de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Geroosterde rabarber en vegan custard vegan


Vroeger, bij mijn ouders thuis, hadden we rabarber in de tuin. Ieder voorjaar keek ik uit naar het moment dat de stengels groot genoeg waren om er ‘rabarbermoes’ van te maken. Nu moet ik mijn stengels helaas in de winkel kopen. Al heeft dat ook een voordeel: de rabarber in de winkel is meestal heel wat rozer, en dat geeft rabarberdessertjes toch net wat meer stijl ;-)

Ik liet me voor dit gerechtje inspireren door de Engelse klassieker ‘rhubarb and custard‘. Maar dan vegan, en met een heerlijk vleugje kardemom.

voor 2 personen

Ingrediënten
voor de rabarber*
• 350 g rabarber
• 50 g rietsuiker
• de zaadjes uit 2 kardemompeulen, fijngemalen of -gestampt in een vijzel
• 1 tl vanille-extract

voor de custard
• 20 g vegan vanillepuddingpoeder (ik koop het mijne in de biowinkel van dit merk, maar er zijn ook andere bio & vegan merken)
• 2 el rietsuiker
• 0,5 liter ‘dikke’ plantaardige melk (ik gebruik meestal cashewmelk, maar andere niet al te dunne plantaardige melk kan ook)
• eventueel extra vanille (extract, poeder, verse vanillezaadjes, of een ‘leeg’ vanillestokje mee laten koken)

• 1 el fijngehakte (ongezouten!) pistachenootjes

Zo maak je het
Verwarm de oven voor op 200° Celsius.

Was de rabarber goed, verwijder de uiteinden, en snijd de stelen in stukken van ca. 5 cm.

Roer de suiker, gemalen kardemom en het vanille-extract door de rabarberstukken. Doe alles in een ovenschaal en dek die af met aluminiumfolie.

Zet de schaal 10 minuten in de oven. Haal de folie eraf en zet nog 5 à 10 minuten in de oven. De rabarber moet zacht zijn, maar niet helemaal uit elkaar vallen, dus controleer af en toe.

Laat de rabarber afkoelen.

Roer de suiker en het puddingpoeder door elkaar. Roer er dan beetje bij beetje de melk door, opdat je geen klontertjes krijgt. Voeg desgewenst extra vanille toe. Breng het mengsel nu al roerende aan de kook. Laat een paar minuten goed pruttelen en blijf roeren!

Haal de pan dan van het vuur en schenk de custard in kommetjes. Laat helemaal koud worden (eerst op het aanrecht, daarna in de koelkast).

Schep op elke portie custard een flinke schep rabarber en wat van het sap. Bestrooi met pistachenootjes en smikkel meteen op! :-)

* Allicht heb je niet al de geroosterde rabarber nodig om je custard te bedelven. Bewaar de rest in de koelkast en schep op havermoutpap, wafels of pannenkoeken.

Lenterolletjes met misodipsaus vegan

Natuurlijk is het bijna lente! De weergoden kunnen ons niet misleiden ;-) In mijn keuken begint de lente meestal met bosjes radijsjes en wat prille groene blaadjes. Die doen het ook prima in lichte lenterolletjes: een heerlijk voorafje of een lichte lunch, én een mooi tegenwicht voor de winterse groenten die op dit moment nog grotendeels mijn maaltijden bepalen.

De doperwtjes komen nu nog uit de diepvriezer, maar vanaf mei/juni kun je natuurlijk verse doperwtjes gebruiken. Dan worden deze rolletjes nóg lekkerder.

Traditioneel viert Velt vzw de eerste week van de lente met de lentekeuken. Ontdek lekkere recepten, tips en winacties op de Facebookpagina van Velt en tag jouw lekkere lentecreaties op sociale media met #lentekeuken.

voor 4 tot 6 stuks (afhankelijk van de dikte van de rol)

Ingrediënten
• 4 tot 6 vellen rijstpapier
• 2 handenvol jonge spinazieblaadjes

voor de vulling:
• 75 g (bruine) rijstmie
• 50 g doperwten (vers of uit de diepvriezer)
• 6 radijzen, in staafjes gesneden
• rasp van een halve citroen
• 10 muntblaadjes, in fijne reepjes gesneden
• 1 el fijngehakte verse gember
• zout

voor het dipsausje:
• 2 el lichte miso (shiro miso)
• 2 el mirin (vervang eventueel door 1 el rijststroop)
• 3 el rijstazijn
• 2 el geroosterde sesamolie

Zo maak je het
Breng een ketel water aan de kook. Leg de rijstmie en de bevroren doperwten (verse doperwten kun je het best even blancheren) in een grote kom. Schenk er het hete water over tot de noedels onder staan. Laat vijf minuten staan, maak de noedels los met een vork, giet af en spoel met koud water. Laat de noedels heel goed uitlekken.

Doe de uitgelekte noedels en doperwten in een kom en voeg de overige ingrediënten voor de vulling toe. Roer alles goed door elkaar. Breng op smaak met zout.

Was de spinazieblaadjes en zwier ze droog. Verwijder grote, hardere steeltjes, want ze kunnen het rijstpapier doen scheuren.

Vul een grote kom met lauw water. Week telkens een rijstvel in het water gedurende ca. 5 seconden. Het vel hoeft niet helemaal slap te zijn; het water dat eraan blijft hangen zorgt ervoor dat het vel helemaal soepel wordt. Laat het vel een beetje uitlekken en leg het op een plank.

Laat een beetje ruimte vrij aan de bovenkant van het vel en leg er een strook spinazieblaadjes op. Schep een vierde of een zesde (afhankelijk van hoe ‘dik’ je de rollen wilt maken) van de vulling op de spinazieblaadjes. Vouw de lege bovenkant strak over de vulling. Flap de zijkanten naar binnen en rol het pakketje verder op. Doe dit zo strak mogelijk. Wellicht moet je wat oefenen, maar na enkele rolletjes gaat dit vlot.

Werk zo verder tot je al de rijstvellen en de vulling hebt opgebruikt.

Roer al de ingrediënten voor de dipsaus krachtig door elkaar. Snijd de rolletjes met een scherp mes doormidden en serveer ze met de dipsaus.

