de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Pizza bianca met savooikool en scamorza

pizza met savooikool en scamorza ©Groene Prinses
Doordat savooikool vaak in stoof- of stamppot belandt, dicht je hem niet meteen een mediterraan imago toe, maar toch is deze groene koolsoort afkomstig uit het Middellandse Zeegebied. Ik combineer hem dan ook graag met andere mediterrane ingrediënten.

Scamorza is een kaas uit het zuiden van Italië, die net als mozzarella goed smelt en zacht is van smaak. Ongesmolten is scamorza echter veel steviger van structuur. Je vindt hem ook gerookt en het is precies die gerookte smaak die ik heerlijk vind passen bij savooikool en olijven.

Het is niet zo makkelijk om hier scamorza te vinden, dus je gaat het best op zoek naar een winkel met Italiaanse specialiteiten. Voor wie in (de buurt van) Antwerpen woont, tip ik graag Sette Piatti, een winkel met voortreffelijke Italiaanse producten.

Voor het pizzadeeg kun je het recept gebruiken dat ik al eens eerder postte, of je eigen favoriete pizzadeegrecept. Ik probeerde onlangs voor het eerst de no-knead-methode van Jim Lahey voor pizzadeeg, maar had helaas niet de tijd om het deeg echt lang genoeg te laten rijzen. Het gehoopte resultaat bleef dus een beetje uit, maar als je het mooi volgens de regels uitvoert, zou het weleens erg lekkere pizza’s kunnen opleveren :-)

voor 2 pizza’s

Ingrediënten
• een portie pizzadeeg voor twee pizza’s

• ca. 12 bladeren van de savooikool
• 20 zwarte olijven, ontpit
• 2 uien, in dunne ringen
• 2 el olijfolie
• 2 tl rozemarijn (gedroogd of vers en fijngehakt)
• 200 g gerookte scamorza, in kleine blokjes gesneden
• peper en zout

Zo maak je het
Verwarm de oven voor tot 225° Celsius.

Verwijder de harde nerven uit de savooikoolbladeren. Breng een ruime pan gezouten water aan de kook en blancheer de savooikoolbladeren ongeveer 4 minuten. Laat ze uitlekken en dep ze droog.

Verhit de olijfolie in een hapjespan en stoof de uiringen tot ze glazig worden. Snijd de savooikoolbladeren in smalle reepjes en roerbak ze 5 tot 10 minuten mee met de ui, tot de bladeren gaar zijn, maar nog wel voldoende ‘beet’ hebben. Kruid met de rozemarijn en peper en zout.

Rol het deeg uit tot twee pizzabodems en beleg ze met de savooikool, de olijven en de scamorza.

Bak de pizza’s 5 tot 10 minuten in de hete oven en dien ze onmiddellijk op.

Mijn ‘krachtvoer’-oogst

krachtvoer©Groene Prinses
Het afgelopen weekend, 18 en 19 augustus oktober 2014, vond in Antwerpen de tweede editie van Krachtvoer plaats, een festival over eten met tal van workshops, filmvoorstellingen, lezingen en een markt met kraampjes van en voor foodies.

Voor de workshops, waarvoor je apart moest inschrijven, was ik helaas hopeloos te laat, maar gelukkig kon ik gisteren wel een lezing over fermentatie meepikken. Dat ik al een poosje geboeid ben door fermentatie lees je in mijn koolrabipost; gisteren werd echter algauw duidelijk dat er nog héél wat te experimenteren valt.

Gedeelde passie
Tijdens de lezing waren afwisselend Rose Greene – souschef van sterrenrestaurant In De Wulf – en Sarah Lebeer – microbiologe aan de Universiteit Antwerpen – aan het woord. Ze delen hun passie voor fermentatie, maar benaderen die elk vanuit hun specifieke achtergrond. Dat leverde een mooi samenspel van culinaire gedrevenheid en wetenschappelijke informatie op.

