de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Bruschetta met geroosterde biet, za’atar en appel-selderijkruimels vegan

bruchetta met rode biet ©Groene Prinses
Of ik nog eens een recept met rode biet wilde bedenken, vroeg een lezeres van mijn blog me een poosje geleden. Omdat ze het zo lief vroeg én omdat rode biet een razend interessante wintergroente is, ging ik de uitdaging graag aan.

Toch moet ik toegeven dat ik in eerste instantie weleens zucht als ik rode bieten in mijn groentetas aantref. Niet dat ik ze niet lekker vind, maar ze zijn niet bepaald ‘snel-klaar-groenten’ en het duurt dágenlang voor ik al dat rood uit mijn groenteplank krijg geschrobd.

Maar wat is de smaak van langzaam geroosterde bieten in de oven toch heerlijk aards en zoet! Totaal niet te vergelijken met het voorverpakte en plat gekookte spul uit de winkel.

Ik dresseerde mijn geroosterde bietjes op stukken knapperig brood, bestrooid met ‘kruimels’ van selderij en appel, en een vleugje za’atar. Een prima voorgerechtje voor een kerstmenu! Je kunt de bieten gerust een dag op voorhand roosteren, zodat je kerstavond stressvrij tegemoet kunt treden.

rode bietjes ©Groene Prinses
Met de geroosterde bieten kun je echter nog veel meer aanvangen: meng ze met gare linzen, veldsla en walnoten voor een heerlijke salade; pureer ze met look, verse kruiden en walnoten tot een verrassende dipsaus; of voeg ze toe aan risotto. Wie heeft er nog ideeën?

Misschien ten overvloede, maar toch: za’atar is een kruidenmengeling van o.a. oregano, sumak en sesamzaad. Je vindt za’atar kant-en-klaar in de winkel of je kunt het zelf maken. In sommige mengelingen zit grof zeezout; in andere niet. In dat laatste geval, kun je zelf nog wat zout toevoegen.

voor 4 personen

Ingrediënten
voor de bietjes:
• 8 kleine rode bietjes, geschild
• 3 el olijfolie
• 3 el balsamicoazijn
• 1,5 el ahornsiroop
• peper
• zout

• 4 grote sneden ciabattabrood (of 2 kleine ciabattabroodjes, doormidden gesneden)
• 1-2 el olijfolie
• 1 teen look, gepeld en gehalveerd

• een halve appel, geschild
• 2 stengels (bleek)selderij
• een vleugje citroensap
• 2-4 tl za’atar
• grof zeezout (optioneel)
• 4 blaadjes munt, ter garnering

Zo maak je het
Rooster eerst de bietjes. Verwarm daarvoor de oven tot 175° Celsius.

Snijd elke bietje in vier tot zes stukken. Leg ze in een braadslee. Sprenkel de olijfolie, de azijn en de siroop erover en hussel alles goed door elkaar. Bestrooi met peper en zout.

Dek de braadslee af met aluminiumfolie en zet ze in de oven. Laat ongeveer 1 uur roosteren.

Haal de folie eraf, roer alles nog eens goed door elkaar en zet opnieuw in de oven. Afhankelijk van de grootte van de stukken, moeten de bietjes nog ongeveer een halfuur roosteren. Het vocht zal nu ook indikken.

Roer regelmatig en test zo nu en dan de gaarheid. De bietjes zijn het lekkerst (vind ik) als ze goed gaar zijn, maar nog wel een stevige beet hebben.

Haal ze uit de oven en laat ze afkoelen.

Haal de vezels van de selderij. Snijd de appel en de selderij in piepkleine blokjes. Zo klein je kunt! Meng ze door elkaar en besprenkel ze met citroensap.

Strijk de sneden brood langs beide kanten in met olijfolie en wrijf er dan krachtig met de look over. Leg het brood op een bakplaat en rooster het in de oven (175° C) tot het lichtjes bruin en krokant is.

Snijd intussen de geroosterde bietjes in blokjes van ca. 1 bij 1 cm.

Leg op elk bord een sneetje geroosterd brood. Leg er wat blokjes rode biet op en besprenkel met wat van het rodebietenvocht. Bestrooi met za’atar (en eventueel grof zeezout). Leg er een eetlepel van de appel-selderijkruimels op en garneer met een blaadje munt.

