de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Bonte raapjes uit de wok vegan

bonte raapjes uit de wok ©Groene Prinses
Tot dusver stond er op mijn blog maar één recept waarin raapjes een rol spelen. Dat is te weinig. Raapjes mogen dan geen glansrijke, hippe groente zijn, ze zijn met hun ietwat scherpe en aardse smaak toch best bijzonder. In ieder geval bijzonder genoeg om meer dan één recept te verdienen. Dat recept, raapjessoep met kerrie, is trouwens een van de populairste gerechten op mijn blog. Daaruit leid ik voorzichtig af dat jullie meer recepten met raapjes allicht kunnen waarderen :-)

Ik serveerde deze raapjes uit de wok met gekookte rijst en vegetarische balletjes uit de biowinkel. Maar jullie kunnen vast nog andere lekkere combinaties bedenken?

voor 2 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 3 middelgrote raapjes, geschild en in blokjes van 1,5 bij 1,5 cm
• 250 g prinsessenboontjes, gedopt en in tweeën gebroken
• 1 el gezouten kappertjes
• 4 el halfgedroogde tomaatjes
• 0,5 tl paprikapoeder

voor het sausje:
• 1 tl rijststroop
• 2 el balsamicoazijn
• 4 el warm water

• peper en zout

Zo maak je het
Week de gezouten kappertjes ongeveer een halfuur in lauw water om het teveel aan zout weg te werken. Giet ze af en spoel ze nog even goed na.

Blancheer de boontjes 5 minuten in een pan kokend, gezouten water. Giet ze af en laat ze even schrikken onder de koude kraan.

Verhit de olijfolie in een wok en roerbak de raapjes ongeveer 10 minuten, of tot ze beetgaar zijn. Voeg de boontjes, de kappertjes en de tomaatjes toe en roerbak nog enkele minuten.

Roer alle ingrediënten voor het sausje in een kommetje door elkaar. Giet het in de wok en roer goed.

Laat alles nog een drietal minuten sudderen tot de raapjes goed gaar zijn.

Breng op smaak met peper en zout.

5 redenen waarom ik dolblij ben met mijn groentetas

groentetas ©Groene Prinses
Sinds enkele weken hebben we een groentepakket van de Bio-hoeve, daar schreef ik al even over bij mijn recept voor Romige blaadjessoep. Ook al heb ik lang getwijfeld of ik zo’n groentetas of groentepakket wel leuk zou vinden, ik ben nu helemaal om!

Denk je er zelf al een poosje over om zo’n groentetas in huis te halen, maar heb je nog wat twijfels? Dan haal ik je met de volgende vijf argumenten wie weet over de streep.

1. De groenten zijn altijd supervers én van het seizoen
In de biowinkel hebben ze ook een mooi aanbod aan biogroenten, dat is waar (en ik doe er ook nog geregeld een beroep op), maar zo vers als de groenten uit de groentetas zijn die winkelgroenten toch nooit. Of dat is tenminste mijn indruk. Bovendien hoef ik met mijn groentetas niet meer te staan twijfelen in de winkel: is deze groente nu wel van het seizoen?

Waarom ik zo graag seizoensgroenten eet? Omdat die de kleinste ecologische voetafdruk achterlaten én het best smaken! (vergelijk maar eens een tomaat in de zomer met een tomaat in de winter …)

2. Een groentetas zorgt voor variatie en is dus gezond
Er zijn groenten die ik zo lekker vind dat ik ze elke dag zou kunnen eten. En ook al zijn er nauwelijks groenten die ik niet lust, toch zijn er een paar die ik uit eigen beweging zelden zou kopen. Omdat ze wat vreemd zijn of zich wat moeilijker laten verwerken. Zonde. Want elke groente heeft unieke kwaliteiten en unieke gezondheidsvoordelen. Hoe meer variatie je creëert op je bord, hoe gezonder je eet. Met een groentetas varieer je vanzelf. Goed voor je lijf dus!

3. Mijn creativiteit wordt nog meer gestimuleerd
Dit sluit een beetje aan bij het voorgaande. Doordat ik weleens groenten in mijn tas vind die ik vroeger slechts af en toe kocht, moet ik wat meer nadenken over wat ik ermee ga maken. Vroeger had ik vooral de neiging om te experimenteren met mijn favoriete groenten, nu krijg ik wat vaker een culinaire uitdaging. Bijzonder goed voor de creativiteit én voor de variatie op dit blog!

4. We gaan wat minder vaak op restaurant (en dat was nodig)
Mijn Geliefde en ik hadden de neiging om vaak (lees maar: heel vaak) op restaurant te gaan. Dat is gemakkelijk en gezellig en vaak ook lekker, maar soms is te veel ook gewoon te veel. Als je vegetarisch eet, is je restaurantkeuze toch wat beperkter. Bovendien is al wat je buitenhuis eet een stuk duurder en meestal niet zo gezond.