Toen we een gefermenteerd stukje wortel uit de keuken van Rose mochten proeven, bleek dat mijn eigen gefermenteerde worteltjes al aardig op weg zijn, maar toch nog heel wat finesse nodig hebben om net zo complex te smaken. Mijn fermenteerenthousiasme werd echter flink aangepord! Want ook al kan de wetenschap nog niet staalhard bewijzen dat gefermenteerde producten gezond voor je zijn, er wijst wel heel veel in die richting. En dat je bijzondere smaken kunt creëren hoef je natuurlijk niet te bewijzen; dat proef je zo.

Terwijl onze westerse beschaving zo geobsedeerd is door hygiëne en bang is van microben, dreigen we te vergeten dat we tal van microben net kunnen gebruiken voor ons eigen welzijn.

Geheimen in potjes
De bokalen vol miso’s, groenten, bruisende drankjes en gefermenteerde notenmengsels doen een beetje geheimzinnig aan, maar gelukkig gaven Rose en Sarah prijs dat het boek The art of fermentation van Sandor Katz een schat aan informatie biedt voor wie zelf aan de slag wil. Ik had al vaker van Katz gehoord, maar zijn ‘fermentatiebijbel’ had ik nog nooit eerder in handen. Maar – driewerf hoera! – op de Krachtvoer-markt kon ik een exemplaar bemachtigen!

Op diezelfde markt tikte ik bij Els van Njamelicious ook nog een potje za’atar op de kop: een Midden-Oosterse melange van sesamzaad, grof zout en kruiden. Toen ik ‘s avonds over The art of fermentation gebogen zat, opende ik het potje even om eraan te ruiken. Een heerlijk geur waaide me tegemoet en deed me dromen van lekkere gerechten en eigen melanges.

Mijn oogst? Een klein geurig potje, een boek over bokalen vol boeiende en borrelende smaken en vooral een vat vol inspiratie om mijn eigen krachtvoerpotjes te maken. To be continued!

Charlie’s: een nieuw lekker adresje in Antwerpen

charlies ©Groene Prinses
Lekker laat ontbijten, smakelijk lunchen of genieten van een bijzonder kopje koffie of chocolademelk met huisgemaakt gebak erbij: bij Charlie’s kan het allemaal.

Ik beland samen met mijn zus en mijn Geliefde in dit relatief nieuwe adresje op het Antwerpse Zuid en proef er een panino met mozzarella, zongedroogde tomaatjes en rucola, vergezeld van een slaatje. Naast panini vind je op de lunchkaart ook nog quiche en verse soep met brood. De gerechtjes zijn eenvoudig, maar lekker. Meer moet dat niet zijn!

De drankenkaart biedt een stuk meer keuze. Van zelfgemaakte limonades, over cocktails, tot een zeer ruim assortiment warme dranken: biologische thee, allerlei koffievariaties en yummie chocolademelk! Ik drink een heerlijke kop donkere chocolade-amandelmelk en steel een paar hapjes taart bij Geliefde en zus. (Yep, ik ben zo’n vervelend iemand die bijna nooit zelf dessert neemt, maar dan wel wil proeven van wat haar tafelgenoten nemen ;-) )

Mijn zus vertelt dat ze ook al lekker ontbeten heeft bij Charlie’s en dat lijkt me zeer geloofwaardig wanneer ik de kaart bestudeer. Geen standaardontbijtjes met eieren en spek, maar formules waarvan ook een vegetariër gaat watertanden: groentetapenades, vijf soorten zelfgemaakte choco … Ik wil snel een keertje terugkomen voor zo’n ontbijt!

Charlie’s is gezellig, maar niet heel groot, dus als je zeker wilt zijn van een plekje kun je maar beter reserveren. Super dat er weer een nieuwe Antwerpse stek is waar het zo goed toeven is!

Gratin van pasta, andijvie en tempé

andijvie ©Groene Prinses
Andijvie ziet er een beetje uit als een krop sla, maar is eigenlijk verwant met witlof. Net als witlof heeft andijvie dan ook een wat bittere smaak. Die bitterheid verdwijnt echter grotendeels als je andijvie stooft, en al helemaal wanneer je de groente verwerkt in deze pastagratin.