Dien onmiddellijk op!

Zo maak je zelf yummie yoghurt

yoghurt met amandelen en kaneel ©Groene Prinses
Zelf yoghurt maken: de volgende stap in mijn grote fermenteeravontuur! De eerste keer begon ik eraan met een flinke dosis faalangst. Zou de melk wel echt in yoghurt veranderen? Hadden de bacteriën het warm genoeg? Zou de yoghurt niet zuur worden? Veel zorgen om niets, want totaal onverwacht had ik een fles vol yoghurt met een prachtige zacht-romige consistentie.

Bijna zou ik durven uitroepen dat yoghurt maken kinderspel is, maar dan overdrijf ik toch een ietsepietsie. Er zijn namelijk wel een paar dingen waar je op moet letten. Maar als je dat doet, kan er niet veel misgaan. Begin met een kookthermometer en grote glazen fles in huis te halen en de rest volgt vanzelf!

Ik maakte voor dit recept yoghurt met vanille en een heel klein beetje suiker, maar als je naturel yoghurt wilt, laat je die twee ingrediënten gewoon weg.

De yoghurt op de foto kleedde ik nog aan met geroosterde amandelen, honing en kaneel. Helemaal in kerstsfeer!

voor ca. 1 liter

Ingrediënten
• 1 l volle biomelk
• 4 el volle bioyoghurt (levende yoghurt, zonder smaakmakers en andere toevoegingen!)

• 1 vanillestokje (optioneel)
• 1 el kokosbloesemsuiker of ruwe rietsuiker (optioneel)

Zo maak je het
Laat voor je begint de yoghurt op kamertemperatuur komen. Zet de fles waarin je de yoghurt wilt maken op een warme plaats (bijv. de radiator) of vul ze met warm water. Doe hetzelfde met een klein kommetje.

De bacteriën die de melk in yoghurt omzetten doen dat alleen als ze het lekker warm hebben, dus het is vooral belangrijk om voor de juiste temperatuur te zorgen als je yoghurt wilt maken.

Snijd het vanillestokje doormidden en schraap de zaadjes eruit. Doe ze samen met de suiker bij de melk.

Giet de melk in een grote pan en verwarm hem heel geleidelijk aan tot 82° Celsius. Kijk op je kookthermometer! Laat de melk daarna afkoelen tot 42 à 46° Celsius, dat is de temperatuur die je nodig hebt voor fermentatie.

Vul het kommetje dat je hebt warm gemaakt met ca. 2 dl melk (van 42 à 46° C, dus) en roer de 4 eetlepels yoghurt erdoor.

Roer dit mengsel bij de rest van de melk en giet dit onmiddellijk in je (warme!) fles. Draai de stop erop en zet de fles op een warme plaats.

Het is belangrijk dat je fles met melk gedurende een paar uur de temperatuur van ca. 46° Celsius aanhoudt. Er bestaan yoghurtmakers die die temperatuur heel precies voor je creëren, maar je hoeft zo’n ding niet per se in huis te halen. Je kunt je fles ook in warmwaterbaden zetten die je constant op 46° Celsius probeert te houden of een isoleerkan gebruiken. Of je kunt, zoals ik, heel intuïtief te werk gaan. Ik wikkel mijn fles in een dikke wollen sjaal en zet ze op de radiator (die lekker warm is, maar niet loeiheet). Ik heb geen idee van de temperatuur tijdens het fermentatieproces en misschien heb ik al een paar keer ontzettend veel geluk gehad, maar na vier uur fermenteren had ik wat ik wilde hebben: yoghurt!

De eerste keer was mijn yoghurt lekker dik; de tweede keer fermenteerde ik hem maar drie uur en had ik eerder ‘drinkyoghurt’. Je moet dus een beetje uitzoeken wat je zelf het liefst hebt.

Fermenteer echter niet te lang, want dan kan alles gaan schiften.

Veel experimenteer- en fermenteerplezier!

