de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Fleurige veggiebowl vegan

kleurrijke veggie bowl Groene Prinses
Ik vind een ‘bowl’ een geweldig maaltijdconcept: je neemt een grote kom en je vult die met allerlei lekkers. Simpel, toch? Soms wel en soms niet … Want eigenlijk maak je zo’n bowl zo complex als je zelf wilt. Gewoon wat rijst of andere granen met een lekkere curry erbij is al voldoende om over een ‘bowl’ te spreken. Maar in de meest smakelijke kommen komen wat mij betreft verschillende minigerechtjes (warm én rauw) samen.

Je kunt variëren zoveel je maar wilt! Ik maak in deze versie gebruik van typische voorjaarsgroenten: geroosterde jonge wortelen en gepekelde radijsjes op een bedje van jonge spinazie. Daarbij komen kruidige kikkererwten – het is belangrijk om echt héél lekker kerriepoeder te gebruiken! – en orzo met koriander-pindapesto (gebruik gerust jouw favoriete pestorecept in de plaats). Ik gebruik graag halfvolkoren biologische speltorzo (in het Italiaans heet orzo ook wel ‘semini’), maar kies ook hier beslist voor de pasta die je zelf het lekkerst vindt. Liever geen pasta? Kies dan voor quinoa, rijst, gekookte aardappelen, boekweit of wat je maar wilt …

Oké, toegegeven, zo’n bowl is wat meer werk dan een eenpansgerecht, maar als je goed plant, valt het echte reuze mee. Terwijl de radijsjes marineren en de worteltjes roosteren in de oven, heb je rustig de tijd om de andere dingen klaar te maken.

voor 2 bowls

Ingrediënten
voor de gepekelde radijsjes:
• 15-tal radijsjes
• 2 el rijstazijn
• 1 tl rijststroop
• een flinke snuf zout

voor de wortelen:
• 20-tal fijne, jonge wortelen (al dan niet geschild)
• 3 el olijfolie
• peper en zout

voor de orzo met pesto:
• 150 g orzo (of andere kleine pasta)
• een flinke bos korianderblad
• 2 el ongezouten pinda’s
• 1 teen look
• sap van een halve limoen of citroen
• olijfolie
• peper en zout

voor de kikkererwten:
• 200 g gare kikkererwten
• 1 chilipeper, zaadjes verwijderd en fijngehakt
• 1 tl kokosolie
• 1 el kerriepoeder
• 1 el tamari (of andere sojasaus)
• een scheutje water

• 2 handenvol jonge spinazie of jonge slablaadjes, gewassen

Zo maak je het
Roer in een kommetje de rijstazijn, de rijststroop en het zout door elkaar. Snijd de radijsjes in stukjes en laat ze marineren in de azijndressing.

Verwarm de oven voor op 200° Celsius.

Gebruik je erg jonge wortelen, halveer ze dan gewoon. Zijn je wortelen wat dikker, snijd ze dan nog eens overlangs doormidden. Hussel de wortelen in een braadslee met de olie, en peper en zout door elkaar. Zet de braadslee in de hete oven en laat de wortelen ongeveer 30 minuten roosteren, of tot ze heerlijk zacht zijn. Roer ze om de tien minuten door elkaar.

Breng een pan met water aan de kook voor de pasta.

Mix voor de pesto koriander, pinda’s, look en limoen- of citroensap fijn. Voeg dan beetje bij beetje olijfolie toe, tot je de gewenste consistentie krijgt. Breng op smaak met peper en zout.

Doe de orzo of andere pasta in het kokende water en kook beetgaar.

Verhit intussen de kokosolie in een steelpannetje. Voeg de chilipeper toe en roerbak hem een minuut. Voeg de kikkererwten, het kerriepoeder, de tamari en een klein scheutje water toe. Roer en warm alles een paar minuten goed door.

Giet de pasta af en roer de pesto erdoor. Haal de wortelen uit de oven.

Schik in een grote kom een hoopje pasta naast een hoopje kikkererwten. Leg er een handvol spinazieblaadjes bij en schep daarop wat gepekelde radijsjes. Schik de geroosterde wortelen erbij. Herhaal dit voor de tweede kom en dien onmiddellijk op.