Ik moet toegeven dat ik andijvie tot nog toe maar heel zelden heb gebruikt in mijn keuken, maar sinds ik deze bladgroente in mijn groentetas vond en deze ovenschotel bedacht (die ook bij mijn Geliefde een groot succes was), kijk ik ernaar uit om er nog meer mee te experimenteren. Laat die volgende krop maar komen!

gratin van pasta en andijvie ©Groene Prinses
voor 2 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 1 krop andijvie
• 250 g pasta (penne, macaroni of schelpjes)
• 100 g gerookte tempé
• 1 el tamari (of shoyu)
• 1 teen look, gepeld en fijngehakt
• peper en zout

voor de kaassaus:
• 2 el olijfolie (of boter)
• 2 el bloem
• 3,5 dl melk
• nootmuskaat
• 70 g gemalen kaas
• peper en zout

Zo maak je het
Verwarm de oven voor tot 180° Celsius.

Verkruimel de tempé in een kommetje en roer de tamari of shoyu erdoor. Laat even marineren.

Breng een pan met water aan de kook. Voeg een snuifje zout toe en kook de pasta beetgaar. Giet hem af.

Snijd de voet van de andijvie en was de bladeren grondig. Snijd de bladeren vervolgens in reepjes.

Verhit 1 eetlepel olijfolie in een pan of wok en voeg de look toe. Roerbak tot de look begint te geuren. Voeg de andijviesnippers toe en roerbak enkele minuten, tot ze slinken en gaar zijn, maar nog wel wat beet hebben. Breng op smaak met peper en zout.

Verhit in een andere pan nog een eetlepel olijfolie en bak hierin de tempékruimels krokant.

Roer de pasta, de andijvie en de tempé door elkaar en doe dit mengsel in een ovenschaal.

Verwarm voor de saus de olijfolie (of boter) in een steelpan. Roer de bloem erdoor en laat dit mengsel even ‘drogen’ op een zacht vuurtje. Roer nu beetje bij beetje de melk erdoor en blijf voortdurend goed roeren, zodat je een gladde saus krijgt. Laat de saus op een zacht vuurtje wat indikken.

Rasp flink wat nootmuskaat in de saus en breng verder op smaak met peper en zout.

Roer de helft van de gemalen kaas door de saus. Schenk de saus over de pasta. Bestrooi met de rest van de kaas en gratineer 10 tot 15 minuten in de oven, tot de bovenkant mooi goudbruin kleurt.

Dien onmiddellijk op.

Gefermenteerde koolrabi + een super broodje! vegan

gefermenteerde koolrabi ©Groene Prinses
Groenten inmaken is weer helemaal terug van nooit echt weggeweest. Maar zoals ik al eerder schreef, ben ik meestal nogal laat met hypes. Terwijl iedereen allang stond te steriliseren, wecken en pekelen, dacht ik: ach ja … Maar sinds een aantal weken vind je ook op mijn aanrecht groenterijke bokalen. Er is namelijk één inmaaktechniek die echt niemand aan zich voorbij zou mogen laten gaan. Hij is super gemakkelijk, zorgt voor spannende smaken en is bovenal donders gezond. Welkom in de wereld van de fermentatie!

Bij de meeste inmaaktechnieken eindig je met groenten die een stuk minder voedingswaarde hebben dan het verse product, maar bij fermenteren is dat niet het geval. In tegendeel. Bepaalde vitaminen en mineralen zouden tijdens het proces toenemen. Bovendien ontstaat er tijdens het fermentatieproces melkzuur, een goedje dat bijzonder goed is voor je spijsvertering.

Ik raakte meteen gemotiveerd toen ik op Stonesoup, Jules Clancy’s blog, een post over gefermenteerde wortelen las. Wat zag dat er simpel uit! Ik vulde een bokaal en at een paar dagen later al heerlijk knapperige, lichtzure wortelstaafjes. Intussen experimenteerde ik met andere groenten, die ik op smaak bracht met allerlei specerijen, en ik presenteer hier graag mijn recept voor gefermenteerde koolrabi. Alle lof gaat naar Jules Clancy, want ik volgde grotendeels haar recept (al klinkt ‘recept’ als een veel te ingewikkeld woord voor zo’n eenvoudig proces).

