 1 teen look, gepeld en doormidden gesneden
• 4 schijfjes verse gemberwortel, de schil verwijderd
• 1,5 l sterke groentebouillon

• 250 g rijstnoedels
• 250 g tofoe
• 1 el tamari, shoyu of andere sojasaus
• 1 el (kokos)olie
• ca. 20 radijsjes, gewassen en in schijfjes
• ca. 50 g jonge spinazieblaadjes, gewassen en de dikke stelen verwijderd
• een flinke handvol erwtjes (vers of diepgevroren)
• 1 chilipeper, de zaadjes verwijderd en fijngehakt
• 2 lente-uitjes, in ringetjes

serveer met:
• 1 limoen, in kwartjes
• een flinke handvol verse koriander en eventueel (Thaise) basilicum
• sojasaus en chilisaus naar smaak

Zo maak je het
Maak eerst de bouillon. Verhit een eetlepel (kokos)olie in een ruime kookpan. Doe het kaneelstokje, de anijssterren en de kruidnagels erbij en bak de specerijen al roerende tot ze geurig zijn. Voeg de look en de gember toe en bak heel eventjes mee. Giet de bouillon erbij en laat het geheel minstens een halfuur – maar liever langer – zachtjes koken.

Zeef de bouillon of schep de specerijen er met een schuimspaan uit.

Snijd de tofoe in blokjes en laat ze een 20-tal minuten marineren in de tamari of shoyu.

Kook de rijstnoedels gaar volgens de instructies op de verpakking en spoel ze af onder koud water.

Verhit de resterende eetlepel olie in een koekenpan en bak de tofoeblokjes langs beide kanten goudbruin.

Blancheer de erwten een paar minuten in de hete groentebouillon. Een erwt heeft niet veel nodig om te garen; kook ze dus zeker niet te lang!

Verdeel de rijstnoedels over twee grote kommen. Scheur de spinazieblaadjes erover. Verdeel ook de radijsjes, de tofoeblokjes, de chilipeper en de lente-uitjes over de kommen.

Schep nu de hete bouillon in de kommen.

Serveer de soep met de limoenkwartjes en de kruiden. Pers wat sap uit in je kom, verscheur flink wat koriander en basilicum en voeg naar eigen smaak eventueel nog wat soja- of chilisaus toe.

Eet de noedels met stokjes en gebruik een grote lepel om het vocht en de erwtjes op te lepelen. Smakelijk!

Insalata caprese met bloedsinaasappel

caprese met bloedsinaasappel ©Groene Prinses
Eigenlijk maakte ik de foto voor deze blogpost al enkele weken geleden, maar een stevige griep, veel inhaalwerk en een dosis algemene futloosheid zorgden ervoor dat ik er nu pas toe kom om dit fleurige gerechtje te posten. Een hapje om het begin van de lente te vieren dan maar!

Intussen loopt het bloedsinaasappelseizoen bijna op z’n eind (vooral in februari en maart vind je deze vruchten), maar ik hoop dat jullie toch nog een paar exemplaren op de kop kunnen tikken. Als je van insalata caprese houdt, maar geen zin hebt om te wachten tot er zonrijpe tomaten zijn, dan is dit bloedsinaasalternatief wellicht wat voor jou.

Rucola- of basilicumkiemen zijn misschien niet zo gemakkelijk te vinden, maar je kunt ze perfect zelf maken in een kiemschaaltje. Reken op een viertal dagen kieming.

voor 2 personen, als voorgerecht

Ingrediënten
• 2 bloedsinaasappelen
• 200 g verse mozzarella of burrata van uitstekende kwaliteit (ik gebruik biologische buffelmozzarella)
• een handjevol rucola- of basilicumkiemen
• 2 el kwalitatieve olijfolie
• peper
• fleur de sel (of ander lekker zout)
• eventueel een beetje balsamicoazijn

Zo maak je het
Laat de mozzarella of burrata eventjes op kamertemperatuur komen. Te koude mozzarella is niet lekker.

Snijd de schil rond de bloedsinaasappelen weg en snijd ze daarna in plakjes. Vang het sap dat vrijkomt zo goed mogelijk op. Schik de plakjes op twee bordjes en schenk er wat van het sap over.