Veggie in Parijs #2


Toen mijn (op dat moment nog prille) Geliefde en ik bijna zes jaar geleden naar Parijs trokken, genoten we vooral van de zoete en romantische kant van de stad. Qua fijne vegetarische eetadresjes bleef ik op mijn honger zitten. Ofwel is er de afgelopen jaren veel veranderd in Parijs, ofwel vertoefden we toen simpelweg niet in de juiste buurten. In ieder geval ontdekten we een paar maanden geleden dat Parijs best wel wat te bieden heeft op vegetarisch, plantaardig en biologisch vlak. Tijd voor een nieuwe blogpost dus!

Omdat mijn Geliefde een concert speelde in de wijk Quinze-Vingts, verkenden we vooral die omgeving, meer bepaald de straten rond la Bastille en de wijk la Roquette. De meeste adresjes hieronder bevinden zich dus ook in die buurt.

Gentle Gourmet
Dit restaurant had ik zes jaar geleden ook al op mijn lijstje staan, maar toen geraakten we er niet. Deze keer reserveerden we een plekje voor de lunch. Bij Gentle Gourmet serveren ze 100 procent plantaardige gerechten die werkelijk prachtig worden gepresenteerd. Elk gerecht is een klein kunstwerkje.


De vaste kaart bevat tal van gerechten die me deden watertanden, maar wij kozen toch voor het voordelige lunchmenu. Die dag bestond dat uit een soepje vol seizoensgroenten, een zwarte risotto met alweer een keur aan kraakverse groenten, en bijzondere frambozensoesjes als dessert.


Het is rustig tafelen bij Gentle Gourmet, en de keuken is verfijnd en puur. Hier wil ik zeker nog meer proeven :-)

Le Grand Breguet
Op het eerste gezicht lijkt Le Grand Breguet een grote, ietwat kale, kantine, maar eigenlijk is dit restaurant een hippe en nogal alternatieve plek waar heel wat gebeurt. Je kunt er niet alleen iets eten of drinken, er vinden geregeld activiteiten plaats zoals yogalessen of koorbijeenkomsten. Alles wat je bij Le Grand Breguet eet, is biologisch. De keuze is beperkt: je bestelt aan de toog de ‘dagschotel’ die bestaat uit granen of aardappelen, een aantal groentebereidingen, en proteïne naar keuze (er is altijd een vegetarische optie). Geen culinaire hoogstandjes hier, maar wel gewoon een lekkere biologische maaltijd voor een zacht prijsje.

Wil je zeker zijn van een plekje, dan kun je het best reserveren. Toen wij er waren was het enorm druk en we hadden veel geluk dat er nog net één tafeltje beschikbaar was.

Ten Belles Bread
Op een paar passen van Le Grand Breguet vind je Ten Belles Bread, een koffiebar/lunchadresje en bakkerijtje. En wát voor een bakkerijtje! Hier bakken ze ongelofelijk lekker zuurdesembrood: biologisch, ambachtelijk, en met een zalig krokante korst. Ga je voor het raam naast de winkel staan, dan zie je de bakkers aan het werk. Erg inspirerend voor amateur-zuurdesembakkers zoals ik :-)


Zowel bij Ten Belles Bread als bij Le Grand Breguet viel me trouwens op dat het personeel super vriendelijk was. Zou dat eigen zijn aan deze buurt? (soms ervaar je het namelijk ook weleens anders in Parijs …)

Welcome Bio Bazar
Voor dit adresje hoef je weer maar een paar meters te lopen vanaf de vorige twee plekjes. Welcome Bio Bazar is een winkel met een aparte koffie- en eethoek. Wij hebben hier niets gegeten of gedronken, maar wel lekker gesnuisterd in de winkel. Een waar paradijsje!


Het assortiment in deze winkel gaat breed: van servies, over planten, tot meubels, speelgoed, wol, badproducten en sieraden … Wat al deze producten met elkaar gemeen hebben? Dat ze ecologisch en ethisch verantwoord zijn. De winkel is mooi en sfeervol ingericht en het is héél moeilijk om hier met lege handen buiten te stappen. Ik ben daar alvast niet in geslaagd :-)

Om de hoek ligt de grote broer van deze winkel: een biosupermarktje. Die bezoeken we de volgende keer!

Pur Etc.
Nog enkele meters lopen en je bent bij Pur Etc. Deze Franse miniketen heeft nog een tweede vestiging in Parijs en is ook actief in een paar andere Franse steden. Bij Pur Etc. eet je gezonde kant-en-klaargerechten met oog voor duurzaamheid. De verschillende gerechten staan in glazen bokalen klaar in de toog en worden voor je opgewarmd en aan tafel gebracht. Op het eerste gezicht zien al die bokaaltjes er misschien niet heel aantrekkelijk uit, maar onze gerechtjes waren beslist smaakvol.


Er is flink wat keuze voor vegetariërs en veganisten. De gerechten worden elke dag vers bereid, er wordt zo veel mogelijk gewerkt met seizoensgroenten en biologische producten, de verpakkingen worden herbruikt of gerecycleerd, en de keten van producent naar consument wordt zo kort mogelijk gehouden. Zeer verantwoord dus allemaal.


Sense Eat
Meer in het centrum van de stad, in de buurt van Odéon ligt dit Italiaans vegetarische restaurant. Ook hier kozen wij voor het lunchmenu van de dag, en net als bij Gentle Gourmet zagen de gerechtjes er erg mooi uit. Vooral mijn voorgerecht, een creatie van rode biet, bramen en ‘zwarte’ look, sprong eruit.


Het hoofdgerecht, een eenvoudige pasta met onder andere palmkool, was wat minder verrassend maar wel lekker. De gerechten zijn duidelijk Italiaans geïnspireerd, maar verlaten toch de traditionele paden. Op de kaart staan immers ook gerechten met tofoe, quinoa en yuzu. Niet bepaald ingrediënten die je met de Italiaanse keuken associeert.