(veel dank aan Sandor Ellix Katz; zijn boek The art of fermentation bracht me op het juiste yoghurtpad)

9 x supersnel vegan broodbeleg vegan

cashew-tomatenpesto ©Groene Prinses
‘Wat eet jij dan op je boterham?’ Het is de vraag die ik steevast te horen krijg wanneer ik vertel dat ik niet alleen vegetariër ben, maar ook nog eens geen kaas lust (behalve als die kaas gesmolten is of Parmezaanse kaas, maar da’s weer een heel ander verhaal). Ik kan me voorstellen dat veganisten nog vaker geconfronteerd worden met grote ogen en gefronste wenkbrauwen, want voor hen gaan antwoorden als ‘eiersla’ en ‘komkommersla’ ook al niet op.

Meestal heb ik de neiging om te antwoorden met een wedervraag: ‘Eet jij dan alleen kaas of vlees?’ Maar ik vrees dat ik dan een reactie als ‘nee, ook choco en confituur’ mag verwachten en dan is de lol er ook af.

Vanaf nu verwijs ik al wie nog vraagt wat ik op mijn boterham eet lekker door naar deze blogpost. Geen uitgebalanceerde recepten hier, maar gewoon een inspirerend lijstje voor belegjes die je in een handomdraai in elkaar flanst. Oké, toegegeven, dit beleg kost een tikje meer werk dan een pakje kaas uit de koelkast halen, maar langer dan tien minuten zul je er niet mee bezig zijn en de voldoening is zoveel groter!

Heb je wat meer tijd, probeer dan zeker de spreads uit de categorie broodbeleg uit! De tofoe-tomatenspread en de tapenade van zwarte olijf en kers zijn mijn favorieten.

Oosterse avocado
Beleg een boterham met schijfjes avocado of wat geprakte avocado. Besprenkel met tamari of shoyu (of andere sojasaus), wat versgeraspte gember als je die in huis hebt en véél zwarte peper. Gebruik een avocado die mooi rijp is; daarmee staat of valt het succes van deze sandwich.

Gebakken tofoe met tapenade of pesto
Sprenkel wat tamari of shoyu (of andere sojasaus) over een paar plakjes tofoe. Bak de plakjes krokant in een koekenpan. Besmeer een boterham met tapenade (zonder ansjovis!) of pesto (zonder kaas) en leg de plakjes tofoe erop. Leg er een tweede boterham op en verorber onmiddellijk!

Cashew-tomatenpesto (zie foto)
Laat een flinke handvol cashewnoten een nachtje weken. Giet ze af en doe ze met een paar eetlepels halfgedroogde tomaatjes, peper en zout en wat verse kruiden in de keukenmachine. Mix tot een gladde spread.

Kruidige kokosboter
Te simpel voor woorden, maar toch lekker. Besmeer een boterham met een laagje (niet-vloeibare) kokosolie. Bestrooi met een kant-en-klare kruidenmix zoals za’atar (op basis van sesam, sumak en tijm) of dukkah (op basis van noten, koriander en komijn).

Tempéplakjes met mosterd en zuurkool
Marineer een paar gerookte tempéplakjes in wat tamari of shoyu (of andere sojasaus). Bak ze krokant in een koekenpan. Beleg een broodje met de tempéplakjes, smeer er wat mosterd op en schep er flink wat rauwe zuurkool bij.

Veggiespread met gemarineerde artisjokhartjes
Voor als het echt snel moet gaan, want hiervoor gebruik ik kant-en-klare veggiespread van de winkel. De ‘tartino’ van La vie est belle vind ik bijvoorbeeld lekker. Om deze spread een beetje te ‘pimpen’ leg ik er gemarineerde artisjokhartjes uit bokaal op.

Veganaise met veel tuinkers
Smeer een laagje veganaise (of mayonaise voor de niet-veganisten) op een boterham en leg er flink wat verse tuinkers op.

hazelnoot-ahornchoco ©Groene Prinses
Hazelnoot-ahornchoco (zie foto)

Zoet kan natuurlijk ook. Dit beleg is zelfs mijn ultieme favoriet. Zo ontzettend veel beter dan choco uit een potje! Mix 1 theelepel ongezoet cacaopoeder met 0,5 theelepel kaneelpoeder en 1 flinke theelepel ahornsiroop. Roer hierdoor 1 eetlepel notenpasta. Ik gebruik altijd hazelnoot-amandelpasta, maar ik kan me voorstellen dat pindakaas een lekker ‘snickers-effect’ geeft. Je kunt natuurlijk meer maken; deze hoeveelheden geven alleen maar de verhouding weer.

