de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Pasta met boterbonen en bonte tomaten vegan

pasta met boterbonen en bonte tomaten Groene Prinses
Nóg een gerechtje met boterbonen of gigantes! Jaar van de peulvrucht, weet je wel. Hoewel ik gewoon moet toegeven dat ik zot ben op die bonen. Hier combineer ik ze met een verzameling bont gekleurde tomaatjes en geroosterde paprika’s. Een simpel, maar o zo oogstrelend gerechtje, dat barst van de smaak als je voor goede tomaten kiest.

Eh, goede tomaten? Probeer zachte, zongerijpte exemplaren te vinden. Kies bij voorkeur voor een mengeling van oude rassen, omdat je dan de mooiste waaier aan verrassende smaken krijgt.

Zin in meer boterbonen? Kijk dan hier en hier!

voor 2 personen

Ingrediënten
• 2 rode paprika’s
• 250 g gare boterbonen (=reuzenbonen, gigantes) (uit blik, of geweekt en gekookt)
• 400 g tomaten (bij voorkeur een mix van oude rassen, in verschillende kleuren)
• 1 flinke teen look
• olijfolie
• 1 tl gedroogde oregano
• 250 à 300 g pasta naar keuze (ik gebruikte halfvolle speltlinguine)
• een flinke handvol verse basilicum, in reepjes gescheurd
• peper en zout (bijv. fleur de sel)

om te serveren:
• extra basilicum
• (vegan) Parmezaanse kaas (een prima recept vind je hier; ik kies echter meestal voor een mix van sesamzaad, cashewnoten en pijnboompitten in plaats van louter cashewnoten)

Zo maak je het
Rooster eerst de paprika’s. Verwarm daarvoor de grill van de oven. Leg de paprika’s in een ovenschaal en zet ze onder de grill. Draai de paprika’s om de vijf minuten een kwartslag om, zodat alle zijden geroosterd worden. Rooster tot het vel van de paprika’s zwart geblakerd is.

Haal de paprika’s uit de oven en doe ze onmiddellijk in een hittebestendig plastic zakje. Sluit het zakje af en laat de paprika’s afkoelen. Op deze manier zal het vel gemakkelijk loskomen.

Was de tomaten. Snijd kleine tomaatjes doormidden of in vieren. Snijd grotere tomaten in stukjes.

Zijn de paprika’s afgekoeld? Verwijder dan het vel, de steeltjes en de zaadlijsten. Snijd het vruchtvlees in stukjes van ca. 2 bij 2 cm.

Schenk wat olie in een kookpan. Pers de look erin uit en fruit hem heel kort aan. Voeg de paprikastukjes toe, samen met de oregano. Laat een paar minuten pruttelen met het deksel op de pan.

Kook de pasta beetgaar in gezouten water.

Roer één à twee eetlepels van het kookvocht van de pasta door de saus van paprikastukjes. Voeg ook de boterbonen toe. Warm nog even door.

Hussel de gare pasta, de tomaatjes, de gescheurde basilicum, een scheut olijfolie en de paprika-boterbonensaus door elkaar. Breng op smaak met peper en zout.

Serveer onmiddellijk met meer basilicum en (vegan) Parmezaanse kaas.

Maisfritters met kokostzatziki vegan

Maisfritters met kokostzatziki Groene Prinses
Al sinds mijn kindertijd vind ik het heerlijk om mijn tanden in een jonge, perfect gegaarde maiskolf te zetten. Die zoete, knapperige korrels zijn voor mij het toppunt van het oogstseizoen. Maar verder ben ik eigenlijk helemaal niet zo’n maisfan. Maiskorrels uit blik doen me denken aan trieste salad bars zonder inspiratie.

Voor één maisgerechtje maak ik echter een uitzondering: pannenkoekjes of fritters! (fritter is het Engelse woord voor beignet, maar dekt volgens mij beter de lading dan beignet…)

Met een lekker dipsausje erbij zijn deze fritters heerlijk als hapje of voorgerechtje. Geef je er een rijke salade bij, dan heb je meteen een complete maaltijd.