Nu we een groentetas hebben eten we vanzelf meer thuis, want al die verse groenten vragen erom om goed gebruikt te worden. En eerlijk, ik geniet ervan om weer wat meer tijd te besteden aan koken en gezellig thuis te tafelen. Restaurantbezoekjes zijn trouwens ook leuker als ze minder talrijk zijn.

5. We steunen de lokale bioboeren
Boeren die ervoor kiezen om groenten te telen met respect voor de aarde en het milieu kunnen wat mij betreft niet genoeg lof toegezwaaid krijgen. Ik ben er zeker van dat die mensen heel hard werken voor helemaal niet zo veel geld en dus verdienen ze alle steun. Door een groentetas te bestellen zorg je ervoor dat de weg van producent naar consument een stuk korter wordt. De producent krijgt op die manier een eerlijk inkomen. En dat is wel het minste dat hij verdient in ruil voor al die geweldige groenten!

Ongetwijfeld zijn er nog meer redenen die een groentetas geweldig maken. Wat zijn jouw ervaringen?

Spitskoolsalade met appel en pistachenoten vegan

spitskoolsalade met appel en pistache ©Groene Prinses
De lekkerste smaakcombinaties ontstaan vaak per toeval. Als ik bijvoorbeeld een bepaalde specerij niet in huis heb, ga ik tussen de kruidenpotjes op zoek naar een alternatief en doe ik weleens een bijzondere ontdekking. Al kan het ook net zo goed misgaan ;-)

Een paar dagen geleden vroeg ik aan mijn Geliefde om verse basilicum mee te brengen voor in de spaghettisaus. Toen ik de blaadjes begon te scheuren, merkte ik dat hij per ongeluk Thaise basilicum had meegebracht. De anijsachtige smaak van die basilicumsoort deed het toch niet bijster goed in mijn tomatensaus … Maar op het moment dat ik mijn spitskoolsalade creëerde kwam het plantje opeens wel goed van pas. Een vergissing met leuke resultaten dus! Vind je geen Thaise basilicum, dan kun je dragon in de plaats gebruiken.

Deze salade van spitskool, appel en pistachenoten is ongelofelijk gemakkelijk, maar lekker fris in zijn eenvoud. Een prima bijgerechtje of een lichte lunch.
Spitskool smaakt een stuk milder en zoeter dan wittekool. Ik vind de salade het lekkerst met een wat zurige appel, maar als je daar niet van houdt, kun je net zo goed voor een zoete appel kiezen.

voor 2-4 personen (afhankelijk van wat je er nog bij serveert)

Ingrediënten
• 1/2 spitskool (niet al te groot)
• 1 appel
• 10 blaadjes Thaise basilicum
• 2 el fijngehakte pistachenoten

voor de dressing:
• 1,5 el appelazijn
• 2 el olijfolie
• 0,5 tl mosterd
• 1 tl (rauwe) honing (of rijststroop)

Zo maak je het
Snijd de spitskool in fijne reepjes.
Schil de appel, snijd hem in vieren en verwijder het klokhuis. Snijd de partjes in plakjes.
Meng de spitskool en appelplakjes in een kom.

Snijd de basilicum in fijne reepjes en meng ze door de salade.

Klop de ingrediënten voor de dressing krachtig door elkaar. Roer ze door de salade en breng op smaak met peper en zout.

Bestrooi de salade met de gehakte pistachenoten.

No knead bread: mijn simpele zuurdesemversie vegan

no knead zuurdesembrood ©Groene Prinses
Allicht blijft er amper nog een foodblogger over die nog nooit met het no knead bread aan de slag is gegaan. Ik heb – altijd wat traag als het op hypes aankomt – pas enkele weken geleden mijn eerste ‘brood zonder te kneden’ gebakken. Niet dat de hype compleet aan me voorbij was gegaan, maar om een of andere reden had ik er niet veel zin in. Zonde, want no knead bread is echt alles wat het belooft: het is ongelofelijk gemakkelijk en het levert een brood op met een zalige textuur en een perfecte korst.

Het origineel
Voor mijn eerste brood keek ik aandachtig naar het (intussen bijna 8 jaar oude!) filmpje van Mark Bittman en Jim Lahey en ik volgde nauwgezet Lahey’s recept. Het resultaat maakte me dagenlang euforisch, maar ik zou geen groene prinses zijn als ik niet eigenwijs op zoek zou gaan naar mijn eigen versie. Ik experimenteerde met verschillende bloemsoorten en begon meer en meer aan zuurdesem te denken …

De simpele zuurdesemversie
Als ik ooit heel veel goede moed en zin en tijd heb, dan ga ik zelf zuurdesem kweken, hem een naam geven en vertroetelen als een huisdier. Maar voorlopig is dat moment nog niet aangebroken. Bovendien heb ik jullie een símpele zuurdesemversie beloofd.

Wel, simpeler dan dit kan het niet zijn: vervang de gist in het originele recept door gedroogd zuurdesempoeder. Voilà. Ik koop in de natuurvoedingswinkel zakjes zuurdesem (spelt of tarwe) van het merk Priméal, maar ongetwijfeld zijn er (online) ook andere merken te vinden. Is dit even lekker of goed als verse zuurdesem? Allicht niet. Maar het geeft toch die typische zuurdesemsmaak én het is reuze eenvoudig.

