de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Tajine van boterbonen en warmoes vegan

tajine van boterbonen en warmoes 2 Groene Prinses
De afgelopen week aten we voor het eerst buiten, op het terras van ons nieuwe appartement. Het werd een ontspannen dinertje tussen bloempotten waarin kruiden, bloemen en andere spannende planten beetje bij beetje tot ontwikkeling komen. Terwijl we aten, zoemden bijen en hommels rond de bloemen van de klimhortensia en een merel wipte over de terrasmuur. Wat heerlijk om een terrasje te hebben, midden in de stad!

terras Groene Prinses
Op het menu? Een geurige tajine van boterbonen en warmoes met een zoete toets van rozijnen en halfgedroogde tomaatjes. Daarbij serveerde ik couscous en een wortelsalade. En jawel, de munt in de salade kwam uit eigen ‘tuin’ ;-)

voor 2 personen

Ingrediënten

voor de tajine:
• 2 el olijfolie
• een grote bos warmoes of paksoi
• 250 g gare boterbonen (=reuzenbonen of gigantes) (uit blik of geweekt en gekookt)
• 1 flinke teen look, gepeld.
• 2 tl ras el hanout (een Marokkaanse kruidenmengeling)
• 400 g ‘grove’ tomatenpassata (passata rustica of gebruik in het seizoen verse tomaten)
• 3 dl lichte groentebouillon
• 4 el halfgedroogde tomaatjes (‘sunblushed’)
• 2 el donkere rozijntjes
• 1 tl milde chilivlokken (ik gebruik de Turkse ‘pul biber’)
• peper en zout

voor de wortelsalade:
• 4 middelgrote wortelen
• een handjevol verse korianderblaadjes
• een zestal verse muntblaadjes
• sap van een halve citroen
• 2 el olijfolie
• peper en zout
• 2 el pijnboompitten

tajine van boterbonen en warmoes Groene Prinses
Zo maak je het

Snijd de bladeren van de warmoes of paksoi en leg ze even apart. Was de stengels en snijd ze in stukjes.

Verwarm de olijfolie in een tajine of stoofpan. Voeg de warmoesstukjes toe en laat ze ongeveer vijf minuten stoven.

Was intussen de bladeren van de warmoes en zwier ze droog. Snijd de bladeren in reepjes. Voeg ze toe aan de stoofpan en laat ze in een paar minuten slinken.

Pers de look uit over de groenten en voeg de ras el hanout toe. Roer goed en laat weer een paar minuten stoven.

Voeg de passata, de bouillon, de boterbonen en de rozijntjes toe. Meng alles door elkaar. Zet het deksel op de pan of tajine en laat 15 tot 20 minuten stoven tot de warmoes of paksoi lekker zacht is.

Doe de halfgedroogde tomaatjes en de chilivlokken erbij en warm nog een paar minuten goed door. Breng op smaak met peper en zout.

Terwijl de tajine gaart, maak je de wortelsalade. Schil de wortelen en rasp ze. Meng er het citroensap en de olijfolie door. Snipper de kruiden erover en kruid met peper en zout.

Rooster de pijnboompitten in een droge koekenpan tot ze lichtbruin kleuren. Strooi ze over de salade.

Serveer de tajine en de salade met couscous, brood of rijst.

Verrukkelijk voorjaarsbordje vegan

verrukkelijk voorjaarsbordje Groene Prinses 1
Morgen begint de lente! Reden genoeg voor een rondedansje door de keuken. Al moet ik toegeven dat het vorige week meer lente leek dan nu. Maar niet getreurd: de lente op je bord tevoorschijn toveren kan ook onder bewolkte luchten. Mijn verrukkelijk voorjaarsbordje zou eigenlijk ‘couscoussalade met radijsjes, postelein en gekiemde erwten vergezeld van rokerig geroosterde bloemkool en cashew-radijsbladcrème’ moeten heten, maar je begrijpt ongetwijfeld dat die naam niet in mijn titelbalkje past.

Lentekeuken
Dit voorjaarsbordje ontstond naar aanleiding van een vraag van Velt, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren (en bovendien mijn werkgever wat betreft mijn deeltijdse ‘vaste’ job ;-) ). Om het begin van de lente te vieren lanceert Velt de ‘Lentekeuken’. Het concept? Bereid een feestelijke maaltijd met seizoensgroenten voor familie, vrienden of buren en roep online van de daken hoe heerlijk zo’n seizoensmaaltijd smaakt. Als ‘groene’ blogger mag ik samen met een aantal anderen het goede voorbeeld geven ;-) Zin om zelf aan de slag te gaan? Ontdek dan hier meer informatie over de lentekeuken en andere seizoenskeukens.

Het eerste groen
Terug naar mijn voorjaarsbordje nu. Bij het begin van de lente verwacht je misschien een overvloed aan nieuwe groenten? Weg met die winterse knollen en kolen! Eh, nope… In de lente is alles nog maar net aan het ontwaken. Van een rijke oogst is er nog geen sprake. Gooi die wintergroenten dus nog niet meteen overboord. Gelukkig duikt er al wat jong groen op zoals daslook, de eerste spinazie en jonge brandnetelblaadjes. En bloemkool en radijsjes verschijnen ook weer op het toneel.