Nog één opmerking: Jules Clancy gebruikt in haar recept behoorlijk wat zout, waardoor je groenten ook een erg zoute smaak krijgen. Dat zout heb je sowieso nodig om het fermentatieproces op gang te brengen, maar ik probeerde een kleinere hoeveelheid uit. Dat gaat prima, al is mijn ervaring (net als die van Jules) dat je groenten knapperiger blijven bij een grotere hoeveelheid zout. Je zult dus zelf een beetje moeten uitzoeken wat jouw voorkeur geniet …

gefermenteerde koolrabi2 ©Groene Prinses
voor 1 bokaal van 500 à 750 ml

Ingrediënten
• 0,5 l water
• 15 g zout (Jules gebruikt 25 g zout; je kunt ook iets tussen de twee in kiezen of experimenteren met nóg minder)
• 1 tl mosterdzaad
• 1 tl korianderzaad
• 3 cm verse gember, geschild en in plakjes
• 1-2 koolrabi’s, geschild en in staafjes

Zo maak je het
Als je geen flessenwater gebruikt, kook je water dan en laat het helemaal afkoelen. Los het zout op in het water door goed te roeren.

Spoel een schone glazen bokaal uit met heet water en zet hem omgekeerd op een schone keukenhanddoek.

Doe de gember en de zaadjes in een vijzel en kneus ze enigszins.

Leg dit kruidenmengsel op de bodem van je bokaal. Schik daarna de koolrabistaafjes in de bokaal en doe dat zo compact mogelijk, zodat de groenten ‘vast’ zitten. Zorg ervoor dat je bovenaan ongeveer 2 cm vrij houdt.

Schenk de zoutoplossing over de koolrabi en laat een rand van 1 cm vrij. Als het goed is komt het water ongeveer 1 cm boven de koolrabi uit en blijven je groenten ‘vast’ zitten. Je hebt allicht niet al het water nodig.

Het is belangrijk dat je groenten onder het vocht zitten, zodat je zeker geen rotting krijgt. Maar je moet je ook niet te druk maken als de groenten of kruiden toch wat beginnen te drijven. Toen ik de eerste keer wortelen fermenteerde, dreven er een paar stukjes aan het oppervlak. Ik duwde ze gewoon elke dag onder en na een poosje ‘zonken’ ze vanzelf weer.

Sluit de bokaal goed af en laat hem op je aanrecht staan (niet in direct zonlicht). Open hem één keer per dag zodat het koolzuurgas kan ontsnappen. Het is leuk om te zien hoe het vocht in je bokaal begint te bruisen.

Vanaf de derde dag begin je te proeven. Beslis zelf hoe ‘zuur’ je je groenten wilt. Vind je ze zuur genoeg? Zet de bokaal dan in de koelkast; daar vertraagt het fermentatieproces en blijven je groenten nog een hele tijd goed.

Is het risico op rotting niet te groot?
Nee hoor, naar verluidt is er nog nooit iemand gestorven van het eten van gefermenteerde groenten. Van zodra je melkzuurgisting op gang is, hoef je eigenlijk helemaal niet ongerust te zijn, want de melkzuurbacteriën doden de andere (schadelijke) bacteriën. Gaat het toch een keertje mis, doordat je groenten op een of andere manier met zuurstof in aanraking komen, dan zul je dat wel ruiken. Gefermenteerde groenten ruiken zurig, maar nooit rot!

O ja, je gebruikt beter geen metalen deksels, want het zuur kan het metaal aantasten. Een glazen bokaal met een glazen deksel en rubberen sluitring is ideaal!

