de groene prinses

letters en lekkers voor veggies en andere smulpapen


Geurige goulash met seitan en bonen vegan

goulash-groene-prinses
Een hele tijd geleden postte ik een gerecht dat ik Tofoe met een Hongaarse twist noemde en ik schreef dat het enigszins gebaseerd was op goulash. Tja. Nu ik in Hongarije ben geweest, weet ik wel beter.

Begrijp me niet verkeerd, mijn tofoe met een Hongaarse twist is absoluut een smakelijk gerecht! Maar het leunt eerder aan bij het Hongaarse gerecht paprikás (al had ik daarvoor uiteraard Hongaars paprikapoeder moeten gebruiken), dan bij goulash. Paprikás is een soort van stoverij waarbij vlees en groenten op smaak worden gebracht met veel paprikapoeder. Goulash kennen we hier ook als een stoverij, maar in Hongarije is het een (stevig gevulde) soep.

Traditionele goulash bevat vlees, al vind je ook in Hongarije varianten met bonen. Mijn versie met seitan én bonen verenigt het beste van twee werelden ;-) Deze soep is behoorlijk stevig; je eet ze dan ook eerder als maaltijd dan als voorgerecht. Serveer er eventueel nog wat knapperig brood bij.

Hongaars paprikapoeder geeft deze soep een voortreffelijke smaak en kleur. Kun je het nergens vinden? Dan kan ander kwalitatief paprikapoeder natuurlijk ook.

Het tomaten- en paprikaseizoen loopt ten einde, maar ik wilde er nog één keer volop van genieten. In de winter kun je verse tomaten vervangen door tomaten uit blik of bokaal. Of je laat ze, net als de paprika’s, gewoon weg. Voeg in de plaats winterse groenten als pastinaak of kool toe. De soep dankt haar rode kleur vooral aan het paprikapoeder, niet aan de rode groenten!

voor 2-4 personen

Ingrediënten
• 2 el olijfolie
• 1 ui, gesnipperd
• 3 kleine wortelen
• 2 raapjes
• 2 rode paprika’s
• 1 teen look
• 4 grote of 6 kleine aardappelen
• 250 g gare bonen (ik gebruikte bruine borlotti, maar kies wat je lekker vindt of in huis hebt!)
• 150 g seitan, in blokjes gesneden
• 1 flinke el Hongaars paprikapoeder
• 1 l warme groentebouillon
• 2 laurierblaadjes
• 4 tomaten
• peper en zout
• een bosje verse peterselie, gehakt

Zo maak je het
Verwarm de olie in een ruime kookpan en stoof de snippers ui tot ze glazig zijn.

Schil intussen de raapjes en de wortelen en snijd ze in blokjes. Ontdoe de paprika’s van de zaadlijsten en de steel, en snijd ze eveneens in blokjes.

Doe de groenten bij de uisnippers. Pers de teen look erboven uit en laat alles, met het deksel op de pan, enkele minuten stoven.

Schil de aardappelen en snijd ze in niet al te kleine blokjes. Doe ze bij de groenten in de pan en voeg ook de seitan, het paprikapoeder, de bouillon en de laurierblaadjes toe.

Zet het deksel op de pan en laat de soep ongeveer 20 minuten zachtjes koken, tot de groenten en aardappelen beetgaar zijn.

Verwijder de zaadjes van de tomaten en snijd ze in stukjes. Voeg ze samen met de bonen bij de soep en laat alles nog 5 tot 10 minuten koken.

Breng de soep op smaak met peper en zout, en roer er de gehakte peterselie door.

Veggie in Boedapest

boedapest
Om een of andere reden, die ik nog niet precies heb kunnen achterhalen, tellen grote steden in voormalige Oostbloklanden opvallend veel vegetarische adresjes. Eerder at ik al heerlijk vegetarisch in Sint-Petersburg, Warschau en Berlijn. Vorige week mocht ik de vegetarische troeven van Boedapest ontdekken.

Helaas was het in de meeste restaurantjes behoorlijk donker en buiten flink bewolkt. Mijn foto’s geven daardoor niet de beste impressie …

Hongaarse smaken, 100% vegan

Laten we meteen beginnen met dé topper. Napfényes Étterem serveert louter plantaardige gerechten, maar doet dat op zo’n verrukkelijke manier dat zelfs menig vleeseter hier duimen en vingers zal aflikken. De keuze in dit restaurant is overweldigend: soepen, salades, pizza, pasta, ‘raw food’-gerechten en – tot mijn grote vreugde – een reeks typisch Hongaarse gerechten.

