de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Snelle maaltijdsoep met ravioli en wortelpeterselie

soep met ravioli en wortelpeterselie ©Groene Prinses
Kant-en-klaarmaaltijden haal ik zo weinig mogelijk in huis. Je weet wel: ze zijn niet gezond, duur voor wat je krijgt en meestal behoorlijk belastend voor de afvalberg. Maar soms zijn ze oh zo gemakkelijk … En er zijn momenten – ik kan het ook niet helpen – dat ik ontzettend veel zin heb in kant-en-klare ravioli. Die bestaat ook in veggie bioversie, dat maakt het al een stuk minder erg, toch? ;-)

Op dagen dat ik echt geen fut of tijd heb om te koken roer ik snel wat kant-en-klare (bio!)pesto door de ravioli, maar als ik meer tijd heb, probeer ik van de ravioli iets te maken dat lijkt op een ‘echte maaltijd’. Met wat bouillon, een handjevol groenten en een restje gare peulvruchten maak je in een mum van tijd een weldadige maaltijdsoep.

Je hoeft natuurlijk niet strikt het onderstaande recept te volgen; gebruik gerust de groenten en peulvruchten die je nog in huis hebt.

voor 2-3 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 1 prei, gewassen en in halve ringen gesneden
• 2 wortelen, geschild en in blokjes
• 3 stuks wortelpeterselie, geschild en in blokjes
• een paar savooikoolbladeren (liefst van de binnenkant), in reepjes
• een restje gare kikkererwten
• 1 liter lekkere groentebouillon
• 1 pakje kant-en-klare vegetarische ravioli
• peper en zout
• eventueel wat verse kruiden zoals basilicum of peterselie, grof gehakt

Zo maak je het
Verwarm de olijfolie in een grote kookpan. Stoof de prei enkele minuten. Voeg de wortel- en wortelpeterselieblokjes toe en stoof nog enkele minuten. Overgiet met de groentebouillon en laat een 5-tal minuten koken.

Voeg de kikkererwten en de savooireepjes toe en laat nog een paar minuten koken tot de groenten beetgaar zijn.

Voeg de ravioli toe en kook volgens de instructies op de verpakking.

Kruid met peper en zout.

Schep de soep in kommen en bestrooi met de gehakte kruiden.

Amandel-kweepeergalette vegan

amandel-kweepeergalette ©Groene Prinses
Kweeperen, die knoestige gele vruchten die op misvormde peren of appels lijken, belandden vandaag voor het eerst in mijn keuken. Ik at al weleens kweepeergelei en de ‘stijvere’ variant ervan: membrillo. De heerlijke geur en smaak van deze vrucht waren me dus wel vertrouwd.
Een grijze dag als vandaag leek me ideaal voor een kweepeerbakexperiment. En zo geschiedde.

kweeperen ©Groene Prinses

Een galette is een erg eenvoudig taart. Je kiepert een vulling naar keuze op je deeglap en vouwt de randen om, met een mooi ‘rustiek’ uitzicht als resultaat. Zelfs voor keukenklunzen een koud kunstje! Maar doordat ik per se met het deeg wilde knoeien, draaide mijn galette wat minder mooi uit dan verwacht.

Normaal gezien maak je galettedeeg met boter, maar ik wilde een veganistische taart. Aangezien ik niet van margarine houd, zou ik de boter vervangen door extra vergine kokosolie. Gezond, lekker, vegan … kortom, iedereen gelukkig! Helaas blijkt kokosolie toch niet hetzelfde resultaat te geven als boter. Mijn deeg was namelijk héél bros en bij de minste beweging brokkelde mijn deegjasje uit elkaar. Lekker was de taart gelukkig wel. Maar de volgende keer gebruik ik misschien toch maar weer boter …

Veganisten kunnen er ook voor kiezen om het deeg van mijn herfstfruittaartjes op basis van olijfolie te gebruiken. Dat lukte wel erg goed. Wie geen zin heeft in deeggedoe, kan natuurlijk een rol kant-en-klaar kruimeldeeg gebruiken. Je taart wordt dan een tikje minder home made, maar je maakt ze wel in een handomdraai.