Pindakaas met banaan en een vleugje cacao
Bestrijk een boterham met pindakaas, leg er schijfjes banaan op en bestrooi met wat cacaopoeder.

En jullie, wat eten jullie op de boterham? Wie heeft er nog lekkere veganistische ideeën?

Snelle maaltijdsoep met ravioli en wortelpeterselie

soep met ravioli en wortelpeterselie ©Groene Prinses
Kant-en-klaarmaaltijden haal ik zo weinig mogelijk in huis. Je weet wel: ze zijn niet gezond, duur voor wat je krijgt en meestal behoorlijk belastend voor de afvalberg. Maar soms zijn ze oh zo gemakkelijk … En er zijn momenten – ik kan het ook niet helpen – dat ik ontzettend veel zin heb in kant-en-klare ravioli. Die bestaat ook in veggie bioversie, dat maakt het al een stuk minder erg, toch? ;-)

Op dagen dat ik echt geen fut of tijd heb om te koken roer ik snel wat kant-en-klare (bio!)pesto door de ravioli, maar als ik meer tijd heb, probeer ik van de ravioli iets te maken dat lijkt op een ‘echte maaltijd’. Met wat bouillon, een handjevol groenten en een restje gare peulvruchten maak je in een mum van tijd een weldadige maaltijdsoep.

Je hoeft natuurlijk niet strikt het onderstaande recept te volgen; gebruik gerust de groenten en peulvruchten die je nog in huis hebt.

voor 2-3 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 1 prei, gewassen en in halve ringen gesneden
• 2 wortelen, geschild en in blokjes
• 3 stuks wortelpeterselie, geschild en in blokjes
• een paar savooikoolbladeren (liefst van de binnenkant), in reepjes
• een restje gare kikkererwten
• 1 liter lekkere groentebouillon
• 1 pakje kant-en-klare vegetarische ravioli
• peper en zout
• eventueel wat verse kruiden zoals basilicum of peterselie, grof gehakt

Zo maak je het
Verwarm de olijfolie in een grote kookpan. Stoof de prei enkele minuten. Voeg de wortel- en wortelpeterselieblokjes toe en stoof nog enkele minuten. Overgiet met de groentebouillon en laat een 5-tal minuten koken.

Voeg de kikkererwten en de savooireepjes toe en laat nog een paar minuten koken tot de groenten beetgaar zijn.

Voeg de ravioli toe en kook volgens de instructies op de verpakking.

Kruid met peper en zout.

Schep de soep in kommen en bestrooi met de gehakte kruiden.

Amandel-kweepeergalette vegan

amandel-kweepeergalette ©Groene Prinses
Kweeperen, die knoestige gele vruchten die op misvormde peren of appels lijken, belandden vandaag voor het eerst in mijn keuken. Ik at al weleens kweepeergelei en de ‘stijvere’ variant ervan: membrillo. De heerlijke geur en smaak van deze vrucht waren me dus wel vertrouwd.
Een grijze dag als vandaag leek me ideaal voor een kweepeerbakexperiment. En zo geschiedde.

kweeperen ©Groene Prinses

Een galette is een erg eenvoudig taart. Je kiepert een vulling naar keuze op je deeglap en vouwt de randen om, met een mooi ‘rustiek’ uitzicht als resultaat. Zelfs voor keukenklunzen een koud kunstje! Maar doordat ik per se met het deeg wilde knoeien, draaide mijn galette wat minder mooi uit dan verwacht.

Normaal gezien maak je galettedeeg met boter, maar ik wilde een veganistische taart. Aangezien ik niet van margarine houd, zou ik de boter vervangen door extra vergine kokosolie. Gezond, lekker, vegan … kortom, iedereen gelukkig! Helaas blijkt kokosolie toch niet hetzelfde resultaat te geven als boter. Mijn deeg was namelijk héél bros en bij de minste beweging brokkelde mijn deegjasje uit elkaar. Lekker was de taart gelukkig wel. Maar de volgende keer gebruik ik misschien toch maar weer boter …

Veganisten kunnen er ook voor kiezen om het deeg van mijn herfstfruittaartjes op basis van olijfolie te gebruiken. Dat lukte wel erg goed. Wie geen zin heeft in deeggedoe, kan natuurlijk een rol kant-en-klaar kruimeldeeg gebruiken. Je taart wordt dan een tikje minder home made, maar je maakt ze wel in een handomdraai.