Als ik op reis ga, probeer ik heel graag lokale specialiteiten uit, maar als vegetariër is dat vaak niet vanzelfsprekend. Wel dus bij Napfényes. Ze maken veganistische versies van Hongaarse klassiekers. Om te beginnen genoot ik van goulash (in Hongarije is dat een soep en dus geen stoverij zoals wij die kennen) en daarna smulde ik van gevulde kool op een bedje van zuurkool, met gebakken seitan en sojaworstjes erbij. Stevige kost die perfect bij het frisse weer paste. Mijn geliefde deed zich te goed aan geroosterde seitan met paprika en aardappelen.

Napfényes heeft twee vestigingen: een gloednieuwe, moderne zaak in het centrum, vlakbij Ferenciek Tere, en een oudere zaak in een kelder aan de Rózsa utca. De nieuwe zaak is ongetwijfeld de grootste aanrader: het interieur oogt een stuk gezelliger en het aanbod is groter. Deze zaak heeft ook een patisserie met een verbluffende keuze aan veganistische gebakjes. Helaas zaten onze buikjes al te vol om ervan te proeven …

pizza-napfenyes-boedapest
Omdat we toevallig in de buurt van de Rózsa utca waren probeerden we ook de andere vestiging uit. Qua interieur misschien wat minder bijzonder, maar op vlak van eten ook weer prima. Ik at er een pizza van speltdeeg met veganistische kaas. Even lekker als het ‘origineel’? Hm, misschien net niet … Maar voor veganisten die kaas missen zijn de pizza’s van Napfényes beslist een aanrader!

Snelle hap

Vega city is wat minder indrukwekkend dan Napfényes, maar toch een fijn adresje voor een snelle veganistische hap. Elke dag staan er andere gerechten op het menu. Je bestelt aan de toog wat je wilt eten en kiest daarna een plekje uit.

Wij proefden van een pasta met geroosterde groenten, gember en tofoe. Best lekker van smaak, maar onze porties waren helaas niet echt warm.

Smeuïge hummus, kraakvers brood

Hummus bar is een keten in Boedapest met een flink aantal vestigingen. Er wordt weliswaar ook wat vlees geserveerd, maar vegetariërs en veganisten komen hier probleemloos aan hun trekken.

hummusbar-boedapest
Het concept? Je bestelt een bord hummus, met toevoegingen naar wens. Mijn geliefde koos voor een versie met falafel, ik voor een met extra gekookte kikkererwten. De hummus was ongelofelijk romig en de falafelballetjes waren perfect gekruid. Daarnaast verorberden we nog een salade van wortel en koriander.

Bij de hummus komt overheerlijk ovenvers ‘laffa’ brood om te dippen. Van op mijn plekje keek ik recht op de man die dit brood non-stop stond te bakken. Het brood komt dus echt letterlijk van de oven op je bord terecht. Zalig!

hummusbar-boedapest-2
Hummus bar mag dan wel een druk fast food-sfeertje hebben, de gerechten zijn super vers en bijzonder smakelijk.

Terug naar de belle époque

De Hongaren eten graag en veel gebakjes, denk ik. Want je vindt in Boedapest een groot aantal stijlvolle cafés waar je van decadente taartjes kunt genieten. Een zeer mooie plek om je taartvorkje in een gebakje te prikken is het Bookcafé. Het bevindt zich op de eerste verdieping van de Alexandra boekwinkel in de vroegere Paris Department Store.

bookcafe-boedapest
Dit café flitst je onmiddellijk naar de tijd van de belle époque. Grote spiegels en lusters en een waanzinnig gedecoreerd plafond zorgen ervoor dat je meer naar het interieur kijkt dan naar het taartje op je bord. De taartjes zijn hier trouwens niet geschikt voor veganisten: veel room, crème, eieren … Gewoon een kopje thee drinken en genieten van de omgeving kan natuurlijk ook ;-)

Nog meer mmmm …

Helaas vertoefden we slechts korte tijd in Boedapest, waardoor ik lang niet alle veggie adresjes heb kunnen uittesten. Een reden om nog eens terug te gaan! In Boedapest eet je trouwens, naar onze westerse maatstaven, héél goedkoop. Bijzonder moeilijk om je niet volledig te laten gaan dus ;-)

Tot slot nog twee typisch Hongaarse dingen die mijn foodie-hart sneller doen slaan: in haast elk café of restaurant serveren ze huisgemaakte limonade (meestal niet overdreven zoet en ook weer spotgoedkoop) en het paprikapoeder is om euforisch van te worden.