Kardemom-koffietruffels vegan

kardemom-koffietruffels Groene Prinses
Ik ga er niet te veel woorden aan vuil maken: je móét deze truffels maken. Tenminste als je van een lekkernij houdt die super gemakkelijk te maken is en die je zonder een al te groot schuldgevoel kunt verorberen ;-)

Jaren geleden postte ik al het recept voor amandel-chocoladebonbons en amandel-kersenbonbons, maar ik kan simpelweg blijven variëren op deze snoepjes. Kardemom-koffie is in ieder geval een nieuwe favoriet!

voor 10 stuks

Ingrediënten
• 100 g blanke amandelen
• 3 el kokosbloesemsuiker
• 0,5 à 0,75 tl gemalen kardemom
• 2-3 el zeer sterke koffie
• 75 g pure chocolade (minstens 75% cacaogehalte)

Zo maak je het
Maal de amandelen in een keukenmachine tot fijn poeder.

Roer de kokosbloesemsuiker en de gemalen kardemom erdoor.

Voeg nu beetje bij beetje de koffie toe en meng tot je een enigszins kleverige brij hebt die goed samenhangt. Misschien heb je niet al de koffie nodig. Het mengsel mag niet te nat, maar zeker ook niet te droog zijn.

Laat het een kwartiertje opstijven in de koelkast.

Rol er daarna 10 balletjes van. Dit is een enigszins plakkerige bedoening. Maar met koele, eventueel lichtjes vochtige handen gaat het prima.

Laat de balletjes een halfuurtje koud worden in de koelkast.

Smelt de chocolade au bain-marie. Rol de balletjes door de chocolade tot ze helemaal bedekt zijn. Leg ze op een vel bakpapier en laat de chocolade hard worden.

Bella Roma voor veggies (en snoepers) – deel 2

Rome1 Groene Prinses
Twee jaar geleden schreef ik al een uitgebreide blogpost over Rome met tal van smuladresjes. Veel sneller dan verwacht belandde ik opnieuw in deze eeuwenoude stad, waar tot mijn groot genoegen nog veel extra lekkers te ontdekken viel. Ik maak jullie graag deelgenoot van mijn culinaire uitspattingen!

Omdat we vooral in de buurt van de Piazza Navona vertoefden (mijn Geliefde moest daar een concert voorbereiden), liggen de meeste adresjes op wandelafstand van dit plein. Alleen Regoli ligt in een heel andere buurt.

Veggie bij Vivi
De Piazza Navona is een toeristische trekpleister en het is er dan ook steevast lekker druk. Toch kun je er rustig tafelen bij Vivi Bistro. Deze bistro schuilt in een hoek van het plein in het Museo di Roma. Vivi heeft een uitgebreide kaart met flink wat vegetarische en een paar veganistische opties.

Piazza Navona Vivi Bistro
De gerechten volgen de seizoenen en bevatten zo veel mogelijk biologische ingrediënten. Wij aten als voorafje baba ganoush met papadums, gevolgd door een burger voor mijn Geliefde en voor mij hele spelt- en gerstkorrels met geroosterde tomaatjes en aubergine, pesto en ricotta salata.

vivi bistro Rome Groene Prinses2
Vivi Bistro is ook een prima plek voor een kop koffie of een kannetje thee met een taartje erbij. De thee is trouwens van Mariage Frères, Parijse topklasse!

Er is ook een Vivi Bistro in het Villa Doria Pamphili Park in Rome. Daar tafel je heerlijk in het groen en kun je zelfs gaan picknicken met een pakket vol lekkers van Vivi. Helaas zijn wij niet tot in het park geraakt (een reden om nog eens terug te gaan, dus :-) ).

Rauw & puur
Wie na een overdaad aan taartjes en ijsjes (oeps, ik pleit schuldig!) nood heeft aan een héél gezonde maaltijd, moet beslist een bezoekje brengen aan Écru. Alles wat je hier eet is raw en vegan. De dames die dit eethuisje uitbaten, gaan heel nauwgezet te werk om kraakverse, verzorgde salades, soepen en dips op tafel te zetten. Wij proefden onder andere van een carpaccio van artisjok met tijm en olijf, een salade van venkel, bloedsinaasappel en olijf, en ‘wortelnoedels’ met rucolapesto. Stuk voor stuk smaakvolle combinaties.

Ecru Rome Groene Prinses2
Enige minpuntje? We waren die avond de enige gasten in Écru, waardoor we een beetje gezelligheid misten. Voor het gros van de Romeinen en toeristen is puur raw food misschien nog net een tikje te speciaal. Jammer, want deze lichte keuken is ideaal voor wie even iets anders wil dan pasta of pizza.