voor 4 personen

Ingrediënten

voor de kweeperen:
• 2 kweeperen
• het sap van 1 citroen
• 4 dl water
• 2 el kokosbloesemsuiker + 2 el extra

voor het deeg:
• 200 g speltmeel
• 100 g harde kokosolie (of koude boter)
• 2 el kokosbloesemsuiker
• 1 snufje zout
• ca. 5 el ijskoud water

voor de amandelvulling:
• 100 g blanke amandelen, fijn gemalen
• rasp van een halve sinaasappel
• 1 tl kaneel
• 3 el ahornsiroop

Zo maak je het
Doe het citroensap, 4 dl water en 2 eetlepels koksobloesemsuiker in een kookpan. Schil de kweeperen, haal het klokhuis eruit en snijd de vruchten in plakjes. Leg ze onmiddellijk in het citroenwater.
Breng alles aan de kook en laat op een zacht vuurtje ongeveer 20 minuten stoven, tot de kweeperen zacht zijn, maar niet plat. Laat afkoelen.

Meng het speltmeel met de suiker en het snuifje zout. Kneed met de keukenmachine of met je vingertoppen de kokosolie (hard, niet vloeibaar!) door het meel tot je grove kruimels hebt. Voeg beetje bij beetje het ijskoude water toe. Misschien heb je wat meer of wat minder water nodig; de bedoeling is dat je een samenhangend, niet plakkerig deeg krijgt. Kneed het niet te lang. Wikkel het deeg in folie of leg het in een plastic bakje en leg het een halfuur in de koelkast.

Meng alle ingrediënten voor de amandelvulling goed door elkaar.

Haal de kweepeerschijfjes uit het vocht en laat ze goed uitlekken. Meng ze met 2 eetlepels kokosbloesemsuiker. [Giet het vocht niet weg! Je kunt het opdrinken als limonade, eventueel gezoet met wat extra kokosbloesemsuiker of honing en gekoeld met ijsblokjes.]

Verwarm de oven voor tot 200° Celsius.

Rol het deeg op een vel bakpapier uit tot een min of meer ronde lap, van enkele millimeters dik. Schep de amandelvulling in het midden van de lap en spreid ze uit. Laat een brede rand vrij. Schik de kweepeerschijfjes op de amandelvulling. Vouw de randen van het deeg naar binnen, zodat een deel van de vulling bedekt raakt.

Bak de taart ongeveer 30 minuten in de warme oven, tot het deeg bruin kleurt. Laat de taart afkoelen op een taartrooster. Snijd in punten en serveer.

Mijn beste pastinaakrecepten (ook voor wie niet van pastinaak houdt!)

pastinaak ©Groene Prinses
Nu de dagen kouder worden, is het weer volop tijd voor pastinaak in de keuken. Deze witte wortel, met een aardse aromatische smaak, is namelijk het lekkerste als hij geoogst wordt na een periode van koude of vorst. Hij smaakt dan zoeter en naar mijn gevoel ook wat ‘romiger’.

Eigenlijk ben ik zelf geen grote pastinaakfan. Soms vind ik het aroma een tikje te scherp. Maar als pastinaak omringd wordt door de juiste ingrediënten, ga ik helemaal overstag.

Ik dook in mijn archieven en diepte mijn meest smakelijke pastinaakrecepten op. Wedden dat je met deze gerechten vaak niet eens beseft dat je pastinaak aan het eten bent?

Voor wie nog een argument nodig heeft om aan de slag te gaan: pastinaak is een gezond goedje. Deze wortel bevat bijvoorbeeld een flinke hoeveelheid calcium. Goed voor sterke botten!

Pastinaakhapjes met walnoot & dadel
Deze hapjes combineren zoete en hartige smaken en doen het prima op een feestelijke tafel.

Pastinaaksoep met vanille en amandelkruim
Vanille in een hartige soep?! Yep, probeer het maar eens voor je je neus ophaalt :-) Deze soep is een van de toprecepten op mijn blog!