Zeg niet zomaar paprikapoeder tegen Hongaars paprikapoeder. Dat laatste heeft namelijk een voortreffelijke, robuuste smaak en een betoverende kleur. Van ‘gewoon’ paprikapoeder dat je bij ons in de winkel koopt, was ik nooit echt fan. Maar nu ik een blikje Hongaars paprikapoeder mee naar huis heb, moet ik me inhouden om het niet elke dag te gebruiken.

markt-boedapest
Een leuke plek in Boedapest om dat paprikapoeder te kopen is de Centrale Markthal, een prachtig gebouw dat dateert van 1897. Deze grote overdekte markt herbergt tientallen kraampjes met paprikapoeder, Hongaarse wijnen, verse groenten, ingemaakte groenten, jam en (eerlijk is eerlijk) veel vlees. De markt trekt behoorlijk wat toeristen, maar het blijft leuk om er eens rond te neuzen.

In een volgende blogpost ga ik aan de slag met mijn paprikapoeder! Tot dan! :-)

Geniet lekker herfstig van Wereldveggiedag!

pompoen-groene-prinses

Morgen, 1 oktober, is het Wereldveggiedag. De dag bij uitstek om vlees een keertje links te laten liggen en op ontdekking te gaan als je een vleeseter bent, óf om volop te vieren dat je vegetariër bent.

Nog wat ideeën nodig om morgen iets lekker vegetarisch op tafel te toveren? Ik zorg graag voor inspiratie! Omdat de zomerse najaarsdagen nu stilaan toch plaats lijken te maken voor een vleugje herfst, ging ik op zoek naar mijn meest smakelijke herfstige recepten.

Van start met pompoen

Op dit moment oogst je de beste pompoenen. Start je veggiemenu met een pompoensoepje op Sylter wijze of serveer getoaste broodjes met pompoenhummus.

Geen pompoenfan? Bruschetta met geroosterde biet of piroshki met spitskool en dragon zijn super elegante voorgerechtjes die prima passen bij de prille herfst.

Verrassende groenten in de hoofdrol

Als groenten een centrale rol spelen in gerechten is het fijn om er af en toe flink mee te experimenteren. Een bepaalde groente telkens op dezelfde wijze klaarmaken wordt na verloop van tijd immers enorm saai. Dus zwier die raapjes in de wok, beleg een pizza met savooikool, of serveer bij een kruidige kikkererwtencurry een raita van radijs.

Wie zoet is, krijgt lekkers

Ja goed, desserts zijn natuurlijk bijna altijd vegetarisch. Maar misschien kun je nog een stapje verder gaan en kiezen voor een volledig plantaardig toetje? Appel-kaneelkoek bijvoorbeeld, banketstaaf met sinaas & kaneel, of kardemom-koffietruffels voor wie liever een kleinigheidje snoept. Deze zoetigheden zijn trouwens allemaal vrij van geraffineerde suikers.

Veel smulplezier gewenst op Wereldveggiedag! En natuurlijk ben ik benieuwd naar wat er bij jou op tafel komt :-)

Pasta met boterbonen en bonte tomaten vegan

pasta met boterbonen en bonte tomaten Groene Prinses
Nóg een gerechtje met boterbonen of gigantes! Jaar van de peulvrucht, weet je wel. Hoewel ik gewoon moet toegeven dat ik zot ben op die bonen. Hier combineer ik ze met een verzameling bont gekleurde tomaatjes en geroosterde paprika’s. Een simpel, maar o zo oogstrelend gerechtje, dat barst van de smaak als je voor goede tomaten kiest.

Eh, goede tomaten? Probeer zachte, zongerijpte exemplaren te vinden. Kies bij voorkeur voor een mengeling van oude rassen, omdat je dan de mooiste waaier aan verrassende smaken krijgt.

Zin in meer boterbonen? Kijk dan hier en hier!

voor 2 personen

Ingrediënten
• 2 rode paprika’s
• 250 g gare boterbonen (=reuzenbonen, gigantes) (uit blik, of geweekt en gekookt)
• 400 g tomaten (bij voorkeur een mix van oude rassen, in verschillende kleuren)
• 1 flinke teen look
• olijfolie
• 1 tl gedroogde oregano
• 250 à 300 g pasta naar keuze (ik gebruikte halfvolle speltlinguine)
• een flinke handvol verse basilicum, in reepjes gescheurd
• peper en zout (bijv. fleur de sel)

om te serveren:
• extra basilicum
• (vegan) Parmezaanse kaas (een prima recept vind je hier; ik kies echter meestal voor een mix van sesamzaad, cashewnoten en pijnboompitten in plaats van louter cashewnoten)

Zo maak je het
Rooster eerst de paprika’s. Verwarm daarvoor de grill van de oven. Leg de paprika’s in een ovenschaal en zet ze onder de grill. Draai de paprika’s om de vijf minuten een kwartslag om, zodat alle zijden geroosterd worden. Rooster tot het vel van de paprika’s zwart geblakerd is.

Haal de paprika’s uit de oven en doe ze onmiddellijk in een hittebestendig plastic zakje. Sluit het zakje af en laat de paprika’s afkoelen. Op deze manier zal het vel gemakkelijk loskomen.