Heel fijn om te zien dat de verfijndere vegetarische keuken zijn intrede heeft gedaan in Parijs en dat je niet meer genoegen hoeft te nemen met een bord smakeloze groenten. Veganisten vinden hier trouwens ook iets naar hun gading! Alleen bij de desserts is er weinig plantaardige keuze.

La manufacture de chocolat Alain Ducasse
Een bezoekje aan Parijs zonder zoetigheid? Ondenkbaar! Toevallig bleek La manufacture de chocolat van de wereldberoemde chef Alain Ducasse in de buurt van onze uitvalsbasis te liggen. Daar konden we niet aan voorbijgaan! Zoals de naam aangeeft, is deze winkel ook meteen fabriekje. Alle chocoladeproducten van Alain Ducasse worden hier volledig zelfgemaakt, vanaf de cacaoboon tot aan het eindproduct. Bean to bar dus, om het met een wat hippere term uit te drukken. Leuk is dat je vanuit de winkel de zakken cacaobonen ziet liggen en de machines aan het werk kunt zien.


Naast pure originechocolades, koop je hier ook gevulde repen, pralines en chocopasta. Je moet helaas wel diep in de geldbuidel tasten voor al dit lekkers. En eerlijk? Wij hebben al lekkerder bean to bar-chocolade gegeten voor minder geld … Maar de pralinévullingen van La manufacture verdienen wél een speciale vermelding. Doorgaans moet ik namelijk niets hebben van pralines met kleffe, zoetige pralinévulling. Maar wauw, de (eveneens volledig huisbereide) praliné van Ducasse is iets helemaal anders. Luchtig, ‘grof’, niet al te zoet en rijk aan notensmaak. Voor de pistachepraliné ga ik zeker terug! (maar eerst die geldbuidel weer wat bijvullen)

5 redenen om zelf zuurdesembrood te bakken vegan

Brood is de laatste jaren behoorlijk omstreden. Het zou ons vermoeid maken, slecht zijn voor de darmen, en tal van andere gezondheidsproblemen veroorzaken. Ik ben geen arts of voedingsdeskundige, dus ik weet er allesbehalve het fijne van, maar het broodverhaal kan volgens mij wel wat nuancering gebruiken. Natuurlijk zijn er mensen die echt allergisch zijn voor gluten of tarwe en die moeten sowieso brood vermijden. Dat brood van geraffineerd (tarwe)meel – dat op de koop toe snel rijst dankzij gist – niet het toppunt van gezonde voeding is, lijkt me ook behoorlijk logisch.

Zelf ervaar ik vaak energiedips en darmproblemen als ik te veel geraffineerd (tarwe)brood eet. Maar brood helemaal bannen? Nee, dat zou ik niet willen … Gelukkig voel ik me prima bij zelfgebakken zuurdesembrood, dat ik maak van biologisch meel en dat heel lang mag rijzen. Waarom ik zo van zuurdesem hou? Je leest het hier!

1. Zuurdesem is pure magie
Wees gerust, er komen geen elfjes, tovenaars of heksen aan te pas, maar toch: zelf zuurdesem maken en zuurdesembrood bakken heeft iets magisch. Je hebt voor een super lekker, super voedzaam zuurdesembrood immers maar drie ingrediënten nodig: meel, water en zout. En met de juiste technieken, een vleugje ervaring, vooral véél tijd, en een hete oven maak je van die drie banale ingrediënten overheerlijk brood met een knapperige korst en smaakvol kruim.

Bak je zelf zuurdesembrood, dan weet je dus heel precies wat er in je brood zit. Dat kun je van brood uit de supermarkt of van bij de bakker meestal niet zeggen (denk maar aan broodverbeteraars, suiker, vet …). Kies je voornamelijk voor volkoren meel van biologische herkomst, dan kun je er zeker van zijn dat je brood heel wat gezonde voedingsstoffen bevat.


2. Zuurdesem is voedzamer en verteert beter
Zuurdesembrood zou een aantal gezondheidsvoordelen hebben ten opzichte van ‘gewoon’ gistbrood. Zuurdesem is een gefermenteerd product. Die fermentatie gebeurt onder andere door de aanwezigheid van melkzuurbacteriën, en die melkzuurbacteriën zouden alvast een positief effect hebben op de darmen. Maar er is meer.

In graankorrels (en dus ook in meel) is altijd fytine aanwezig. Dat stofje zorgt ervoor dat we minder makkelijk mineralen opnemen (bijvoorbeeld de mineralen die in het graan aanwezig zijn). Het goede nieuws? Als je granen lange tijd weekt, en dat is het geval tijdens een lang rijsproces, dan wordt fytine omgezet. Zuurdesemdeeg moet urenlang rijzen. Misschien een beetje lastig als je zin hebt in brood, maar wel goed voor je lijf dus, want dankzij die lange rijstijd kan je lichaam meer voedingsstoffen opnemen.

Desemculturen zouden bovendien ook nog helpen bij het afbreken van gluten. Dat verklaart wellicht waarom veel mensen minder verteringsproblemen hebben als ze zuurdesembrood eten. Zuurdesembrood geeft trouwens ook veel sneller een verzadigd gevoel. Je eet er dus minder van, en dat komt je darmen ongetwijfeld ook ten goede.

3. Je krijgt er een huisdier bij
Weet je dat er mensen zijn die hun zuurdesemstarter een naam geven? Niet zo gek eigenlijk, want voor zuurdesem moet je zorgen, bijna net zoals voor een diertje. Nu ja, dat zorgen valt best mee, hoor. Heel wat mensen laten zich afschrikken door het idee dat je zuurdesemstarters moet ‘voeden’. Ze denken dat hun zuurdesemhuisdiertje meteen de geest geeft als het een dag geen eten krijgt. Maar dat is absoluut niet waar. Desempjes zijn taaie beestjes, die best wel wat honger kunnen verdragen. Ik voed mijn starter alleen op dagen dat ik brood bak (vaak maar één keer per week) en op andere dagen rust hij in de koelkast. Tot nog toe heb ik nog nooit een zuurdesemuitvaart moeten houden.