voor 4 personen

Ingrediënten

voor de kweeperen:
• 2 kweeperen
• het sap van 1 citroen
• 4 dl water
• 2 el kokosbloesemsuiker + 2 el extra

voor het deeg:
• 200 g speltmeel
• 100 g harde kokosolie (of koude boter)
• 2 el kokosbloesemsuiker
• 1 snufje zout
• ca. 5 el ijskoud water

voor de amandelvulling:
• 100 g blanke amandelen, fijn gemalen
• rasp van een halve sinaasappel
• 1 tl kaneel
• 3 el ahornsiroop

Zo maak je het
Doe het citroensap, 4 dl water en 2 eetlepels koksobloesemsuiker in een kookpan. Schil de kweeperen, haal het klokhuis eruit en snijd de vruchten in plakjes. Leg ze onmiddellijk in het citroenwater.
Breng alles aan de kook en laat op een zacht vuurtje ongeveer 20 minuten stoven, tot de kweeperen zacht zijn, maar niet plat. Laat afkoelen.

Meng het speltmeel met de suiker en het snuifje zout. Kneed met de keukenmachine of met je vingertoppen de kokosolie (hard, niet vloeibaar!) door het meel tot je grove kruimels hebt. Voeg beetje bij beetje het ijskoude water toe. Misschien heb je wat meer of wat minder water nodig; de bedoeling is dat je een samenhangend, niet plakkerig deeg krijgt. Kneed het niet te lang. Wikkel het deeg in folie of leg het in een plastic bakje en leg het een halfuur in de koelkast.

Meng alle ingrediënten voor de amandelvulling goed door elkaar.

Haal de kweepeerschijfjes uit het vocht en laat ze goed uitlekken. Meng ze met 2 eetlepels kokosbloesemsuiker. [Giet het vocht niet weg! Je kunt het opdrinken als limonade, eventueel gezoet met wat extra kokosbloesemsuiker of honing en gekoeld met ijsblokjes.]

Verwarm de oven voor tot 200° Celsius.

Rol het deeg op een vel bakpapier uit tot een min of meer ronde lap, van enkele millimeters dik. Schep de amandelvulling in het midden van de lap en spreid ze uit. Laat een brede rand vrij. Schik de kweepeerschijfjes op de amandelvulling. Vouw de randen van het deeg naar binnen, zodat een deel van de vulling bedekt raakt.

Bak de taart ongeveer 30 minuten in de warme oven, tot het deeg bruin kleurt. Laat de taart afkoelen op een taartrooster. Snijd in punten en serveer.

Mijn beste pastinaakrecepten (ook voor wie niet van pastinaak houdt!)

pastinaak ©Groene Prinses
Nu de dagen kouder worden, is het weer volop tijd voor pastinaak in de keuken. Deze witte wortel, met een aardse aromatische smaak, is namelijk het lekkerste als hij geoogst wordt na een periode van koude of vorst. Hij smaakt dan zoeter en naar mijn gevoel ook wat ‘romiger’.

Eigenlijk ben ik zelf geen grote pastinaakfan. Soms vind ik het aroma een tikje te scherp. Maar als pastinaak omringd wordt door de juiste ingrediënten, ga ik helemaal overstag.

Ik dook in mijn archieven en diepte mijn meest smakelijke pastinaakrecepten op. Wedden dat je met deze gerechten vaak niet eens beseft dat je pastinaak aan het eten bent?

Voor wie nog een argument nodig heeft om aan de slag te gaan: pastinaak is een gezond goedje. Deze wortel bevat bijvoorbeeld een flinke hoeveelheid calcium. Goed voor sterke botten!

Pastinaakhapjes met walnoot & dadel
Deze hapjes combineren zoete en hartige smaken en doen het prima op een feestelijke tafel.

Pastinaaksoep met vanille en amandelkruim
Vanille in een hartige soep?! Yep, probeer het maar eens voor je je neus ophaalt :-) Deze soep is een van de toprecepten op mijn blog!