Kiemkracht
Kiemen kun je natuurlijk een heel jaar door kweken, maar voor mij passen ze bij uitstek bij de lente. Een eenvoudig zaadje nieuw leven inblazen: dat geeft toch het ultieme voorjaarsgevoel? Ik liet voor de couscoussalade groene erwten kiemen (reken op ongeveer vier dagen kiemtijd). Maar andere gekiemde peulvruchten kunnen uiteraard ook. Geen zin om ze zelf te laten kiemen? In de meeste biowinkels vind je een kant-en-klare mix met onder andere gekiemde peulvruchten.

Wat is dat?
Nog een klein beetje extra uitleg bij de ingrediënten die ik gebruikte.

• Ik ging aan de slag met mais-rijstcouscous (te koop in sommige biowinkels) omwille van het mooie gele kleurtje. Eender welke andere couscous smaakt natuurlijk net zo goed.

• Za’atar is een Midden-Oosterse kruidenmengeling die onder andere sesamzaad, tijm, oregano en sumak bevat. Zalig bij de geroosterde bloemkool! Het loont de moeite om eens op zoek te gaan in je (bio)supermarkt of specerijenwinkel, maar geen paniek als je het goedje niet vindt. Gebruik wat tijm en oregano en je bloemkoolroosjes zullen nog altijd voortreffelijk smaken.

• Edelgistvlokken vind je ook in de meeste biowinkels. Ze geven de cashewcrème een licht kazig en ‘hartig’ tintje en bevatten bovendien veel vitaminen, maar echt onmisbaar zijn niet.

voor 2 personen

Ingrediënten
voor de couscoussalade:
• 100 g couscous (mais-rijstcouscous of andere)
• 1 bosje radijsjes (mét blaadjes! die heb je nodig voor de cashewcrème)
• 1 flinke handvol gekiemde erwten (of andere gekiemde peulvruchten)
• 1 sinaasappel
• 1 bosje postelein of 2 handenvol jonge spinazie
• 1 handvol gesnipperde kruiden (daslook, bieslook, munt, peterselie …)
• 4 el olijfolie
• peper en zout

voor de geroosterde bloemkool:
• 1 kleine bloemkool, verdeeld in kleine roosjes
• 2 tl za’atar (of tijm + oregano)
• 1 tl paprikapoeder
• 1/2 tl gerookt paprikapoeder
• 4 el olijfolie
• zwarte peper
• fleur de sel of ander lekker zout

voor de cashewcrème:
• 75 g cashewnoten (ca. 10 uur geweekt in water)
• de bladeren van de radijsjes
• 4 el olijfolie
• 1 el appelazijn
• 1/2 tl mosterd
• 1 tl rijststroop of honing
• 1 tl edelgistvlokken
• peper en zout

Zo maak je het
Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius.

Doe de bloemkoolroosjes in een braadslee. Strooi er de kruiden over en besprenkel ze met de olijfolie. Hussel alles goed door elkaar. Rooster de roosjes 30 tot 40 minuten in de oven, tot ze zacht zijn. Roer alles om de tien minuten goed door elkaar en let erop dat de roosjes niet verbranden.

Maak terwijl de bloemkool roostert de salade. Doe de couscous in een grote schaal en overgiet hem met 200 ml warm water. Laat de couscous wellen en afkoelen.

Was de radijsjes en snijd ze in schijfjes.

Blancheer de erwtenkiemen vijf minuten in gezouten kokend water. Giet ze af en laat ze even schrikken onder de koude kraan.

Snijd de schil van de sinaasappel en snijd hem vervolgens in plakjes. Snijd elke plakje in vieren. Vang zo veel mogelijk sap van de sinaasappel op en giet dat bij de couscous.

Was de postelein of spinazie. Zwier hem droog en hak hem grof. Snipper de kruiden fijn.

Meng de radijsjes, de kiemen, de sinaasappelstukjes, de postelein en de kruiden door de couscous. Roer de olijfolie erdoor en breng op smaak met peper en zout.

Maak tot slot de cashewcrème. Giet de geweekte cashewnoten af. Was het radijsblad goed en zwier het droog. Doe de cashewnoten en het radijsblad samen met de andere ingrediënten in de blender. Mix tot een fijne puree. Voeg nog een à twee eetlepels water toe om er een smeuïge crème van te maken. Breng op smaak met peper en zout.

Haal de bloemkoolroosjes uit de oven en strooi er versgemalen zwarte peper en zoutvlokjes over. Dien ze warm op met de salade en de cashewcrème of laat ze afkoelen.