Was de tomaten. Snijd kleine tomaatjes doormidden of in vieren. Snijd grotere tomaten in stukjes.

Zijn de paprika’s afgekoeld? Verwijder dan het vel, de steeltjes en de zaadlijsten. Snijd het vruchtvlees in stukjes van ca. 2 bij 2 cm.

Schenk wat olie in een kookpan. Pers de look erin uit en fruit hem heel kort aan. Voeg de paprikastukjes toe, samen met de oregano. Laat een paar minuten pruttelen met het deksel op de pan.

Kook de pasta beetgaar in gezouten water.

Roer één à twee eetlepels van het kookvocht van de pasta door de saus van paprikastukjes. Voeg ook de boterbonen toe. Warm nog even door.

Hussel de gare pasta, de tomaatjes, de gescheurde basilicum, een scheut olijfolie en de paprika-boterbonensaus door elkaar. Breng op smaak met peper en zout.

Serveer onmiddellijk met meer basilicum en (vegan) Parmezaanse kaas.

Maisfritters met kokostzatziki vegan

Maisfritters met kokostzatziki Groene Prinses
Al sinds mijn kindertijd vind ik het heerlijk om mijn tanden in een jonge, perfect gegaarde maiskolf te zetten. Die zoete, knapperige korrels zijn voor mij het toppunt van het oogstseizoen. Maar verder ben ik eigenlijk helemaal niet zo’n maisfan. Maiskorrels uit blik doen me denken aan trieste salad bars zonder inspiratie.

Voor één maisgerechtje maak ik echter een uitzondering: pannenkoekjes of fritters! (fritter is het Engelse woord voor beignet, maar dekt volgens mij beter de lading dan beignet…)

Met een lekker dipsausje erbij zijn deze fritters heerlijk als hapje of voorgerechtje. Geef je er een rijke salade bij, dan heb je meteen een complete maaltijd.

Door tzatziki met kokosyoghurt in plaats van ‘gewone’ yoghurt te maken, krijgt hij een exotisch tintje dat perfect past bij de enigszins oosterse fritters. En het gerecht wordt zo meteen vegan-proof!

voor ca. 2-4 personen (afhankelijk van wat je er nog bij serveert)

Ingrediënten
200 g gare maiskorrels (vers van de kolf, of diepvries of uit bokaal)
• 50 g kikkererwtenmeel
• 1 chilipeper, zonder pitjes en fijngehakt
• een handjevol korianderblad, gehakt
• 0,5 tl paprikapoeder
• 0,5 tl kurkuma
• 0,5 tl bakpoeder
• 1 dl water
• 1 tl olijfolie (+ extra om te bakken)
• peper en zout

voor de tzatziki:
• 1/2 komkommer
• 150 g kokosyoghurt
• ca. 10 muntblaadjes, gesnipperd
• 1 teentje look, geperst
• 1 el olijfolie
• peper en zout

Zo maak je het
Meng het kikkererwtenmeel met het paprikapoeder, de kurkuma en het bakpoeder. Roer er beetje bij beetje het water door, tot je een egaal beslag hebt.

Meng er vervolgens de olijfolie, de maiskorrels, de chilipeper en het korianderblad door. Breng op smaak met flink wat peper en zout.

Laat het beslag eventjes rusten.

Rasp de komkommer of snijd hem in piepkleine blokjes. Probeer er zo veel mogelijk water uit te persen en giet dat weg.

Meng de komkommer met de yoghurt, de olijfolie, de look en de muntblaadjes. Breng op smaak met peper en zout. Zet de tzatziki in de koelkast.

Laat een koekenpan goed heet worden, anders blijven de fritters plakken. Schenk er ruim olijfolie in en laat er telkens een flinke eetlepel beslag in vallen. Keer de pannenkoekjes om als de bovenkant ‘droog’ is en de onderkant goudbruin. Bak ook de andere kant goudbruin.

Eventueel kun je ook lepels beslag frituren in een frietketel. Kijk wel uit voor ‘ploffende’ maiskorrels! (ook in een gewone pan kunnen ze ploffen)

Laat de fritters uitlekken op keukenpapier en serveer ze onmiddellijk met de tzatziki.

Speltfocaccia & artisjok-boterbonenhummus vegan

artisjokhummus met focaccia Groene Prinses
Je zou het niet meer echt verwachten na de afgelopen dagen, maar het wordt toch nog écht een beetje zomer. En wel dit weekend. Daar hoort wat mij betreft wat mediterrane flair bij. Knapperige focaccia, smaakvolle hummus, een tafeltje op het terras, een glaasje wijn … Je snapt het plaatje wel, niet? ;-)

Dat je eindeloos kunt variëren op hummus, moet ik je ongetwijfeld niet meer vertellen. Ik ben een reuzefan van reuzenbonen of boterbonen, dus gebruik ik die in plaats van kikkererwten. En op artisjok ben ik altijd stapelgek geweest. Een gedroomde combinatie dus!