En wat doe je nu eigenlijk met die gefermenteerde groenten?
Opeten natuurlijk! In salades bijvoorbeeld, of gewoon als ‘klein’ bijgerechtje bij een stevige hoofdmaaltijd die wat fris contrast kan gebruiken. Ik smikkel meestal een paar groentestaafjes op bij de lunch. Of ik stop ze tussen dit super lekkere broodje, vol gefermenteerd lekkers.

broodje koolrabi tempe ©Groene Prinses
Zo maak je een super broodje
Marineer een paar plakjes tempé (gefermenteerde! sojabonen) met tamari (gefermenteerde! sojasaus ;-)).

Rooster intussen een theelepel sesamzaad in een droge koekenpan. Meng in een kommetje een eetlepel mayonaise (of veganaise) met een scheutje tamari en roer er het sesamzaad door.

Bak de plakjes tempé krokant in wat olijfolie.

Snijd een paar staafjes gefermenteerde koolrabi in dunne plakjes.

Beleg een broodje met de gebakken tempé, de gefermenteerde koolrabi en de sesamdressing. Smakelijk!

Lekker gelinkt: inspiratie voor wereldveggiedag

wereldveggiedag ©Groene Prinses

Vandaag, 1 oktober, is het wereldveggiedag. Dé feestdag voor alle vegetariërs, maar ook een dag om zo veel mogelijk mensen te laten proeven van de vegetarische keuken. Nog last minute inspiratie nodig? Dan bieden de onderstaande links met enkele super lekkere en niet al te moeilijke veggie recepten ongetwijfeld hulp. Lees je deze post te laat, houd hem dan alvast in je achterhoofd voor 4 oktober, want dan is het werelddierendag. Ook een dag waarop we de beestjes maar beter niet op ons bord laten belanden, toch?

• De snelle veggie paella van illyvanilly kost weinig werk en doet nog zo heerlijk aan zomer denken.
• Deze bloemkooltaart van Jonge Sla staat al zo lang op mijn lijstje van ‘nog uit te testen recepten’, maar het kwam er nog nooit van (mijn Geliefde houdt niet zo van bloemkool, dus …). Vooral de pimenton de la vera in het deeg lijkt me heerlijk!
• Een vegetarische lasagne doet het altijd goed, maar Wat maakt Suzette nu maakt hem wel erg bijzonder door een (veganistische!) bechamelsaus te maken van wortelpeterselie.
• Omdat mijn eigen chili sin carne altijd een succes is bij vegetariërs én niet-vegetariërs smokkel ik hem er ook nog even tussen.

Voor wie geen moeite heeft met blogposts in het Engels:
• De taco’s met miso, ahornsiroop en zoete aardappel van Love and Lemons zijn om duimen en vingers bij af te likken!
• Perzik en portobello in plaats van een hamburger? Yep! Het creatieve koppel van Green Kitchen Stories bewijst dat het een heerlijke combinatie is!
• Ik ben weg van reuzebonen én van citroen. Doe er nog wat venkel bij en je hebt dit bijzondere stoofpotje van 101 cookbooks.

Smakelijk!
En, nieuwsgierig als ik ben: wat staat of stond er bij jullie op tafel op wereldveggiedag?

Bonte raapjes uit de wok vegan

bonte raapjes uit de wok ©Groene Prinses
Tot dusver stond er op mijn blog maar één recept waarin raapjes een rol spelen. Dat is te weinig. Raapjes mogen dan geen glansrijke, hippe groente zijn, ze zijn met hun ietwat scherpe en aardse smaak toch best bijzonder. In ieder geval bijzonder genoeg om meer dan één recept te verdienen. Dat recept, raapjessoep met kerrie, is trouwens een van de populairste gerechten op mijn blog. Daaruit leid ik voorzichtig af dat jullie meer recepten met raapjes allicht kunnen waarderen :-)

Ik serveerde deze raapjes uit de wok met gekookte rijst en vegetarische balletjes uit de biowinkel. Maar jullie kunnen vast nog andere lekkere combinaties bedenken?

voor 2 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 3 middelgrote raapjes, geschild en in blokjes van 1,5 bij 1,5 cm
• 250 g prinsessenboontjes, gedopt en in tweeën gebroken
• 1 el gezouten kappertjes
• 4 el halfgedroogde tomaatjes
• 0,5 tl paprikapoeder

voor het sausje:
• 1 tl rijststroop
• 2 el balsamicoazijn
• 4 el warm water

• peper en zout

Zo maak je het
Week de gezouten kappertjes ongeveer een halfuur in lauw water om het teveel aan zout weg te werken. Giet ze af en spoel ze nog even goed na.

