de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Amandel-kersenbonbons vegan


Eigenlijk zou ik rond deze tijd van het jaar volop desserts moeten maken met aardbeien en rabarber, om er dan buiten in een heerlijke lentezon van te genieten. En akkoord, het weer van vandaag zou daar nog wel enigszins bij passen. Maar al dat gemiezer van de afgelopen week, deed me eerder verlangen naar troostende herfstsnoepjes…

Daarom creëerde ik deze bonbons van amandelen en gedroogde kersen, gehuld in chocolade en geraspte kokos. Geen kokosliefhebber? Gebruik dan amandelschilfers of chocoladehagelslag in de plaats.

voor ca. 15 bonbons

Ingrediënten
• 100 g blanke amandelen
• 100 g gedroogde kersen
• 1 el honing (of granenstroop voor veganisten)
• 100 g pure chocolade van uitstekende kwaliteit
• ca. 75 g geraspte kokos

Zo maak je het
Maal de amandelen en de kersen in een keukenrobot tot fijne kruimels. Mix de honing erdoor. Het resultaat moet een stevige, ietwat kleverige pasta zijn. Is het mengsel nog wat te droog? Voeg dan enkele druppels water toe. Overdrijf niet met dat water, want je pasta wordt al snel te nat!

Rol kleine balletjes van het amandel-kersendeeg en laat ze ongeveer een half uur opstijven in de koelkast.

Smelt de chocolade au bain-marie. Strooi de geraspte kokos in een diep bord.

Haal telkens een balletje door de chocolade (met behulp van een vork bijvoorbeeld) en wentel het dan onmiddellijk door de kokos. Laat de balletjes opstijven op bakpapier tot de chocolade weer hard is.

Risotto met jonge wortelen en erwtenscheuten


Zelf erwtenscheuten kweken is kinderspel. Vul een bloempot of bak met potgrond, duw er gedroogde groene erwten (geen spliterwten! ;-) in, bedek met nog wat meer aarde en geef water. Na enkele dagen duiken er groene puntjes op en voor je het weet, heb je een flinke bos erwtenscheuten.

Erwtenscheuten smaken heerlijk fris en je proeft er al een subtiele toets erwt in. Je kunt er alle kanten mee op: hussel ze door salades, roerbak ze heel kort in de wok, hak ze tot pesto, of gebruik ze voor deze lenterisotto…

Wat ik eerder schreef over risotto maken, lees je hier.


voor 2 personen

Ingrediënten
• 200 g risottorijst (arborio of carnaroli)
• 600 à 700 ml hete groentebouillon
• olijfolie
• 1 teen knoflook, fijngehakt
• 1 flinke scheut witte wijn
• ca. 8 jonge wortelen (bos), geschild en in blokjes
• 1 handvol (diepvries)doperwten
• de geraspte schil van een halve citroen (onbespoten!)
• ca. 30 g versgeraspte Parmezaanse kaas (of meer naar smaak)
• een flinke bos erwtenscheuten, grof gehakt
• peper en zout

Zo maak je het
Neem een ruime kookpan met een stevige bodem. Giet er een scheut olijfolie in en stoof de wortelen samen met de knoflook gedurende ca. 5 minuten. De wortelen moeten al wat zachter zijn, maar nog niet helemaal gaar.

Roer de rijst erdoor en blus met witte wijn op het moment dat de rijst enigszins glazig wordt. Roer goed tot de rijst al de wijn heeft opgenomen. Voeg dan een flinke soeplepel hete bouillon toe en roer opnieuw. Is al het vocht verdwenen, voeg dan weer bouillon toe. Je kunt nu kiezen of je blijft roeren, of je – zoals ik het doe – meer bouillon toevoegt en eventjes het deksel op de pan zet. Je moet in ieder geval bouillon blijven toevoegen tot de rijst gaar is.

Risotto is op zijn best wanneer hij zacht en romig is, zonder papperig te zijn. De korrel moet nog wat beet hebben. Regelmatig proeven is het beste wat je kunt doen. Zet je vuur zeker niet te hoog, want dan loop je het risico dat de korrel aan de buitenkant (te) zacht wordt, terwijl hij binnenin nog hard is.

Wanneer de risotto bijna gaar is, roer je er de doperwten en citroenrasp door. Warm nog even goed door en voeg dan de kaas en de erwtenscheuten toe. Houd nog wat achter voor de garnering. Breng op smaak met peper en zout.