Door tzatziki met kokosyoghurt in plaats van ‘gewone’ yoghurt te maken, krijgt hij een exotisch tintje dat perfect past bij de enigszins oosterse fritters. En het gerecht wordt zo meteen vegan-proof!

voor ca. 2-4 personen (afhankelijk van wat je er nog bij serveert)

Ingrediënten
200 g gare maiskorrels (vers van de kolf, of diepvries of uit bokaal)
• 50 g kikkererwtenmeel
• 1 chilipeper, zonder pitjes en fijngehakt
• een handjevol korianderblad, gehakt
• 0,5 tl paprikapoeder
• 0,5 tl kurkuma
• 0,5 tl bakpoeder
• 1 dl water
• 1 tl olijfolie (+ extra om te bakken)
• peper en zout

voor de tzatziki:
• 1/2 komkommer
• 150 g kokosyoghurt
• ca. 10 muntblaadjes, gesnipperd
• 1 teentje look, geperst
• 1 el olijfolie
• peper en zout

Zo maak je het
Meng het kikkererwtenmeel met het paprikapoeder, de kurkuma en het bakpoeder. Roer er beetje bij beetje het water door, tot je een egaal beslag hebt.

Meng er vervolgens de olijfolie, de maiskorrels, de chilipeper en het korianderblad door. Breng op smaak met flink wat peper en zout.

Laat het beslag eventjes rusten.

Rasp de komkommer of snijd hem in piepkleine blokjes. Probeer er zo veel mogelijk water uit te persen en giet dat weg.

Meng de komkommer met de yoghurt, de olijfolie, de look en de muntblaadjes. Breng op smaak met peper en zout. Zet de tzatziki in de koelkast.

Laat een koekenpan goed heet worden, anders blijven de fritters plakken. Schenk er ruim olijfolie in en laat er telkens een flinke eetlepel beslag in vallen. Keer de pannenkoekjes om als de bovenkant ‘droog’ is en de onderkant goudbruin. Bak ook de andere kant goudbruin.

Eventueel kun je ook lepels beslag frituren in een frietketel. Kijk wel uit voor ‘ploffende’ maiskorrels! (ook in een gewone pan kunnen ze ploffen)

Laat de fritters uitlekken op keukenpapier en serveer ze onmiddellijk met de tzatziki.

Speltfocaccia & artisjok-boterbonenhummus vegan

artisjokhummus met focaccia Groene Prinses
Je zou het niet meer echt verwachten na de afgelopen dagen, maar het wordt toch nog écht een beetje zomer. En wel dit weekend. Daar hoort wat mij betreft wat mediterrane flair bij. Knapperige focaccia, smaakvolle hummus, een tafeltje op het terras, een glaasje wijn … Je snapt het plaatje wel, niet? ;-)

Dat je eindeloos kunt variëren op hummus, moet ik je ongetwijfeld niet meer vertellen. Ik ben een reuzefan van reuzenbonen of boterbonen, dus gebruik ik die in plaats van kikkererwten. En op artisjok ben ik altijd stapelgek geweest. Een gedroomde combinatie dus!

De focaccia maak je zonder te kneden en dat is mooi meegenomen als het warm is. Een beetje geduld heb je wel nodig en je moet eraan denken om op tijd je deeg klaar te maken. Het vleugje boekweitmeel geeft een heerlijke volle smaak aan het brood.

Dit is een voortreffelijk ‘hapje vooraf’, maar geef er nog een salade bij en je hebt een complete maaltijd.

speltfocaccia Groene Prinses
voor 2-4 personen (afhankelijk van wat je er nog bij eet)

Ingrediënten

voor de focaccia:
• 150 g speltmeel (ik gebruik een mengeling van 1/3de volkoren en 2/3de wit)
• 25 g boekweitmeel
• 1/3de tl droge gist
• 2/3de tl zout
• 1 el olijfolie
• 1 tl rozemarijn
• zoutvlokjes

voor de hummus:
• 250 g gare boterbonen (=reuzenbonen, gigantes) (uit blik, of geweekt en gekookt)
• 1 bokaal artisjokhartjes op olie
• 1 tl tahin
• het sap van een halve citroen
• 1 dl olijfolie
• een handjevol basilicumblaadjes
• peper en zout
• 1 teentje look, grof gehakt (optioneel)

Zo maak je het
Doe het spelt- en boekweitmeel in een grote kom. Roer de droge gist en het zout erdoor. Voeg beetje bij beetje lauwwarm water toe, ongeveer 1,5 dl in totaal. Roer alles snel door elkaar. Soms heb je wat meer of wat minder water nodig. Je deeg moet behoorlijk plakkerig en vochtig zijn, maar ook weer niet té nat. Dek het deeg af met plasticfolie of een deksel en laat het minstens 8 uur rijzen op een warme plaats.