Sushi van pastinaak‘rijst’
100% rauw. Want de rijst in deze sushi wordt vervangen door fijngemalen en gemarineerde pastinaak. Voor wie op warme winteravonden toch wat verfrissing kan gebruiken …

Pastinaakcake met ahornglazuur
Omdat pastinaak van nature een zoete smaak heeft, is deze groente een succes in desserts. Deze kruidige cake ruikt al een beetje naar kerst.

Welke pastinaakrecepten staan er in jouw favorietenlijst?

Pompoensoep op Sylter wijze vegan

Sylt Keitum ©Groene Prinses
De plaatselijke supermarkt of kruidenier verkennen vind ik een van de leukste dingen op vakantie. Toen mijn Geliefde werd uitgenodigd om afgelopen week een concert te spelen in Keitum, op het Duitse waddeneiland Sylt, (en ik mee mocht :-) ) was ik dan ook blij dat we een appartementje ter beschikking kregen in plaats van een hotelkamer. Een appartement met keuken biedt immers de perfecte gelegenheid om te gaan shoppen.

Streekspecialiteiten
Keitum is bijzonder klein en beschikt dus ook over een klein supermarktje. We verwachtten niet veel bijzonders, ook al had ik al eerder ervaren dat kleine buitenlandse supermarktjes in kleine buitenlandse dorpjes vaak veel meer in petto hebben dan een grootstedelijke supermarkt bij ons. Naast typisch supermarktspul vind je er immers vaak lokale ambachtelijke specialiteiten. En dat was in Keitum niet anders.

Ik botste er al meteen op een mooi assortiment biologische vruchtensappen. Een beetje verderop bleef ik minutenlang dralen bij de potjes jam en honing uit de streek. Ik vond Sylter theemelanges en Sylter zeezout en verbaasde me over het best wel ruime bio-aanbod. En – wat minder streekgebonden, maar toch nog uit de ruime omgeving – er was de top-marsepein van Niederegger uit Lübeck!
Als een kind in een speelgoedwinkel dwaalde ik door de gangen, terwijl mijn Geliefde volgde met een almaar zwaarder winkelmandje.

Sylt Keitum 2 ©Groene Prinses
Pittige pompoenpitolie
Mijn kroonstuk werd een flesje geroosterde pompoenpitolie. Die olie komt eigenlijk helemaal niet uit Sylt, maar uit Oostenrijk. Om een of andere reden is het eilandje echter dol op de Oostenrijkse olie en laat het geregeld een hele lading flesjes overkomen. De olie duikt dan ook op tal van menukaarten in Keitumse restaurants op. Ik proefde van een romig pompoensoepje waar wat van de olie over gesprenkeld was. Heerlijk! En dus wilde ik zo’n flesje om thuis zelf te experimenteren …

Pompoenpitolie is niet alleen lekker, maar naar verluidt ook gezond. Ik ben geen wetenschapper en kan zelf niet de proef op de som nemen, maar de olie zou onder andere helpen bij kaalheid en prostaatproblemen.

pompoensoep met pompoenpitolie ©Groene Prinses
Driemaal pompoen

Intussen maakte ik mijn eigen versie van de pompoensoep die ik proefde op Sylt: met butternutpompoen, geroosterde pompoenpitten en geroosterde pompoenpitolie. Normaal gezien geef ik pompoensoep graag een oosters tintje: met veel gember, specerijen als koriander en komijn, en af en toe een vleugje kokosmelk. Maar nu niet. Ik heb deze pompoensoep heel eenvoudig en zacht van smaak gehouden, zodat het notige karakter van de pompoenpitten en de olie mooi naar voren komt.

In plaats van butternutpompoen kun je net zo goed een andere soort gebruiken, hokkaido bijvoorbeeld. Je hoeft de pompoen niet te schillen, maar als je een fijn en glad resultaat wilt, doe je dat beter wel.

voor 4 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 1 stengel prei
• 2 stengels selderij
• 1 (butternut)pompoen
• 1 l hete groentebouillon
• 1 flinke scheut (soja)room
• peper, zout en versgeraspte nootmuskaat

voor de garnering:
• 4 x 1 tl pompoenpitolie
• 3 el pompoenpitten
• 1 scheutje tamari of shoyu (of andere sojasaus)

Zo maak je het
Was de prei- en de selderijstengels en snijd ze in stukjes. Verhit de olijfolie in een ruime kookpan en stoof de prei- en selderijstukjes een paar minuten.