Verdeel de risotto over twee warme borden.
Garneer met kaas en erwtenscheuten en dien onmiddellijk op.

Quinoa-adukibonenburgers


Het gebeurt maar zelden dat ik zelf granen-, groente- of bonenburgers maak en eigenlijk vraag ik me af waarom. Want als je een beetje voorbereid bent, is zelf burgers maken een koud kunstje. Als ik peulvruchten kook, doe ik dat meestal in grote hoeveelheden en vries ik al wat ik niet onmiddellijk nodig heb in kleine porties in. Op die manier heb ik altijd wat voorhanden als het snel moet gaan.

Vind je geen adukibonen of heb je geen tijd om bonen te weken en te koken, gebruik dan kidneybonen uit blik of bokaal.

Je kunt deze burgers serveren met een salade en wat brood, of leg ze tussen een broodje met een garnering naar keuze. Ik houd zelf nogal van een combinatie van burger, plakjes avocado, wasabimayonaise en kiemen (op de foto zie je erwtenscheuten). Maar laat vooral je creativiteit de vrije loop!

voor 6 à 8 middelgrote burgers

Ingrediënten
• 1 kop quinoa
• 2 koppen groentebouillon
• 1 kop gare adukibonen (laat droge bonen 8 u weken en kook ze in ca. 1 u gaar)
• 1 ui, gesnipperd
• 2 tl oregano
• 1 mespunt cayennepeper
• 1 handvol korianderblad, grof gehakt
• 3 el Parmezaanse kaas, geraspt
• 1 ei
• ca. 4 el paneermeel (of meer)
• peper en zout
• olijfolie

Zo maak je het
Breng de quinoa met de groentebouillon aan de kook. Draai het vuur laag en laat de quinoa ca. 20 minuten garen. Zet het vuur uit en laat de quinoa met gesloten deksel afkoelen.

Verhit een beetje olijfolie in een pan en stoof de ui glazig.

Prak de gare (en afgekoelde) adukibonen met een vork in een kom. Roer de afgekoelde ui en quinoa erdoor. Voeg oregano, cayennepeper, korianderblad en kaas toe. Breng op smaak met peper en zout. Proef je mengsel. Burgers mogen goed gekruid worden. Voeg eventueel nog wat extra oregano en cayennepeper toe.

Kluts het ei en roer het door je mengsel. Voeg nu beetje bij beetje het paneermeel toe. Misschien heb je wat meer of wat minder nodig. Je mengsel moet stevig zijn, maar niet te droog. Zet het mengsel minstens een half uur in de koelkast.

Vorm met koele handen burgers van het mengsel. Verhit wat olijfolie in een koekenpan en bak de burgers langs beide kanten goudbruin en krokant.

 

Brunch!

Bij elk feest past een andere soort maaltijd. Kerstmis vraagt om een uitgebreid driegangenmenu en verjaardagen vier ik graag met taart en thee in de namiddag. Bij Pasen hoort wat mij betreft dan weer onmiskenbaar een brunch. Eitjes – zowel van de kip als de paashaas – verschijnen zo goed als zeker op de tafel, maar een brunch biedt nog zoveel meer mogelijkheden…

Voor wie nog op zoek is naar last minute-brunchinspiratie is er het zeer toepasselijk getitelde boek Brunch! Uit de keuken van de zussen. Die zussen zijn Els en Iris Debremaeker, ook wel de yummyblogsisters. Met veel enthousiasme presenteren ze zes brunches – eentje per twee maanden – rond thema’s als ‘Scandinavië’, ‘Moederdag’ en ‘Girly tea party’. Een paasbrunch vind je niet expliciet in het boek, maar wél tientallen ideeën die je zullen helpen om zo’n brunch in elkaar te toveren.

De meeste recepten in het boek zijn erg eenvoudig te maken, maar als je toch wat meer uitdaging wilt, kom je zeker ook aan je trekken. Brunch! is geen vegetarisch kookboek, maar veggies zullen er toch een hoop lekkers in ontdekken. Ik liet me al verleiden door het bananenbrood met chocolade en noteerde alvast de volgende recepten op mijn nog-uitproberen-lijstje: salade met radijsjes, komkommerkruid en vanille-kaneelolie (o jee, wat klinkt dat lekker!); trifle met kersen en witte chocolade; bruschetta met ricotta en bloedsinaasappel; quiche caprese; olijvencake met kruiden; en warme appelcider met kaneel.