De lekkerste veggierecepten met kool

kool Groene Prinses1
Het is hier geruime tijd stil geweest. Dat heeft alles te maken met het kopen en verkopen van een appartement, een hele hoop rompslomp en een verhuis. Maar nu is dat allemaal achter de rug. Mijn Geliefde en ik wonen in een nieuw appartement: een beetje ruimer, een beetje lichter én met een terrasje waar ik voorzichtige tuinexperimenten kan uitvoeren.

In mijn keuken moet ik nog een beetje wennen en ontdekken. Onze fantastische Smeg hebben we moeten achterlaten, maar onze nieuwe keuken is dan weer gezelliger en grenst aan het eerder genoemde terras. Ik droom er al van om tijdens het koken verse kruiden te plukken … Op een lichte dag maak ik beslist eens foto’s.

Maar nu wil ik het eigenlijk over iets heel anders hebben. Over kool. Boerenkool, bloemkool, wittekool, spitskool en spruitjes. Waarom? Omdat kolen een stuk veelzijdiger zijn dan veel mensen denken, omdat er in elk seizoen wel van een bepaalde kool  te genieten valt en omdat Broederlijk Delen een heuse koolwedstrijd organiseert om hun vastencampagne in de kijker te zetten. Daarover straks meer. Eerst tijd voor mijn favoriete vegetarische koolrecepten.

kool Groene Prinses3

Boerenkool en savooikool
Deze kolen met donkergroen blad zorgen in de winter en de prille lente voor een flinke dosis vitaminen op je bord. Ze doen het erg goed in ‘stoemp’. Of heb je het liever wat minder klassiek? Maak dan mijn pizza bianca met savooikool en scamorza of speltsoep met boerenkool en miso.

Wittekool en spitskool
Wittekool kennen we allemaal. Spitskool is een wat zachtere en zoetere variant met, hoe kan het ook anders, een spitse top. In tegenstelling tot wittekool is spitskool eerder een zomergroente. Ruil de spitskool gerust in voor wittekool in mijn recept voor piroshki. Voor wie nog een beetje geduld heeft om te wachten op de zomer, is de spitskoolsalade een aanrader. En in de oppeppende pinda-koolsoep doen beide kolen het uitstekend.

Bloemkool
Bij het begin van de lente duiken de eerste bloemkolen op. Ik eet bloemkool het liefst als bloemkoolcouscous. Je kunt op dit recept trouwens eindeloos variëren. Bloemkool voelt zich ook prima thuis in een zachte curry met kokos en kikkererwten.

kool Groene Prinses2

Vergeet de kleintjes niet
Ook spruitjes zijn kolen, maar dan in miniversie. Spruitjes zijn een beetje ondervertegenwoordigd op mijn blog. Slechts één recept, maar wel een toppertje, al zeg ik het zelf. Super simpel en toch verrassend. Met mijn kerrie-spruitjesbeleg overtuig je volgens mij zelfs tal van grote en kleine ‘spruitjeshaters’!

Hippe kool zoekt creatieve kok
Heb jij ook een favoriet koolrecept waar je trots op bent? Broederlijk Delen lanceert de wedstrijd Hippe kool zoek creatieve kok. Verzin een gerecht met kool en zend dat tussen 1 maart en 15 april in via de website van Broederlijk Delen. Je kunt een etentje voor twee winnen in De Superette.

Elk jaar zet Broederlijk Delen een aspect van haar werking in de kijker tijdens de vasten. Dit jaar roept Broederlijk Delen massaal op om de boeren in Burkina Faso te steunen. Want met een regenseizoen van slechts vier maanden is het voor de boerenfamilies een uitdaging om hun gezin te eten te geven. Ze werken keihard om te overleven. Omdat de kool in Burkina Faso een alledaagse en zelfs hippe groente is, gebruikt Broederlijk Delen de kool om haar campagne in de kijker te zetten. Allemaal aan de slag met hippe kool dus!

Geurige goulash met seitan en bonen vegan

goulash-groene-prinses
Een hele tijd geleden postte ik een gerecht dat ik Tofoe met een Hongaarse twist noemde en ik schreef dat het enigszins gebaseerd was op goulash. Tja. Nu ik in Hongarije ben geweest, weet ik wel beter.

Begrijp me niet verkeerd, mijn tofoe met een Hongaarse twist is absoluut een smakelijk gerecht! Maar het leunt eerder aan bij het Hongaarse gerecht paprikás (al had ik daarvoor uiteraard Hongaars paprikapoeder moeten gebruiken), dan bij goulash. Paprikás is een soort van stoverij waarbij vlees en groenten op smaak worden gebracht met veel paprikapoeder. Goulash kennen we hier ook als een stoverij, maar in Hongarije is het een (stevig gevulde) soep.

Traditionele goulash bevat vlees, al vind je ook in Hongarije varianten met bonen. Mijn versie met seitan én bonen verenigt het beste van twee werelden ;-) Deze soep is behoorlijk stevig; je eet ze dan ook eerder als maaltijd dan als voorgerecht. Serveer er eventueel nog wat knapperig brood bij.