Schil de pompoen, als je dat wilt. Verwijder de zaden en snijd de pompoen in blokjes. Voeg ze bij de prei en selderij en stoof ongeveer 5 minuten.

Voeg de groentebouillon toe en laat alles ongeveer 15 minuten zachtjes koken, tot de groenten gaar zijn.

Pureer de soep met een staafmixer. Roer er een scheut room door en breng op smaak met peper, zout en nootmuskaat.

Rooster de pompoenpitten in een droge koekenpan tot ze geurig worden en zachtjes kleuren. Draai het vuur uit en giet een klein scheutje tamari of shoyu in de pan. Roer goed, kieper de pitten in een potje en laat ze afkoelen.

Besprenkel elke portie soep met een theelepel pompoenpitolie en wat geroosterde pompoenpitten.

Pizza bianca met savooikool en scamorza

pizza met savooikool en scamorza ©Groene Prinses
Doordat savooikool vaak in stoof- of stamppot belandt, dicht je hem niet meteen een mediterraan imago toe, maar toch is deze groene koolsoort afkomstig uit het Middellandse Zeegebied. Ik combineer hem dan ook graag met andere mediterrane ingrediënten.

Scamorza is een kaas uit het zuiden van Italië, die net als mozzarella goed smelt en zacht is van smaak. Ongesmolten is scamorza echter veel steviger van structuur. Je vindt hem ook gerookt en het is precies die gerookte smaak die ik heerlijk vind passen bij savooikool en olijven.

Het is niet zo makkelijk om hier scamorza te vinden, dus je gaat het best op zoek naar een winkel met Italiaanse specialiteiten. Voor wie in (de buurt van) Antwerpen woont, tip ik graag Sette Piatti, een winkel met voortreffelijke Italiaanse producten.

Voor het pizzadeeg kun je het recept gebruiken dat ik al eens eerder postte, of je eigen favoriete pizzadeegrecept. Ik probeerde onlangs voor het eerst de no-knead-methode van Jim Lahey voor pizzadeeg, maar had helaas niet de tijd om het deeg echt lang genoeg te laten rijzen. Het gehoopte resultaat bleef dus een beetje uit, maar als je het mooi volgens de regels uitvoert, zou het weleens erg lekkere pizza’s kunnen opleveren :-)

voor 2 pizza’s

Ingrediënten
• een portie pizzadeeg voor twee pizza’s

• ca. 12 bladeren van de savooikool
• 20 zwarte olijven, ontpit
• 2 uien, in dunne ringen
• 2 el olijfolie
• 2 tl rozemarijn (gedroogd of vers en fijngehakt)
• 200 g gerookte scamorza, in kleine blokjes gesneden
• peper en zout

Zo maak je het
Verwarm de oven voor tot 225° Celsius.

Verwijder de harde nerven uit de savooikoolbladeren. Breng een ruime pan gezouten water aan de kook en blancheer de savooikoolbladeren ongeveer 4 minuten. Laat ze uitlekken en dep ze droog.

Verhit de olijfolie in een hapjespan en stoof de uiringen tot ze glazig worden. Snijd de savooikoolbladeren in smalle reepjes en roerbak ze 5 tot 10 minuten mee met de ui, tot de bladeren gaar zijn, maar nog wel voldoende ‘beet’ hebben. Kruid met de rozemarijn en peper en zout.

Rol het deeg uit tot twee pizzabodems en beleg ze met de savooikool, de olijven en de scamorza.

Bak de pizza’s 5 tot 10 minuten in de hete oven en dien ze onmiddellijk op.