Varieer!
In het recept hieronder kun je de graansoorten en de zaden natuurlijk vervangen door meel en zaden naar keuze, maar ik vind dit een lekkere combinatie. Houd er rekening mee dat je meer water nodig hebt, naarmate je meer volkorenmeel gebruikt. En hoe voller je meel, hoe compacter je brood.

Mijn creusetpan (24 cm diameter) is eigenlijk een maatje te groot voor deze hoeveelheid, waardoor mijn brood eerder ‘plat’ uitvalt. De smaak blijft echter even goed. Wil je een mooi bol brood, gebruik dan een iets kleinere pan.

no knead zuurdesembrood 2 ©Groene Prinses
voor 1 brood

Ingrediënten
• 100 g volkoren kamutmeel
• 300 g licht speltmeel
• 20 g sesamzaad
• 20 g zonnebloempitten
• 2/3 el gedroogde (spelt)desem uit een pakje
• 1 tl zout
• 350-400 ml lauw water

• maismeel of tarwezemelen

Zo maak je het
Neem een grote kom en meng daarin het meel, de zaadjes, de desem en het zout door elkaar. Voeg beetje bij beetje het water toe en meng tot je een plakkerig deeg hebt. Misschien lijkt dit veel water, maar het is belangrijk dat je deeg erg vochtig is! Het moet veel meer plakken dan wanneer je een ‘gewoon’ brood zou bakken.

Dek de kom af met plasticfolie of een deksel en laat het deeg op een warme plek minstens 12 uur rijzen.

Bestrooi je aanrecht met bloem en schraap het deeg uit de kom. Duw het deeg plat en vouw het vervolgens naar binnen (hiervoor bekijk je echt het best het filmpje!).

Bestrooi een schone keukenhanddoek gul met maismeel of tarwezemelen. Leg het deeg erop met de naad naar onderen. Bestrooi met meer maismeel of zemelen en vouw de handdoek dicht. Laat nog 2 uur rijzen.

Zet een grote creusetpan met deksel (een pyrexpan of een aardewerken pan kan ook) in de oven. Verwarm de oven met de pan voor tot 260° Celsius. Haal de gloeiend hete pan uit de oven, kieper het deeg erin met de naad naar boven, zet het deksel op de pan en schuif de pan weer in de oven.

Bak het brood 30 minuten op 260° Celsius. Haal dan het deksel van de pan en bak nog 5 tot 15 minuten, tot de korst mooi bruin kleurt.

Laat het brood afkoelen op een taartrooster.

Tip: wees erg voorzichtig met de hete pan!
Tip 2: bekijk het filmpje om de werkwijze goed in beeld te zien.

Met bijzonder veel dank aan Mark Bittman en Jim Lahey!

Verbluffende veggietreintrip Zürich-Milaan

Zurich meer ©Groene Prinses
Het oudste vegetarische restaurant van Europa én het beste. Daarvoor moet je van Zürich naar Milaan. Dat kan met een directe treinverbinding, maar omdat mijn Geliefde een concert zou spelen in Chur en we nog wat wilden genieten van het Zwitserse natuurschoon, maakten we een ‘omweg’ langs de oudste stad van Zwitserland. Het werd een reis vol verbluffende landschappen, frisse Alpenlucht, muziek, lekkernijen, ontspannen terrasjes en zonnige meren.

Buffet zonder grenzen
Zürich, een gemoedelijke stad aan een groot meer, was onze eerste bestemming. We belandden er na een vlotte treinreis via Parijs en beloonden ons nog diezelfde avond met een lekker etentje in Hiltl. Hiltl werd gesticht in 1898 en is daarmee het oudste vegetarische restaurant van Europa. Verwacht je echter niet aan een oud en stoffig etablissement. Hiltl is jong, hip en springlevend. In Londen en Luzern at ik al eerder bij Tibits, Hiltls kleine zusje, en het principe is hetzelfde: je laadt je bord vol aan het buffet en aan de kassa betaal je per gewicht.

hiltl ©Groene Prinses
Het verschil tussen Hiltl en Tibits? Bij Hiltl heb je nóg veel meer keuze: tientallen schalen vol salades, curry’s, pastagerechten, kroketjes, beignets, pakora’s, peulvruchten, spring rolls etc. Hiltl heeft bovendien ook een gewoon restaurantgedeelte waar je à la carte kunt eten. Omdat er zo veel was en je onmogelijk alles kunt proeven in één keer, zijn we de volgende dag stiekem nog een keer teruggegaan … Wie o wie opent er een Hiltl of Tibits in Antwerpen? ;-)

Dat vegetariërs niet overal in Zürich welkom zijn, bewees dit bord bij een restaurant in opbouw ;-)

geen vegetariers ©Groene Prinses
Maar welke vegetariër ligt daarvan wakker als er Hiltl is?