Wat ik zo leuk vind aan dit boek is dat Els en Iris niet alleen aandacht besteden aan smakelijke gerechten en goed uitvoerbare recepten, maar dat ze ook oog hebben voor de omkadering: de verhalen en herinneringen die met eten zijn verbonden, mooi gedekte tafels, en een gezellige sfeer die uitnodigt om met vrienden en familieleden te genieten. Je merkt dat de zussen met veel graagte aan dit heel persoonlijke boek hebben gewerkt én dat ze met evenveel enthousiasme in de keuken staan. Dat enthousiasme werkt hoe dan ook aanstekelijk…

Spirit & Umami

Mistroostiger dan gisteren kan ik me Vlaardingen maar moeilijk voorstellen: langdurige regenbuien wisselden af met stormachtige sneeuwval en een felle wind maakte het gebruik van een paraplu simpelweg onmogelijk. Ik heb een hartgrondige hekel aan dit soort weer. Gelukkig biedt lekker eten haast altijd troost…

Verregend en verkleumd belandden we in Umami, een restaurantje in de Kerksteeg, dat blijkbaar – zo ontdekten we achteraf – deel uitmaakt van een keten die inmiddels in zeven Nederlandse steden een vestiging heeft. Haal niet meteen je neus op bij het woord ‘keten’, want Umami biedt een verrassende keuken met een mooie keuze voor vegetariërs.

Het concept gaat als volgt: voor een aardig prijsje eet je een driegangenmenu, waarbij je per gang en per persoon twee gerechtjes kiest. Op die manier kun je heel wat proeven. Ik at onder andere een salade van rode biet en tropische vruchten, een pompoensalade met een heerlijke tamarindedressing, kleine groenteloempia’s, en courgette en tofoe in een pikante tomatensaus. Zoals je wellicht uit deze gerechtjes kunt afleiden is de keuken Aziatisch, maar dan wel met een fusiontwist.

Vandaag maakten we op weg van Vlaardingen naar Antwerpen een tussenstop in Rotterdam en die was goed voor nog een bijzonder geslaagd etentje. De Groene Passage, een ‘mens- en milieuvriendelijk winkelcentrum’, herbergt het restaurant Spirit, dat 100% vegetarisch én 100%  biologisch is. Hier kom je het best met grote honger, want in Spirit bedien je jezelf aan een ontzettend smakelijk buffet. Betalen doe je per gewicht. Het is moeilijk kiezen uit tal van kleurrijke salades, warme stoofpotjes, vegetarische bitterballen, pompoenkroketjes, rijst- en pastagerechten… Alles ziet er lekker uit! Ook veganisten kunnen hier een mooi gevuld bord samenstellen. Als je na al dat lekkers nog een beetje plaats over hebt, kun je genieten van een portie gebak – lichtjes gezoet met bijvoorbeeld agavestroop – en een geurig kopje thee.

Spring zeker ook eens binnen bij Vanbinnen, een duurzame interieurwinkel die vlak naast het restaurant ligt. Ze hebben er fijne meubels, mooi textiel, leuke hebbedingetjes en cadeaus. Allemaal met een groen tintje…

PS: omdat ik mijn fototoestel niet bij me had, moest ik me behelpen met mijn iPad. Geloof me als ik zeg dat de gerechten van Spirit er in het echt vele malen smakelijker uitzien dan op mijn wat sombere foto’s!

Minicheesecakes met bloedsinaasappelsiroop


Van het diepe rood en de pittige smaak van bloedsinaasappelen krijg ik maar nooit genoeg. Zowel in hartige als in zoete gerechten geeft de bloedsinaasappel verrassende kleur- en smaakaccenten. Vorige week gebruikte ik deze bijzondere vrucht nog in een salade, nu liet ik me verleiden om een helrode siroop te maken als extraatje bij kleine vanille-cheesecakes.