Poëtische pizza
Over pizza gesproken … Bij Dar Poeta, in de levendige wijk Trastevere, bakken ze pizza’s die je van je sokken blazen! Volgens tal van reisgidsen en websites zou Dar Poeta zowat de beste pizzeria van Rome zijn. Dat wilde ik weleens aan een nader onderzoek onderwerpen. Toen we bij de pizzeria aankwamen, bleken we niet de enigen te zijn met dat plan. Er stonden al behoorlijk wat mensen aan te schuiven voor een tafeltje, maar daar lieten we ons niet door afschrikken. En gelukkig maar: het wachten viel al bij al goed mee en op het moment dat ik mijn tanden in een stuk pizza zette, was elke ‘verloren’ minuut onmiddellijk vergeten. Wat een verrukkelijke bodem! Knapperig, licht, luchtig … poëtisch zelfs!

Dar Poeta Groene Prinses
Leuk extraatje: er staan heel veel vegetarische pizza’s op de kaart.

Zoete zonde
Ik kan niet over Rome schrijven zonder het over ijs te hebben. In mijn vorige blogpost was ik al lyrisch over Gelateria dei Gracchi, nu kan ik niet meer zwijgen over Gelateria del Teatro (Via dei Coronari 65). Waanzinnige smaken, wonderbaarlijk lichte textuur! Ik proefde pijnboompitijs en frambozen-salie-ijs. Ooit ga ik beslist terug om het gemberijs en het witte chocolade-basilicumijs te proeven.

aragosta Groene Prinses
Een paar dagen voor we naar Rome vertrokken, zagen we toevallig een kookprogramma op BBC waarbij de deelnemers het Italiaanse gebakje sfogliatella moesten maken. Dat gebakje bestaat uit verschillende laagjes flinterdun deeg, gevuld met ricotta en smaakmakers als sinaasappel en kaneel. Ik was meteen geïntrigeerd en besloot in Rome op zoek te gaan naar deze – eigenlijk uit Salerno afkomstige – lekkernij.

Een paar dagen lang hield ik nauwlettend de etalages van alle bakkers op mijn pad in de gaten. Bijna wilde ik het opgeven, tot we op de allerlaatste dag in de buurt van het station waar we de trein naar de luchthaven zouden nemen heel toevallig voorbij een bakkertje wandelen met in de etalage, jawel, het gebakje dat ik zocht! Of toch bijna… Binnen bleek het immers niet om sfogliatella te gaan, maar om het gelijkaardige gebakje aragosta. Het deeg is identiek, maar de vulling van een aragosta is een stuk romiger.

Mijn Geliefde en ik smikkelden samen van de aragosta op een Romeinse straathoek en waren meteen in de wolken. Het deeg knisperde van de knapperigheid en de zachte, zoete vulling vormde een hemels contrast.

Toen ik later wat research deed, bleek dat onze toevallige ontdekking niet de eerste de beste was. Pasticceria Regoli, waar we de aragosta kochten, is volgens velen een van de beste bakkerijen van Rome. Nóg een reden om terug te gaan! :-)

 

 

Ik ben wild van WILD!

WILD project Antwerpen 1
Een van mijn nieuwe favoriete adresjes in mijn thuisstad Antwerpen is WILD project, een eethuisje dat wordt gerund door twee zussen met Italiaans-Zwitserse roots. Sinds de opening in januari kwam ik er al geregeld over de vloer, maar pas onlangs dacht ik eraan om mijn fototoestel mee te nemen en dit leuke plekje met jullie te delen.

WILD Antwerpen3
Alles op de menukaart van WILD is vegetarisch, en een flink deel ervan is ook geschikt voor veganisten. De gerechten zijn eenvoudig, maar steevast kwalitatief en vol van smaak. De zussen kiezen dan ook bewust voor ambachtelijke, lokale en veelal biologische ingrediënten. En ze bakken zelf overheerlijk kraakvers brood!

WILD Antwerpen2
Mijn favoriet op de kaart? De sandwich met crunchy tofu, spinazie, tomaat, radijs en zadenspread. En ook van de Vegan Burger Sandwich en de Vegan Brunch Plate (zie foto) heb ik al volop genoten. Om maar te zwijgen van de verse sapjes, de rozemarijnthee en de lekkere (grotendeels vegan) gebakjes op de toog …

tulpen WILD2
WILD is niet alleen lekker, maar ook nog eens gezellig. De huiselijke sfeer, de bloemen op de tafels en de vriendelijke bediening maken dit eethuisje tot een rustige oase in de drukte van de stad. Bovendien geeft de internationale uitstraling van WILD me altijd even het gevoel dat ik met vakantie ben.