Mijn ‘krachtvoer’-oogst

krachtvoer©Groene Prinses
Het afgelopen weekend, 18 en 19 augustus oktober 2014, vond in Antwerpen de tweede editie van Krachtvoer plaats, een festival over eten met tal van workshops, filmvoorstellingen, lezingen en een markt met kraampjes van en voor foodies.

Voor de workshops, waarvoor je apart moest inschrijven, was ik helaas hopeloos te laat, maar gelukkig kon ik gisteren wel een lezing over fermentatie meepikken. Dat ik al een poosje geboeid ben door fermentatie lees je in mijn koolrabipost; gisteren werd echter algauw duidelijk dat er nog héél wat te experimenteren valt.

Gedeelde passie
Tijdens de lezing waren afwisselend Rose Greene – souschef van sterrenrestaurant In De Wulf – en Sarah Lebeer – microbiologe aan de Universiteit Antwerpen – aan het woord. Ze delen hun passie voor fermentatie, maar benaderen die elk vanuit hun specifieke achtergrond. Dat leverde een mooi samenspel van culinaire gedrevenheid en wetenschappelijke informatie op.

Toen we een gefermenteerd stukje wortel uit de keuken van Rose mochten proeven, bleek dat mijn eigen gefermenteerde worteltjes al aardig op weg zijn, maar toch nog heel wat finesse nodig hebben om net zo complex te smaken. Mijn fermenteerenthousiasme werd echter flink aangepord! Want ook al kan de wetenschap nog niet staalhard bewijzen dat gefermenteerde producten gezond voor je zijn, er wijst wel heel veel in die richting. En dat je bijzondere smaken kunt creëren hoef je natuurlijk niet te bewijzen; dat proef je zo.

Terwijl onze westerse beschaving zo geobsedeerd is door hygiëne en bang is van microben, dreigen we te vergeten dat we tal van microben net kunnen gebruiken voor ons eigen welzijn.

Geheimen in potjes
De bokalen vol miso’s, groenten, bruisende drankjes en gefermenteerde notenmengsels doen een beetje geheimzinnig aan, maar gelukkig gaven Rose en Sarah prijs dat het boek The art of fermentation van Sandor Katz een schat aan informatie biedt voor wie zelf aan de slag wil. Ik had al vaker van Katz gehoord, maar zijn ‘fermentatiebijbel’ had ik nog nooit eerder in handen. Maar – driewerf hoera! – op de Krachtvoer-markt kon ik een exemplaar bemachtigen!

Op diezelfde markt tikte ik bij Els van Njamelicious ook nog een potje za’atar op de kop: een Midden-Oosterse melange van sesamzaad, grof zout en kruiden. Toen ik ‘s avonds over The art of fermentation gebogen zat, opende ik het potje even om eraan te ruiken. Een heerlijk geur waaide me tegemoet en deed me dromen van lekkere gerechten en eigen melanges.

Mijn oogst? Een klein geurig potje, een boek over bokalen vol boeiende en borrelende smaken en vooral een vat vol inspiratie om mijn eigen krachtvoerpotjes te maken. To be continued!

Charlie’s: een nieuw lekker adresje in Antwerpen

charlies ©Groene Prinses
Lekker laat ontbijten, smakelijk lunchen of genieten van een bijzonder kopje koffie of chocolademelk met huisgemaakt gebak erbij: bij Charlie’s kan het allemaal.

Ik beland samen met mijn zus en mijn Geliefde in dit relatief nieuwe adresje op het Antwerpse Zuid en proef er een panino met mozzarella, zongedroogde tomaatjes en rucola, vergezeld van een slaatje. Naast panini vind je op de lunchkaart ook nog quiche en verse soep met brood. De gerechtjes zijn eenvoudig, maar lekker. Meer moet dat niet zijn!