Ik raad je aan om de siroop in grotere hoeveelheden te maken, want je kunt er ontzettend veel kanten mee op: giet hem over ijs, gebruik hem als smaakmaker in vinaigrettes, mix er cocktails mee of leng hem eenvoudigweg aan met (sprankelend) water voor een fantastische limonade. Het leven was nog nooit zo roze! ;-) Je kunt de siroop gerust enkele weken in de koelkast bewaren.


voor 12 minicheesecakes

Ingrediënten
voor het taartdeeg:
• 180 g bloem
• 100 g koude boter in stukjes + wat extra
• 2 el suiker
• 2 tl cacaopoeder
• ca. 2 el ijskoud water

voor de vulling:
• 200 g roomkaas
• 50 ml room
• 80 g suiker
• 1 vanillestokje
• 2 eieren

voor de bloedsinaasappelsiroop:
• 200 ml vers geperst bloedsinaasappelsap
• 125 g (riet)suiker

Zo maak je het
Maak eerst de siroop. Giet het sap van de sinaasappelen door een fijne zeef. Je houdt nu ongeveer 150 ml sap over. Breng dat sap samen met de suiker zachtjes aan de kook. Roer tot de suiker helemaal is opgelost en laat de siroop dan een tiental minuten inkoken, opdat hij wat dikker wordt. Giet de siroop in een schone glazen fles, sluit af en laat afkoelen.

Meng voor het deeg de bloem met de suiker en het cacaopoeder. Meng er dan de stukjes boter door tot je grove kruimels hebt. Dit gaat het gemakkelijkst met een keukenmachine, maar je kunt de boter ook met je vingertoppen door de bloem wrijven. Roer nu beetje bij beetje het koude water door de kruimels en kneed alles snel tot een samenhangend deeg.

Neem een muffinvorm van 12 stuks en vet hem in met wat boter. Verdeel het deeg in 12 gelijke bolletjes en rol elk bolletje uit tot een dunne ronde lap. Bekleed elk muffinvormpje met deeg. Zet de gevulde muffinvorm in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 175° Celsius.

Meng voor de vulling de roomkaas met de room en de suiker. Snijd het vanillestokje open en schraap de zaadjes eruit. Roer ze door het roomkaasmengsel. Klop tot slot de eieren door het mengsel tot je een egale massa hebt.

Haal de muffinvorm uit de koelkast en verdeel de vulling over de deegbakjes. Zet ca. 25 minuten in de oven op 175° Celsius tot de vulling gerezen en stevig is. Laat de taartjes eventjes in de vorm afkoelen. Zet ze dan op een taartrooster en laat ze helemaal afkoelen. Sprenkel over elk taartje een flinke theelepel bloedsinaasappelsiroop.

Avocado-bloedsinaasappelsalade vegan


Op een druilerige sneeuwdag kan een kleurrijke salade wonderen doen. Ik durf zelfs bijna te zeggen dat deze salade me lichtjes euforisch maakt. Hij is namelijk niet alleen super eenvoudig, de avocado, sinaasappel en waterkers geven ook nog eens een ware vitamineboost. Al wat je nodig hebt om het laatste beetje winter te trotseren!

Hoeveel je van deze salade moet maken, hangt wat af van hoe je hem serveert. Ik at deze volledige portie als lunch met brood erbij. Maak je er een voor- of bijgerecht van, dan kun je er allicht met z’n tweetjes van smullen.


voor 1 à 2 personen

Ingrediënten
• 1 bosje waterkers
• 1 avocado (mooi zacht, maar niet overrijp!)
• 2 bloedsinaasappelen
• 1 flinke el pijnboompitten

voor de dressing:
• 1 tl vers geraspte gember
• 1 el mirin (vervang eventueel door honing of granenstroop)
• 1 el rijstazijn
• 1 el olijfolie
• peper & zout

Zo maak je het
Verwijder de harde steeltjes van de waterkers. Was de blaadjes en zwier ze droog.

Snijd de avocado doormidden, haal de pit eruit en verwijder de schil. Snijd de avocadohelften in plakjes.

Snijd van de bloedsinaasappelen boven- en onderaan een klein stukje af, zodat de sinaasappelen stevig op je groenteplank staan. Snijd nu van boven naar onderen telkens repen schil weg, zodat je enkel het rode vruchtvlees overhoudt. Snijd de sinaasappelen vervolgens in plakjes en verwijder eventuele pitjes.

Meng alle ingrediënten voor de dressing. Rooster de pijnboompitten in een koekenpan onder voortdurend roeren, tot ze lichtjes bruin kleuren.

Doe de waterkers in een kom, schik de avocado- en sinaasappelplakjes erop en schenk de dressing erover. Bestrooi de salade met de pijnboompitten.

Geniet!