Na die eerste rijstijd, bekleed je een vierkante bakvorm (ca. 20 bij 20 cm) met bakpapier. Strooi wat bloem op je aanrecht en kieper het deeg erop. Bestrooi het deeg ook langs de bovenkant met bloem. Duw het voorzichtig tot een platte vierkante lap. Vouw dan elke zijde een keer naar binnen, zodat je weer een vierkant krijgt. Leg dit met de naad naar onderen in de bakvorm. Dek de vorm af en laat het deeg nog een uur rijzen.

Verwarm de oven voor op 240° Celsius.

Bestrijk het deeg met olijfolie. Duw met je knokel kuiltjes in het deeg. Strooi rozemarijn en zoutvlokjes over het deeg.

Zet het brood gedurende 10 à 15 minuten in de warme oven, tot het goudbruin en gaar is.

Laat het een beetje afkoelen op een rooster.

Terwijl het brood bakt, maak je de hummus. Haal de artisjokjes uit de olie. Doe ze samen met de bonen, de tahin, het citroensap, de look (als je die gebruikt) en de basilicum in een keukenmachine. Mix alles fijn. Voeg dan beetje bij beetje de olijfolie toe en mix tot je een smeuïge brij hebt. Breng op smaak met peper en zout.

Serveer de focaccia – nog enigszins lauw – met de hummus. Smakelijk!

Aardbeientaart met kokos & chocola vegan

vegan aardbei-kokostaart Groene Prinses
Van een vriendin kreeg ik enkele weken geleden een mooie groene taartschaal cadeau. Die moest natuurlijk ingewijd worden! Dit aardbeientaartje met een kruimelige bodem, een chocoladelaag en romige kokosvulling leek me ideaal.

De taart is 100 procent plantaardig. Het deeg is bovendien gemaakt van boekweit, haver en cashewnoten, zodat ook mensen met een glutenintolerantie ervan kunnen smullen.

Vier de zomer en geniet!

voor 4 personen (of 2 gulzige genieters)

Ingrediënten
voor de taartbodem:
• 50 g boekweitmeel
• 50 g (glutenvrij) havermeel (ik maal havermout fijn met een keukenmachine)
• 50 g cashewnoten (fijngemalen)
• 50 g kokosolie, gekoeld
• 2 el ahornsiroop
• eventueel een beetje ijskoud water

voor de chocoladeganache:
• 40 g pure chocola, in stukjes
• 4 el kokosmelk

voor de kokosroom:
• 1 blik van 400 g volvette kokosmelk (minstens 8 uur gekoeld!)
• 3 el ruwe rietsuiker of kokosbloesemsuiker
• 1 vanillestokje

• een 20-tal aardbeien, gehalveerd

vegan aardbei-kokostaart2 Groene Prinses
Zo maak je het

Zet het blik kokosmelk een nachtje of minstens 8 uur op voorhand in de koelkast. Het is belangrijk om echt vette kokosmelk te gebruiken, zonder emulgatoren en verdikkingsmiddelen.

Meng voor het deeg boekweitmeel, havermeel en fijngemalen cashewnoten. Meng er in de keukenmachine de kokosolie in brokjes door, tot je een kruimelig mengsel krijgt. Voeg de ahornsiroop toe en kneed snel tot je een samenhangend deeg hebt. Is je deeg te droog of te brokkelig? Voeg dan een heel klein beetje ijskoud water toe.

Rol het deeg tot een bol, wikkel het in plasticfolie en leg het minstens een halfuur in de koelkast.

Verwarm de oven voor tot 175° Celsius. Bekleed een taartvorm (ca. 20 cm doorsnede) met bakpapier.

Haal het deeg uit de koelkast. Duw het enigszins plat en leg het in je taartvorm. Duw het deeg vervolgens beetje bij beetje uit tot de bodem van de taartvorm bedekt is en je een opstaande rand van deeg hebt.