De drankenkaart biedt een stuk meer keuze. Van zelfgemaakte limonades, over cocktails, tot een zeer ruim assortiment warme dranken: biologische thee, allerlei koffievariaties en yummie chocolademelk! Ik drink een heerlijke kop donkere chocolade-amandelmelk en steel een paar hapjes taart bij Geliefde en zus. (Yep, ik ben zo’n vervelend iemand die bijna nooit zelf dessert neemt, maar dan wel wil proeven van wat haar tafelgenoten nemen ;-) )

Mijn zus vertelt dat ze ook al lekker ontbeten heeft bij Charlie’s en dat lijkt me zeer geloofwaardig wanneer ik de kaart bestudeer. Geen standaardontbijtjes met eieren en spek, maar formules waarvan ook een vegetariër gaat watertanden: groentetapenades, vijf soorten zelfgemaakte choco … Ik wil snel een keertje terugkomen voor zo’n ontbijt!

Charlie’s is gezellig, maar niet heel groot, dus als je zeker wilt zijn van een plekje kun je maar beter reserveren. Super dat er weer een nieuwe Antwerpse stek is waar het zo goed toeven is!

Gratin van pasta, andijvie en tempé

andijvie ©Groene Prinses
Andijvie ziet er een beetje uit als een krop sla, maar is eigenlijk verwant met witlof. Net als witlof heeft andijvie dan ook een wat bittere smaak. Die bitterheid verdwijnt echter grotendeels als je andijvie stooft, en al helemaal wanneer je de groente verwerkt in deze pastagratin.

Ik moet toegeven dat ik andijvie tot nog toe maar heel zelden heb gebruikt in mijn keuken, maar sinds ik deze bladgroente in mijn groentetas vond en deze ovenschotel bedacht (die ook bij mijn Geliefde een groot succes was), kijk ik ernaar uit om er nog meer mee te experimenteren. Laat die volgende krop maar komen!

gratin van pasta en andijvie ©Groene Prinses
voor 2 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 1 krop andijvie
• 250 g pasta (penne, macaroni of schelpjes)
• 100 g gerookte tempé
• 1 el tamari (of shoyu)
• 1 teen look, gepeld en fijngehakt
• peper en zout

voor de kaassaus:
• 2 el olijfolie (of boter)
• 2 el bloem
• 3,5 dl melk
• nootmuskaat
• 70 g gemalen kaas
• peper en zout

Zo maak je het
Verwarm de oven voor tot 180° Celsius.

Verkruimel de tempé in een kommetje en roer de tamari of shoyu erdoor. Laat even marineren.

Breng een pan met water aan de kook. Voeg een snuifje zout toe en kook de pasta beetgaar. Giet hem af.

Snijd de voet van de andijvie en was de bladeren grondig. Snijd de bladeren vervolgens in reepjes.

Verhit 1 eetlepel olijfolie in een pan of wok en voeg de look toe. Roerbak tot de look begint te geuren. Voeg de andijviesnippers toe en roerbak enkele minuten, tot ze slinken en gaar zijn, maar nog wel wat beet hebben. Breng op smaak met peper en zout.

Verhit in een andere pan nog een eetlepel olijfolie en bak hierin de tempékruimels krokant.

Roer de pasta, de andijvie en de tempé door elkaar en doe dit mengsel in een ovenschaal.

Verwarm voor de saus de olijfolie (of boter) in een steelpan. Roer de bloem erdoor en laat dit mengsel even ‘drogen’ op een zacht vuurtje. Roer nu beetje bij beetje de melk erdoor en blijf voortdurend goed roeren, zodat je een gladde saus krijgt. Laat de saus op een zacht vuurtje wat indikken.

Rasp flink wat nootmuskaat in de saus en breng verder op smaak met peper en zout.

Roer de helft van de gemalen kaas door de saus. Schenk de saus over de pasta. Bestrooi met de rest van de kaas en gratineer 10 tot 15 minuten in de oven, tot de bovenkant mooi goudbruin kleurt.

Dien onmiddellijk op.

Gefermenteerde koolrabi + een super broodje! vegan

gefermenteerde koolrabi ©Groene Prinses
Groenten inmaken is weer helemaal terug van nooit echt weggeweest. Maar zoals ik al eerder schreef, ben ik meestal nogal laat met hypes. Terwijl iedereen allang stond te steriliseren, wecken en pekelen, dacht ik: ach ja … Maar sinds een aantal weken vind je ook op mijn aanrecht groenterijke bokalen. Er is namelijk één inmaaktechniek die echt niemand aan zich voorbij zou mogen laten gaan. Hij is super gemakkelijk, zorgt voor spannende smaken en is bovenal donders gezond. Welkom in de wereld van de fermentatie!