Snoepen in de oudste stad van Zwitserland
Na een flink uur op de trein zitten kwamen we in Chur aan. Dit oude, rustige stadje doet soms eerder aan als een uit de kluiten gewassen dorp, maar het is leuk flaneren door de autovrije straatjes van het oude centrum. Chur is ook een prima uitvalsbasis voor wandelingen in de bergachtige omgeving. Helaas hadden wij daar weinig tijd voor – mijn Geliefde moest immers zijn concert voorbereiden – dus hielden we het bij enkele kleine wandelingen, die toch al snel een mooi zicht op de stad boden.

Chur ©Groene Prinses
Op culinair vlak kun je je in Chur verwachten aan Zwitserse klassiekers enerzijds en de Italiaanse keuken anderzijds. Op een koude avond deden we ons te goed aan kaasfondue; op een zonniger moment smikkelden we pizza. Wij hadden echter de indruk dat ze in Chur vooral van zoetigheden houden. De inwoners eten er gigantische porties ijs, en notentaart en kruidige kersenlikeur (Röteli) behoren tot de specialiteiten van Chur. Een leuk plekje om bij mooi weer te genieten van een taartje is Bühler’s Zuckerbäckerei aan de Obertor.

Chur2 ©Groene Prinses
Dit oude bakkerijtje verkoopt ook de Bündner Pfirsichsteine: amandelbonbons in de vorm van een perziksteen, op smaak gebracht met specerijen en al dan niet in chocolade gehuld.

Bundner Pfirsichsteine ©Groene Prinses
Wondermooie treinroute

In Chur vertrekt de Bernina Express, een trein die bestaat uit panoramawagons en die dwars door de Zwitserse Alpen tot in het Italiaanse Tirano rijdt. De rit duurt ongeveer vier uur, maar is vaak zo adembenemend mooi dat je je geen seconde verveelt. Het is meer dan begrijpelijk dat een groot deel van het traject UNESCO-werelderfgoed is. Het enige minpuntje: je wagon zou weleens gevuld kunnen zijn met een grote groep luidruchtige toeristen op leeftijd. Gelukkig wordt het voorbijglijdende landschap daar niet minder mooi van.

op de Bernina Express ©Groene Prinseszicht uit de Bernina Express ©Groene Prinses
Mondain relaxen aan het meer

Van Tirano kun je meteen naar Milaan sporen, maar wij keerden nog even terug naar Zwitserland voor enkele zonnige dagen aan het meer van Lugano. Het oude centrum bevat een paar aangename straten, maar verder staat Lugano helaas volgebouwd met lelijke flatgebouwen en grote hotels. Lugano moet het dan ook vooral hebben van haar omgeving: de omliggende bergen en het uitgestrekte meer.

van Gandria naar Lugano ©Groene Prinses
Met de boot vaarden we tot Gandria, een oud dorpje dat tegen een berg ligt gedrukt en bestaat uit een wirwar van smalle straatjes. Een mooie wandeling over ‘het olijvenpad’ langs het meer voerde ons terug naar Lugano, waar we lekker mondain genoten van een aperitief op een terrasje en nog wat peddelden op het water.

Lugano ©Groene Prinses
De keuken in Lugano is op en top Italiaans: pasta, pizza, risotto … Wij aten rustig en lekker in het restaurant in het park: gazpacho van watermeloen met een muntlolly en huisgemaakte farfalle van spelt. De gerechten waren wel zeer Zwitsers geprijsd …

Lugano2 ©Groene Prinses
Vegetarische topklasse

Op naar Milaan! Vanuit Lugano duurt dat met de trein maar een flink uur. Milaan is een lelijke stad, dat is het eerste wat we dachten toen we na aankomst door de straten dwaalden. Overal druk verkeer en niets dan lelijke gebouwen. Maar beetje bij beetje leerden we ook het andere gezicht van de stad kennen. Daar waar sommige Italiaanse oorden je meteen overspoelen met hun schoonheid, moet je er in Milaan naar speuren. Als je maar aandachtig genoeg kijkt, ontdek je toch vleugjes Milanese bellezza: de groene koelte van het Parco Sempione, de dense schuimlaag van een cappuccino, de ontelbare pinakels van de duomo, espresso drinkende mannen in maatpak, de donkere rust van kleine kerkjes, de immense collectie klassieke cd’s van La Bottega Discantica, het romige ijs van Grom. En Joia. Vooral Joia.

Milaan ©Groene Prinses
Ristorante Joia
verdient eigenlijk een blogpost voor zichzelf, maar goed, ik probeer me te beperken tot de essentie. Wie vegetarisch wil eten op topniveau is in Joia aan het goede adres. Joia kreeg dan ook als enige vegetarische restaurant in Europa een Michelinster. Omdat ik nog nooit eerder in een restaurant met een ster had gegeten, was ik best wel een tikje nerveus. Maar al snel bleek dat dat nergens voor nodig was: Joia is qua inrichting beslist niet heel chic en er kwamen ook mensen in T-shirt dineren ;-) We kozen voor een 5-gangenmenu voor 75 euro en dat leverde een ideale ontdekkingstocht op in deze ‘alta cucina naturale‘.