Snijd de mozzarella of burrata in plakjes en schik die op de sinaasappelschijfjes. Sprenkel over elk bordje een eetlepel olijfolie. Kwam er maar weinig vocht vrij bij de sinaasappelen, sprenkel er dan eventueel nog wat balsamicoazijn over.

Bestrooi met peper en zoutvlokjes en verdeel de kiemen over de bordjes.

Serveer onmiddellijk met kraakvers brood erbij.

Zin in meer bloedsinaasappelrecepten? Probeer dan eens de avocado-bloedsinaasappelsalade of de minicheesecakes met bloedsinaasappelsiroop.

Lam en Loebas, kleine (veggie) koks

Lam en Loebas, kleine koks
Tot nog toe hield ik mijn activiteiten als schrijver netjes gescheiden van mijn Groene Prinses-avonturen. Wie belangstelling heeft voor mijn boeken, kan immers op mijn andere blog, Vol van zinnen, terecht.

Maar nu ga ik hier voor een keertje toch een beetje reclame maken voor een van mijn boekjes. Omdat het helemaal op en top vol Groene Prinses-vibes zit ;-)

Lam en Loebas, kleine koks, mijn gloednieuwe boekje voor beginnende lezers, gaat namelijk over oogst-, kook- en smulplezier. Claudia Verhelst maakte prachtige illustraties bij mijn verhaal en uitgeverij De Eenhoorn combineerde tekst en beeld tot een bijzonder mooi geheel.

Voor kinderen die zelf graag kokkerellen, met de hulp van mama of papa, bevat dit boek een leuk extraatje: vijf vegetarische recepten om meteen uit te proberen! Een leuke stimulans voor alle kinderen die meedoen met Dagen zonder vlees? :-)

Bekijk hier enkele pagina’s uit het boek!

Lam en Loebas, kleine koks is vanaf morgen (1 maart dus) te koop bij de betere boekhandel of via uitgeverij De Eenhoorn.

Wortel-erwten-pittenspread vegan

wortel-erwten-pittenspread Groene Prinses
Deze groentespread maakte ik voor het eerste toen ik een restje wortelen-met-erwten over had. Als kind moest ik niets hebben van deze klassieker, maar omdat mijn Geliefde wel van het gerecht houdt, duikt het nu soms op in mijn keuken. Intussen kan ik ook best genieten van de combinatie van erwten en worteltjes.

En met een kliekje kun je dus een lekkere spread maken. Zo lekker dat ik er nu soms speciaal wortelen en erwtjes voor stoof.

Deze spread smaakt goed op getoast brood, met nog wat kiemen erbij.

voor een klein potje vol

Ingrediënten
• 5 flinke el van een restje wortelen en erwten
[of:
• 1 el olijfolie
• 1 klein uitje, gesnipperd
• 1 wortel, in blokjes
• 1 handjevol erwten (diepvries of vers in het seizoen)
• 1 scheutje appelazijn
• peper en zout
• een vleugje geraspte nootmuskaat
• een scheutje water]

• 1 el zonnebloempitten
• 1 el pompoenpitten
• 1 el (zwart) sesamzaad
• 1 el walnoten, gehakt
• 1 flinke tl lichte miso (vervang eventueel door sojasaus)
• 2 el olijfolie
• 2-3 el water
• peper en zout

Zo maak je het
Heb je geen restje om van te vertrekken, bereid dan eerst de wortelen en erwten. Stoof de uisnippers in de olijfolie tot ze gaar zijn. Voeg de wortelblokjes toe en een klein scheutje water. Laat een paar minuten stoven en voeg dan een scheutje appelazijn, peper, zout en nootmuskaat toe. Laat stoven tot de wortelen beetgaar zijn. Voeg de erwten toe en stoof nog heel even tot ze ontdooid en gaar zijn. Laat afkoelen.

Doe nu al ingrediënten – behalve het water en peper en zout – in de blender en mix fijn. Voeg beetje bij beetje het water toe tot je een smeuïge spread hebt.

Is je blender niet heel krachtig, dan kan het helpen om de pitten en noten op voorhand te laten weken. Je hebt dan normaal gezien geen extra water meer nodig.