Zet de taartvorm ongeveer 20 minuten in de oven, of tot je een goudbruine taartbodem hebt. Laat vijf minuten afkoelen in de vorm. Haal de taartbodem dan met bakpapier en al uit de vorm en laat volledig afkoelen op een taartrooster.

Smelt de chocolade au bain-marie. Voeg dan beetje bij beetje de 4 eetlepels kokosmelk toe en roer telkens goed.

Schep de chocoladeganache in de afgekoelde taartbodem. Laat de ganache eerst even buiten de koelkast afkoelen en zet de taart vervolgens in de koelkast, zodat de ganache verder kan opstijven.

Haal het blik kokosmelk uit de koelkast. Als het goed is, vormt zich bovenaan in het blik een stevige vette kokoslaag en bevindt al het kokoswater* zich onderaan in het blik. Schep de vette laag er voorzichtig af, zonder dat ze zich met het waterige deel mengt. Doe het kokosvet in een maatbeker samen met de suiker. Snijd het vanillestokje open en schraap de zaadjes eruit. Doe ze bij het kokosvet. Klop met een elektrische garde op tot het kokosvet de consistentie van slagroom heeft.

Schep deze kokosroom op de chocoladeganache. Verdeel de halve aardbeien erover en serveer de taart onmiddellijk.

(* gebruik het kokoswater in een smoothie of soep)

Fleurige veggiebowl vegan

kleurrijke veggie bowl Groene Prinses
Ik vind een ‘bowl’ een geweldig maaltijdconcept: je neemt een grote kom en je vult die met allerlei lekkers. Simpel, toch? Soms wel en soms niet … Want eigenlijk maak je zo’n bowl zo complex als je zelf wilt. Gewoon wat rijst of andere granen met een lekkere curry erbij is al voldoende om over een ‘bowl’ te spreken. Maar in de meest smakelijke kommen komen wat mij betreft verschillende minigerechtjes (warm én rauw) samen.

Je kunt variëren zoveel je maar wilt! Ik maak in deze versie gebruik van typische voorjaarsgroenten: geroosterde jonge wortelen en gepekelde radijsjes op een bedje van jonge spinazie. Daarbij komen kruidige kikkererwten – het is belangrijk om echt héél lekker kerriepoeder te gebruiken! – en orzo met koriander-pindapesto (gebruik gerust jouw favoriete pestorecept in de plaats). Ik gebruik graag halfvolkoren biologische speltorzo (in het Italiaans heet orzo ook wel ‘semini’), maar kies ook hier beslist voor de pasta die je zelf het lekkerst vindt. Liever geen pasta? Kies dan voor quinoa, rijst, gekookte aardappelen, boekweit of wat je maar wilt …

Oké, toegegeven, zo’n bowl is wat meer werk dan een eenpansgerecht, maar als je goed plant, valt het echte reuze mee. Terwijl de radijsjes marineren en de worteltjes roosteren in de oven, heb je rustig de tijd om de andere dingen klaar te maken.

voor 2 bowls

Ingrediënten
voor de gepekelde radijsjes:
• 15-tal radijsjes
• 2 el rijstazijn
• 1 tl rijststroop
• een flinke snuf zout

voor de wortelen:
• 20-tal fijne, jonge wortelen (al dan niet geschild)
• 3 el olijfolie
• peper en zout

voor de orzo met pesto:
• 150 g orzo (of andere kleine pasta)
• een flinke bos korianderblad
• 2 el ongezouten pinda’s
• 1 teen look
• sap van een halve limoen of citroen
• olijfolie
• peper en zout

voor de kikkererwten:
• 200 g gare kikkererwten
• 1 chilipeper, zaadjes verwijderd en fijngehakt
• 1 tl kokosolie
• 1 el kerriepoeder
• 1 el tamari (of andere sojasaus)
• een scheutje water

• 2 handenvol jonge spinazie of jonge slablaadjes, gewassen

Zo maak je het
Roer in een kommetje de rijstazijn, de rijststroop en het zout door elkaar. Snijd de radijsjes in stukjes en laat ze marineren in de azijndressing.

Verwarm de oven voor op 200° Celsius.

Gebruik je erg jonge wortelen, halveer ze dan gewoon. Zijn je wortelen wat dikker, snijd ze dan nog eens overlangs doormidden. Hussel de wortelen in een braadslee met de olie, en peper en zout door elkaar. Zet de braadslee in de hete oven en laat de wortelen ongeveer 30 minuten roosteren, of tot ze heerlijk zacht zijn. Roer ze om de tien minuten door elkaar.