Dat ‘zorgen’ is trouwens best aangenaam. Na maanden krijg je toch een beetje een band met je zuurdesemstarter (klinkt dit heel creepy? ;-) ). Ik bedoel maar: die starter geeft je week na week heerlijk brood, dan wil je toch ook iets in ruil geven? Ik vind het enorm intrigerend dat er starters bestaan die van generatie op generatie worden doorgegeven, en die dus eeuwenoud zijn. Van welke hond of kat kun je dat zeggen?


4. Je verricht fysieke arbeid
Oeps, dit klinkt veel zwaarder dan het is. Je hoeft geen krachtpatser te zijn om zuurdesembrood te bakken. Natuurlijk komt er wel wat kneedwerk bij kijken, maar als je dat te zwaar vindt, kun je ook een keukenmachine inschakelen. Of zuurdesembrood van 100% roggemeel bakken, want dat mag je amper kneden.

Ik houd van de zintuiglijke ervaring die zuurdesembrood bakken is. Met mijn handen door de ‘modderige’ desem roeren, voelen hoe het deeg almaar elastischer wordt tijdens het kneden, het deeg uitrekken om te zien hoe de glutenstructuur zich vormt … Wat een zalig tegenwicht voor de uren die ik aan de computer doorbreng!

5. Zuurdesembrood bakken is een creatieve uitdaging
Toegegeven, je eerste zuurdesembrood is hoogstwaarschijnlijk geen prachtexemplaar. Het mijne was dat alleszins niet. Ik had heel wat wondermooie broden op Instagram bekeken en was een tikje ontgoocheld toen bleek dat mijn brood daar maar een zeer zwakke afspiegeling van was. Maar het was lekker, dat gelukkig wel. En ik voelde me aangemoedigd om de volgende keer een nog lekkerder exemplaar te bakken.

Je moet een beetje zoeken naar de juiste rijstijden, naar een tijdsindeling die voor jou werkt, naar de juiste dosis ‘kneden’ om een mooi kruim te krijgen, etcetera. Maar precies dat vind ik zo’n fijne uitdaging. Het idee dat het altijd een tikje beter kan, motiveert me om te blijven experimenteren en variëren. Elke keer opnieuw ben ik razend nieuwsgierig naar wat er uit de oven zal komen.

De weg naar het ‘perfecte’ brood is voor mij nog heel lang, maar gelukkig levert die weg wel heel veel smakelijke broden op. Benieuwd naar wat ik allemaal uit mijn oven haal? Op Instagram deel ik geregeld foto’s van mijn broden.


Do sourdough!
Overtuigd om zelf aan de slag te gaan? Of nog wat extra motivatie nodig? In beide gevallen kan ik je van harte het boekje Do sourdough van Andrew Whitley aanbevelen (voorlopig uitsluitend in het Engels). Dit boekje trok mij over de streep om eindelijk een starter te maken en met zuurdesem aan de slag te gaan. Whitley ontkracht heel wat mythes over zuurdesem en geeft tips over hoe je  brood bakken een plekje kunt geven in je drukke leven. Zijn recepten zijn een uitstekende basis om mee te beginnen. Veel bakplezier!

Bentoboxliefde & spicy vegan ‘tonijn’salade vegan


Sinds enige tijd ben ik helemaal weg van de bentobox: een Japanse lunchbox die vaak uit verschillende vakjes bestaat en gevuld wordt met lekkere en gezonde gerechtjes. Mijn enthousiasme werd vooral aangewakkerd door Shiso Delicious, die op haar blog en Instagram-pagina prachtige bentoboxcreaties maakt. Mijn bentobox bestaat uit twee ‘verdiepingen’ en hij motiveert me enorm om met een gezonde lunch naar het werk te vertrekken.

Op Instagram toon ik geregeld wat er zoal in mijn bentobox belandt, maar ik geef jullie hier ook graag een voorproefje.

Meestal kies ik voor veel rauwe ingrediënten en verse groene blaadjes, aangevuld met een portie eiwitten (al dan niet gekiemde kikkererwten of geblancheerde edamameboontjes – die ik uit de diepvriezer haal – zijn  favoriet), wat noedels of rijst, fruit en noten of zaden. Een bentobox is ideaal om restjes groenten, granen en peulvruchten van de vorige avond te verwerken.

Op de linkse foto zie je bijvoorbeeld een salade van rijstnoedels en edamame met wat groen uit de tuin + gestoomde broccoli met gomasio + geroosterde pompoen en pompoenpitten met tamari.

Wat natuurlijk helemaal uitstekend past in een Japanse bentobox is sushi. In de bentobox op de rechterfoto zie je naast de sushi met spicy vegan tonijn een salade van boerenkool, kumquats, edamame en gedroogde cranberry’s.

Hoe je sushi moet maken ga ik hier niet uitleggen. Je vindt op het wereldwijde web genoeg recepten van mensen die daar veel meer verstand van hebben dan ik. Wel deel ik graag mijn receptje voor de spicy vegan ‘tonijn’salade waarmee ik mijn sushi vulde. Deze salade doet het trouwens niet alleen goed in sushi. Ik vulde er ook al avocadohelften mee en smeerde een dikke laag op zuurdesembrood. Mmm!

Zijn er hier nog bentoboxfans? Wat zijn jullie favoriete bentoboxgerechtjes?

voor een klein potje vol

Ingrediënten
• 30 g zonnebloempitten (een nachtje geweekt in water)
• 100 g zachte tofoe (geen zijdetofoe, maar ook geen te stevige variant; ik gebruik graag die van Seven arrows)
• 1 tl tamari
• 1 tl geroosterde sesamolie
• 0,5 tl paprikapoeder
• flink wat tabasco of andere chilisaus (naar smaak)
• 1 kneepje citroensap
• 1 tl veganaise
• peper en zout naar smaak

Zo maak je het
Giet de zonnebloempitten af en laat ze goed uitlekken. Maal de pitten in een keukenmachine tot je grove kruimels hebt (geen puree!).

Prak de tofoe fijn met een vork. Roer de gehakte zonnebloempitten en de overige ingrediënten erdoor. Begin met een beetje tabasco, proef en voeg meer toe tot je de gewenste vurigheid hebt. Gebruik je de ‘tonijn’salade voor sushi, dan mag hij best pittig zijn. De rijst mildert namelijk de pikantheid.