Breng de spread op smaak met peper en zout. Smeer een dikke laag op toast of brood en geniet!

De lekkerste recepten met tofoe, tempé en seitan

tofoe tempe en seitan©Groene Prinses
Van de zogenaamde ‘vleesvervangers’ die zo veel mogelijk op vlees moeten lijken, houd ik eigenlijk niet echt. Vaak zijn het sterk bewerkte producten die heel wat overbodige toevoegingen bevatten. Ik kook liever met veel groenten, granen, peulvruchten en noten, zodat al die kant-en-klare vleesvervangers niet nodig zijn.

Maar voor drie producten maak ik toch graag een uitzondering: tofoe, tempé en seitan. Je zou ze ook tot de ‘vleesvervangers’ kunnen rekenen, want het zijn immers plantaardige, eiwitrijke producten. Maar voor tofoe, tempé en seitan heb je geen industriële bewerkingen nodig. Het zijn voedingsmiddelen die al ettelijke jaren meegaan en die je – als je er de tijd voor hebt en van wat experimenteren houdt – zelf zou kunnen maken (in tegenstelling tot Quorn of chick’Pieces bijvoorbeeld). Kies je voor kwaliteitsmerken, dan komen er alleen maar ‘degelijke’ ingrediënten aan te pas.

Doorgewinterde vegetariërs zijn ongetwijfeld vertrouwd met deze producten, maar wie slechts af en toe vegetarisch eet of nog maar net dapper van start is gegaan met bijvoorbeeld Dagen zonder vlees, haalt wellicht zijn neus op voor deze producten, die er – toegegeven – op het eerste gezicht misschien niet zo heel smakelijk uitzien.

Maar dat zijn ze wél! Tenminste als je ze goed klaarmaakt. Nog niet overtuigd? Probeer een van de volgende recepten en ik trek je over de streep! ;-)

tofoe_tomatenspread_detail ©Groene Prinses
Tofoe
Tofoe, ook wel ‘sojakaas’ genoemd, is gestremde sojamelk. Zo simpel is het. Dit witte goedje heeft niet veel smaak, dus je moet flink marineren of tofoe laten sudderen in smaakvolle sauzen. Je hebt verschillende soorten tofoe: van heel stevige tot heel zachte (zijdetofoe). Soms moet je even zoeken naar een merk dat voor jou precies de juiste textuur heeft. Al hangt dit natuurlijk ook af van het gerecht dat je maakt.

Mijn beste tofoerecepten? Tofoe-tomatenspread voor op de boterham, tofoebroodjes met een slaatje, tofoe op de wijze van 1001 nacht (laat je niet misleiden door de niet zo geslaagde foto ;-) ) en voor als het zomer wordt: tofoe met een Hongaarse twist of sobanoedels met komkommer en tofoekoekjes.

Nog meer lekkers op het web? Pad thai, Shepherd’s Pie en Hot Chilli Pepper Tofu.

Tempé
Tempé is het minst bekend van de drie, en wellicht ook het minst geliefd. Nochtans is tempé heel gezond en bijzonder van smaak. Tempé is een koek van gefermenteerde sojabonen. Dankzij die fermentatie is tempé makkelijker te verteren dan tofoe. Net als tofoe, moet je tempé goed marineren of combineren met sterke smaakmakers. Zelf houd ik het meest van de gerookte variant. Snijd die tempé in heel kleine stukjes, marineer ze in sojasaus en bak ze krokant in wat olie. Een perfect alternatief voor gebakken spekjes!

Mijn beste tempérecepten? Gratin van pasta, andijvie en tempé, appel-witlofsalade met postelein en tempé, mangorijst met tempé en spinazie en in de zomer: zommerrolletjes met tempé en gemberdipsaus.

Nog meer lekkers op het web? Witlofsoep, Mango Peanut Tempeh Tacos en Brussels Sprout & Tempeh Stir-Fry.

seitan_knolselderij_cranberry ©Groene Prinses
Seitan

Seitan is het meest ‘vlezige’ product van de drie en daarom vaak het meest geliefd bij ‘beginnende’ vegetariërs (seitangehakt kan in spaghettisaus of chili heel goed doorgaan voor ‘echt’). Seitan heeft niets met soja te maken, maar bestaat uit eiwitrijke tarwe- of speltgluten. Wie een glutenallergie heeft, laat seitan dus maar beter links liggen.