Nog voor we aan onze eerste gang begonnen kregen we een verfijnde carpaccio van watermeloen en parmezaan. De watermeloen was zo voortreffelijk gemarineerd en zo uitermate zacht en ‘vlezig’ van textuur dat het bijna moeilijk was om ons voor te stellen dat we geen vlees aan het eten waren. Een prima start! En al wat nog volgde, stelde ons evenmin teleur: stuk voor stuk kunstig gepresenteerde groentegerechtjes. Bruisend van kleur, licht van textuur, verrassend van smaak. Het meest bijzondere gerecht had als naam ‘Onder een kleurrijk deken’ en dat was exact wat we kregen. Een laagje schuim in verschillende kleuren en smaken verborg allerlei kleine verrassingen die je al struinend met je lepel ontdekte.

Het dessert mochten we zelf uitkiezen. En ik was erg tevreden met mijn keuze voor ‘Vijf minuten’ dat onder andere een intens zuur-zoete terrine van chocolade en frambozen bevatte. Bij de koffie en thee kregen we nog wat extra zoete hapjes zodat we meer dan voldaan de tafel verlieten. Stiekem droom ik al van een volgend bezoekje aan Joia, in de hoop ook eens het 16-gangenmenu te proeven, maar in de eerste plaats geniet ik nog na van alles wat we aten.

Parco Sempione Milaan ©Groene Prinses
Meer Milaan

Onze andere etentjes in Milaan waren een stuk eenvoudiger, maar zelfs na de unieke ervaring in Joia genoten we nog van enkele leuke adresjes. Natuurlijk zijn er ook in Milaan pizza, pasta en risotto in overvloed, maar wie wat anders wil, vindt genoeg alternatieven.

Chiù is een fijne plek om te lunchen. Laat je niet afschrikken door het feit dat je in een kaas- en vleeswinkel terechtkomt, want op de kaart staan verschillende vegetarische en zelfs een paar veganistische gerechten. Ik at bijvoorbeeld een frisse salade van spelt, tomaatjes, rucola en selderij.

Een van de leukste wijken waar we in Milaan belandden, was de buurt rond de Corso Garibaldi en de autovrije straatjes aan de Via Brera. ‘s Middags zijn alle bars en trattoria’s er flink gevuld met lunchende Milanezen, maar dat zorgt voor een leuke levendige sfeer. Bovendien vind je hier – in tegenstelling tot vele andere plekken in Milaan – nog oude gebouwen, charmante steegjes en rustige pleintjes.

San Simpliciano Milaan ©Groene Prinses
Op de piazza San Simpliciano ligt in de schaduw van de gelijknamige kerk het terras van de California Bakery. Niet typisch Italiaans, want allerlei Amerikaanse klassiekers zoals bagels, muffins en pancakes sieren de kaart. Wel weer een prima adres voor een veggie lunch. Ik twijfelde even over de hartige pannenkoek met gegrilde aubergine, maar koos uiteindelijk voor een smakelijke quinoaburger.

Bij di Viole di Liquirizia in de rustige Via Madonnina hebben ze een ruim assortiment thee van Mariage Frères, goede koffie en lekkere gebakjes. Ga op het terras zitten met een taartje en kijk om de Milanese sfeer op te snuiven naar de shoppende vrouwen die hooggehakt voorbij paraderen.

Ecologisch slapen op twee oren
Tot slot nog een hoteltip! Wij verbleven in het aangename Bio City Hotel, dat er alles aan doet om zo ecologisch mogelijk te werk te gaan zonder in te boeten aan luxe. We hadden een ruime kamer met een uitstekende badkamer en genoten ‘s morgens van een verzorgd bio-ontbijt. Vooral zoetekauwen kunnen ongeremd smullen, want het ontbijtbuffet bevat naast vers fruit, huisgemaakte (vanille)yoghurt, ontbijtgranen, kaas, vlees, allerlei croissants en muffins, maar liefst drie verschillende taarten! Lekkere thee en goede koffie maken het compleet. Het hotel ligt niet in de mooiste wijk van Milaan, maar is niet ver van het Centraal Station en dat maakt het ook weer handig.

Voilà, bij deze heb ik ongetwijfeld een record gehaald: mijn langste blogpost ooit ;-)

PS: in Joia nam ik geen foto’s omdat ik ten volle wilde genieten van het eten. De volgende dag bleek mijn batterij dan weer leeg te zijn. Slechts enkele foto’s van Milaan dus …