Hongaars paprikapoeder geeft deze soep een voortreffelijke smaak en kleur. Kun je het nergens vinden? Dan kan ander kwalitatief paprikapoeder natuurlijk ook.

Het tomaten- en paprikaseizoen loopt ten einde, maar ik wilde er nog één keer volop van genieten. In de winter kun je verse tomaten vervangen door tomaten uit blik of bokaal. Of je laat ze, net als de paprika’s, gewoon weg. Voeg in de plaats winterse groenten als pastinaak of kool toe. De soep dankt haar rode kleur vooral aan het paprikapoeder, niet aan de rode groenten!

voor 2-4 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 1 ui, gesnipperd
• 3 kleine wortelen
• 2 raapjes
• 2 rode paprika’s
• 1 teen look
• 4 grote of 6 kleine aardappelen
• 250 g gare bonen (ik gebruikte bruine borlotti, maar kies wat je lekker vindt of in huis hebt!)
• 150 g seitan, in blokjes gesneden
• 1 flinke el Hongaars paprikapoeder
• 1 l warme groentebouillon
• 2 laurierblaadjes
• 4 tomaten
• peper en zout
• een bosje verse peterselie, gehakt

Zo maak je het
Verwarm de olie in een ruime kookpan en stoof de snippers ui tot ze glazig zijn.

Schil intussen de raapjes en de wortelen en snijd ze in blokjes. Ontdoe de paprika’s van de zaadlijsten en de steel, en snijd ze eveneens in blokjes.

Doe de groenten bij de uisnippers. Pers de teen look erboven uit en laat alles, met het deksel op de pan, enkele minuten stoven.

Schil de aardappelen en snijd ze in niet al te kleine blokjes. Doe ze bij de groenten in de pan en voeg ook de seitan, het paprikapoeder, de bouillon en de laurierblaadjes toe.

Zet het deksel op de pan en laat de soep ongeveer 20 minuten zachtjes koken, tot de groenten en aardappelen beetgaar zijn.

Verwijder de zaadjes van de tomaten en snijd ze in stukjes. Voeg ze samen met de bonen bij de soep en laat alles nog 5 tot 10 minuten koken.

Breng de soep op smaak met peper en zout, en roer er de gehakte peterselie door.

Veggie in Boedapest

boedapest
Om een of andere reden, die ik nog niet precies heb kunnen achterhalen, tellen grote steden in voormalige Oostbloklanden opvallend veel vegetarische adresjes. Eerder at ik al heerlijk vegetarisch in Sint-Petersburg, Warschau en Berlijn. Vorige week mocht ik de vegetarische troeven van Boedapest ontdekken.

Helaas was het in de meeste restaurantjes behoorlijk donker en buiten flink bewolkt. Mijn foto’s geven daardoor niet de beste impressie …

Hongaarse smaken, 100% vegan

Laten we meteen beginnen met dé topper. Napfényes Étterem serveert louter plantaardige gerechten, maar doet dat op zo’n verrukkelijke manier dat zelfs menig vleeseter hier duimen en vingers zal aflikken. De keuze in dit restaurant is overweldigend: soepen, salades, pizza, pasta, ‘raw food’-gerechten en – tot mijn grote vreugde – een reeks typisch Hongaarse gerechten.

Als ik op reis ga, probeer ik heel graag lokale specialiteiten uit, maar als vegetariër is dat vaak niet vanzelfsprekend. Wel dus bij Napfényes. Ze maken veganistische versies van Hongaarse klassiekers. Om te beginnen genoot ik van goulash (in Hongarije is dat een soep en dus geen stoverij zoals wij die kennen) en daarna smulde ik van gevulde kool op een bedje van zuurkool, met gebakken seitan en sojaworstjes erbij. Stevige kost die perfect bij het frisse weer paste. Mijn geliefde deed zich te goed aan geroosterde seitan met paprika en aardappelen.

Napfényes heeft twee vestigingen: een gloednieuwe, moderne zaak in het centrum, vlakbij Ferenciek Tere, en een oudere zaak in een kelder aan de Rózsa utca. De nieuwe zaak is ongetwijfeld de grootste aanrader: het interieur oogt een stuk gezelliger en het aanbod is groter. Deze zaak heeft ook een patisserie met een verbluffende keuze aan veganistische gebakjes. Helaas zaten onze buikjes al te vol om ervan te proeven …

pizza-napfenyes-boedapest
Omdat we toevallig in de buurt van de Rózsa utca waren probeerden we ook de andere vestiging uit. Qua interieur misschien wat minder bijzonder, maar op vlak van eten ook weer prima. Ik at er een pizza van speltdeeg met veganistische kaas. Even lekker als het ‘origineel’? Hm, misschien net niet … Maar voor veganisten die kaas missen zijn de pizza’s van Napfényes beslist een aanrader!

Snelle hap

Vega city is wat minder indrukwekkend dan Napfényes, maar toch een fijn adresje voor een snelle veganistische hap. Elke dag staan er andere gerechten op het menu. Je bestelt aan de toog wat je wilt eten en kiest daarna een plekje uit.