Blancheer de boontjes 5 minuten in een pan kokend, gezouten water. Giet ze af en laat ze even schrikken onder de koude kraan.

Verhit de olijfolie in een wok en roerbak de raapjes ongeveer 10 minuten, of tot ze beetgaar zijn. Voeg de boontjes, de kappertjes en de tomaatjes toe en roerbak nog enkele minuten.

Roer alle ingrediënten voor het sausje in een kommetje door elkaar. Giet het in de wok en roer goed.

Laat alles nog een drietal minuten sudderen tot de raapjes goed gaar zijn.

Breng op smaak met peper en zout.

5 redenen waarom ik dolblij ben met mijn groentetas

groentetas ©Groene Prinses
Sinds enkele weken hebben we een groentepakket van de Bio-hoeve, daar schreef ik al even over bij mijn recept voor Romige blaadjessoep. Ook al heb ik lang getwijfeld of ik zo’n groentetas of groentepakket wel leuk zou vinden, ik ben nu helemaal om!

Denk je er zelf al een poosje over om zo’n groentetas in huis te halen, maar heb je nog wat twijfels? Dan haal ik je met de volgende vijf argumenten wie weet over de streep.

1. De groenten zijn altijd supervers én van het seizoen
In de biowinkel hebben ze ook een mooi aanbod aan biogroenten, dat is waar (en ik doe er ook nog geregeld een beroep op), maar zo vers als de groenten uit de groentetas zijn die winkelgroenten toch nooit. Of dat is tenminste mijn indruk. Bovendien hoef ik met mijn groentetas niet meer te staan twijfelen in de winkel: is deze groente nu wel van het seizoen?

Waarom ik zo graag seizoensgroenten eet? Omdat die de kleinste ecologische voetafdruk achterlaten én het best smaken! (vergelijk maar eens een tomaat in de zomer met een tomaat in de winter …)

2. Een groentetas zorgt voor variatie en is dus gezond
Er zijn groenten die ik zo lekker vind dat ik ze elke dag zou kunnen eten. En ook al zijn er nauwelijks groenten die ik niet lust, toch zijn er een paar die ik uit eigen beweging zelden zou kopen. Omdat ze wat vreemd zijn of zich wat moeilijker laten verwerken. Zonde. Want elke groente heeft unieke kwaliteiten en unieke gezondheidsvoordelen. Hoe meer variatie je creëert op je bord, hoe gezonder je eet. Met een groentetas varieer je vanzelf. Goed voor je lijf dus!

3. Mijn creativiteit wordt nog meer gestimuleerd
Dit sluit een beetje aan bij het voorgaande. Doordat ik weleens groenten in mijn tas vind die ik vroeger slechts af en toe kocht, moet ik wat meer nadenken over wat ik ermee ga maken. Vroeger had ik vooral de neiging om te experimenteren met mijn favoriete groenten, nu krijg ik wat vaker een culinaire uitdaging. Bijzonder goed voor de creativiteit én voor de variatie op dit blog!

4. We gaan wat minder vaak op restaurant (en dat was nodig)
Mijn Geliefde en ik hadden de neiging om vaak (lees maar: heel vaak) op restaurant te gaan. Dat is gemakkelijk en gezellig en vaak ook lekker, maar soms is te veel ook gewoon te veel. Als je vegetarisch eet, is je restaurantkeuze toch wat beperkter. Bovendien is al wat je buitenhuis eet een stuk duurder en meestal niet zo gezond.