WILD project, Grote Pieter Potstraat 21, 2000 Antwerpen

Noedelsoep vol lentelust vegan

vegetarische noedelsoep vol lentelust Groene Prinses
De Vietnamese keuken lijkt aan een opmars bezig in onze Westerse contreien. Op blogs die ik volg zie ik al geruime tijd recepten voor allerlei Vietnamees lekkers verschijnen en in mijn eigen stad, Antwerpen, is er na Bún onlangs een tweede Vietnamees street food-restaurant geopend: Pho 61. Ik eet er graag de vegetarische phở, een geurige noedelsoep met verse kruiden.

Het is precies die soep die me inspireerde om aan de slag te gaan in mijn keuken en een heel eigen versie te creëren, mijn persoonlijke vegetarische phở, zeg maar. Hoewel: ik heb geen idee hoe de regels van de Vietnamese kookkunst werken. Qua authenticiteit scoort mijn creatie wellicht niet al te hoog, dus noem ik ze veiligheidshalve maar gewoon ‘noedelsoep’. Vól lentelust, weliswaar. Want ik wilde met mijn soepje een ode brengen aan frisse lentesmaken. Vandaar de radijsjes en de jonge spinazie.

Voor verse doperwtjes is het nog net een tikje te vroeg, dus gebruikte ik er uit de diepvriezer. Maar oh, ik kan niet wachten om het nog eens te maken met de kraakverse broertjes, recht uit de dop. En een handjevol groene aspergestukjes erbij lijkt me ook niet te versmaden … Kom op, lente, laat alles maar flink groeien nu!

vegetarische noedelsoep vol lentelust 2 Groene Prinses
voor 2 personen

Ingrediënten
voor de bouillon:

• 1 el (kokos)olie
• 1 kaneelstokje
• 2 anijssterretjes
• 2 kruidnagels
• 1 teen look, gepeld en doormidden gesneden
• 4 schijfjes verse gemberwortel, de schil verwijderd
• 1,5 l sterke groentebouillon

• 250 g rijstnoedels
• 250 g tofoe
• 1 el tamari, shoyu of andere sojasaus
• 1 el (kokos)olie
• ca. 20 radijsjes, gewassen en in schijfjes
• ca. 50 g jonge spinazieblaadjes, gewassen en de dikke stelen verwijderd
• een flinke handvol erwtjes (vers of diepgevroren)
• 1 chilipeper, de zaadjes verwijderd en fijngehakt
• 2 lente-uitjes, in ringetjes

serveer met:
• 1 limoen, in kwartjes
• een flinke handvol verse koriander en eventueel (Thaise) basilicum
• sojasaus en chilisaus naar smaak

Zo maak je het
Maak eerst de bouillon. Verhit een eetlepel (kokos)olie in een ruime kookpan. Doe het kaneelstokje, de anijssterren en de kruidnagels erbij en bak de specerijen al roerende tot ze geurig zijn. Voeg de look en de gember toe en bak heel eventjes mee. Giet de bouillon erbij en laat het geheel minstens een halfuur – maar liever langer – zachtjes koken.

Zeef de bouillon of schep de specerijen er met een schuimspaan uit.

Snijd de tofoe in blokjes en laat ze een 20-tal minuten marineren in de tamari of shoyu.

Kook de rijstnoedels gaar volgens de instructies op de verpakking en spoel ze af onder koud water.

Verhit de resterende eetlepel olie in een koekenpan en bak de tofoeblokjes langs beide kanten goudbruin.

Blancheer de erwten een paar minuten in de hete groentebouillon. Een erwt heeft niet veel nodig om te garen; kook ze dus zeker niet te lang!

Verdeel de rijstnoedels over twee grote kommen. Scheur de spinazieblaadjes erover. Verdeel ook de radijsjes, de tofoeblokjes, de chilipeper en de lente-uitjes over de kommen.

Schep nu de hete bouillon in de kommen.

Serveer de soep met de limoenkwartjes en de kruiden. Pers wat sap uit in je kom, verscheur flink wat koriander en basilicum en voeg naar eigen smaak eventueel nog wat soja- of chilisaus toe.