Sushi van pastinaak‘rijst’
100% rauw. Want de rijst in deze sushi wordt vervangen door fijngemalen en gemarineerde pastinaak. Voor wie op warme winteravonden toch wat verfrissing kan gebruiken …

Pastinaakcake met ahornglazuur
Omdat pastinaak van nature een zoete smaak heeft, is deze groente een succes in desserts. Deze kruidige cake ruikt al een beetje naar kerst.

Welke pastinaakrecepten staan er in jouw favorietenlijst?

Pompoensoep op Sylter wijze vegan

Sylt Keitum ©Groene Prinses
De plaatselijke supermarkt of kruidenier verkennen vind ik een van de leukste dingen op vakantie. Toen mijn Geliefde werd uitgenodigd om afgelopen week een concert te spelen in Keitum, op het Duitse waddeneiland Sylt, (en ik mee mocht :-) ) was ik dan ook blij dat we een appartementje ter beschikking kregen in plaats van een hotelkamer. Een appartement met keuken biedt immers de perfecte gelegenheid om te gaan shoppen.

Streekspecialiteiten
Keitum is bijzonder klein en beschikt dus ook over een klein supermarktje. We verwachtten niet veel bijzonders, ook al had ik al eerder ervaren dat kleine buitenlandse supermarktjes in kleine buitenlandse dorpjes vaak veel meer in petto hebben dan een grootstedelijke supermarkt bij ons. Naast typisch supermarktspul vind je er immers vaak lokale ambachtelijke specialiteiten. En dat was in Keitum niet anders.

Ik botste er al meteen op een mooi assortiment biologische vruchtensappen. Een beetje verderop bleef ik minutenlang dralen bij de potjes jam en honing uit de streek. Ik vond Sylter theemelanges en Sylter zeezout en verbaasde me over het best wel ruime bio-aanbod. En – wat minder streekgebonden, maar toch nog uit de ruime omgeving – er was de top-marsepein van Niederegger uit Lübeck!
Als een kind in een speelgoedwinkel dwaalde ik door de gangen, terwijl mijn Geliefde volgde met een almaar zwaarder winkelmandje.

Sylt Keitum 2 ©Groene Prinses
Pittige pompoenpitolie
Mijn kroonstuk werd een flesje geroosterde pompoenpitolie. Die olie komt eigenlijk helemaal niet uit Sylt, maar uit Oostenrijk. Om een of andere reden is het eilandje echter dol op de Oostenrijkse olie en laat het geregeld een hele lading flesjes overkomen. De olie duikt dan ook op tal van menukaarten in Keitumse restaurants op. Ik proefde van een romig pompoensoepje waar wat van de olie over gesprenkeld was. Heerlijk! En dus wilde ik zo’n flesje om thuis zelf te experimenteren …

Pompoenpitolie is niet alleen lekker, maar naar verluidt ook gezond. Ik ben geen wetenschapper en kan zelf niet de proef op de som nemen, maar de olie zou onder andere helpen bij kaalheid en prostaatproblemen.

pompoensoep met pompoenpitolie ©Groene Prinses
Driemaal pompoen

Intussen maakte ik mijn eigen versie van de pompoensoep die ik proefde op Sylt: met butternutpompoen, geroosterde pompoenpitten en geroosterde pompoenpitolie. Normaal gezien geef ik pompoensoep graag een oosters tintje: met veel gember, specerijen als koriander en komijn, en af en toe een vleugje kokosmelk. Maar nu niet. Ik heb deze pompoensoep heel eenvoudig en zacht van smaak gehouden, zodat het notige karakter van de pompoenpitten en de olie mooi naar voren komt.

In plaats van butternutpompoen kun je net zo goed een andere soort gebruiken, hokkaido bijvoorbeeld. Je hoeft de pompoen niet te schillen, maar als je een fijn en glad resultaat wilt, doe je dat beter wel.

voor 4 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 1 stengel prei
• 2 stengels selderij
• 1 (butternut)pompoen
• 1 l hete groentebouillon
• 1 flinke scheut (soja)room
• peper, zout en versgeraspte nootmuskaat

voor de garnering:
• 4 x 1 tl pompoenpitolie
• 3 el pompoenpitten
• 1 scheutje tamari of shoyu (of andere sojasaus)

Zo maak je het
Was de prei- en de selderijstengels en snijd ze in stukjes. Verhit de olijfolie in een ruime kookpan en stoof de prei- en selderijstukjes een paar minuten.