De focaccia maak je zonder te kneden en dat is mooi meegenomen als het warm is. Een beetje geduld heb je wel nodig en je moet eraan denken om op tijd je deeg klaar te maken. Het vleugje boekweitmeel geeft een heerlijke volle smaak aan het brood.

Dit is een voortreffelijk ‘hapje vooraf’, maar geef er nog een salade bij en je hebt een complete maaltijd.

speltfocaccia Groene Prinses
voor 2-4 personen (afhankelijk van wat je er nog bij eet)

Ingrediënten

voor de focaccia:
• 150 g speltmeel (ik gebruik een mengeling van 1/3de volkoren en 2/3de wit)
• 25 g boekweitmeel
• 1/3de tl droge gist
• 2/3de tl zout
• 1 el olijfolie
• 1 tl rozemarijn
• zoutvlokjes

voor de hummus:
• 250 g gare boterbonen (=reuzenbonen, gigantes) (uit blik, of geweekt en gekookt)
• 1 bokaal artisjokhartjes op olie
• 1 tl tahin
• het sap van een halve citroen
• 1 dl olijfolie
• een handjevol basilicumblaadjes
• peper en zout
• 1 teentje look, grof gehakt (optioneel)

Zo maak je het
Doe het spelt- en boekweitmeel in een grote kom. Roer de droge gist en het zout erdoor. Voeg beetje bij beetje lauwwarm water toe, ongeveer 1,5 dl in totaal. Roer alles snel door elkaar. Soms heb je wat meer of wat minder water nodig. Je deeg moet behoorlijk plakkerig en vochtig zijn, maar ook weer niet té nat. Dek het deeg af met plasticfolie of een deksel en laat het minstens 8 uur rijzen op een warme plaats.

Na die eerste rijstijd, bekleed je een vierkante bakvorm (ca. 20 bij 20 cm) met bakpapier. Strooi wat bloem op je aanrecht en kieper het deeg erop. Bestrooi het deeg ook langs de bovenkant met bloem. Duw het voorzichtig tot een platte vierkante lap. Vouw dan elke zijde een keer naar binnen, zodat je weer een vierkant krijgt. Leg dit met de naad naar onderen in de bakvorm. Dek de vorm af en laat het deeg nog een uur rijzen.

Verwarm de oven voor op 240° Celsius.

Bestrijk het deeg met olijfolie. Duw met je knokel kuiltjes in het deeg. Strooi rozemarijn en zoutvlokjes over het deeg.

Zet het brood gedurende 10 à 15 minuten in de warme oven, tot het goudbruin en gaar is.

Laat het een beetje afkoelen op een rooster.

Terwijl het brood bakt, maak je de hummus. Haal de artisjokjes uit de olie. Doe ze samen met de bonen, de tahin, het citroensap, de look (als je die gebruikt) en de basilicum in een keukenmachine. Mix alles fijn. Voeg dan beetje bij beetje de olijfolie toe en mix tot je een smeuïge brij hebt. Breng op smaak met peper en zout.

Serveer de focaccia – nog enigszins lauw – met de hummus. Smakelijk!

Aardbeientaart met kokos & chocola vegan

vegan aardbei-kokostaart Groene Prinses
Van een vriendin kreeg ik enkele weken geleden een mooie groene taartschaal cadeau. Die moest natuurlijk ingewijd worden! Dit aardbeientaartje met een kruimelige bodem, een chocoladelaag en romige kokosvulling leek me ideaal.

De taart is 100 procent plantaardig. Het deeg is bovendien gemaakt van boekweit, haver en cashewnoten, zodat ook mensen met een glutenintolerantie ervan kunnen smullen.

Vier de zomer en geniet!

voor 4 personen (of 2 gulzige genieters)

Ingrediënten
voor de taartbodem:
• 50 g boekweitmeel
• 50 g (glutenvrij) havermeel (ik maal havermout fijn met een keukenmachine)
• 50 g cashewnoten (fijngemalen)
• 50 g kokosolie, gekoeld
• 2 el ahornsiroop
• eventueel een beetje ijskoud water

voor de chocoladeganache:
• 40 g pure chocola, in stukjes
• 4 el kokosmelk

voor de kokosroom:
• 1 blik van 400 g volvette kokosmelk (minstens 8 uur gekoeld!)
• 3 el ruwe rietsuiker of kokosbloesemsuiker
• 1 vanillestokje

• een 20-tal aardbeien, gehalveerd

vegan aardbei-kokostaart2 Groene Prinses
Zo maak je het

Zet het blik kokosmelk een nachtje of minstens 8 uur op voorhand in de koelkast. Het is belangrijk om echt vette kokosmelk te gebruiken, zonder emulgatoren en verdikkingsmiddelen.