Nu we een groentetas hebben eten we vanzelf meer thuis, want al die verse groenten vragen erom om goed gebruikt te worden. En eerlijk, ik geniet ervan om weer wat meer tijd te besteden aan koken en gezellig thuis te tafelen. Restaurantbezoekjes zijn trouwens ook leuker als ze minder talrijk zijn.

5. We steunen de lokale bioboeren
Boeren die ervoor kiezen om groenten te telen met respect voor de aarde en het milieu kunnen wat mij betreft niet genoeg lof toegezwaaid krijgen. Ik ben er zeker van dat die mensen heel hard werken voor helemaal niet zo veel geld en dus verdienen ze alle steun. Door een groentetas te bestellen zorg je ervoor dat de weg van producent naar consument een stuk korter wordt. De producent krijgt op die manier een eerlijk inkomen. En dat is wel het minste dat hij verdient in ruil voor al die geweldige groenten!

Ongetwijfeld zijn er nog meer redenen die een groentetas geweldig maken. Wat zijn jouw ervaringen?

Spitskoolsalade met appel en pistachenoten vegan

spitskoolsalade met appel en pistache ©Groene Prinses
De lekkerste smaakcombinaties ontstaan vaak per toeval. Als ik bijvoorbeeld een bepaalde specerij niet in huis heb, ga ik tussen de kruidenpotjes op zoek naar een alternatief en doe ik weleens een bijzondere ontdekking. Al kan het ook net zo goed misgaan ;-)

Een paar dagen geleden vroeg ik aan mijn Geliefde om verse basilicum mee te brengen voor in de spaghettisaus. Toen ik de blaadjes begon te scheuren, merkte ik dat hij per ongeluk Thaise basilicum had meegebracht. De anijsachtige smaak van die basilicumsoort deed het toch niet bijster goed in mijn tomatensaus … Maar op het moment dat ik mijn spitskoolsalade creëerde kwam het plantje opeens wel goed van pas. Een vergissing met leuke resultaten dus! Vind je geen Thaise basilicum, dan kun je dragon in de plaats gebruiken.

Deze salade van spitskool, appel en pistachenoten is ongelofelijk gemakkelijk, maar lekker fris in zijn eenvoud. Een prima bijgerechtje of een lichte lunch.
Spitskool smaakt een stuk milder en zoeter dan wittekool. Ik vind de salade het lekkerst met een wat zurige appel, maar als je daar niet van houdt, kun je net zo goed voor een zoete appel kiezen.

voor 2-4 personen (afhankelijk van wat je er nog bij serveert)

Ingrediënten
• 1/2 spitskool (niet al te groot)
• 1 appel
• 10 blaadjes Thaise basilicum
• 2 el fijngehakte pistachenoten

voor de dressing:
• 1,5 el appelazijn
• 2 el olijfolie
• 0,5 tl mosterd
• 1 tl (rauwe) honing (of rijststroop)

Zo maak je het
Snijd de spitskool in fijne reepjes.
Schil de appel, snijd hem in vieren en verwijder het klokhuis. Snijd de partjes in plakjes.
Meng de spitskool en appelplakjes in een kom.

Snijd de basilicum in fijne reepjes en meng ze door de salade.

Klop de ingrediënten voor de dressing krachtig door elkaar. Roer ze door de salade en breng op smaak met peper en zout.

Bestrooi de salade met de gehakte pistachenoten.

No knead bread: mijn simpele zuurdesemversie vegan

no knead zuurdesembrood ©Groene Prinses
Allicht blijft er amper nog een foodblogger over die nog nooit met het no knead bread aan de slag is gegaan. Ik heb – altijd wat traag als het op hypes aankomt – pas enkele weken geleden mijn eerste ‘brood zonder te kneden’ gebakken. Niet dat de hype compleet aan me voorbij was gegaan, maar om een of andere reden had ik er niet veel zin in. Zonde, want no knead bread is echt alles wat het belooft: het is ongelofelijk gemakkelijk en het levert een brood op met een zalige textuur en een perfecte korst.