Schil de pompoen, als je dat wilt. Verwijder de zaden en snijd de pompoen in blokjes. Voeg ze bij de prei en selderij en stoof ongeveer 5 minuten.

Voeg de groentebouillon toe en laat alles ongeveer 15 minuten zachtjes koken, tot de groenten gaar zijn.

Pureer de soep met een staafmixer. Roer er een scheut room door en breng op smaak met peper, zout en nootmuskaat.

Rooster de pompoenpitten in een droge koekenpan tot ze geurig worden en zachtjes kleuren. Draai het vuur uit en giet een klein scheutje tamari of shoyu in de pan. Roer goed, kieper de pitten in een potje en laat ze afkoelen.

Besprenkel elke portie soep met een theelepel pompoenpitolie en wat geroosterde pompoenpitten.

Pizza bianca met savooikool en scamorza

pizza met savooikool en scamorza ©Groene Prinses
Doordat savooikool vaak in stoof- of stamppot belandt, dicht je hem niet meteen een mediterraan imago toe, maar toch is deze groene koolsoort afkomstig uit het Middellandse Zeegebied. Ik combineer hem dan ook graag met andere mediterrane ingrediënten.

Scamorza is een kaas uit het zuiden van Italië, die net als mozzarella goed smelt en zacht is van smaak. Ongesmolten is scamorza echter veel steviger van structuur. Je vindt hem ook gerookt en het is precies die gerookte smaak die ik heerlijk vind passen bij savooikool en olijven.

Het is niet zo makkelijk om hier scamorza te vinden, dus je gaat het best op zoek naar een winkel met Italiaanse specialiteiten. Voor wie in (de buurt van) Antwerpen woont, tip ik graag Sette Piatti, een winkel met voortreffelijke Italiaanse producten.

Voor het pizzadeeg kun je het recept gebruiken dat ik al eens eerder postte, of je eigen favoriete pizzadeegrecept. Ik probeerde onlangs voor het eerst de no-knead-methode van Jim Lahey voor pizzadeeg, maar had helaas niet de tijd om het deeg echt lang genoeg te laten rijzen. Het gehoopte resultaat bleef dus een beetje uit, maar als je het mooi volgens de regels uitvoert, zou het weleens erg lekkere pizza’s kunnen opleveren :-)

voor 2 pizza’s

Ingrediënten
• een portie pizzadeeg voor twee pizza’s

• ca. 12 bladeren van de savooikool
• 20 zwarte olijven, ontpit
• 2 uien, in dunne ringen
• 2 el olijfolie
• 2 tl rozemarijn (gedroogd of vers en fijngehakt)
• 200 g gerookte scamorza, in kleine blokjes gesneden
• peper en zout

Zo maak je het
Verwarm de oven voor tot 225° Celsius.

Verwijder de harde nerven uit de savooikoolbladeren. Breng een ruime pan gezouten water aan de kook en blancheer de savooikoolbladeren ongeveer 4 minuten. Laat ze uitlekken en dep ze droog.

Verhit de olijfolie in een hapjespan en stoof de uiringen tot ze glazig worden. Snijd de savooikoolbladeren in smalle reepjes en roerbak ze 5 tot 10 minuten mee met de ui, tot de bladeren gaar zijn, maar nog wel voldoende ‘beet’ hebben. Kruid met de rozemarijn en peper en zout.

Rol het deeg uit tot twee pizzabodems en beleg ze met de savooikool, de olijven en de scamorza.

Bak de pizza’s 5 tot 10 minuten in de hete oven en dien ze onmiddellijk op.

Mijn ‘krachtvoer’-oogst

krachtvoer©Groene Prinses
Het afgelopen weekend, 18 en 19 augustus oktober 2014, vond in Antwerpen de tweede editie van Krachtvoer plaats, een festival over eten met tal van workshops, filmvoorstellingen, lezingen en een markt met kraampjes van en voor foodies.

Voor de workshops, waarvoor je apart moest inschrijven, was ik helaas hopeloos te laat, maar gelukkig kon ik gisteren wel een lezing over fermentatie meepikken. Dat ik al een poosje geboeid ben door fermentatie lees je in mijn koolrabipost; gisteren werd echter algauw duidelijk dat er nog héél wat te experimenteren valt.