Breng de salade verder op smaak met peper en zout. Bewaar in de koelkast tot gebruik.

In mijn sushi combineerde ik deze vegan tonijn met sliertjes fijngehakte rodekool en mosterdblaadjes uit de tuin.

Vegan pastagratin met spinazie en artisjok vegan


Veel regen, dagen die naar mijn gevoel niet snel genoeg lengen, en een licht winterdipgevoel. Wat mij betreft, is dit hét moment van het jaar om comfort food te eten. En het comfort food-recept bij uitstek? De Amerikaanse klassieker mac ’n cheese.

De laatste tijd zie ik almaar meer recepten voor vegan mac ’n cheese opduiken. Natuurlijk proeft zo’n vegan versie nooit helemaal hetzelfde als eentje met echte kaas, maar geloof me: met behulp van wat uitgekiende ingrediënten kun je een heel romige en kazige saus maken waar geen spoortje dierlijkheid aan te pas komt.

Spinach & artichoke dip (met normaal gezien ook heel wat kaas) is nog zo’n typische Amerikaanse lieveling. Ik combineerde de twee gerechten tot een kazige vegan pastagratin met spinazie en artisjok. Laat je niet afschrikken door de lange ingrediëntenlijst voor de saus. Uiteindelijk is het maar een kwestie van alles bij elkaar kieperen en blenden.

Dit recept is behoorlijk machtig en voedzaam. Om voor een fris tegenwicht te zorgen serveerde ik er een slaatje bij van dun geschaafde aardpeer en appel.


Normaal gezien ga ik met de Groene Prinses zelden tot nooit commerciële samenwerkingen aan, maar omdat ik een zwak heb voor kwalitatieve keukenspullen, maakte ik deze keer toch een uitzondering. Dankzij Kookexpert maakte ik mijn pastagratin in een ovenschaal van Le Creuset, en gebruikte ik deze handmandoline om de aardperen in flinterdunne plakjes te snijden.

voor 3-4 personen

Ingrediënten
voor de saus:
• 1 middelgrote aardappel, geschild
• 75 g cashewnoten (minstens 8 uur geweekt)
• 150 g gare witte bonen of reuzebonen (uit blik, of geweekt en goed gaar gekookt)
• 2,5 dl havermelk
• 1 el mosterd
• 4 el edelgistvlokken
• 1 tl appelazijn
• 1 tl lookpoeder
• 0,5 tl paprikapoeder
• 0,5 tl kurkuma
• peper en zout

• 250 g pasta (penne, elleboogjes of schelpjes)
• 1 el olijfolie
• 150 g spinazie (vers of uit de diepvriezer)
• 150 g artisjokharten uit bokaal
• 1 tl chilivlokken
• 1 teentje look
• peper en zout

voor het kruimellaagje:
• 30 g amandelen, tot bloem gemalen
• 30 g broodkruim
• 1 tl gistvlokken
• 2 el olijfolie

voor de salade:
• 4 kleine aardperen
• 1 appel
• een bosje postelein
• 1 el gezouten kappertjes, geweekt en uitgelekt
• 1 el hazelnoten, gehakt
• citroensap
• olijfolie
• peper en zout


Zo maak je de pastagratin
Breng een klein pannetje met water aan de kook en kook de aardappel gaar. Giet af en laat even afkoelen.

Breng tegelijkertijd een grote pan met water aan de kook en kook de pasta beetgaar volgens de instructies op de verpakking. De pasta gaart nog verder in de oven, dus hij mag op dit moment echt nog wat beet hebben.

Verwarm de oven voor op 175° Celsius.

Gebruik je verse spinazie? Was hem dan en zwier hem droog. Zijn het grote bladeren, hak ze dan grof. Verwarm een eetlepel olijfolie in een kookpan. Pers het teentje look erover uit en fruit heel kort. Voeg de verse, gehakte spinazie of de diepvriesspinazie toe en laat stoven tot de blaadjes geslonken of ontdooid zijn. Komt er erg veel vocht vrij, giet het dan af. Breng de spinazie op smaak met de chilivlokken en wat peper en zout.

Laat de artisjokharten uitlekken en snijd ze in stukjes. Meng ze door de spinazie.

Doe al de ingrediënten voor de saus in een blender: de gare aardappel (in blokjes), de uitgelekte cashewnoten, de bonen, havermelk, mosterd, gistvlokken, azijn, lookpoeder, paprikapoeder en kurkuma. Mix tot je een zeer gladde en romige saus hebt. Breng de saus op smaak met peper en zout.

Roer de gare pasta, het spinaziemengsel en de saus goed door elkaar en schep alles in een ovenschaal.

Meng alle ingrediënten voor het kruimellaagje door elkaar en kneed even met je vingertoppen. Strooi dit uit over de pasta in de ovenschaal.

Zet de ovenschaal 20 tot 30 minuten in de oven, tot de saus borrelt en het kruimellaagje goudbruin kleurt.

Terwijl de pasta in de oven zit, maak je het slaatje.

Zo maak je het slaatje
Was de postelein en zwier hem droog. Schik de blaadjes in een slakom.

Schil de aardperen en schaaf ze in flinterdunne plakjes. Dit gaat het gemakkelijkste met een keukenmachine of mandoline (ik hoef dit niet te zeggen, maar ik ben echt wel zeer content van die van mij!). Snijd de appel in partjes en schaaf ook die in plakjes. Schik de aardpeer- en appelplakjes op de postelein en sprenkel er onmiddellijk wat citroensap over. Voeg ook wat olijfolie toe, de kappertjes en de hazelnoten. Kruid met peper en zout. Gebruik je gezouten kappertjes, wees dan spaarzaam met extra zout.

Eet de pasta meteen als hij uit de oven komt, met een hoopje frisse salade erbij.

Veggie in Praag

Praag 3 Groene Prinses
Intussen lijkt ons tripje naar Praag al ver verleden tijd, maar toch wil ik jullie dit verslagje niet onthouden. Praag is niet alleen een prachtige stad, ze barst van de vegetarische en veganistische restaurantjes. Zalig om geen halve stad te moeten afwandelen op zoek naar iets plantaardigs.