Bij de meeste inmaaktechnieken eindig je met groenten die een stuk minder voedingswaarde hebben dan het verse product, maar bij fermenteren is dat niet het geval. In tegendeel. Bepaalde vitaminen en mineralen zouden tijdens het proces toenemen. Bovendien ontstaat er tijdens het fermentatieproces melkzuur, een goedje dat bijzonder goed is voor je spijsvertering.

Ik raakte meteen gemotiveerd toen ik op Stonesoup, Jules Clancy’s blog, een post over gefermenteerde wortelen las. Wat zag dat er simpel uit! Ik vulde een bokaal en at een paar dagen later al heerlijk knapperige, lichtzure wortelstaafjes. Intussen experimenteerde ik met andere groenten, die ik op smaak bracht met allerlei specerijen, en ik presenteer hier graag mijn recept voor gefermenteerde koolrabi. Alle lof gaat naar Jules Clancy, want ik volgde grotendeels haar recept (al klinkt ‘recept’ als een veel te ingewikkeld woord voor zo’n eenvoudig proces).

Nog één opmerking: Jules Clancy gebruikt in haar recept behoorlijk wat zout, waardoor je groenten ook een erg zoute smaak krijgen. Dat zout heb je sowieso nodig om het fermentatieproces op gang te brengen, maar ik probeerde een kleinere hoeveelheid uit. Dat gaat prima, al is mijn ervaring (net als die van Jules) dat je groenten knapperiger blijven bij een grotere hoeveelheid zout. Je zult dus zelf een beetje moeten uitzoeken wat jouw voorkeur geniet …

gefermenteerde koolrabi2 ©Groene Prinses
voor 1 bokaal van 500 à 750 ml

Ingrediënten
• 0,5 l water
• 15 g zout (Jules gebruikt 25 g zout; je kunt ook iets tussen de twee in kiezen of experimenteren met nóg minder)
• 1 tl mosterdzaad
• 1 tl korianderzaad
• 3 cm verse gember, geschild en in plakjes
• 1-2 koolrabi’s, geschild en in staafjes

Zo maak je het
Als je geen flessenwater gebruikt, kook je water dan en laat het helemaal afkoelen. Los het zout op in het water door goed te roeren.

Spoel een schone glazen bokaal uit met heet water en zet hem omgekeerd op een schone keukenhanddoek.

Doe de gember en de zaadjes in een vijzel en kneus ze enigszins.

Leg dit kruidenmengsel op de bodem van je bokaal. Schik daarna de koolrabistaafjes in de bokaal en doe dat zo compact mogelijk, zodat de groenten ‘vast’ zitten. Zorg ervoor dat je bovenaan ongeveer 2 cm vrij houdt.

Schenk de zoutoplossing over de koolrabi en laat een rand van 1 cm vrij. Als het goed is komt het water ongeveer 1 cm boven de koolrabi uit en blijven je groenten ‘vast’ zitten. Je hebt allicht niet al het water nodig.

Het is belangrijk dat je groenten onder het vocht zitten, zodat je zeker geen rotting krijgt. Maar je moet je ook niet te druk maken als de groenten of kruiden toch wat beginnen te drijven. Toen ik de eerste keer wortelen fermenteerde, dreven er een paar stukjes aan het oppervlak. Ik duwde ze gewoon elke dag onder en na een poosje ‘zonken’ ze vanzelf weer.

Sluit de bokaal goed af en laat hem op je aanrecht staan (niet in direct zonlicht). Open hem één keer per dag zodat het koolzuurgas kan ontsnappen. Het is leuk om te zien hoe het vocht in je bokaal begint te bruisen.

Vanaf de derde dag begin je te proeven. Beslis zelf hoe ‘zuur’ je je groenten wilt. Vind je ze zuur genoeg? Zet de bokaal dan in de koelkast; daar vertraagt het fermentatieproces en blijven je groenten nog een hele tijd goed.