Appel-kaneelkoek vegan

appel-kaneelkoek2 © Groene Prinses
Appel en kaneel zijn voor elkaar geboren. In dit gebak (zonder geraffineerde suiker en zonder zuivel!) gaan ze mooi hand in hand. Het kost nauwelijks moeite om het te maken en het biedt instant troost op regenachtige zomer- of herfstdagen. Bovendien is het niet eens ongezond. Kokosbloesemsuiker is een niet-geraffineerde, donkerbruine suiker die nog tal van vitamines en mineralen bevat. Hij heeft een lekkere karamelachtige smaak. Je vindt hem in natuurvoedingswinkels, maar er hangt doorgaans wel een behoorlijk prijskaartje aan vast. Geniet er dus van met mate ;-)

appel-kaneelkoek © Groene Prinses
voor 2-4 personen

Ingrediënten
• 100 g lichte speltbloem
• 50 g blanke amandelen, tot ‘meel’ gemalen
• 50 g kokosbloesemsuiker
• 50 g (ontgeurde) kokosolie
• 4 el amandelmelk
• 1 tl wijnsteenbakpoeder
• 0,5 tl kaneelpoeder
• snuifje zout
• 2 kleine appels
• 2 el abrikozenjam (zonder suiker, bijv. gezoet met appelsap)

Zo maak je het
Verwarm de oven voor tot 175° Celsius.

Meng de speltbloem met de amandelen, de kokosbloesemsuiker, het snuifje zout, het bakpoeder en de kaneel.

Smelt op een zacht vuurtje de kokosolie. Roer de olie en de amandelmelk snel door de droge ingrediënten, tot je een samenhangend maar nog wat plakkerig deeg hebt.

Bekleed een bakplaat met bakpapier en druk het deeg erin uit tot je een cirkel van ca. 1 cm dik hebt. Dit gaat het best met je handen, maar je kunt ook de bolle kant van een lepel gebruiken.

Schil de appels en ontdoe ze van het klokhuis. Snijd elke appel in vieren en dan in plakjes. Schik de plakjes op het deeg.

Bak de appelkoek 20 tot 30 minuten in de oven. Tot het deeg gaar is en de appels zacht.

Laat de appelkoek afkoelen op een taartrooster.

Verwarm de abrikozenjam zachtjes in een steelpannetje tot hij wat lopender wordt. Gebruik een kwastje om de taart met de jam in te strijken. Laat verder afkoelen.

Snijd de taart in punten en serveer met een geurig kopje thee!

Boekweitnoedels met koolrabi en puntpaprika

boekweitnoedels met koolrabi en paprika ©Groene Prinses
Omdat mijn keukenmachine (ook wel mijn amandelwitte prins genaamd) een handig opzetstuk heeft om pasta te maken, is zelf boekweitnoedels maken een leuk werkje. Met een handmatige pastamachine kun je met dit recept ook beslist aan de slag en heb je niets van dit alles in huis of geen zin om veel tijd door te brengen in de keuken, dan koop je gewoon een pakje lekkere boekweitnoedels in de natuurwinkel. Geen man overboord! Dit gerecht zal nog altijd prima smaken.

Door koolrabi te roerbakken wordt hij heerlijk zacht en zoet, en de laatste tijd ben ik ook helemaal weg van puntpaprika’s. Maar als je die niet kunt vinden, doen gewone paprika’s het natuurlijk ook. De saus is wat zoet en pittig. Al hangt de vurigheid sterk af van welke chilipeper je gebruikt. Proef even, want misschien heb je wat meer of minder nodig voor het gewenste resultaat.

voor 2-3 personen

Ingrediënten
voor de boekweitnoedels:
• 75 g boekweitbloem
• 225 g fijne tarwebloem (typo 00)
• 3 eieren
• 1 tl olijfolie

• 2 flinke el (kokos)olie
• 1 koolrabi, geschild en in reepjes gesneden
• ca. 100 g prinsessenboontjes, gedopt
• 2 zoete rode puntpaprika’s (of gewone paprika’s), in dunne reepjes
• 1 rode chilipeper, ontpit en fijngehakt
• 1 flinke teen look, gepeld en fijngehakt
• ca. 3 cm gember, geschild en fijngehakt
• een flinke handvol vers korianderblad
• 250 g tofoe, in blokjes van ca. 2 bij 2 cm
• 2 el shoyu

voor de saus:
• 2 el shoyu
• 1 el rijstazijn
• 2 el mirin
• 1 el rijststroop
• 1 dl warm water
• 1 tl arrowroot of maizena

• zwarte peper en zout

Zo maak je het
Maak eerst de noedels. Meng de twee soorten bloem en roer het ei en de olijfolie erdoor. Kneed tot je een mooi samenhangend en elastisch deeg hebt. Met een keukenmachine gaat dat gemakkelijk. Wikkel het deeg in plasticfolie of leg het in een goed afsluitbare doos en laat het een halfuurtje rusten. Verwerk het deeg vervolgens tot noedels of ‘tagliatelle’ volgens de gebruiksaanwijzing van je pastamachine.

Doe de tofoeblokjes in een kom en sprenkel er 2 eetlepels shoyu over. Laat een halfuurtje marineren.

Breng een grote pan met water aan de kook. Voeg een snuf zout toe en kook de noedels beetgaar. Verse noedels zullen ca. 3 minuten nodig hebben. Gebruik je noedels uit de winkel, volg dan de richtlijnen op de verpakking. Proef sowieso om de gaarheid te testen. Giet de noedels af en spoel ze kort onder de koude kraan.