Breng een pan met water aan de kook voor de pasta.

Mix voor de pesto koriander, pinda’s, look en limoen- of citroensap fijn. Voeg dan beetje bij beetje olijfolie toe, tot je de gewenste consistentie krijgt. Breng op smaak met peper en zout.

Doe de orzo of andere pasta in het kokende water en kook beetgaar.

Verhit intussen de kokosolie in een steelpannetje. Voeg de chilipeper toe en roerbak hem een minuut. Voeg de kikkererwten, het kerriepoeder, de tamari en een klein scheutje water toe. Roer en warm alles een paar minuten goed door.

Giet de pasta af en roer de pesto erdoor. Haal de wortelen uit de oven.

Schik in een grote kom een hoopje pasta naast een hoopje kikkererwten. Leg er een handvol spinazieblaadjes bij en schep daarop wat gepekelde radijsjes. Schik de geroosterde wortelen erbij. Herhaal dit voor de tweede kom en dien onmiddellijk op.

Kardemom-koffietruffels vegan

kardemom-koffietruffels Groene Prinses
Ik ga er niet te veel woorden aan vuil maken: je móét deze truffels maken. Tenminste als je van een lekkernij houdt die super gemakkelijk te maken is en die je zonder een al te groot schuldgevoel kunt verorberen ;-)

Jaren geleden postte ik al het recept voor amandel-chocoladebonbons en amandel-kersenbonbons, maar ik kan simpelweg blijven variëren op deze snoepjes. Kardemom-koffie is in ieder geval een nieuwe favoriet!

voor 10 stuks

Ingrediënten
• 100 g blanke amandelen
• 3 el kokosbloesemsuiker
• 0,5 à 0,75 tl gemalen kardemom
• 2-3 el zeer sterke koffie
• 75 g pure chocolade (minstens 75% cacaogehalte)

Zo maak je het
Maal de amandelen in een keukenmachine tot fijn poeder.

Roer de kokosbloesemsuiker en de gemalen kardemom erdoor.

Voeg nu beetje bij beetje de koffie toe en meng tot je een enigszins kleverige brij hebt die goed samenhangt. Misschien heb je niet al de koffie nodig. Het mengsel mag niet te nat, maar zeker ook niet te droog zijn.

Laat het een kwartiertje opstijven in de koelkast.

Rol er daarna 10 balletjes van. Dit is een enigszins plakkerige bedoening. Maar met koele, eventueel lichtjes vochtige handen gaat het prima.

Laat de balletjes een halfuurtje koud worden in de koelkast.

Smelt de chocolade au bain-marie. Rol de balletjes door de chocolade tot ze helemaal bedekt zijn. Leg ze op een vel bakpapier en laat de chocolade hard worden.

Bella Roma voor veggies (en snoepers) – deel 2

Rome1 Groene Prinses
Twee jaar geleden schreef ik al een uitgebreide blogpost over Rome met tal van smuladresjes. Veel sneller dan verwacht belandde ik opnieuw in deze eeuwenoude stad, waar tot mijn groot genoegen nog veel extra lekkers te ontdekken viel. Ik maak jullie graag deelgenoot van mijn culinaire uitspattingen!

Omdat we vooral in de buurt van de Piazza Navona vertoefden (mijn Geliefde moest daar een concert voorbereiden), liggen de meeste adresjes op wandelafstand van dit plein. Alleen Regoli ligt in een heel andere buurt.

Veggie bij Vivi
De Piazza Navona is een toeristische trekpleister en het is er dan ook steevast lekker druk. Toch kun je er rustig tafelen bij Vivi Bistro. Deze bistro schuilt in een hoek van het plein in het Museo di Roma. Vivi heeft een uitgebreide kaart met flink wat vegetarische en een paar veganistische opties.

Piazza Navona Vivi Bistro
De gerechten volgen de seizoenen en bevatten zo veel mogelijk biologische ingrediënten. Wij aten als voorafje baba ganoush met papadums, gevolgd door een burger voor mijn Geliefde en voor mij hele spelt- en gerstkorrels met geroosterde tomaatjes en aubergine, pesto en ricotta salata.

vivi bistro Rome Groene Prinses2
Vivi Bistro is ook een prima plek voor een kop koffie of een kannetje thee met een taartje erbij. De thee is trouwens van Mariage Frères, Parijse topklasse!