Wij proefden van een pasta met geroosterde groenten, gember en tofoe. Best lekker van smaak, maar onze porties waren helaas niet echt warm.

Smeuïge hummus, kraakvers brood

Hummus bar is een keten in Boedapest met een flink aantal vestigingen. Er wordt weliswaar ook wat vlees geserveerd, maar vegetariërs en veganisten komen hier probleemloos aan hun trekken.

hummusbar-boedapest
Het concept? Je bestelt een bord hummus, met toevoegingen naar wens. Mijn geliefde koos voor een versie met falafel, ik voor een met extra gekookte kikkererwten. De hummus was ongelofelijk romig en de falafelballetjes waren perfect gekruid. Daarnaast verorberden we nog een salade van wortel en koriander.

Bij de hummus komt overheerlijk ovenvers ‘laffa’ brood om te dippen. Van op mijn plekje keek ik recht op de man die dit brood non-stop stond te bakken. Het brood komt dus echt letterlijk van de oven op je bord terecht. Zalig!

hummusbar-boedapest-2
Hummus bar mag dan wel een druk fast food-sfeertje hebben, de gerechten zijn super vers en bijzonder smakelijk.

Terug naar de belle époque

De Hongaren eten graag en veel gebakjes, denk ik. Want je vindt in Boedapest een groot aantal stijlvolle cafés waar je van decadente taartjes kunt genieten. Een zeer mooie plek om je taartvorkje in een gebakje te prikken is het Bookcafé. Het bevindt zich op de eerste verdieping van de Alexandra boekwinkel in de vroegere Paris Department Store.

bookcafe-boedapest
Dit café flitst je onmiddellijk naar de tijd van de belle époque. Grote spiegels en lusters en een waanzinnig gedecoreerd plafond zorgen ervoor dat je meer naar het interieur kijkt dan naar het taartje op je bord. De taartjes zijn hier trouwens niet geschikt voor veganisten: veel room, crème, eieren … Gewoon een kopje thee drinken en genieten van de omgeving kan natuurlijk ook ;-)

Nog meer mmmm …

Helaas vertoefden we slechts korte tijd in Boedapest, waardoor ik lang niet alle veggie adresjes heb kunnen uittesten. Een reden om nog eens terug te gaan! In Boedapest eet je trouwens, naar onze westerse maatstaven, héél goedkoop. Bijzonder moeilijk om je niet volledig te laten gaan dus ;-)

Tot slot nog twee typisch Hongaarse dingen die mijn foodie-hart sneller doen slaan: in haast elk café of restaurant serveren ze huisgemaakte limonade (meestal niet overdreven zoet en ook weer spotgoedkoop) en het paprikapoeder is om euforisch van te worden.

Zeg niet zomaar paprikapoeder tegen Hongaars paprikapoeder. Dat laatste heeft namelijk een voortreffelijke, robuuste smaak en een betoverende kleur. Van ‘gewoon’ paprikapoeder dat je bij ons in de winkel koopt, was ik nooit echt fan. Maar nu ik een blikje Hongaars paprikapoeder mee naar huis heb, moet ik me inhouden om het niet elke dag te gebruiken.

markt-boedapest
Een leuke plek in Boedapest om dat paprikapoeder te kopen is de Centrale Markthal, een prachtig gebouw dat dateert van 1897. Deze grote overdekte markt herbergt tientallen kraampjes met paprikapoeder, Hongaarse wijnen, verse groenten, ingemaakte groenten, jam en (eerlijk is eerlijk) veel vlees. De markt trekt behoorlijk wat toeristen, maar het blijft leuk om er eens rond te neuzen.

In een volgende blogpost ga ik aan de slag met mijn paprikapoeder! Tot dan! :-)

Geniet lekker herfstig van Wereldveggiedag!

pompoen-groene-prinses

Morgen, 1 oktober, is het Wereldveggiedag. De dag bij uitstek om vlees een keertje links te laten liggen en op ontdekking te gaan als je een vleeseter bent, óf om volop te vieren dat je vegetariër bent.

Nog wat ideeën nodig om morgen iets lekker vegetarisch op tafel te toveren? Ik zorg graag voor inspiratie! Omdat de zomerse najaarsdagen nu stilaan toch plaats lijken te maken voor een vleugje herfst, ging ik op zoek naar mijn meest smakelijke herfstige recepten.

Van start met pompoen

Op dit moment oogst je de beste pompoenen. Start je veggiemenu met een pompoensoepje op Sylter wijze of serveer getoaste broodjes met pompoenhummus.

Geen pompoenfan? Bruschetta met geroosterde biet of piroshki met spitskool en dragon zijn super elegante voorgerechtjes die prima passen bij de prille herfst.