Dat de stad mooi en feeëriek is, heeft helaas ook een minpuntje: ze wordt overspoeld door toeristen. Zélfs in november, wanneer het bitterkoud is en je zou denken dat toeristen liever naar warmer oorden trekken. Maar goed, ik pleit natuurlijk zelf schuldig: ik ben ook een toerist, ik liep er ook rond … Het goede nieuws? In de veggie restaurantjes heb je van die drommen toeristen helemaal geen last :-) Zelfs niet als ze pal in het centrum liggen!

Omdat het licht in de meeste restaurants zeer schaars was, zijn de foto’s van onze maaltijden niet geweldig geslaagd of ontbreken ze simpelweg. Ik geef jullie wat sfeerbeelden van de stad in de plaats :-)

Praag 2 Groene Prinses
Groen spook

In de drukke straat Nerudova, waarlangs elke dag horden mensen van de Karelsbrug naar de Burcht wandelen, leidt achter een onopvallende deur een lange trap naar restaurant Vegan’s Prague. De naam spreekt voor zich. Alles wat je hier eet, is plantaardig. Het is rustig toeven in dit oude gebouw en je kunt er proeven van plantaardige versies van Tsjechische klassiekers of een meer wereldse keuken.

vegans prague Groene Prinses
Ik at een knalgroene ‘Fantom Burger’, die zijn kleurtje dankte aan matchapoeder, en ik nam ook een paar happen van de gevulde koolrolletjes die mijn Geliefde at. Geen culinaire pareltjes, maar prima gerechten die ons de nodige energie gaven om de straatjes van Mala Strana te verkennen.

Helder hoofd
Clear Head of Lehka Hlava ligt in een ietwat verborgen straatje, maar is ideaal als je aan de drukte in het centrum wilt ontsnappen. De menukaart biedt zowel vegetarische als veganistische gerechten. Hier proefde ik de lekkere ‘tofoie gras’, die ik intussen (best succesvol ;-) namaakte. Je vindt mijn recept hier.

Als hoofdgerecht verorberde ik spiesjes van gerookte tofoe met olijven, tomatensaus en aardappelgratin. Mijn Geliefde ging voor de zeer stevige Maitrea burger. Daarna konden we allebei amper nog ‘pap’ zeggen.

O ja, als je van zeer, maar dan ook zéér, pittige drankjes houdt: probeer de enorm straffe gemberthee. Ik stond na een paar slokken volledig in brand … en mijn hoofd was misschien wel helder, ja.

Praag Groene Prinses
Bordje vol

Loving Hut is een keten die je in verschillende landen aantreft. In Praag zijn er meerdere vestigingen. Wij gingen naar die in de straat Na Porici. Voor een zeer zacht prijsje schep je een bord vol aan een Aziatisch getint buffet: spring rolls, noedels, tempura van bloemkool … Prima prijs-kwaliteitverhouding!

Onder het restaurant (dat zich op de eerste verdieping bevindt) is er trouwens een kleine winkel met vegan producten. Wij kochten er een reepje zalig intense Tsjechische ‘bean to bar’-chocolade van het merk Ajala. Later ontdekten we nog een ander heerlijk Tsjechisch ‘bean to bar’-merk: Jordi’s. Nooit gedacht dat Tsjechië een chocoladeland was!

Etnosvet2 Groene Prinses
Lekker zonder meer

Etnosvet doet qua inrichting wat stijlvoller aan dan de eerdere restaurants die we bezochten. Het ligt wat verder af van het centrum, maar is toch een bezoekje waard. Wij waren er vroeg op de avond, omdat we nog een concert hadden gepland, en daardoor was het er ontzettend rustig.

Etnosvet Praag Groene Prinses
Mijn geliefde at een Indische curry met tofoe en naanbrood, zelf smulde ik van gefrituurde vegan sushi. Lekkere gerechten, absoluut, maar net als in de andere restaurants die we in Praag bezochten werden we niet van onze sokken geblazen. Misschien zijn we na al onze tripjes gewoon een beetje te verwend geworden ;-)

Toch nog een bijzondere vermelding voor de lekkere moelleux die we deelden als dessert!

botanicus Praag Groene Prinses
Kruidige herinneringen

Geen restaurant, maar wel een heerlijk plekje voor wie van kruiden en planten houdt: Botanicus. In deze gezellige winkel – die pal in het toeristische centrum ligt, maar toch rust uitstraalt – vind je tientallen producten op basis van kruiden en planten die afkomstig zijn uit een biologische tuin in Tsjechië. De cosmetica (van een hele rist zeepjes, over bodylotion tot shampoo en essentiële olie) en de chutneys en jams worden naar verluidt bereid volgens oude, traditionele recepten.

Ik vond het heerlijk toeven in dit winkeltje, al kon ik niet veel meenemen, omdat we louter met handbagage vlogen en er dus slechts beperkte hoeveelheden vloeistoffen werden toegelaten. Maar een flesje lippenolie op basis van calendula, handencrème met helende klei en een mooi doosje biologische oregano gingen toch netjes mee. Dus nu geniet ik nog af en toe van een vleugje Tsjechië in huis.

Vegan wellington met porto-misosaus vegan

vegan wellington 1 Groene Prinses

Nog op zoek naar een lekker winters gerecht voor je feestmenu? Dan moet je deze vegan wellington een kans geven. Mijn eigen Geliefde noemde dit gerecht ‘een toppertje’, maar misschien is hij niet helemaal objectief ;-) Het gerecht vraagt een beetje werk, maar is toch erg haalbaar.

Cranberry’s en kerst passen zo goed samen dat ik naast de tofoie gras met cranberryjam nog een gerecht bedacht waarin de bessen een glansrol spelen. In deze wellington gaan ze samen met smaakvolle portobellopaddenstoelen en gebakken witlof.