Koop altijd seitan van uitstekende kwaliteit. Wat je in de doorsnee supermarkt vindt, is vaak maar een taai goedje. Seitan moet mals van textuur zijn. In biowinkels vind je lekkere seitan (ik noem niet graag merken, maar die van Bertyn is heel goed), weliswaar niet zo goedkoop, maar beschouw seitan maar als de ‘steak’ onder de vleesvervangers.

Mijn beste seitanrecepten? Seitan & knolselderij met cranberry-portosaus, seitanstoverij met kastanjes, kleine gehaktbroodjes met uienjam, pasta met zoete tomatensaus en seitan en in de zomer of herfst: romige auberginepuree met seitankoekjes.

Nog meer lekkers op het web? Groenteragout met seitan en Heirloom Beans & seitan.

Welke toppers met tofoe, tempé of seitan eten jullie graag?

Oppeppende pinda-koolsoep vegan

Pinda-koolsoep : Groene Prinses
Februari is de maand waarin ik me steevast wat futloos begin te voelen. Het verlangen naar lente en langere dagen wordt almaar hardnekkiger. Hét moment om lekkere oppeppers in mijn gerechten te smokkelen. Gember en chili bijvoorbeeld. Ze zijn perfect om wintergroenten als kolen wat kracht bij te zetten. Dit pittige en voedzame soepje is bovendien erg makkelijk te maken. Precies waar futloze dagen om vragen :-)

Hoeveel chilipepers je het best gebruikt hangt af van de sterkte van de pepers en je eigen smaak. Mijn hoeveelheid is dus maar een richtlijn!

voor 4 personen

Ingrediënten
• 1 el kokosolie of olijfolie
• 1 ui, gesnipperd
• 1-2 chilipepers (afhankelijk van de sterkte en je eigen smaak), zaadjes verwijderd en fijngehakt
• 3 cm verse gember, fijngehakt
• 1 mini wittekool (of de helft of een kwart van een grotere kool; een kleine spitskool kan ook), in fijne reepjes gehakt
• 400 g tomatenpassata
• 1 l groentebouillon
• 4 el pindakaas
• peper
• zout
• een bosje korianderblad, grof gehakt

Zo maak je het
Verwarm de olie in een grote kookpan. Voeg de uisnippers, chilipepers en gehakte gember toe. Laat op een zacht vuurtje stoven tot de ui glazig wordt.

Voeg de koolreepjes toe en laat met het deksel op de pan een vijftal minuten stoven. Roer af en toe.

Doe de passata en de bouillon erbij. Laat het geheel ongeveer 20 minuten zachtjes sudderen, of tot de kool gaar is. Roer de pindakaas erdoor tot hij oplost in de soep en warm alles nog even goed door.

Breng op smaak met peper en zout.

Schep de soep in kommen en bestrooi met gehakt korianderblad.

Kookboekentip: A modern way to cook

A modern way to cook 1
Sinds een poosje heb ik een nieuwe culinaire heldin. Ze heet Anna Jones. Ik schreef al eens een enthousiaste blogpost over haar eerste kookboek Een nieuwe kijk op eten, maar nu ik ook haar nieuweling A modern way to cook in huis heb, kan de pret helemaal niet meer op.

Dit boek is nog niet vertaald naar het Nederlands en toen ik het onlangs in Londen in handen had, twijfelde ik even: zou ik wachten op een Nederlandse vertaling (die er, naar ik vermoed, wel ooit zal komen)? Bij het doorbladeren van het boek, wist ik echter algauw dat het antwoord op die vraag ‘nee’ zou zijn. En dus reisde het boek mee van Londen naar Antwerpen.

A modern way to cook 3
Snel, vers, veggie
Net als het vorige kookboek van Jones staat dit boek vol met vegetarische recepten die een glansrol geven aan verse groenten en spelen met allerlei slimme smaakmakers. Het grote verschil? De gerechten in A modern way to cook zijn bedoeld om zo snel mogelijk op tafel te staan.