Het origineel
Voor mijn eerste brood keek ik aandachtig naar het (intussen bijna 8 jaar oude!) filmpje van Mark Bittman en Jim Lahey en ik volgde nauwgezet Lahey’s recept. Het resultaat maakte me dagenlang euforisch, maar ik zou geen groene prinses zijn als ik niet eigenwijs op zoek zou gaan naar mijn eigen versie. Ik experimenteerde met verschillende bloemsoorten en begon meer en meer aan zuurdesem te denken …

De simpele zuurdesemversie
Als ik ooit heel veel goede moed en zin en tijd heb, dan ga ik zelf zuurdesem kweken, hem een naam geven en vertroetelen als een huisdier. Maar voorlopig is dat moment nog niet aangebroken. Bovendien heb ik jullie een símpele zuurdesemversie beloofd.

Wel, simpeler dan dit kan het niet zijn: vervang de gist in het originele recept door gedroogd zuurdesempoeder. Voilà. Ik koop in de natuurvoedingswinkel zakjes zuurdesem (spelt of tarwe) van het merk Priméal, maar ongetwijfeld zijn er (online) ook andere merken te vinden. Is dit even lekker of goed als verse zuurdesem? Allicht niet. Maar het geeft toch die typische zuurdesemsmaak én het is reuze eenvoudig.

Varieer!
In het recept hieronder kun je de graansoorten en de zaden natuurlijk vervangen door meel en zaden naar keuze, maar ik vind dit een lekkere combinatie. Houd er rekening mee dat je meer water nodig hebt, naarmate je meer volkorenmeel gebruikt. En hoe voller je meel, hoe compacter je brood.

Mijn creusetpan (24 cm diameter) is eigenlijk een maatje te groot voor deze hoeveelheid, waardoor mijn brood eerder ‘plat’ uitvalt. De smaak blijft echter even goed. Wil je een mooi bol brood, gebruik dan een iets kleinere pan.

no knead zuurdesembrood 2 ©Groene Prinses
voor 1 brood

Ingrediënten
• 100 g volkoren kamutmeel
• 300 g licht speltmeel
• 20 g sesamzaad
• 20 g zonnebloempitten
• 2/3 el gedroogde (spelt)desem uit een pakje
• 1 tl zout
• 350-400 ml lauw water

• maismeel of tarwezemelen

Zo maak je het
Neem een grote kom en meng daarin het meel, de zaadjes, de desem en het zout door elkaar. Voeg beetje bij beetje het water toe en meng tot je een plakkerig deeg hebt. Misschien lijkt dit veel water, maar het is belangrijk dat je deeg erg vochtig is! Het moet veel meer plakken dan wanneer je een ‘gewoon’ brood zou bakken.

Dek de kom af met plasticfolie of een deksel en laat het deeg op een warme plek minstens 12 uur rijzen.

Bestrooi je aanrecht met bloem en schraap het deeg uit de kom. Duw het deeg plat en vouw het vervolgens naar binnen (hiervoor bekijk je echt het best het filmpje!).

Bestrooi een schone keukenhanddoek gul met maismeel of tarwezemelen. Leg het deeg erop met de naad naar onderen. Bestrooi met meer maismeel of zemelen en vouw de handdoek dicht. Laat nog 2 uur rijzen.

Zet een grote creusetpan met deksel (een pyrexpan of een aardewerken pan kan ook) in de oven. Verwarm de oven met de pan voor tot 260° Celsius. Haal de gloeiend hete pan uit de oven, kieper het deeg erin met de naad naar boven, zet het deksel op de pan en schuif de pan weer in de oven.

Bak het brood 30 minuten op 260° Celsius. Haal dan het deksel van de pan en bak nog 5 tot 15 minuten, tot de korst mooi bruin kleurt.

Laat het brood afkoelen op een taartrooster.

Tip: wees erg voorzichtig met de hete pan!
Tip 2: bekijk het filmpje om de werkwijze goed in beeld te zien.

Met bijzonder veel dank aan Mark Bittman en Jim Lahey!