Eet de noedels met stokjes en gebruik een grote lepel om het vocht en de erwtjes op te lepelen. Smakelijk!

Insalata caprese met bloedsinaasappel

caprese met bloedsinaasappel ©Groene Prinses
Eigenlijk maakte ik de foto voor deze blogpost al enkele weken geleden, maar een stevige griep, veel inhaalwerk en een dosis algemene futloosheid zorgden ervoor dat ik er nu pas toe kom om dit fleurige gerechtje te posten. Een hapje om het begin van de lente te vieren dan maar!

Intussen loopt het bloedsinaasappelseizoen bijna op z’n eind (vooral in februari en maart vind je deze vruchten), maar ik hoop dat jullie toch nog een paar exemplaren op de kop kunnen tikken. Als je van insalata caprese houdt, maar geen zin hebt om te wachten tot er zonrijpe tomaten zijn, dan is dit bloedsinaasalternatief wellicht wat voor jou.

Rucola- of basilicumkiemen zijn misschien niet zo gemakkelijk te vinden, maar je kunt ze perfect zelf maken in een kiemschaaltje. Reken op een viertal dagen kieming.

voor 2 personen, als voorgerecht

Ingrediënten
• 2 bloedsinaasappelen
• 200 g verse mozzarella of burrata van uitstekende kwaliteit (ik gebruik biologische buffelmozzarella)
• een handjevol rucola- of basilicumkiemen
• 2 el kwalitatieve olijfolie
• peper
• fleur de sel (of ander lekker zout)
• eventueel een beetje balsamicoazijn

Zo maak je het
Laat de mozzarella of burrata eventjes op kamertemperatuur komen. Te koude mozzarella is niet lekker.

Snijd de schil rond de bloedsinaasappelen weg en snijd ze daarna in plakjes. Vang het sap dat vrijkomt zo goed mogelijk op. Schik de plakjes op twee bordjes en schenk er wat van het sap over.

Snijd de mozzarella of burrata in plakjes en schik die op de sinaasappelschijfjes. Sprenkel over elk bordje een eetlepel olijfolie. Kwam er maar weinig vocht vrij bij de sinaasappelen, sprenkel er dan eventueel nog wat balsamicoazijn over.

Bestrooi met peper en zoutvlokjes en verdeel de kiemen over de bordjes.

Serveer onmiddellijk met kraakvers brood erbij.

Zin in meer bloedsinaasappelrecepten? Probeer dan eens de avocado-bloedsinaasappelsalade of de minicheesecakes met bloedsinaasappelsiroop.

Lam en Loebas, kleine (veggie) koks

Lam en Loebas, kleine koks
Tot nog toe hield ik mijn activiteiten als schrijver netjes gescheiden van mijn Groene Prinses-avonturen. Wie belangstelling heeft voor mijn boeken, kan immers op mijn andere blog, Vol van zinnen, terecht.

Maar nu ga ik hier voor een keertje toch een beetje reclame maken voor een van mijn boekjes. Omdat het helemaal op en top vol Groene Prinses-vibes zit ;-)

Lam en Loebas, kleine koks, mijn gloednieuwe boekje voor beginnende lezers, gaat namelijk over oogst-, kook- en smulplezier. Claudia Verhelst maakte prachtige illustraties bij mijn verhaal en uitgeverij De Eenhoorn combineerde tekst en beeld tot een bijzonder mooi geheel.

Voor kinderen die zelf graag kokkerellen, met de hulp van mama of papa, bevat dit boek een leuk extraatje: vijf vegetarische recepten om meteen uit te proberen! Een leuke stimulans voor alle kinderen die meedoen met Dagen zonder vlees? :-)

Bekijk hier enkele pagina’s uit het boek!

Lam en Loebas, kleine koks is vanaf morgen (1 maart dus) te koop bij de betere boekhandel of via uitgeverij De Eenhoorn.

Wortel-erwten-pittenspread vegan

wortel-erwten-pittenspread Groene Prinses
Deze groentespread maakte ik voor het eerste toen ik een restje wortelen-met-erwten over had. Als kind moest ik niets hebben van deze klassieker, maar omdat mijn Geliefde wel van het gerecht houdt, duikt het nu soms op in mijn keuken. Intussen kan ik ook best genieten van de combinatie van erwten en worteltjes.

En met een kliekje kun je dus een lekkere spread maken. Zo lekker dat ik er nu soms speciaal wortelen en erwtjes voor stoof.