Verrassende groenten in de hoofdrol

Als groenten een centrale rol spelen in gerechten is het fijn om er af en toe flink mee te experimenteren. Een bepaalde groente telkens op dezelfde wijze klaarmaken wordt na verloop van tijd immers enorm saai. Dus zwier die raapjes in de wok, beleg een pizza met savooikool, of serveer bij een kruidige kikkererwtencurry een raita van radijs.

Wie zoet is, krijgt lekkers

Ja goed, desserts zijn natuurlijk bijna altijd vegetarisch. Maar misschien kun je nog een stapje verder gaan en kiezen voor een volledig plantaardig toetje? Appel-kaneelkoek bijvoorbeeld, banketstaaf met sinaas & kaneel, of kardemom-koffietruffels voor wie liever een kleinigheidje snoept. Deze zoetigheden zijn trouwens allemaal vrij van geraffineerde suikers.

Veel smulplezier gewenst op Wereldveggiedag! En natuurlijk ben ik benieuwd naar wat er bij jou op tafel komt :-)

Pasta met boterbonen en bonte tomaten vegan

pasta met boterbonen en bonte tomaten Groene Prinses
Nóg een gerechtje met boterbonen of gigantes! Jaar van de peulvrucht, weet je wel. Hoewel ik gewoon moet toegeven dat ik zot ben op die bonen. Hier combineer ik ze met een verzameling bont gekleurde tomaatjes en geroosterde paprika’s. Een simpel, maar o zo oogstrelend gerechtje, dat barst van de smaak als je voor goede tomaten kiest.

Eh, goede tomaten? Probeer zachte, zongerijpte exemplaren te vinden. Kies bij voorkeur voor een mengeling van oude rassen, omdat je dan de mooiste waaier aan verrassende smaken krijgt.

Zin in meer boterbonen? Kijk dan hier en hier!

voor 2 personen

Ingrediënten
• 2 rode paprika’s
• 250 g gare boterbonen (=reuzenbonen, gigantes) (uit blik, of geweekt en gekookt)
• 400 g tomaten (bij voorkeur een mix van oude rassen, in verschillende kleuren)
• 1 flinke teen look
• olijfolie
• 1 tl gedroogde oregano
• 250 à 300 g pasta naar keuze (ik gebruikte halfvolle speltlinguine)
• een flinke handvol verse basilicum, in reepjes gescheurd
• peper en zout (bijv. fleur de sel)

om te serveren:
• extra basilicum
• (vegan) Parmezaanse kaas (een prima recept vind je hier; ik kies echter meestal voor een mix van sesamzaad, cashewnoten en pijnboompitten in plaats van louter cashewnoten)

Zo maak je het
Rooster eerst de paprika’s. Verwarm daarvoor de grill van de oven. Leg de paprika’s in een ovenschaal en zet ze onder de grill. Draai de paprika’s om de vijf minuten een kwartslag om, zodat alle zijden geroosterd worden. Rooster tot het vel van de paprika’s zwart geblakerd is.

Haal de paprika’s uit de oven en doe ze onmiddellijk in een hittebestendig plastic zakje. Sluit het zakje af en laat de paprika’s afkoelen. Op deze manier zal het vel gemakkelijk loskomen.

Was de tomaten. Snijd kleine tomaatjes doormidden of in vieren. Snijd grotere tomaten in stukjes.

Zijn de paprika’s afgekoeld? Verwijder dan het vel, de steeltjes en de zaadlijsten. Snijd het vruchtvlees in stukjes van ca. 2 bij 2 cm.

Schenk wat olie in een kookpan. Pers de look erin uit en fruit hem heel kort aan. Voeg de paprikastukjes toe, samen met de oregano. Laat een paar minuten pruttelen met het deksel op de pan.

Kook de pasta beetgaar in gezouten water.

Roer één à twee eetlepels van het kookvocht van de pasta door de saus van paprikastukjes. Voeg ook de boterbonen toe. Warm nog even door.

Hussel de gare pasta, de tomaatjes, de gescheurde basilicum, een scheut olijfolie en de paprika-boterbonensaus door elkaar. Breng op smaak met peper en zout.

Serveer onmiddellijk met meer basilicum en (vegan) Parmezaanse kaas.

Maisfritters met kokostzatziki vegan

Maisfritters met kokostzatziki Groene Prinses
Al sinds mijn kindertijd vind ik het heerlijk om mijn tanden in een jonge, perfect gegaarde maiskolf te zetten. Die zoete, knapperige korrels zijn voor mij het toppunt van het oogstseizoen. Maar verder ben ik eigenlijk helemaal niet zo’n maisfan. Maiskorrels uit blik doen me denken aan trieste salad bars zonder inspiratie.

Voor één maisgerechtje maak ik echter een uitzondering: pannenkoekjes of fritters! (fritter is het Engelse woord voor beignet, maar dekt volgens mij beter de lading dan beignet…)

Met een lekker dipsausje erbij zijn deze fritters heerlijk als hapje of voorgerechtje. Geef je er een rijke salade bij, dan heb je meteen een complete maaltijd.