Meng voor het deeg boekweitmeel, havermeel en fijngemalen cashewnoten. Meng er in de keukenmachine de kokosolie in brokjes door, tot je een kruimelig mengsel krijgt. Voeg de ahornsiroop toe en kneed snel tot je een samenhangend deeg hebt. Is je deeg te droog of te brokkelig? Voeg dan een heel klein beetje ijskoud water toe.

Rol het deeg tot een bol, wikkel het in plasticfolie en leg het minstens een halfuur in de koelkast.

Verwarm de oven voor tot 175° Celsius. Bekleed een taartvorm (ca. 20 cm doorsnede) met bakpapier.

Haal het deeg uit de koelkast. Duw het enigszins plat en leg het in je taartvorm. Duw het deeg vervolgens beetje bij beetje uit tot de bodem van de taartvorm bedekt is en je een opstaande rand van deeg hebt.

Zet de taartvorm ongeveer 20 minuten in de oven, of tot je een goudbruine taartbodem hebt. Laat vijf minuten afkoelen in de vorm. Haal de taartbodem dan met bakpapier en al uit de vorm en laat volledig afkoelen op een taartrooster.

Smelt de chocolade au bain-marie. Voeg dan beetje bij beetje de 4 eetlepels kokosmelk toe en roer telkens goed.

Schep de chocoladeganache in de afgekoelde taartbodem. Laat de ganache eerst even buiten de koelkast afkoelen en zet de taart vervolgens in de koelkast, zodat de ganache verder kan opstijven.

Haal het blik kokosmelk uit de koelkast. Als het goed is, vormt zich bovenaan in het blik een stevige vette kokoslaag en bevindt al het kokoswater* zich onderaan in het blik. Schep de vette laag er voorzichtig af, zonder dat ze zich met het waterige deel mengt. Doe het kokosvet in een maatbeker samen met de suiker. Snijd het vanillestokje open en schraap de zaadjes eruit. Doe ze bij het kokosvet. Klop met een elektrische garde op tot het kokosvet de consistentie van slagroom heeft.

Schep deze kokosroom op de chocoladeganache. Verdeel de halve aardbeien erover en serveer de taart onmiddellijk.

(* gebruik het kokoswater in een smoothie of soep)

Fleurige veggiebowl vegan

kleurrijke veggie bowl Groene Prinses
Ik vind een ‘bowl’ een geweldig maaltijdconcept: je neemt een grote kom en je vult die met allerlei lekkers. Simpel, toch? Soms wel en soms niet … Want eigenlijk maak je zo’n bowl zo complex als je zelf wilt. Gewoon wat rijst of andere granen met een lekkere curry erbij is al voldoende om over een ‘bowl’ te spreken. Maar in de meest smakelijke kommen komen wat mij betreft verschillende minigerechtjes (warm én rauw) samen.

Je kunt variëren zoveel je maar wilt! Ik maak in deze versie gebruik van typische voorjaarsgroenten: geroosterde jonge wortelen en gepekelde radijsjes op een bedje van jonge spinazie. Daarbij komen kruidige kikkererwten – het is belangrijk om echt héél lekker kerriepoeder te gebruiken! – en orzo met koriander-pindapesto (gebruik gerust jouw favoriete pestorecept in de plaats). Ik gebruik graag halfvolkoren biologische speltorzo (in het Italiaans heet orzo ook wel ‘semini’), maar kies ook hier beslist voor de pasta die je zelf het lekkerst vindt. Liever geen pasta? Kies dan voor quinoa, rijst, gekookte aardappelen, boekweit of wat je maar wilt …

Oké, toegegeven, zo’n bowl is wat meer werk dan een eenpansgerecht, maar als je goed plant, valt het echte reuze mee. Terwijl de radijsjes marineren en de worteltjes roosteren in de oven, heb je rustig de tijd om de andere dingen klaar te maken.

voor 2 bowls

Ingrediënten
voor de gepekelde radijsjes:
• 15-tal radijsjes
• 2 el rijstazijn
• 1 tl rijststroop
• een flinke snuf zout

voor de wortelen:
• 20-tal fijne, jonge wortelen (al dan niet geschild)
• 3 el olijfolie
• peper en zout

voor de orzo met pesto:
• 150 g orzo (of andere kleine pasta)
• een flinke bos korianderblad
• 2 el ongezouten pinda’s
• 1 teen look
• sap van een halve limoen of citroen
• olijfolie
• peper en zout

voor de kikkererwten:
• 200 g gare kikkererwten
• 1 chilipeper, zaadjes verwijderd en fijngehakt
• 1 tl kokosolie
• 1 el kerriepoeder
• 1 el tamari (of andere sojasaus)
• een scheutje water

• 2 handenvol jonge spinazie of jonge slablaadjes, gewassen

Zo maak je het
Roer in een kommetje de rijstazijn, de rijststroop en het zout door elkaar. Snijd de radijsjes in stukjes en laat ze marineren in de azijndressing.