Deze spread smaakt goed op getoast brood, met nog wat kiemen erbij.

voor een klein potje vol

Ingrediënten
• 5 flinke el van een restje wortelen en erwten
[of:
• 1 el olijfolie
• 1 klein uitje, gesnipperd
• 1 wortel, in blokjes
• 1 handjevol erwten (diepvries of vers in het seizoen)
• 1 scheutje appelazijn
• peper en zout
• een vleugje geraspte nootmuskaat
• een scheutje water]

• 1 el zonnebloempitten
• 1 el pompoenpitten
• 1 el (zwart) sesamzaad
• 1 el walnoten, gehakt
• 1 flinke tl lichte miso (vervang eventueel door sojasaus)
• 2 el olijfolie
• 2-3 el water
• peper en zout

Zo maak je het
Heb je geen restje om van te vertrekken, bereid dan eerst de wortelen en erwten. Stoof de uisnippers in de olijfolie tot ze gaar zijn. Voeg de wortelblokjes toe en een klein scheutje water. Laat een paar minuten stoven en voeg dan een scheutje appelazijn, peper, zout en nootmuskaat toe. Laat stoven tot de wortelen beetgaar zijn. Voeg de erwten toe en stoof nog heel even tot ze ontdooid en gaar zijn. Laat afkoelen.

Doe nu al ingrediënten – behalve het water en peper en zout – in de blender en mix fijn. Voeg beetje bij beetje het water toe tot je een smeuïge spread hebt.

Is je blender niet heel krachtig, dan kan het helpen om de pitten en noten op voorhand te laten weken. Je hebt dan normaal gezien geen extra water meer nodig.

Breng de spread op smaak met peper en zout. Smeer een dikke laag op toast of brood en geniet!

De lekkerste recepten met tofoe, tempé en seitan

tofoe tempe en seitan©Groene Prinses
Van de zogenaamde ‘vleesvervangers’ die zo veel mogelijk op vlees moeten lijken, houd ik eigenlijk niet echt. Vaak zijn het sterk bewerkte producten die heel wat overbodige toevoegingen bevatten. Ik kook liever met veel groenten, granen, peulvruchten en noten, zodat al die kant-en-klare vleesvervangers niet nodig zijn.

Maar voor drie producten maak ik toch graag een uitzondering: tofoe, tempé en seitan. Je zou ze ook tot de ‘vleesvervangers’ kunnen rekenen, want het zijn immers plantaardige, eiwitrijke producten. Maar voor tofoe, tempé en seitan heb je geen industriële bewerkingen nodig. Het zijn voedingsmiddelen die al ettelijke jaren meegaan en die je – als je er de tijd voor hebt en van wat experimenteren houdt – zelf zou kunnen maken (in tegenstelling tot Quorn of chick’Pieces bijvoorbeeld). Kies je voor kwaliteitsmerken, dan komen er alleen maar ‘degelijke’ ingrediënten aan te pas.

Doorgewinterde vegetariërs zijn ongetwijfeld vertrouwd met deze producten, maar wie slechts af en toe vegetarisch eet of nog maar net dapper van start is gegaan met bijvoorbeeld Dagen zonder vlees, haalt wellicht zijn neus op voor deze producten, die er – toegegeven – op het eerste gezicht misschien niet zo heel smakelijk uitzien.

Maar dat zijn ze wél! Tenminste als je ze goed klaarmaakt. Nog niet overtuigd? Probeer een van de volgende recepten en ik trek je over de streep! ;-)

tofoe_tomatenspread_detail ©Groene Prinses
Tofoe
Tofoe, ook wel ‘sojakaas’ genoemd, is gestremde sojamelk. Zo simpel is het. Dit witte goedje heeft niet veel smaak, dus je moet flink marineren of tofoe laten sudderen in smaakvolle sauzen. Je hebt verschillende soorten tofoe: van heel stevige tot heel zachte (zijdetofoe). Soms moet je even zoeken naar een merk dat voor jou precies de juiste textuur heeft. Al hangt dit natuurlijk ook af van het gerecht dat je maakt.

Mijn beste tofoerecepten? Tofoe-tomatenspread voor op de boterham, tofoebroodjes met een slaatje, tofoe op de wijze van 1001 nacht (laat je niet misleiden door de niet zo geslaagde foto ;-) ) en voor als het zomer wordt: tofoe met een Hongaarse twist of sobanoedels met komkommer en tofoekoekjes.