Er is ook een Vivi Bistro in het Villa Doria Pamphili Park in Rome. Daar tafel je heerlijk in het groen en kun je zelfs gaan picknicken met een pakket vol lekkers van Vivi. Helaas zijn wij niet tot in het park geraakt (een reden om nog eens terug te gaan, dus :-) ).

Rauw & puur
Wie na een overdaad aan taartjes en ijsjes (oeps, ik pleit schuldig!) nood heeft aan een héél gezonde maaltijd, moet beslist een bezoekje brengen aan Écru. Alles wat je hier eet is raw en vegan. De dames die dit eethuisje uitbaten, gaan heel nauwgezet te werk om kraakverse, verzorgde salades, soepen en dips op tafel te zetten. Wij proefden onder andere van een carpaccio van artisjok met tijm en olijf, een salade van venkel, bloedsinaasappel en olijf, en ‘wortelnoedels’ met rucolapesto. Stuk voor stuk smaakvolle combinaties.

Ecru Rome Groene Prinses2
Enige minpuntje? We waren die avond de enige gasten in Écru, waardoor we een beetje gezelligheid misten. Voor het gros van de Romeinen en toeristen is puur raw food misschien nog net een tikje te speciaal. Jammer, want deze lichte keuken is ideaal voor wie even iets anders wil dan pasta of pizza.

Poëtische pizza
Over pizza gesproken … Bij Dar Poeta, in de levendige wijk Trastevere, bakken ze pizza’s die je van je sokken blazen! Volgens tal van reisgidsen en websites zou Dar Poeta zowat de beste pizzeria van Rome zijn. Dat wilde ik weleens aan een nader onderzoek onderwerpen. Toen we bij de pizzeria aankwamen, bleken we niet de enigen te zijn met dat plan. Er stonden al behoorlijk wat mensen aan te schuiven voor een tafeltje, maar daar lieten we ons niet door afschrikken. En gelukkig maar: het wachten viel al bij al goed mee en op het moment dat ik mijn tanden in een stuk pizza zette, was elke ‘verloren’ minuut onmiddellijk vergeten. Wat een verrukkelijke bodem! Knapperig, licht, luchtig … poëtisch zelfs!

Dar Poeta Groene Prinses
Leuk extraatje: er staan heel veel vegetarische pizza’s op de kaart.

Zoete zonde
Ik kan niet over Rome schrijven zonder het over ijs te hebben. In mijn vorige blogpost was ik al lyrisch over Gelateria dei Gracchi, nu kan ik niet meer zwijgen over Gelateria del Teatro (Via dei Coronari 65). Waanzinnige smaken, wonderbaarlijk lichte textuur! Ik proefde pijnboompitijs en frambozen-salie-ijs. Ooit ga ik beslist terug om het gemberijs en het witte chocolade-basilicumijs te proeven.

aragosta Groene Prinses
Een paar dagen voor we naar Rome vertrokken, zagen we toevallig een kookprogramma op BBC waarbij de deelnemers het Italiaanse gebakje sfogliatella moesten maken. Dat gebakje bestaat uit verschillende laagjes flinterdun deeg, gevuld met ricotta en smaakmakers als sinaasappel en kaneel. Ik was meteen geïntrigeerd en besloot in Rome op zoek te gaan naar deze – eigenlijk uit Salerno afkomstige – lekkernij.

Een paar dagen lang hield ik nauwlettend de etalages van alle bakkers op mijn pad in de gaten. Bijna wilde ik het opgeven, tot we op de allerlaatste dag in de buurt van het station waar we de trein naar de luchthaven zouden nemen heel toevallig voorbij een bakkertje wandelen met in de etalage, jawel, het gebakje dat ik zocht! Of toch bijna… Binnen bleek het immers niet om sfogliatella te gaan, maar om het gelijkaardige gebakje aragosta. Het deeg is identiek, maar de vulling van een aragosta is een stuk romiger.

Mijn Geliefde en ik smikkelden samen van de aragosta op een Romeinse straathoek en waren meteen in de wolken. Het deeg knisperde van de knapperigheid en de zachte, zoete vulling vormde een hemels contrast.