Verwarm de oven voor op 200° Celsius.

Gebruik je erg jonge wortelen, halveer ze dan gewoon. Zijn je wortelen wat dikker, snijd ze dan nog eens overlangs doormidden. Hussel de wortelen in een braadslee met de olie, en peper en zout door elkaar. Zet de braadslee in de hete oven en laat de wortelen ongeveer 30 minuten roosteren, of tot ze heerlijk zacht zijn. Roer ze om de tien minuten door elkaar.

Breng een pan met water aan de kook voor de pasta.

Mix voor de pesto koriander, pinda’s, look en limoen- of citroensap fijn. Voeg dan beetje bij beetje olijfolie toe, tot je de gewenste consistentie krijgt. Breng op smaak met peper en zout.

Doe de orzo of andere pasta in het kokende water en kook beetgaar.

Verhit intussen de kokosolie in een steelpannetje. Voeg de chilipeper toe en roerbak hem een minuut. Voeg de kikkererwten, het kerriepoeder, de tamari en een klein scheutje water toe. Roer en warm alles een paar minuten goed door.

Giet de pasta af en roer de pesto erdoor. Haal de wortelen uit de oven.

Schik in een grote kom een hoopje pasta naast een hoopje kikkererwten. Leg er een handvol spinazieblaadjes bij en schep daarop wat gepekelde radijsjes. Schik de geroosterde wortelen erbij. Herhaal dit voor de tweede kom en dien onmiddellijk op.

Kardemom-koffietruffels vegan

kardemom-koffietruffels Groene Prinses
Ik ga er niet te veel woorden aan vuil maken: je móét deze truffels maken. Tenminste als je van een lekkernij houdt die super gemakkelijk te maken is en die je zonder een al te groot schuldgevoel kunt verorberen ;-)

Jaren geleden postte ik al het recept voor amandel-chocoladebonbons en amandel-kersenbonbons, maar ik kan simpelweg blijven variëren op deze snoepjes. Kardemom-koffie is in ieder geval een nieuwe favoriet!

voor 10 stuks

Ingrediënten
• 100 g blanke amandelen
• 3 el kokosbloesemsuiker
• 0,5 à 0,75 tl gemalen kardemom
• 2-3 el zeer sterke koffie
• 75 g pure chocolade (minstens 75% cacaogehalte)

Zo maak je het
Maal de amandelen in een keukenmachine tot fijn poeder.

Roer de kokosbloesemsuiker en de gemalen kardemom erdoor.

Voeg nu beetje bij beetje de koffie toe en meng tot je een enigszins kleverige brij hebt die goed samenhangt. Misschien heb je niet al de koffie nodig. Het mengsel mag niet te nat, maar zeker ook niet te droog zijn.

Laat het een kwartiertje opstijven in de koelkast.

Rol er daarna 10 balletjes van. Dit is een enigszins plakkerige bedoening. Maar met koele, eventueel lichtjes vochtige handen gaat het prima.

Laat de balletjes een halfuurtje koud worden in de koelkast.

Smelt de chocolade au bain-marie. Rol de balletjes door de chocolade tot ze helemaal bedekt zijn. Leg ze op een vel bakpapier en laat de chocolade hard worden.

Bella Roma voor veggies (en snoepers) – deel 2

Rome1 Groene Prinses
Twee jaar geleden schreef ik al een uitgebreide blogpost over Rome met tal van smuladresjes. Veel sneller dan verwacht belandde ik opnieuw in deze eeuwenoude stad, waar tot mijn groot genoegen nog veel extra lekkers te ontdekken viel. Ik maak jullie graag deelgenoot van mijn culinaire uitspattingen!

Omdat we vooral in de buurt van de Piazza Navona vertoefden (mijn Geliefde moest daar een concert voorbereiden), liggen de meeste adresjes op wandelafstand van dit plein. Alleen Regoli ligt in een heel andere buurt.

Veggie bij Vivi
De Piazza Navona is een toeristische trekpleister en het is er dan ook steevast lekker druk. Toch kun je er rustig tafelen bij Vivi Bistro. Deze bistro schuilt in een hoek van het plein in het Museo di Roma. Vivi heeft een uitgebreide kaart met flink wat vegetarische en een paar veganistische opties.