Nog meer lekkers op het web? Pad thai, Shepherd’s Pie en Hot Chilli Pepper Tofu.

Tempé
Tempé is het minst bekend van de drie, en wellicht ook het minst geliefd. Nochtans is tempé heel gezond en bijzonder van smaak. Tempé is een koek van gefermenteerde sojabonen. Dankzij die fermentatie is tempé makkelijker te verteren dan tofoe. Net als tofoe, moet je tempé goed marineren of combineren met sterke smaakmakers. Zelf houd ik het meest van de gerookte variant. Snijd die tempé in heel kleine stukjes, marineer ze in sojasaus en bak ze krokant in wat olie. Een perfect alternatief voor gebakken spekjes!

Mijn beste tempérecepten? Gratin van pasta, andijvie en tempé, appel-witlofsalade met postelein en tempé, mangorijst met tempé en spinazie en in de zomer: zommerrolletjes met tempé en gemberdipsaus.

Nog meer lekkers op het web? Witlofsoep, Mango Peanut Tempeh Tacos en Brussels Sprout & Tempeh Stir-Fry.

seitan_knolselderij_cranberry ©Groene Prinses
Seitan

Seitan is het meest ‘vlezige’ product van de drie en daarom vaak het meest geliefd bij ‘beginnende’ vegetariërs (seitangehakt kan in spaghettisaus of chili heel goed doorgaan voor ‘echt’). Seitan heeft niets met soja te maken, maar bestaat uit eiwitrijke tarwe- of speltgluten. Wie een glutenallergie heeft, laat seitan dus maar beter links liggen.

Koop altijd seitan van uitstekende kwaliteit. Wat je in de doorsnee supermarkt vindt, is vaak maar een taai goedje. Seitan moet mals van textuur zijn. In biowinkels vind je lekkere seitan (ik noem niet graag merken, maar die van Bertyn is heel goed), weliswaar niet zo goedkoop, maar beschouw seitan maar als de ‘steak’ onder de vleesvervangers.

Mijn beste seitanrecepten? Seitan & knolselderij met cranberry-portosaus, seitanstoverij met kastanjes, kleine gehaktbroodjes met uienjam, pasta met zoete tomatensaus en seitan en in de zomer of herfst: romige auberginepuree met seitankoekjes.

Nog meer lekkers op het web? Groenteragout met seitan en Heirloom Beans & seitan.

Welke toppers met tofoe, tempé of seitan eten jullie graag?

Oppeppende pinda-koolsoep vegan

Pinda-koolsoep : Groene Prinses
Februari is de maand waarin ik me steevast wat futloos begin te voelen. Het verlangen naar lente en langere dagen wordt almaar hardnekkiger. Hét moment om lekkere oppeppers in mijn gerechten te smokkelen. Gember en chili bijvoorbeeld. Ze zijn perfect om wintergroenten als kolen wat kracht bij te zetten. Dit pittige en voedzame soepje is bovendien erg makkelijk te maken. Precies waar futloze dagen om vragen :-)

Hoeveel chilipepers je het best gebruikt hangt af van de sterkte van de pepers en je eigen smaak. Mijn hoeveelheid is dus maar een richtlijn!

voor 4 personen

Ingrediënten
• 1 el kokosolie of olijfolie
• 1 ui, gesnipperd
• 1-2 chilipepers (afhankelijk van de sterkte en je eigen smaak), zaadjes verwijderd en fijngehakt
• 3 cm verse gember, fijngehakt
• 1 mini wittekool (of de helft of een kwart van een grotere kool; een kleine spitskool kan ook), in fijne reepjes gehakt
• 400 g tomatenpassata
• 1 l groentebouillon
• 4 el pindakaas
• peper
• zout
• een bosje korianderblad, grof gehakt

Zo maak je het
Verwarm de olie in een grote kookpan. Voeg de uisnippers, chilipepers en gehakte gember toe. Laat op een zacht vuurtje stoven tot de ui glazig wordt.

Voeg de koolreepjes toe en laat met het deksel op de pan een vijftal minuten stoven. Roer af en toe.

Doe de passata en de bouillon erbij. Laat het geheel ongeveer 20 minuten zachtjes sudderen, of tot de kool gaar is. Roer de pindakaas erdoor tot hij oplost in de soep en warm alles nog even goed door.

Breng op smaak met peper en zout.

Schep de soep in kommen en bestrooi met gehakt korianderblad.