Toen ik later wat research deed, bleek dat onze toevallige ontdekking niet de eerste de beste was. Pasticceria Regoli, waar we de aragosta kochten, is volgens velen een van de beste bakkerijen van Rome. Nóg een reden om terug te gaan! :-)

 

 

Ik ben wild van WILD!

WILD project Antwerpen 1
Een van mijn nieuwe favoriete adresjes in mijn thuisstad Antwerpen is WILD project, een eethuisje dat wordt gerund door twee zussen met Italiaans-Zwitserse roots. Sinds de opening in januari kwam ik er al geregeld over de vloer, maar pas onlangs dacht ik eraan om mijn fototoestel mee te nemen en dit leuke plekje met jullie te delen.

WILD Antwerpen3
Alles op de menukaart van WILD is vegetarisch, en een flink deel ervan is ook geschikt voor veganisten. De gerechten zijn eenvoudig, maar steevast kwalitatief en vol van smaak. De zussen kiezen dan ook bewust voor ambachtelijke, lokale en veelal biologische ingrediënten. En ze bakken zelf overheerlijk kraakvers brood!

WILD Antwerpen2
Mijn favoriet op de kaart? De sandwich met crunchy tofu, spinazie, tomaat, radijs en zadenspread. En ook van de Vegan Burger Sandwich en de Vegan Brunch Plate (zie foto) heb ik al volop genoten. Om maar te zwijgen van de verse sapjes, de rozemarijnthee en de lekkere (grotendeels vegan) gebakjes op de toog …

tulpen WILD2
WILD is niet alleen lekker, maar ook nog eens gezellig. De huiselijke sfeer, de bloemen op de tafels en de vriendelijke bediening maken dit eethuisje tot een rustige oase in de drukte van de stad. Bovendien geeft de internationale uitstraling van WILD me altijd even het gevoel dat ik met vakantie ben.

WILD project, Grote Pieter Potstraat 21, 2000 Antwerpen

Noedelsoep vol lentelust vegan

vegetarische noedelsoep vol lentelust Groene Prinses
De Vietnamese keuken lijkt aan een opmars bezig in onze Westerse contreien. Op blogs die ik volg zie ik al geruime tijd recepten voor allerlei Vietnamees lekkers verschijnen en in mijn eigen stad, Antwerpen, is er na Bún onlangs een tweede Vietnamees street food-restaurant geopend: Pho 61. Ik eet er graag de vegetarische phở, een geurige noedelsoep met verse kruiden.

Het is precies die soep die me inspireerde om aan de slag te gaan in mijn keuken en een heel eigen versie te creëren, mijn persoonlijke vegetarische phở, zeg maar. Hoewel: ik heb geen idee hoe de regels van de Vietnamese kookkunst werken. Qua authenticiteit scoort mijn creatie wellicht niet al te hoog, dus noem ik ze veiligheidshalve maar gewoon ‘noedelsoep’. Vól lentelust, weliswaar. Want ik wilde met mijn soepje een ode brengen aan frisse lentesmaken. Vandaar de radijsjes en de jonge spinazie.

Voor verse doperwtjes is het nog net een tikje te vroeg, dus gebruikte ik er uit de diepvriezer. Maar oh, ik kan niet wachten om het nog eens te maken met de kraakverse broertjes, recht uit de dop. En een handjevol groene aspergestukjes erbij lijkt me ook niet te versmaden … Kom op, lente, laat alles maar flink groeien nu!

vegetarische noedelsoep vol lentelust 2 Groene Prinses
voor 2 personen

Ingrediënten
voor de bouillon:

• 1 el (kokos)olie
• 1 kaneelstokje
• 2 anijssterretjes
• 2 kruidnagels
• 1 teen look, gepeld en doormidden gesneden
• 4 schijfjes verse gemberwortel, de schil verwijderd
• 1,5 l sterke groentebouillon

• 250 g rijstnoedels
• 250 g tofoe
• 1 el tamari, shoyu of andere sojasaus
• 1 el (kokos)olie
• ca. 20 radijsjes, gewassen en in schijfjes
• ca. 50 g jonge spinazieblaadjes, gewassen en de dikke stelen verwijderd
• een flinke handvol erwtjes (vers of diepgevroren)
• 1 chilipeper, de zaadjes verwijderd en fijngehakt
• 2 lente-uitjes, in ringetjes

serveer met:
• 1 limoen, in kwartjes
• een flinke handvol verse koriander en eventueel (Thaise) basilicum
• sojasaus en chilisaus naar smaak