Breng nog een pan water aan de kook, voeg wat zou toe en blancheer de prinsessenboontjes 5 minuten. Giet ze af en laat ze ook even schrikken onder de koude kraan.

Meng alle ingrediënten voor de saus, behalve de arrowroot of maizena en zet even opzij.

Verhit 1 eetlepel kokosolie in een koekenpan en bak hierin de tofoeblokjes aan beide kanten goudbruin. Zet opzij.

Verhit nu de andere eetlepel olie in de wok en voeg de koolrabi, paprika, chilipeper en gember toe. Roerbak ongeveer 5 minuten op hoog vuur. Doe er nu de prinsessenboontjes en de look bij en roerbak nog enkele minuten, tot de groenten gaar zijn, maar nog wel voldoende beet hebben.

Giet de saus erbij en laat eventjes borrelen. Roer in een kommetje 1 theelepel arrowroot of maizena en 1 eetlepel koud water goed door elkaar. Giet dit mengsel in de wok en roer goed tot de saus indikt.

Roer de noedels en de tofoeblokjes door de groenten en warm alles nog even goed door. Kruid met flink wat zwarte peper en eventueel nog wat zout naar smaak.

Bestrooi gulzig met fijngehakt korianderblad en dien onmiddellijk op.

Romige blaadjessoep vegan

blaadjessoep ©Groene Prinses
We hebben een groentepakket! Na jaren van twijfel (krijg ik zo’n pakket wel helemaal op? ga ik genoeg combinatiemogelijkheden hebben? wat met groenten die we niet zo lekker vinden?) ben ik overstag gegaan. Dinsdag stonden er voor het eerst twee tassen van De Bio-hoeve op ons aanrecht (met dank aan Maaike’s Ecologische Buurtwinkel en aan Lieve om het pakket voor ons mee te brengen!): een met groenten en een met fruit. Wat heerlijk om in die tassen op ontdekkingstocht te gaan en verrast te worden door het aanbod van de week! Ik kan nu al niet wachten tot het weer dinsdag is; zo nieuwsgierig ben ik naar de nieuwe oogst.

Wat me het eerst toelachte toen ik de groentetas verkende, was een flinke bos loof: van de selderijknol en van de koolrabi’s. Zonde om zoveel mooi groen gewoon weg te werpen, dus verwerkte ik de blaadjes samen met een rest sla die we rauw niet helemaal op kregen in een fris groen soepje.

Pas deze soep vooral aan aan wat je zelf in huis hebt. Naast het blad van koolrabi en selderij, kun je bijvoorbeeld ook het loof van wortelen, radijsjes en rode biet gebruiken.

Vergeet niet om al je blaadjes heel grondig te wassen. Een restje zand – hoe klein ook – verknalt je soep!

voor 4 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 2 uien, gepeld en gesnipperd
• 2 aardappelen, geschild en in blokjes
• de stengels en het blad van 3-4 koolrabi’s, goed gewassen
• ca. 3 handenvol blaadjes van een selderijknol (of ander loof), goed gewassen
• 1 grote krop sla, gewassen en droog gezwierd
• 1,5 l groentebouillon
• 1 dl (soja)room
• peper en zout

Zo maak je het
Verhit de olie in een grote kookpan. Stoof de uisnippers hierin glazig.

Snijd de stengels van de koolrabi in kleine stukjes. Voeg ze samen met de aardappelblokjes toe aan de ui. Stoof een paar minuten en voeg dan de hete groentebouillon toe. Laat ca. 15 minuten zachtjes koken.

Voeg het koolrabi- en selderijblad toe en laat nog ca. 5 minuten koken.

Voeg de in stukken gescheurde slabladeren toe, warm heel kort even door en draai het vuur dan uit. Mix de soep met een staafmixer of in de keukenmachine.

Warm de soep zachtjes weer op en roer de room erdoor. Breng op smaak met peper en zout en eventueel nog wat groentebouillonpoeder.

Dien onmiddellijk op met wat knapperig, vers brood erbij.

Venkel-komkommersalade met vanille vegan

venkel-komkommersalade ©Groene Prinses
Deze delicate, frisgroene salade is uiterst eenvoudig en toch bijzonder, mede dankzij het vleugje vanille in de vinaigrette. Misschien denk je bij vanille vooral aan desserts, maar deze specerij doet het ook prima in hartige gerechten. Omdat mijn pastinaaksoep met vanille al geruime tijd een succes is, wilde ik graag nog eens aan de slag met ‘hartige’ vanille.

Maak de salade vlak voor het opdienen, zodat hij lekker knapperig blijft. Serveer hem als bijgerecht of als lichte, zomerse lunch.

voor 2 personen

Ingrediënten
• 1 middelgrote venkelknol
• een halve komkommer
• ca. 30 witte druiven, gehalveerd en eventueel ontpit
• 1 klein bosje verse dragonblaadjes

voor de vinaigrette:
• een half vanillestokje
• 1 el appelciderazijn
• 2 el zachte notenolie (ik gebruikte macadamiaolie, maar een andere zacht smakende notenolie of een neutrale olie kan ook)

• peper en zout

Zo maak je het
Snijd de harde voet van de venkelknol, verwijder de buitenste rok en haal eventuele harde vezels met een dunschiller weg. Schil de komkommer.