Door tzatziki met kokosyoghurt in plaats van ‘gewone’ yoghurt te maken, krijgt hij een exotisch tintje dat perfect past bij de enigszins oosterse fritters. En het gerecht wordt zo meteen vegan-proof!

voor ca. 2-4 personen (afhankelijk van wat je er nog bij serveert)

Ingrediënten
200 g gare maiskorrels (vers van de kolf, of diepvries of uit bokaal)
• 50 g kikkererwtenmeel
• 1 chilipeper, zonder pitjes en fijngehakt
• een handjevol korianderblad, gehakt
• 0,5 tl paprikapoeder
• 0,5 tl kurkuma
• 0,5 tl bakpoeder
• 1 dl water
• 1 tl olijfolie (+ extra om te bakken)
• peper en zout

voor de tzatziki:
• 1/2 komkommer
• 150 g kokosyoghurt
• ca. 10 muntblaadjes, gesnipperd
• 1 teentje look, geperst
• 1 el olijfolie
• peper en zout

Zo maak je het
Meng het kikkererwtenmeel met het paprikapoeder, de kurkuma en het bakpoeder. Roer er beetje bij beetje het water door, tot je een egaal beslag hebt.

Meng er vervolgens de olijfolie, de maiskorrels, de chilipeper en het korianderblad door. Breng op smaak met flink wat peper en zout.

Laat het beslag eventjes rusten.

Rasp de komkommer of snijd hem in piepkleine blokjes. Probeer er zo veel mogelijk water uit te persen en giet dat weg.

Meng de komkommer met de yoghurt, de olijfolie, de look en de muntblaadjes. Breng op smaak met peper en zout. Zet de tzatziki in de koelkast.

Laat een koekenpan goed heet worden, anders blijven de fritters plakken. Schenk er ruim olijfolie in en laat er telkens een flinke eetlepel beslag in vallen. Keer de pannenkoekjes om als de bovenkant ‘droog’ is en de onderkant goudbruin. Bak ook de andere kant goudbruin.

Eventueel kun je ook lepels beslag frituren in een frietketel. Kijk wel uit voor ‘ploffende’ maiskorrels! (ook in een gewone pan kunnen ze ploffen)

Laat de fritters uitlekken op keukenpapier en serveer ze onmiddellijk met de tzatziki.

Speltfocaccia & artisjok-boterbonenhummus vegan

artisjokhummus met focaccia Groene Prinses
Je zou het niet meer echt verwachten na de afgelopen dagen, maar het wordt toch nog écht een beetje zomer. En wel dit weekend. Daar hoort wat mij betreft wat mediterrane flair bij. Knapperige focaccia, smaakvolle hummus, een tafeltje op het terras, een glaasje wijn … Je snapt het plaatje wel, niet? ;-)

Dat je eindeloos kunt variëren op hummus, moet ik je ongetwijfeld niet meer vertellen. Ik ben een reuzefan van reuzenbonen of boterbonen, dus gebruik ik die in plaats van kikkererwten. En op artisjok ben ik altijd stapelgek geweest. Een gedroomde combinatie dus!

De focaccia maak je zonder te kneden en dat is mooi meegenomen als het warm is. Een beetje geduld heb je wel nodig en je moet eraan denken om op tijd je deeg klaar te maken. Het vleugje boekweitmeel geeft een heerlijke volle smaak aan het brood.

Dit is een voortreffelijk ‘hapje vooraf’, maar geef er nog een salade bij en je hebt een complete maaltijd.

speltfocaccia Groene Prinses
voor 2-4 personen (afhankelijk van wat je er nog bij eet)

Ingrediënten

voor de focaccia:
• 150 g speltmeel (ik gebruik een mengeling van 1/3de volkoren en 2/3de wit)
• 25 g boekweitmeel
• 1/3de tl droge gist
• 2/3de tl zout
• 1 el olijfolie
• 1 tl rozemarijn
• zoutvlokjes

voor de hummus:
• 250 g gare boterbonen (=reuzenbonen, gigantes) (uit blik, of geweekt en gekookt)
• 1 bokaal artisjokhartjes op olie
• 1 tl tahin
• het sap van een halve citroen
• 1 dl olijfolie
• een handjevol basilicumblaadjes
• peper en zout
• 1 teentje look, grof gehakt (optioneel)

Zo maak je het
Doe het spelt- en boekweitmeel in een grote kom. Roer de droge gist en het zout erdoor. Voeg beetje bij beetje lauwwarm water toe, ongeveer 1,5 dl in totaal. Roer alles snel door elkaar. Soms heb je wat meer of wat minder water nodig. Je deeg moet behoorlijk plakkerig en vochtig zijn, maar ook weer niet té nat. Dek het deeg af met plasticfolie of een deksel en laat het minstens 8 uur rijzen op een warme plaats.