Zo maak je het
Maak eerst de bouillon. Verhit een eetlepel (kokos)olie in een ruime kookpan. Doe het kaneelstokje, de anijssterren en de kruidnagels erbij en bak de specerijen al roerende tot ze geurig zijn. Voeg de look en de gember toe en bak heel eventjes mee. Giet de bouillon erbij en laat het geheel minstens een halfuur – maar liever langer – zachtjes koken.

Zeef de bouillon of schep de specerijen er met een schuimspaan uit.

Snijd de tofoe in blokjes en laat ze een 20-tal minuten marineren in de tamari of shoyu.

Kook de rijstnoedels gaar volgens de instructies op de verpakking en spoel ze af onder koud water.

Verhit de resterende eetlepel olie in een koekenpan en bak de tofoeblokjes langs beide kanten goudbruin.

Blancheer de erwten een paar minuten in de hete groentebouillon. Een erwt heeft niet veel nodig om te garen; kook ze dus zeker niet te lang!

Verdeel de rijstnoedels over twee grote kommen. Scheur de spinazieblaadjes erover. Verdeel ook de radijsjes, de tofoeblokjes, de chilipeper en de lente-uitjes over de kommen.

Schep nu de hete bouillon in de kommen.

Serveer de soep met de limoenkwartjes en de kruiden. Pers wat sap uit in je kom, verscheur flink wat koriander en basilicum en voeg naar eigen smaak eventueel nog wat soja- of chilisaus toe.

Eet de noedels met stokjes en gebruik een grote lepel om het vocht en de erwtjes op te lepelen. Smakelijk!

Insalata caprese met bloedsinaasappel

caprese met bloedsinaasappel ©Groene Prinses
Eigenlijk maakte ik de foto voor deze blogpost al enkele weken geleden, maar een stevige griep, veel inhaalwerk en een dosis algemene futloosheid zorgden ervoor dat ik er nu pas toe kom om dit fleurige gerechtje te posten. Een hapje om het begin van de lente te vieren dan maar!

Intussen loopt het bloedsinaasappelseizoen bijna op z’n eind (vooral in februari en maart vind je deze vruchten), maar ik hoop dat jullie toch nog een paar exemplaren op de kop kunnen tikken. Als je van insalata caprese houdt, maar geen zin hebt om te wachten tot er zonrijpe tomaten zijn, dan is dit bloedsinaasalternatief wellicht wat voor jou.

Rucola- of basilicumkiemen zijn misschien niet zo gemakkelijk te vinden, maar je kunt ze perfect zelf maken in een kiemschaaltje. Reken op een viertal dagen kieming.

voor 2 personen, als voorgerecht

Ingrediënten
• 2 bloedsinaasappelen
• 200 g verse mozzarella of burrata van uitstekende kwaliteit (ik gebruik biologische buffelmozzarella)
• een handjevol rucola- of basilicumkiemen
• 2 el kwalitatieve olijfolie
• peper
• fleur de sel (of ander lekker zout)
• eventueel een beetje balsamicoazijn

Zo maak je het
Laat de mozzarella of burrata eventjes op kamertemperatuur komen. Te koude mozzarella is niet lekker.

Snijd de schil rond de bloedsinaasappelen weg en snijd ze daarna in plakjes. Vang het sap dat vrijkomt zo goed mogelijk op. Schik de plakjes op twee bordjes en schenk er wat van het sap over.

Snijd de mozzarella of burrata in plakjes en schik die op de sinaasappelschijfjes. Sprenkel over elk bordje een eetlepel olijfolie. Kwam er maar weinig vocht vrij bij de sinaasappelen, sprenkel er dan eventueel nog wat balsamicoazijn over.

Bestrooi met peper en zoutvlokjes en verdeel de kiemen over de bordjes.

Serveer onmiddellijk met kraakvers brood erbij.

Zin in meer bloedsinaasappelrecepten? Probeer dan eens de avocado-bloedsinaasappelsalade of de minicheesecakes met bloedsinaasappelsiroop.