Een ‘wellington’ is een typisch Engels gerecht waarbij runderbiefstuk in bladerdeeg wordt gehuld. Die biefstuk komt er hier natuurlijk niet aan te pas. In de plaats maakte ik een gehaktbrood van onder andere seitan, portobello’s en walnoten.

Een robuuste saus van porto, gebakken rode ui en donkere miso maakt het gerecht af. Serveer de wellington met een schaal geroosterde groenten (spruitjes + appeltjes bijvoorbeeld, of verschillende wortelgroenten) en een groene salade.

Ik creëerde dit gerecht speciaal voor de winterkeuken van Velt: een week waarin we volop koken met en smullen van wintergroenten. Doe jij ook mee? Deel foto’s van je wintergerechten op sociale media en houd de facebookpagina van Velt in de gaten voor recepten, tips en wedstrijden.

vegan wellington 2 Groene Prinses
voor 4 personen (indien geserveerd met een bijgerecht)

Ingrediënten
voor het gehaktbrood:
• olijfolie
• 1 rode ui, fijn gesnipperd
• 2 el chiazaad, gemalen
• 200 g seitan, in blokjes gesneden
• 4 middelgrote portobellopaddenstoelen
• 1 scheutje tamari of andere sojasaus
• 60 g broodkruim
• 50 g walnoten
• 4 el fijne havervlokken
• 1 el gedroogde tijm
• peper en zout

• 4 kleine stronkjes witlof
• 3 el cranberryjam (gekocht of zelfgemaakt)
• 4 vierkante lapjes (plantaardig) bladerdeeg (of 1 grote rol)
• 2 el plantaardige melk

voor de porto-misosaus:
• 2 el olijfolie
• 1 rode ui, gesnipperd
• 2 el bloem
• 4 dl porto
• 4 dl lichte groentebouillon
• 2 el (gerst)miso
• peper

Zo maak je het
Verwarm de oven voor op 180° Celsius.

Meng het gemalen chiazaad in een kommetje met 4 el water en laat even staan.

Verwarm een eetlepel olijfolie in een pan en voeg de gesnipperde ui toe. Bak tot de ui glazig is. Roer geregeld.

Snijd de paddenstoelen in kleine stukjes en voeg ze samen met de tijm toe aan de ui in de pan. Bak op hoog vuur tot de paddenstoelen slinken en bruin kleuren. Blus met een scheutje tamari en laat de paddenstoelen verder bakken tot ze volledig gaar zijn en het vocht is verdampt. Roer geregeld om aanbakken te voorkomen. Kruid de paddenstoelen met peper.

Rooster de walnoten in een droge koekenpan tot ze geurig worden en een beetje bruin kleuren. Laat ze afkoelen en maal ze fijn in een keukenmachine.

Doe de seitanblokjes, het chiamengsel en de paddenstoelenmix in een keukenmachine en mix fijn.

Doe het mengsel in een grote kom, samen met het broodkruim, de havervlokken en de gemalen walnoten. Roer alles goed door elkaar. Breng op smaak met flink wat peper en zout. Laat het mengsel even rusten.

Bekleed een langwerpig bakblik (van cake of brood) met bakpapier. Kneed het seitanmengsel tot een dikke worst van 20 cm lang. Leg de worst in het bakblik en vouw het bakpapier eroverheen. Bak het gehaktbrood 25 minuten in de oven op 180° Celsius. Haal het uit de oven en laat het een beetje afkoelen.

Maak de witlofstronkjes schoon. Verwijder de buitenste bladeren en de harde kern. Snijd de stronkjes in de lengte doormidden. Verwarm wat olijfolie in een pan en bak de witlofstronkjes met de platte kant naar beneden tot ze bruin kleuren en enigszins karamelliseren. Keer ze om en laat ze op een zacht vuurtje verder garen. Breng het witlof op smaak met peper en zout. Zet het opzij en laat het afkoelen.

Gebruik je diepvriesbladerdeeg laat het dan een 5-tal minuten ontdooien tot het plooibaar is. Maak van de vier plakjes één grote vierkante lap door de naden in elkaar te werken. Leg het deeg op bakpapier.

Maak in het midden van het deeg een ‘rijtje’ met het afgekoelde witlof (zorg ervoor dat het witlof niet te nat is!). Houd aan de uiteinden van het rijtje een paar centimeter vrij. Haal het gehaktbrood uit de vorm en leg het op het witlof. Strijk de bovenkant van het gehaktbrood in met de cranberryjam.

Vouw de zijkanten van het deeg nu volledig over het gehaktbrood. Kneed de uiteinden dicht. Maak je vinger een klein beetje nat om de naden dicht te strijken. Maak dwarse inkepingen in het deeg. Dit maakt het straks gemakkelijker om de wellington in plakken te snijden.

Leg het gehaktbrood met het bakpapier op een bakplaat. Bestrijk het deeg met de melk en schuif de bakplaat in de oven. Bak de wellington ongeveer 20 minuten op 180° Celsius (of volgens de instructies op de verpakking van het bladerdeeg). Het deeg moet mooi bruin kleuren en rijzen.

Terwijl de wellington bakt, maak je de saus.

Verwarm de olijfolie in een steelpan en bak de uisnippers hierin glazig. Roer de bloem erdoor en laat even verwarmen. Voeg dan beetje bij beetje de porto en de groentebouillon toe. Blijf goed roeren opdat je geen klontertjes krijgt. Laat de saus op een middelmatig vuur inkoken en roer geregeld. Het is de bedoeling dat de saus mooi indikt.

Los de miso op in een klein scheutje warm (niet heet!) water. Vlak voor het serveren draai je het vuur uit en roer je de miso door de saus. De saus mag nu niet meer koken.

Haal de wellington uit de oven, laat hem even rusten en snijd hem dan met een scherp mes in plakken. Serveer met de saus, geroosterde groenten en groene salade.

Veggie in Wenen

simply raw Groene Prinses
Twee weken geleden keerden mijn Geliefde en ik terug van een bezoekje aan Wenen en Praag. In deze blogpost deel ik alvast wat fijne Weense adresjes. Praag komt later aan de beurt.

Terwijl mijn Geliefde zijn concert in Wenen voorbereidde, deed ik research naar veggie lekkers in de buurt. Onze tijd in de stad van Mozart, Sisi en Freud was beperkt, dus ging ik selectief te werk.