Na die eerste rijstijd, bekleed je een vierkante bakvorm (ca. 20 bij 20 cm) met bakpapier. Strooi wat bloem op je aanrecht en kieper het deeg erop. Bestrooi het deeg ook langs de bovenkant met bloem. Duw het voorzichtig tot een platte vierkante lap. Vouw dan elke zijde een keer naar binnen, zodat je weer een vierkant krijgt. Leg dit met de naad naar onderen in de bakvorm. Dek de vorm af en laat het deeg nog een uur rijzen.

Verwarm de oven voor op 240° Celsius.

Bestrijk het deeg met olijfolie. Duw met je knokel kuiltjes in het deeg. Strooi rozemarijn en zoutvlokjes over het deeg.

Zet het brood gedurende 10 à 15 minuten in de warme oven, tot het goudbruin en gaar is.

Laat het een beetje afkoelen op een rooster.

Terwijl het brood bakt, maak je de hummus. Haal de artisjokjes uit de olie. Doe ze samen met de bonen, de tahin, het citroensap, de look (als je die gebruikt) en de basilicum in een keukenmachine. Mix alles fijn. Voeg dan beetje bij beetje de olijfolie toe en mix tot je een smeuïge brij hebt. Breng op smaak met peper en zout.

Serveer de focaccia – nog enigszins lauw – met de hummus. Smakelijk!

Aardbeientaart met kokos & chocola vegan

vegan aardbei-kokostaart Groene Prinses
Van een vriendin kreeg ik enkele weken geleden een mooie groene taartschaal cadeau. Die moest natuurlijk ingewijd worden! Dit aardbeientaartje met een kruimelige bodem, een chocoladelaag en romige kokosvulling leek me ideaal.

De taart is 100 procent plantaardig. Het deeg is bovendien gemaakt van boekweit, haver en cashewnoten, zodat ook mensen met een glutenintolerantie ervan kunnen smullen.

Vier de zomer en geniet!

voor 4 personen (of 2 gulzige genieters)

Ingrediënten
voor de taartbodem:
• 50 g boekweitmeel
• 50 g (glutenvrij) havermeel (ik maal havermout fijn met een keukenmachine)
• 50 g cashewnoten (fijngemalen)
• 50 g kokosolie, gekoeld
• 2 el ahornsiroop
• eventueel een beetje ijskoud water

voor de chocoladeganache:
• 40 g pure chocola, in stukjes
• 4 el kokosmelk

voor de kokosroom:
• 1 blik van 400 g volvette kokosmelk (minstens 8 uur gekoeld!)
• 3 el ruwe rietsuiker of kokosbloesemsuiker
• 1 vanillestokje

• een 20-tal aardbeien, gehalveerd

vegan aardbei-kokostaart2 Groene Prinses
Zo maak je het

Zet het blik kokosmelk een nachtje of minstens 8 uur op voorhand in de koelkast. Het is belangrijk om echt vette kokosmelk te gebruiken, zonder emulgatoren en verdikkingsmiddelen.

Meng voor het deeg boekweitmeel, havermeel en fijngemalen cashewnoten. Meng er in de keukenmachine de kokosolie in brokjes door, tot je een kruimelig mengsel krijgt. Voeg de ahornsiroop toe en kneed snel tot je een samenhangend deeg hebt. Is je deeg te droog of te brokkelig? Voeg dan een heel klein beetje ijskoud water toe.

Rol het deeg tot een bol, wikkel het in plasticfolie en leg het minstens een halfuur in de koelkast.

Verwarm de oven voor tot 175° Celsius. Bekleed een taartvorm (ca. 20 cm doorsnede) met bakpapier.

Haal het deeg uit de koelkast. Duw het enigszins plat en leg het in je taartvorm. Duw het deeg vervolgens beetje bij beetje uit tot de bodem van de taartvorm bedekt is en je een opstaande rand van deeg hebt.

Zet de taartvorm ongeveer 20 minuten in de oven, of tot je een goudbruine taartbodem hebt. Laat vijf minuten afkoelen in de vorm. Haal de taartbodem dan met bakpapier en al uit de vorm en laat volledig afkoelen op een taartrooster.

Smelt de chocolade au bain-marie. Voeg dan beetje bij beetje de 4 eetlepels kokosmelk toe en roer telkens goed.

Schep de chocoladeganache in de afgekoelde taartbodem. Laat de ganache eerst even buiten de koelkast afkoelen en zet de taart vervolgens in de koelkast, zodat de ganache verder kan opstijven.

Haal het blik kokosmelk uit de koelkast. Als het goed is, vormt zich bovenaan in het blik een stevige vette kokoslaag en bevindt al het kokoswater* zich onderaan in het blik. Schep de vette laag er voorzichtig af, zonder dat ze zich met het waterige deel mengt. Doe het kokosvet in een maatbeker samen met de suiker. Snijd het vanillestokje open en schraap de zaadjes eruit. Doe ze bij het kokosvet. Klop met een elektrische garde op tot het kokosvet de consistentie van slagroom heeft.

Schep deze kokosroom op de chocoladeganache. Verdeel de halve aardbeien erover en serveer de taart onmiddellijk.

(* gebruik het kokoswater in een smoothie of soep)