Dit kookboek is dan ook niet ingedeeld volgens hoofdstukken als ‘voorgerechten’, ‘hoofdgerechten’ en ‘desserts’, maar wel volgens tijd. Van gerechten die in 10 minuten op tafel staan (‘In the time it takes to set the table’) tot recepten die 40 à 45 minuten tijd vragen (‘Forty-minute feasts’). Voor dagen dat er meer tijd is, is er ook nog het hoofdstuk ‘Investment cooking’ met recepten voor onder andere notenboters, granola en bouillon, en tips voor het koken van granen en peulvruchten.

De tijdsaanduiding bij de recepten moet je soms met een korreltje zout nemen. Waar Anna Jones slechts 10 minuten nodig heeft voor bijvoorbeeld ‘Smoky pepper en white bean quesadillas’, mag ik toch al snel op het dubbele rekenen (en ik vind mezelf nu ook niet de allertraagste kok ;-) ). Hoe dan ook: het blijven gerechten die niet al te veel werk en tijd kosten, maar die wel vers, gezond en smaakvol zijn.

Kleine twists
Eigenlijk kook ik de laatste jaren nog maar weinig uit kookboeken en toch ben ik zo blij met de boeken van Anna Jones. Dat komt omdat ze me, meer nog dan recepten om van A tot Z te volgen, inspiratie schenken. Jones laat je zelf nadenken over smaakcombinaties en manieren om een snelle maaltijd op tafel te zetten. Daar houd ik van!

Niet zelden kwam ik in dit boek recepten tegen die lijken op dingen die ik sowieso al maak. Jones’ recept voor ‘Lentil ragù agrodolce’ vertoont grote gelijkenissen met een pastasaus die ik geregeld op tafel zet. Maar de twee dadels die zij aan de stoverij toevoegt om ze een zoete toets te geven, waren voor mij nieuw. En precies die kleine twists maken het boek voor mij de moeite waard. Subtiele accenten die ik graag mijn eigen keuken binnensmokkel …

A modern way to cook 2
Zalig zoet plezier

Er zijn een paar recepten die ik wel quasi klakkeloos volg. Namelijk die voor de zoetigheden. Jones gaat graag op zoek naar zoete hapjes en desserts die een stuk gezonder zijn dan wat je doorgaans aan desserts vindt. En ze doet dat meesterlijk! Haar ‘Raw cookie dough bars’ en ‘Salted almond butter chocolate bars’ waren hier een instant hit. Ongelofelijk gemakkelijk en om duimen en vingers bij af te likken. Nu kan ik niet wachten om haar ‘Chocolate and Earl Grey pots’ uit te proberen.

Als dit de moderne manier van koken is, dan ben ik heel graag modern! :-)

Havermoutpap & snelle kumquatmarmelade vegan

havermoutpap1 ©Groene Prinses
Voor mij bestaan er twee soorten havermoutpap. Er is de uiterst simpele versie die ik maak op ochtenden dat ik me moet haasten. Ik warm snel wat havermout met amandelmelk op en giet er een scheut ahornsiroop over. In het beste geval strooi ik er walnoten en rozijnen, stukjes dadel of gedroogde abrikoos over.

Op ochtenden dat ik meer tijd heb, wordt havermoutpap echter een heel ander verhaal. Dan maak ik luxeversies met gestoofd fruit of snelle compote, geroosterde noten en een uitgekiende mix van specerijen. De fluwelige pap laat zich zo goed met allerlei smaakmakers combineren, dat je kunt blijven experimenteren.

Onlangs liet ik me in de biowinkel verleiden door feloranje kumquats. De juweeltjes onder de citrusvruchten, zeg maar. Samen met wat honing maak je er in no time een lekkere marmelade van. Ik gebruikte oranjebloesemhoning, maar andere honing kan natuurlijk net zo goed. En veganisten kunnen aan de slag met rijst- of tarwestroop. Dan heb je misschien wel wat meer nodig, aangezien die stropen minder zoet zijn dan honing.

Geen liefhebber van havermoutpap? Deze kumquatmarmelade is ook heerlijk bij pannenkoekjes of op toast. En ik kan me voorstellen dat hij ook zalig smaakt bij chocolademousse.