Kerrie-spruitjesbeleg


Dit beleg op basis van rauwe spruitjes belandt al enkele jaren geregeld op mijn boterham, maar toch kwam het er nooit eerder van om het op dit blog te zetten. Misschien wel omdat dit zo’n belachelijk eenvoudig gerechtje is dat ik nooit de moeite nam om er foto’s van te maken. Maar soms zijn het net die belachelijk eenvoudige gerechtjes die ons het meest plezier verschaffen… Zelfs als je niet zo’n spruitjesfan bent, vind je dit wellicht toch lekker. Het kerriepoeder en de mayonaise temperen de spruitjessmaak namelijk heel erg.

voor een mooi potje vol

Ingrediënten
• 200 g spruitjes (ongekookt!)
• ca. 3 el mayonaise
• 1 tl kerriepoeder, of meer of minder naar eigen smaak
• peper
• zout

Zo maak je het
Maak de spruitjes schoon, snijd de harde voetjes eraf en haal eventueel de buitenste blaadjes weg. Snijd de spruitjes in vieren en doe ze in een blender. Hak de spruitjes tot heel fijne ‘kruimels’. Roer de mayonaise en het kerriepoeder door de spruitjes tot je een smeuïg mengsel hebt. De hoeveelheden mayonaise en kerriepoeder zijn slechts richtlijnen, test zelf uit wat je het lekkerst vindt. Breng verder op smaak met peper en zout. Smeer dit beleg op brood, toastjes of crackers.

Soesjes met lavendelroom


Nu het nieuwe jaar begonnen is, fantaseer ik stiekem al over het begin van een nieuwe lente en een nieuwe zomer. Toegegeven, dat loopt met het druilerige weer van de afgelopen weken niet van een leien dakje… De oplossing? Subtiele vleugjes zomer de keuken in smokkelen, bijvoorbeeld met het aroma van lavendel. Hoe dan ook, als je je tanden in een soesje zet, vergeet je eventjes wat voor weer het buiten is :-)

voor ca. 30 soesjes

Ingrediënten
voor het soesjesdeeg:
• 50 g boter
• 2 dl water
• 90 g bloem
• 3 eieren

voor de vulling:
• 250 g mascarpone
• 1 dl room
• 60 g fijne suiker
• 1 tl gedroogde lavendelbloempjes (of enkele druppels lavendelessence)
• 1 vanillestokje

• 150 g pure chocolade

Zo maak je het
Verwarm de oven voor op 200° Celsius.

Breng de boter met het water aan de kook. Roer geregeld. Roer wanneer het mengsel kookt de bloem er in één keer door. Zet het vuur laag en blijf roeren tot het deeg loskomt van de wand. Laat het deeg afkoelen.

Klop de eieren los en klop ze vervolgens beetje bij beetje door het afgekoelde deegmengsel. Het is belangrijk dat het ei telkens volledig is opgenomen voor je er een nieuwe hoeveelheid ei doormengt. Je moet een dik mengsel krijgen.

Bekleed een grote bakplaat met bakpapier en schep er telkens een flinke theelepel deeg op. Laat voldoende tussenruimte tussen de deeghoopjes.

Zet de soesjes in een oven van 200° Celsius en laat ze ca. 25 minuten bakken, tot ze bruin en gerezen zijn. Draai de oven uit en laat de soesjes nog ongeveer 5 minuten in de oven drogen. Leg ze dan op een taartrooster en laat ze volledig afkoelen.

Mix voor de vulling 2 eetlepels mascarpone met de lavendelbloempjes fijn. Roer de rest van de mascarpone en de suiker erdoor. Snijd het vanillestokje open, schraap het merg eruit er roer het door de mascarpone. Klop de room stijf en spatel hem eveneens door de mascarpone. Laat het mengsel opstijven in de koelkast.

Snijd de soesjes doormidden en vul ze met lavendelroom.

Smelt de chocolade au bain-marie. Schenk over elk soesje een theelepel chocolade. Laat de chocolade opstijven en dien de soesjes zo snel mogelijk op.

Tip: bewaar het leeggeschraapte vanillestokje in een bokaal met suiker. Zo krijgt de suiker een heerlijk vanillearoma.

Een gelukkig en lekker 2013!


Gelukkig Nieuwjaar allemaal! Ik wens jullie een jaar vol kook- en eetplezier met veel warmte en gezelligheid!

smulgrage groet,
de Groene Prinses