Yamm Wenen Groene Prinses
Yummie Yamm!

Op een boogscheut van onze verblijfplaats lag vegetarisch buffetrestaurant Yamm. Wij houden van het buffetprincipe: je schept op wat je lekker lijkt en betaalt per gewicht. Yamm! heeft niet dezelfde uitgebreide keuze als andere vegetarische buffetrestaurants die we al uitprobeerden (zoals Spirit in Amsterdam, Tibits in Londen of Hiltl in Zürich), maar toch konden we moeiteloos een bordje vol lekkers samenstellen.

Het restaurant is groot en oogt modern. ’s Morgens kun je er ook ontbijten en ze hebben een mooi assortiment taartjes en ander gebak in huis.

wenen Groene Prinses
Verwarmend ‘raw

We kuierden door Wenen onder een straalblauwe hemel. Mooi maar koud. Dus waren we in de namiddag toe aan een verwarmend drankje met iets zoets erbij. Simply Raw Bakery was daarvoor het ideale plekje.

simply raw wenen Groene Prinses
De naam verraadt het al: alles wat je hier eet, is ‘raw’. Met andere woorden: de ingrediënten worden niet verhit boven de 42° Celsius. Verwacht je dus niet aan traditionele gebakjes, maar wel aan vegan lekkernijen op basis van noten, rauwe cacao en gedroogde vruchten. Ik proefde de raw versie van een lokale specialiteit: sacher torte. Heel lekker van smaak, maar niet licht.

turmeric latte Groene Prinses
Gelukkig zijn warme drankjes in Simply Raw Bakery geen probleem. De kurkumalatte die ik bestelde was gigantisch en lekker romig dankzij de huisbereide cashewmelk. Perfect om daarna weer de koude te trotseren.

Veggie versus schnitzel
Mijn Geliefde vergezelt me op reis steevast zonder morren naar al mijn vegetarische adresjes. Maar hij is zelf geen vegetariër én verslingerd aan schnitzel. In de schnitzelstad bij uitstek, kon ik hem een bezoekje aan een schnitzelrestaurant dus moeilijk ontzeggen. Het is echter niet vanzelfsprekend om een restaurant te vinden waar ze én goede schnitzel serveren én iets eetbaars voor vegetariërs. Maar het is ons toch gelukt ;-)

lugeck wenen Groene Prinses
Lugeck
schuilt in een statig gebouw en serveert tal van Weense klassiekers. Voor de plantenliefhebbers staan er twee vegan gerechten op de kaart: een kruidige pasta met kool en ui, en een zoeteaardappelcurry met basmatirijst.

Toegegeven, de curry was niet het lekkerste vegetarische gerecht dat ik ooit at, maar best oké. En de schnitzel was naar verluidt prima.

Zelf was ik trouwens helemaal in de wolken met het broodmandje dat we bestelden. Het zuurdesembrood van 100 procent rogge was heerlijk. Ik hoop dat ik er ooit in slaag om zelf zo’n brood te bakken …

Binnenkort meer veggie adresjes uit Praag!

Tofoie gras met cranberryjam vegan

tofoie gras Groene Prinses
Nu de feestdagen eraan komen is de foie gras, aangrijpende spotjes van Gaia ten spijt, weer alomtegenwoordig in de supermarkt. Mijn Geliefde haalt weleens faux gras in huis, maar daar ben ik niet echt fan van. Aangezien ik niet het gevoel heb dat ik op ‘foie gras’-vlak iets mis, ben ik nooit op zoek gegaan naar een alternatief. Ik weet trouwens niet hoe het origineel smaakt, dus dan is het hele vervangidee sowieso al een beetje vreemd :-)

Maar toen we bijna twee weken geleden in Praag op vakantie waren (een verslagje volgt!) en ik op de kaart van vegetarisch restaurant Lehka HlavaTofoie gras’ zag staan, was ik toch nieuwsgierig. De menukaart gaf buiten gerookte tofoe ook nog gerstmiso en cashewnoten prijs als ingrediënten. Genoeg voor mij om thuis aan de slag te gaan met een eigen versie. Net als in het restaurant dien ik de tofoie gras op met cranberryjam. Die zorgt voor een lekker contrast.

Serveer de tofoie gras op geroosterd brood, toastjes of – om het echt feestelijk te maken – blini.

Ingrediënten

voor de cranberryjam:
• 300 g cranberry’s (veenbessen) (vers of uit de diepvriezer)
• het sap van een halve citroen
• 1 kaneelstokje
• 4 el ahornsiroop
• 3 el kokosbloesemsuiker
• 3 el water

voor de tofoie gras:
• 200 g gerookte tofoe, in kleine blokjes
• 50 g cashewnoten (een nachtje geweekt in water en afgegoten)
• 1,5 el (gerst)miso
• 3 el koolzaadolie (of andere neutrale olie)
• 1 tl edelgistvlokken
• peper
• evt. zout

Zo maak je het
Maak eerst de cranberryjam. Doe daarvoor alle ingrediënten in een steelpan en breng aan de kook. Laat op een zacht vuurtje zeker een halfuur borrelen tot het vocht flink is ingedikt. Houd er rekening mee dat de jam bij het afkoelen  nog opstijft; kook hem dus ook niet te lang.

Deze cranberryjam is niet mierzoet. Je proeft nog goed de zure smaak van de bessen. Wil je de jam zoeter, voeg dan extra suiker of ahornsiroop toe.

Vis het kaneelstokje uit de pan. Giet de hete jam in een kraakschone bokaal en schroef er onmiddellijk het deksel op. Laat afkoelen en bewaar vervolgens in de koelkast.

Doe voor de tofoie gras alle ingrediënten in een keukenmachine en mix tot een gladde, egale crème, die stevig is, maar wel smeerbaar. Is je tofoie gras te stijf, voeg dan een heel klein beetje water toe. Miso is erg zout, dus waarschijnlijk heb je geen extra zout nodig. Proef en kruid eventueel bij, met peper, zout of nog wat extra miso.