Wat zijn jullie favoriete toppings voor havermoutpap?

voor 2 porties

Ingrediënten
• ca. 15 (biologische!) kumquats
• 1 flinke eetlepel (oranjebloesem)honing (of een beetje meer rijst- of tarwestroop)

• 75 g fijne havermout
• 500 ml amandelmelk
• 0,5 tl kaneelpoeder
• 1 vanillestokje

• een handjevol amandelen

Zo maak je het
Was de kumquats goed. Snijd ze in schijfjes en verwijder de pitjes. Vang zo goed mogelijk het sap op tijdens het snijden.

Doe de kumquatschijfjes en hun sap in een steelpannetje. Doe er de honing bij en laat alles op een zacht vuurtje ongeveer een kwartier inkoken. Roer geregeld en let op dat het goedje niet aanbrandt!

Verwarm de oven voor tot ca. 200° Celsius. Strooi de amandelen op een bakplaat en rooster ze enkele minuten in de oven tot ze lichtbruin kleuren. Houd ook hier goed in de gaten dat ze niet aanbranden! Je kunt de amandelen ook in de pan roosteren, maar ik vind het dan moeilijker om ze gelijkmatig te garen.

Neem een tweede steelpan. Doe daarin de havermout, de amandelmelk, het kaneelpoeder en het opengesneden vanillestokje. Gebruik je een ‘nieuw’ vanillestokje, schraap er dan eerst de zaadjes uit en doe ze bij de pap. Ik gebruik echter meestal een ‘leeg’ vanillestokje waarvan ik de zaadjes eerder gebruikte voor een ander recept. De vanillesmaak trekt toch nog lekker in de pap.

Laat de havermout op een zacht vuurtje indikken tot de gewenste consistentie.

Verdeel de pap over twee kommetjes. Schep de marmelade erop en strooi de amandelen erover. Smakelijk!

Een fantastisch bonenrijk 2016 gewenst!

peulvruchten2016 ©Groene Prinses
Voor 2016 wens ik jullie veel gezellige keukenbedrijvigheid, deugddoende maaltijden met vrienden en familie, culinaire en andere ontdekkingen, lepels vol liefde én … de lekkerste bonengerechten! 2016 is door de Verenigde Naties namelijk uitgeroepen tot het internationale jaar van de boon, of de peulvrucht in het algemeen.

Meer dan terecht dat peulvruchten wat extra aandacht krijgen. Ze zijn lekker, gezond, vegetarisch, voedzaam én goedkoop. Wat wil een (veggie) smulpaap nog meer?

Maken jullie al geregeld gebruik van peulvruchten in de keuken? Of wie neemt zich voor om er in 2016 meer mee aan de slag te gaan?

Om jullie alvast met een flinke portie boneninspiratie het nieuwe jaar in te sturen, ging ik op zoek naar mijn favoriete (min of meer winterse) recepten met peulvruchten op dit blog. Wil je nog meer recepten, tik dan ‘bonen’, ‘linzen’ of ‘kikkererwten’ in het zoekveld. Ik beloof bovendien dat ik dit jaar nog meer bonenlekkers zal posten! (o jee, belofte maakt schuld … ;-)

Van adukiboon tot belugalinzen
Adukibonen zijn heerlijke, enigszins zoete bruine boontjes die goed tot hun recht komen in deze quinoa-adukibonenburgers.

Zwartoogbonen zijn al net zo mooi en schattig. Samen met orzo en specerijen belanden ze in een snel pastagerechtje.

Met peulvruchten verzin je tientallen spreads voor op de boterham. Mungbonenspread, pompoenhummus en spread van bonen, kerrie en koriander zijn slechts enkele mogelijkheden.

Hartje winter en toch zin in iets fris? Maak dan deze wortel-kikkererwt-sinaassalade.

En voor wie wil uitpakken met een mooi voorgerechtje raad ik tot slot de blini’s met belugakaviaar aan. In de winter kun je de komkommer in het recept vervangen door rodebietlinten.

Hebben jullie favoriete bonenrecepten? Ik leer ze graag kennen!