Piazza Navona Vivi Bistro
De gerechten volgen de seizoenen en bevatten zo veel mogelijk biologische ingrediënten. Wij aten als voorafje baba ganoush met papadums, gevolgd door een burger voor mijn Geliefde en voor mij hele spelt- en gerstkorrels met geroosterde tomaatjes en aubergine, pesto en ricotta salata.

vivi bistro Rome Groene Prinses2
Vivi Bistro is ook een prima plek voor een kop koffie of een kannetje thee met een taartje erbij. De thee is trouwens van Mariage Frères, Parijse topklasse!

Er is ook een Vivi Bistro in het Villa Doria Pamphili Park in Rome. Daar tafel je heerlijk in het groen en kun je zelfs gaan picknicken met een pakket vol lekkers van Vivi. Helaas zijn wij niet tot in het park geraakt (een reden om nog eens terug te gaan, dus :-) ).

Rauw & puur
Wie na een overdaad aan taartjes en ijsjes (oeps, ik pleit schuldig!) nood heeft aan een héél gezonde maaltijd, moet beslist een bezoekje brengen aan Écru. Alles wat je hier eet is raw en vegan. De dames die dit eethuisje uitbaten, gaan heel nauwgezet te werk om kraakverse, verzorgde salades, soepen en dips op tafel te zetten. Wij proefden onder andere van een carpaccio van artisjok met tijm en olijf, een salade van venkel, bloedsinaasappel en olijf, en ‘wortelnoedels’ met rucolapesto. Stuk voor stuk smaakvolle combinaties.

Ecru Rome Groene Prinses2
Enige minpuntje? We waren die avond de enige gasten in Écru, waardoor we een beetje gezelligheid misten. Voor het gros van de Romeinen en toeristen is puur raw food misschien nog net een tikje te speciaal. Jammer, want deze lichte keuken is ideaal voor wie even iets anders wil dan pasta of pizza.

Poëtische pizza
Over pizza gesproken … Bij Dar Poeta, in de levendige wijk Trastevere, bakken ze pizza’s die je van je sokken blazen! Volgens tal van reisgidsen en websites zou Dar Poeta zowat de beste pizzeria van Rome zijn. Dat wilde ik weleens aan een nader onderzoek onderwerpen. Toen we bij de pizzeria aankwamen, bleken we niet de enigen te zijn met dat plan. Er stonden al behoorlijk wat mensen aan te schuiven voor een tafeltje, maar daar lieten we ons niet door afschrikken. En gelukkig maar: het wachten viel al bij al goed mee en op het moment dat ik mijn tanden in een stuk pizza zette, was elke ‘verloren’ minuut onmiddellijk vergeten. Wat een verrukkelijke bodem! Knapperig, licht, luchtig … poëtisch zelfs!

Dar Poeta Groene Prinses
Leuk extraatje: er staan heel veel vegetarische pizza’s op de kaart.

Zoete zonde
Ik kan niet over Rome schrijven zonder het over ijs te hebben. In mijn vorige blogpost was ik al lyrisch over Gelateria dei Gracchi, nu kan ik niet meer zwijgen over Gelateria del Teatro (Via dei Coronari 65). Waanzinnige smaken, wonderbaarlijk lichte textuur! Ik proefde pijnboompitijs en frambozen-salie-ijs. Ooit ga ik beslist terug om het gemberijs en het witte chocolade-basilicumijs te proeven.

aragosta Groene Prinses
Een paar dagen voor we naar Rome vertrokken, zagen we toevallig een kookprogramma op BBC waarbij de deelnemers het Italiaanse gebakje sfogliatella moesten maken. Dat gebakje bestaat uit verschillende laagjes flinterdun deeg, gevuld met ricotta en smaakmakers als sinaasappel en kaneel. Ik was meteen geïntrigeerd en besloot in Rome op zoek te gaan naar deze – eigenlijk uit Salerno afkomstige – lekkernij.

Een paar dagen lang hield ik nauwlettend de etalages van alle bakkers op mijn pad in de gaten. Bijna wilde ik het opgeven, tot we op de allerlaatste dag in de buurt van het station waar we de trein naar de luchthaven zouden nemen heel toevallig voorbij een bakkertje wandelen met in de etalage, jawel, het gebakje dat ik zocht! Of toch bijna… Binnen bleek het immers niet om sfogliatella te gaan, maar om het gelijkaardige gebakje aragosta. Het deeg is identiek, maar de vulling van een aragosta is een stuk romiger.

Mijn Geliefde en ik smikkelden samen van de aragosta op een Romeinse straathoek en waren meteen in de wolken. Het deeg knisperde van de knapperigheid en de zachte, zoete vulling vormde een hemels contrast.

Toen ik later wat research deed, bleek dat onze toevallige ontdekking niet de eerste de beste was. Pasticceria Regoli, waar we de aragosta kochten, is volgens velen een van de beste bakkerijen van Rome. Nóg een reden om terug te gaan! :-)