Is het risico op rotting niet te groot?
Nee hoor, naar verluidt is er nog nooit iemand gestorven van het eten van gefermenteerde groenten. Van zodra je melkzuurgisting op gang is, hoef je eigenlijk helemaal niet ongerust te zijn, want de melkzuurbacteriën doden de andere (schadelijke) bacteriën. Gaat het toch een keertje mis, doordat je groenten op een of andere manier met zuurstof in aanraking komen, dan zul je dat wel ruiken. Gefermenteerde groenten ruiken zurig, maar nooit rot!

O ja, je gebruikt beter geen metalen deksels, want het zuur kan het metaal aantasten. Een glazen bokaal met een glazen deksel en rubberen sluitring is ideaal!

En wat doe je nu eigenlijk met die gefermenteerde groenten?
Opeten natuurlijk! In salades bijvoorbeeld, of gewoon als ‘klein’ bijgerechtje bij een stevige hoofdmaaltijd die wat fris contrast kan gebruiken. Ik smikkel meestal een paar groentestaafjes op bij de lunch. Of ik stop ze tussen dit super lekkere broodje, vol gefermenteerd lekkers.

broodje koolrabi tempe ©Groene Prinses
Zo maak je een super broodje
Marineer een paar plakjes tempé (gefermenteerde! sojabonen) met tamari (gefermenteerde! sojasaus ;-)).

Rooster intussen een theelepel sesamzaad in een droge koekenpan. Meng in een kommetje een eetlepel mayonaise (of veganaise) met een scheutje tamari en roer er het sesamzaad door.

Bak de plakjes tempé krokant in wat olijfolie.

Snijd een paar staafjes gefermenteerde koolrabi in dunne plakjes.

Beleg een broodje met de gebakken tempé, de gefermenteerde koolrabi en de sesamdressing. Smakelijk!

Lekker gelinkt: inspiratie voor wereldveggiedag

wereldveggiedag ©Groene Prinses

Vandaag, 1 oktober, is het wereldveggiedag. Dé feestdag voor alle vegetariërs, maar ook een dag om zo veel mogelijk mensen te laten proeven van de vegetarische keuken. Nog last minute inspiratie nodig? Dan bieden de onderstaande links met enkele super lekkere en niet al te moeilijke veggie recepten ongetwijfeld hulp. Lees je deze post te laat, houd hem dan alvast in je achterhoofd voor 4 oktober, want dan is het werelddierendag. Ook een dag waarop we de beestjes maar beter niet op ons bord laten belanden, toch?

• De snelle veggie paella van illyvanilly kost weinig werk en doet nog zo heerlijk aan zomer denken.
• Deze bloemkooltaart van Jonge Sla staat al zo lang op mijn lijstje van ‘nog uit te testen recepten’, maar het kwam er nog nooit van (mijn Geliefde houdt niet zo van bloemkool, dus …). Vooral de pimenton de la vera in het deeg lijkt me heerlijk!
• Een vegetarische lasagne doet het altijd goed, maar Wat maakt Suzette nu maakt hem wel erg bijzonder door een (veganistische!) bechamelsaus te maken van wortelpeterselie.
• Omdat mijn eigen chili sin carne altijd een succes is bij vegetariërs én niet-vegetariërs smokkel ik hem er ook nog even tussen.

Voor wie geen moeite heeft met blogposts in het Engels:
• De taco’s met miso, ahornsiroop en zoete aardappel van Love and Lemons zijn om duimen en vingers bij af te likken!
• Perzik en portobello in plaats van een hamburger? Yep! Het creatieve koppel van Green Kitchen Stories bewijst dat het een heerlijke combinatie is!
• Ik ben weg van reuzebonen én van citroen. Doe er nog wat venkel bij en je hebt dit bijzondere stoofpotje van 101 cookbooks.

Smakelijk!
En, nieuwsgierig als ik ben: wat staat of stond er bij jullie op tafel op wereldveggiedag?