Wil je extra knapperige groenten, zet dan een ijsbad klaar. Vul een grote kom met een tiental ijsblokjes en vul aan met koud water.

Snijd flinterdunne plakjes van de venkel en de komkommer met behulp van een mandoline of keukenmachine. Dompel de plakjes onmiddellijk onder in het ijsbad en laat ze daarin even rusten. Je kunt het ijsbad ook overslaan, maar je salade zal dan wat minder ‘beet’ hebben.

Spoel de dragonblaadjes, dep ze droog en verwijder alle harde takjes.

Snijd het vanillestokje halfopen en schraap met een mes het merg eruit. Doe dit merg in een kommetje. Voeg de azijn toe en roer goed los. Schenk de olie erbij en blijf roeren tot je een mooie ‘gespikkelde’ vinaigrette hebt.

Haal de groenten met een schuimspaan uit het ijsbad en dep ze droog op een schone keukenhanddoek. Schik de groenten met de druiven en de dragonblaadjes in een kom en sprenkel de vinaigrette erover.

Kruid met peper en zout naar smaak en dien onmiddellijk op.

Ratatouille met tuinbonen vegan

ratatouille met tuinbonen ©GroenePrinses

Ratatouille is een van die gerechten die me doen denken aan mijn kindertijd. Mijn mama maakte geregeld een flinke pan vol. Nochtans was ik als kind geen grote fan… Ik was dan ook blij dat er voor mij en broer en zus appelmoes als alternatief werd voorzien. In mijn tienerjaren nam de liefde voor diverse groenten toe en ratatouille werd opeens een van mijn favoriete gerechten.

Nu vind ik het vooral ideaal om de zomer te vieren: zongerijpte groenten, geurige olijfolie en smaakvolle kruiden, meer is er niet nodig! Bij eenvoudige gerechten als deze is het wel van belang dat je kraakverse groenten van onberispelijke kwaliteit gebruikt. Zelf oogsten is natuurlijk het allerleukste, maar ik vond mijn groenten bij een biokraam op de markt en was er meer dan tevreden mee.

Ik heb de groenten in ratatouille graag erg zacht en laat alles – behalve de tuinbonen – lekker lang sudderen. Heb je liever wat meer beet, verminder dan de stooftijd.

voor 2-3 personen

Ingrediënten
• 1 rode ui, geschild en gesnipperd
• 2 teentjes look, geschild en fijngehakt
• 1 aubergine, in blokjes (ca. 1,5 bij 1,5 cm)
• 1 courgette, in blokjes (ca. 1,5 bij 1,5 cm)
• 1 rode paprika, in blokjes (ca. 1,5 bij 1,5 cm)
• 3 tomaten
• 2 handenvol gedopte verse tuinbonen
• 1 takje verse tijm (of 1 tl gedroogde)
• 1 takje verse rozemarijn (of 1 tl gedroogde)
• 1 tl gedroogde oregano
• 1 flinke handvol verse basilicum, grof gescheurd
• 1 el balsamicoazijn
• ca. 5 el olijfolie
• peper en zout

Zo maak je het
Verhit 3 eetlepels olijfolie in een grote kookpan en bak de uisnippers tot ze glazig zijn. Voeg de aubergineblokjes toe en strooi er onmiddellijk een beetje zout over; dan slorpen de aubergines minder olie op. Bak de aubergines op een matig vuur tot ze kleuren en zacht worden.

Gebruik je verse kruiden, haal dan de tijm- en rozemarijnblaadjes van de takjes en hak ze fijn.

Doe de extra olijfolie in de pan. Voeg de courgette, paprika, look, tijm, rozemarijn en oregano toe en laat met een deksel op de pan op een matig vuur ca. 20 minuten stoven.

Verwijder de kroontjes van de tomaten en hak ze in blokjes. Doe de tomaten en de balsamicoazijn in de pan. Roer goed en laat nog minstens een halfuur zachtjes stoven, tot alle groenten lekker zacht zijn. Is je ratatouille erg vochtig, haal dan tegen het einde van de stooftijd het deksel van de pan zodat het vocht kan verdampen. Roer geregeld om aanbranden te voorkomen!

Terwijl de groenten stoven, breng je een kookpan met water aan de kook. Blancheer de tuinbonen 5 minuten in het kokende water (heel kleine tuinboontjes hebben minder dan 5 minuten nodig). Giet ze af en laat ze schrikken in koud water. Dop de tuinbonen een tweede keer door ze uit hun vliesje te knijpen.

Roer de tuinbonen op het einde door de ratatouille, samen met de verse basilicum. Breng op smaak met peper en zout.

Serveer de ratatouille met brood, rijst, polenta of aardappelen. De volgende dag smaakt de ratatouille nog beter. Je kunt hem dan ook koud serveren.