Gedeelde passie
Tijdens de lezing waren afwisselend Rose Greene – souschef van sterrenrestaurant In De Wulf – en Sarah Lebeer – microbiologe aan de Universiteit Antwerpen – aan het woord. Ze delen hun passie voor fermentatie, maar benaderen die elk vanuit hun specifieke achtergrond. Dat leverde een mooi samenspel van culinaire gedrevenheid en wetenschappelijke informatie op.

Toen we een gefermenteerd stukje wortel uit de keuken van Rose mochten proeven, bleek dat mijn eigen gefermenteerde worteltjes al aardig op weg zijn, maar toch nog heel wat finesse nodig hebben om net zo complex te smaken. Mijn fermenteerenthousiasme werd echter flink aangepord! Want ook al kan de wetenschap nog niet staalhard bewijzen dat gefermenteerde producten gezond voor je zijn, er wijst wel heel veel in die richting. En dat je bijzondere smaken kunt creëren hoef je natuurlijk niet te bewijzen; dat proef je zo.

Terwijl onze westerse beschaving zo geobsedeerd is door hygiëne en bang is van microben, dreigen we te vergeten dat we tal van microben net kunnen gebruiken voor ons eigen welzijn.

Geheimen in potjes
De bokalen vol miso’s, groenten, bruisende drankjes en gefermenteerde notenmengsels doen een beetje geheimzinnig aan, maar gelukkig gaven Rose en Sarah prijs dat het boek The art of fermentation van Sandor Katz een schat aan informatie biedt voor wie zelf aan de slag wil. Ik had al vaker van Katz gehoord, maar zijn ‘fermentatiebijbel’ had ik nog nooit eerder in handen. Maar – driewerf hoera! – op de Krachtvoer-markt kon ik een exemplaar bemachtigen!

Op diezelfde markt tikte ik bij Els van Njamelicious ook nog een potje za’atar op de kop: een Midden-Oosterse melange van sesamzaad, grof zout en kruiden. Toen ik ‘s avonds over The art of fermentation gebogen zat, opende ik het potje even om eraan te ruiken. Een heerlijk geur waaide me tegemoet en deed me dromen van lekkere gerechten en eigen melanges.

Mijn oogst? Een klein geurig potje, een boek over bokalen vol boeiende en borrelende smaken en vooral een vat vol inspiratie om mijn eigen krachtvoerpotjes te maken. To be continued!

Charlie’s: een nieuw lekker adresje in Antwerpen

charlies ©Groene Prinses
Lekker laat ontbijten, smakelijk lunchen of genieten van een bijzonder kopje koffie of chocolademelk met huisgemaakt gebak erbij: bij Charlie’s kan het allemaal.

Ik beland samen met mijn zus en mijn Geliefde in dit relatief nieuwe adresje op het Antwerpse Zuid en proef er een panino met mozzarella, zongedroogde tomaatjes en rucola, vergezeld van een slaatje. Naast panini vind je op de lunchkaart ook nog quiche en verse soep met brood. De gerechtjes zijn eenvoudig, maar lekker. Meer moet dat niet zijn!

De drankenkaart biedt een stuk meer keuze. Van zelfgemaakte limonades, over cocktails, tot een zeer ruim assortiment warme dranken: biologische thee, allerlei koffievariaties en yummie chocolademelk! Ik drink een heerlijke kop donkere chocolade-amandelmelk en steel een paar hapjes taart bij Geliefde en zus. (Yep, ik ben zo’n vervelend iemand die bijna nooit zelf dessert neemt, maar dan wel wil proeven van wat haar tafelgenoten nemen ;-) )

Mijn zus vertelt dat ze ook al lekker ontbeten heeft bij Charlie’s en dat lijkt me zeer geloofwaardig wanneer ik de kaart bestudeer. Geen standaardontbijtjes met eieren en spek, maar formules waarvan ook een vegetariër gaat watertanden: groentetapenades, vijf soorten zelfgemaakte choco … Ik wil snel een keertje terugkomen voor zo’n ontbijt!

Charlie’s is gezellig, maar niet heel groot, dus als je zeker wilt zijn van een plekje kun je maar beter reserveren. Super dat er weer een nieuwe Antwerpse stek is waar het zo goed toeven is!